Lezing Oude Testament: 1 Koningen 11: 29-39,
Wij kennen in ons land scheiding tussen kerk en staat.
Dat betekent dat de staat en de kerk of andere religieuze instituten ieder hun eigen zaken regelen en zich niet met elkaar bemoeien of elkaar de regels voorschrijven.
In het oude Israël in de tijd van de Bijbel lag dat anders.
Koningen zoals Saul en David en ook Salomo worden door een profeet gezalfd tot koning en regelmatig brengt een profeet een boodschap van God over aan de koning,
of, als het nodig is, een terechtwijzing na een verkeerde beslissing of misstap.
De koningen van Israël, machthebbers in het algemeen, hebben op z’n tijd tegenspraak nodig,
om de verleidingen die macht met zich mee brengt, eigen belang, tunnelvisie, kritisch te blijven bezien.
De Romeinse keizer Marcus Aurelius schijnt een keer één van zijn officieren te hebben berispt met de vraag ‘Waarom heb je mij nog nooit tegengesproken?’
Een tegenstem, tegengeluid, waarschuwend tegen onrecht, misstanden in de samenleving:
Profetisch spreken.
In de Bijbelse verhalen meestal rechtstreeks in opdracht van God.
Zoals eerder de profeet Nathan tot koning David na zijn overspel met Batseba.
En zoals vandaag de profeet Achia die tegenover Jerobeam de scheuring van het koninkrijk van Salomo aankondigt, vanwege de afgodendienst van Salomo en omdat hij en het volk zich niet aan de regels en voorschriften van God hebben gehouden.
Zoals de honderden vrouwen van Salomo uit andere, heidense volken.
Salomo die meer op economische rijkdom en macht en op militaire macht lijkt te vertrouwen dan op God.
Profeet Achia kondigt aan dat tien stammen van het huis van David en Salomo zullen worden losgescheurd.
Eén stam zal Salomo en zijn zonen als koning houden, omdat God aan David belooft heeft dat zijn koningschap voor altijd zal zijn.
Oplettende rekenaars bedenken dat er dan nog één stam overblijft.
Misschien was dat de stam Levi, de priesters die geen eigen grondgebied hadden, of men rekende de stammen Juda en Benjamin vaak als één stam.
Profetisch spreken.
Dat gaat, ook in de Bijbel, niet over het voorspellen van de toekomst.
Profeten in het Oude Testament hadden vooral een boodschap, van God, voor hun eigen tijd.
Wijzen op het recht van wezen, weduwen, armen en vreemdelingen en roepen waar nodig machthebbers ter verantwoording.
Ze zetten het concrete leven en de keuzes die koningen of het volk maakten in het licht van Gods wet en voorschriften.
Profetie, profetisch spreken is voor het leven nú, als aanwijzing, waarschuwing of kritisch geluid tegen het kwaad, tegen kwade praktijken, met het oog op een goede toekomst.
Het roept de vraag op of wij als kerk nog steeds geroepen zijn tot: ‘profetisch spreken’.
Ook al kennen wij wel de scheiding tussen kerk en staat.
De kerk kent wat dat profetische spreken betreft een lange traditie.
Hoewel we ook moeten toegeven dat de kerk ook vaak gezwegen heeft bij bepaalde gebeurtenissen en misstanden in de samenleving en in de wereld.
Zoals de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog en de apartheid in Zuid-Afrika.
Maar een voorbeeld van profetisch spreken is de Bekennende Kirche in Duitsland in de Tweede Wereldoorlog tegen het Nazisme.
Of de Protestantse Kerk die in 2021 de toenmalige staatsecretaris van Klimaat vroeg de besluiten van de klimaatconferentie daadkrachtig uit te voeren.
De bisschop in de Verenigde Staten die president Trump na zijn inauguratie vroeg om barmhartigheid en mededogen voor de bevolkingsgroepen die zich door zijn beleidsplannen bedreigd voelen: illegalen, LHBTI+-ers.
Ook kun je de petitie noemen van meer dan 1150 voorganger uit allerlei kerken en religies in ons land tegen het ‘strengste asielbeleid ooit’ van de huidige regering.
En het kerkasiel in de Open Hofkerk in Kampen aan een gezin dat met uitzending bedreigd wordt, zoals eerder in 2018/2019 in de Bethelkapel in Den Haag.
Kerkasiel waar ook het huidige bestuur van de Protestantse Kerk zich achter schaart en ook de Raad van Kerken steunt het doel hiervan.
Als wijkkerkenraad zullen we op onze wijkkerkenraadsdag op 15 maart hieraan mee doen en een paar uur van de doorgaande viering invullen,
als het kerkasiel dan nog steeds gaande is.
Moeten we als kerk, en ook persoonlijk, zo onze stem laten horen?
Méer laten horen?
Profetisch.
En niet zoals de profeten dat konden zeggen: ‘Dit zegt God’.
De profeten kregen, zoals de Bijbelse verhalen ons dat vertellen, rechtstreeks de opdracht van God, hoorden Gods stem.
Zo kunnen wij dat niet meer zeggen, maar we kunnen wel spreken vanuit de overtuiging van wat de Bijbel, het evangelie ons zegt en leert.
In navolging van die andere ‘Zoon van David’, Jezus die bij de intocht in Jeruzalem toegejuicht zal worden als koning, als ‘Zoon van David’.
En zelfs zal het bovenaan zijn kruis staan: ‘Koning der Joden’.
Tegelijk wordt Jezus ook een profeet genoemd, indirect door zichzelf en letterlijk door zijn leerlingen.
Ook Jezus spreekt profetisch.
In het hoofdstuk waar de evangelielezing volgens het leesrooster vandaag uitkomt waarschuwt Jezus in de zogenaamde zaligsprekingen tegen rijkdom terwijl er ook armen zijn, tegen wie volop te eten heeft terwijl er honger is.
Roept op tot delen, anderen te behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden, goed doen zonder iets terug te verwachten.
In de evangelielezing voor vandaag roept Jezus op tot barmhartigheid: ‘Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is’.
Roept op tot goede vruchten: ‘een goed mens brengt vanuit de goede schatkamer van zijn hart goede vruchten voort’.
‘Want waar het hart vol van is, zegt Jezus, loopt de mond van over’.
Hoor naar mijn woorden en handel ernaar.’
Als wij ons naar die Jezus noemen en zeggen hem te willen volgen zullen wij ook zijn woorden moeten spreken en doen, vruchten van barmhartigheid, delen,
tegenspraak tegen dat wat mensen klein houdt, bedreigt, vernielt of opjaagt,
weerwoord tegen onmenselijkheid.
Vandaag vieren wij het avondmaal.
We ontvangen en delen brood en wijn om daarin één te worden met Jezus: koning en profeet.
Om te delen in zijn leven, in zijn liefde – te ontvangen en zelf ook weer te delen.
Daartoe is Jezus zijn weg gegaan, heeft hij zich voor ons gegeven, zelfs tot in de dood, om ons leven als nieuw te maken.
Om zo te leven dat niet alleen ons eigen leven, maar daardoor ook ons samenleven, deze aarde, wereld vernieuwd wordt.
Dat vraagt van ons, als kerk en persoonlijk, profetisch spreken en leven daar waar goed leven en samenleven bedreigd wordt.
Dat hoeft niet altijd groots en in het openbaar.
Dat kan ook in je dagelijkse omgaan met elkaar, in je doen en laten, in een gesprek.
In de gemeenschap, de verbondenheid met Jezus en met elkaar die wij vandaag vieren, worden we daarin bemoedigd en geïnspireerd.
Om, zoals we straks in het tafelgebed zullen zingen: ‘Om te leven hem achterna’.