Week 2 - Uit de Kerk op Ypenburg - Mag je jaloers zijn?

Uit de Kerk op Ypenburg

Mag je jaloers zijn?

door: ds. Attie Minnema

De afgelopen tijd kwam in meerdere gesprekken het onderwerp aan de orde of je jaloers mag zijn. ‘Je zult niet begeren’ is één van de 10 geboden in de Bijbel. De Nieuwe Bijbelvertaling zegt: ‘Zet je zinnen niet op wat aan een ander toebehoort. En in de Bijbel in Gewone Taal wordt dit gebod weergegeven met : ‘verlang niet naar iets dat van een ander is. Blijf af van zijn huis, zijn vrouw, zijn slaaf of slavin, zijn koe of ezel, en van al zijn bezit’. ‘Blijf er van af’, dat is een goede toevoeging.

Het lijkt in dit gebod te gaan over je gevoel, dat je geen jaloersheid mag voelen bij iets wat een ander heeft. Maar hoe moeilijk is het om daar aan te voldoen. Je hebt vaak al iets gedacht of gevoeld voordat je het weet, dat kun je niet tegenhouden. Maar het gaat in dit gebod over wat een stap verder, te ver zou zijn, namelijk dat je, datgene wat je verlangt, een ander zou ontzeggen of af zou nemen.

Voor de duidelijkheid: nergens in de Bijbel wordt ons verboden te verlangen naar dingen, zaken die we (nog) niet hebben. Verlangen doe je allemaal: een goed huis, gezondheid, een fijne baan, familie en vrienden om mee om te gaan, zaken die het leven goed en mooi maken. Dat verlangen maakt juist dat je je als mens ervoor inzet en dat is goed, dat heb je als mens nodig. Veel nieuwjaarswensen die deze dagen klinken verwoorden toch ook juist dat verlangen : vrede, gezondheid, voorspoed, van harte hebben we elkaar dat de afgelopen dagen toegewenst, wetend dat dat belangrijke dingen zijn in het leven. En heel de Bijbelse boodschap leert ons te verlangen naar het goede leven, voor jezelf en voor alle mensen.

Soms moeten mensen leven met een onvervuld verlangen of met een gemis. Kinderloosheid, na het verlies van een partner, verlies van gezondheid of een baan, onvervulde dromen. En natuurlijk ben je dan, soms, jaloers op mensen die dat wel hebben: kinderen en eventueel kleinkinderen die hen vreugde geven en bezoeken als ze ouder zijn geworden, een partner als je als alleenstaande een stel  samen gearmd ziet lopen of uitgaan, of als je ziet dat anderen sterk en gezond zijn en kunnen gaan en staan waar ze willen. Daar kun je jaloers op zijn, niet omdat je het de ander niet gunt maar vanuit het gevoel van gemis. En wie zou durven zeggen dat je dat gevoel dan niet mag hebben, jaloersheid als de andere kant van gemis. Je gunt het de ander, maar ook jezelf: daarom mag je jaloers zijn, als een ander woord voor verlangen.

Week 48 - Uit de Kerk op Ypenburg - Kerk en sportclub moeten zich heruitvinden

Uit de Kerk op Ypenburg

Kerk en sportclub moeten zich heruitvinden

door: ds. Attie Minnema

De titel van deze column is ontleend aan een bericht in het dagblad Trouw op de sportpagina: ‘De sportclub moet zich heruitvinden’. De beschrijving in dat artikel van de sport in Nederland zou bijna woordelijk kunnen gelden voor de kerk in onze tijd: De organisatie staat onder druk, inkomsten dalen, ledenbestanden kalven af. Meer mensen bewegen en doen aan sport, maar ongeorganiseerd.

De overeenkomst trof me, deze beschrijving zou zo maar kunnen gaan over kerk en religie. De ledentallen van de kerken in ons land dalen, kerken worden gesloten, maar religiositeit is er nog volop. Maar men wil zich niet meer verbinden aan een kerk, zoekt her en der wat past en shopt (soms) gemakkelijk van het ene spirituele aanbod naar het andere.

Blijkbaar is het een teken van de tijd waarin we leven: mensen binden zich minder of niet meer aan een organisatie.

Ook de oplossing wordt in dezelfde richting gezocht met vragen als: hoe activeer ik meer vrijwilligers, hoe werf ik nieuwe leden en hoe trek ik meer sponsors aan (in de kerk: hoe kunnen we de financiële bijdrage van de leden verhogen)?

Sportclubs zoeken het in creatieve lidmaatschappen, open verenigingen, aanbod van verschillende sportvormen, openstellen van kantines voor allerlei activiteiten zoals kinderopvang. Ook in de kerk zien we verbondenheid met de kerkelijke gemeenschap breder dan via lidmaatschap: ieder is welkom om mee te doen in vieringen en activiteiten, steeds wordt gezocht naar nieuwe vormen om mensen aan te spreken, de kerk wil ‘missionair’ zijn: naar buiten treden ook voor niet kerkleden en waar mogelijk worden kerkgebouw en zalen verhuurd.

De overkoepelende sportbond NOC-NSF belooft een prijs van 10.000 euro voor het beste idee om de georganiseerde sport te bevorderen. Misschien ook een idee voor de kerken?

Belangrijk bij al die oplossingen is, volgens het krantenartikel, dat de waarde van sportclubs wordt benadrukt, bijvoorbeeld richting de burgerlijke gemeente die sport subsidieert. Voor dat laatste kunnen (en willen) kerken niet aankloppen bij de overheid, er is in ons land scheiding tussen kerk en staat. Het eerste, benadrukken van de waarde van de kerk als geloofsgemeenschap, is ook voor de kerk van belang. Daar kan de landelijke en plaatselijke kerk veel aan doen door publiciteit en het organiseren van aansprekende activiteiten, maar daar ligt ook een taak en mogelijkheid voor de leden van kerk. Vaak leeft bij mensen een verouderd en achterhaald beeld van de kerk (wat er allemaal niet mag en wel moet). Kerkleden kunnen in gesprekken dit beeld bijkleuren en vertellen waarom het hen goed doet lid te zijn van een kerk. ‘Mond tot mond reclame’  noemen we dat in de samenleving. En dat past ook bij de kerk, zo is het, in de tijd van Jezus, immers ook ooit begonnen.

Week 44 - Uit de Kerk op Ypenburg - Muren

Uit de Kerk op Ypenburg

Muren

door: ds. Attie Minnema

Afgelopen zondag was het 25 jaar geleden dat de muur in Berlijn werd geopend. Mensen tussen Oost en West Duitsland konden voortaan weer vrij naar elkaar toegaan en elkaar leren kennen. Een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van Duitsland en Europa, en vooral natuurlijk ook voor de mensen die aan de beide kanten van de muur woonden.

Deze weken is iedere vrijdag een uitzending te zien op NPO2, ‘de Muur’, over muren in de wereld, muren die bevolkingsgroepen van elkaar scheiden. Muren soms bedoeld om geweld tussen bevolkingsgroepen te voorkomen, muren soms ook bedoeld om mensen buiten te sluiten en eigenlijk zelfs op te sluiten. Muren die ook maken dat de mensen, die aan de verschillende kanten van de muur wonen, elkaar niet leren kennen. Terwijl, zo bleek uit de uitzending over de muren in Belfast, als ze elkaar ontmoeten, ze van elkaar zeggen: ‘ze zijn net zoals wij’.

Er zijn meer zichtbare muren tussen bevolkingsgroepen dan je denkt, zo blijkt uit de genoemde serie afleveringen van ‘de Muur’. Maar er zijn ook onzichtbare muren tussen bevolkingsgroepen. En soms worden nieuwe muren opgetrokken. De afgelopen tijd en deze dagen rond de intocht van Sinterklaas lijken er weer hoge muren te worden opgetrokken tussen voor- en tegenstanders van Zwarte Piet. Zo fel zijn de tegenstellingen dat er zelfs gewapende agenten, verkleed als (zwarte) Piet, mee lopen met Sinterklaas tijdens de intocht in Gouda. Waar men de oplossing had bedacht van enkele gele/kaas en stroopwafel Pieten.

Ik werd verdrietig en moedeloos van de beelden uit Belfast, een, vanuit de geschiedenis van Noord-Ierland, natuurlijk veel heftiger conflict dan de Zwarte Piet discussie in ons land. Maar als wij, vanwege de traditie van een kinderfeest, al zo fel tegenover elkaar staan, hoe dik en hoog worden dan de muren tussen mensen als zich ‘echte’ problemen voordoen? Ook de zwarte Piet discussie heeft z’n achtergrond. Misschien zit er wel het gevoel achter bij mensen dat er al zoveel is afgepakt en nu ook nog Zwarte Piet. Dat gevoel moeten we serieus nemen. Maar ook dat kan alleen als we niet beginnen vol felheid muren van tegenstelling op te werpen. Het zou ontzettend jammer zijn als het Sinterklaasfeest overschaduwd zou worden door felle discussies en wie weet nog meer. Muren, zichtbaar of onzichtbaar, kunnen alleen afgebroken worden als we het gesprek met elkaar blijven voeren. Ter wille van de kinderen, in ons land nu rond 5 december, en overal in de wereld.

Week 42 - Uit de Kerk op Ypenburg - Noach bouwt een ark

Uit de Kerk op Ypenburg

Noach bouwt een ark.

door: ds. Attie Minnema

Afgelopen week is de Bijbel in Gewone Taal uitgekomen. Tien jaar geleden werd de Nieuwe Bijbelvertaling gepubliceerd (in ‘hedendaags Nederlands’), vorig jaar kwam de Bijbel in Straattaal uit en tussendoor heeft iemand ook nog de hoofdstukken van de  Bijbel samengevat in Tweets: berichten van 140 tekens verspreid via Twitter.

De Bijbel is ‘in’ zou je kunnen zeggen, of ‘hot’, of ‘cool, - of hoe je dat tegenwoordig ook maar zegt in taal van nu. De verkoopcijfers liggen ook nog eens hoog. De Nieuwe Bijbel vertaling stond een tijdlang hoog in de top 10 en de 1e oplage van de Bijbel in Gewone Taal was binnen enkele dagen uitverkocht.

Het uitgangspunt van de Bijbel in Gewone Taal is dat VMBO leerlingen de taal moeten kunnen begrijpen.  Een aantal van hen hebben meegelezen met het vertaalwerk. En als deze jongeren bepaalde woorden niet begrepen of kenden dan was de vertaling nog niet begrijpelijk genoeg.

De Bijbel in Gewone Taal roept veel enthousiaste reacties op omdat de taal, het verhaal direct begrijpelijk is. Je hoeft je als lezer(s) niet eerst af te vragen wat er bedoeld wordt, maar men kan direct de inhoud snappen en daar over in gesprek gaan.

Natuurlijk is er ook kritiek op de Bijbel in Gewone Taal mogelijk. Bepaalde woorden met theologische betekenis zijn verdwenen. Noach bouwt geen ark meer maar een boot. Theologisch legde de ark van Noach een verband met het biezen mandje van Mozes waardoor Mozes door de dochter van de Farao in Egypte gered en opgevoed wordt. Voor de ark van Noach en het biezen mandje van Mozes wordt hetzelfde hebreeuwse woord gebruikt. Dat verband is in de Bijbel in Gewone Taal verdwenen.

Dat kun je natuurlijk jammer vinden, natuurlijk mist de lezer dan iets van de diepere betekenis van het Bijbelverhaal. Maar voor jongeren, voor iemand die, misschien wel voor het eerst, met de Bijbelse verhalen kennismaakt gaat het nog niet om die diepere laag van het verhaal. Bijbellezen, geloven begint (kan beginnen) met het leren kennen van de Bijbelverhalen en als deze Bijbel in Gewone Taal een drempel weghaalt voor mensen, jongeren om in de Bijbel te gaan lezen dan heeft ook deze Bijbelvertaling een zinvolle en nuttige functie en beantwoordt de vertaling aan zijn doel. En het doel is uiteindelijk dat men de liefde van God leert kennen, leert vertrouwen en geloven.

Of met de woorden van 1 Korintiërs 13: 13 in Gewone Taal:

‘Dit is dus waar het om gaat: geloof, vertrouwen en liefde. Dat moet steeds het belangrijkste in ons leven zijn. Maar het allerbelangrijkste is de liefde.’

Wie dat begrijpt en leeft, heeft de boodschap van de Bijbel begrepen. Welke taal je verder ook spreekt.

Week 40 - Uit de Kerk op Ypenburg - Gratis?

Uit de Kerk op Ypenburg

Gratis?

door: ds. Attie Minnema

Als je iets organiseert, een lezing, een bijeenkomst, dan is het beter om entree te vragen, want als iets gratis is dan kan het, zo lijkt de algemene mening, niet veel voorstellen. Iets wat (veel) geld kost is waardevol en dat wil je hebben, daar moet je bij zijn of deel van uitmaken. Daarom is het beter, zo lijkt het, als je iets organiseert, om entree te heffen, dat maakt de bijeenkomst of de gebeurtenis begeerlijker om bij te zijn en dan kun je als organisator meer mensen verwachten.

Gratis kan ook vaak bedrog zijn en argwaan oproepen. Bij een aanbod via internet dat iets gratis ontvangen kan worden, leidt vaak tot een hoop mails met allerlei aanbiedingen waar je, voordat je het weet, aan vast zit. Er is weinig echt gratis in onze samenleving.

Wat dat betreft lijkt de kerk nog erg achter te lopen, niet van deze tijd te zijn. De kerk organiseert allerlei dingen, vieringen, bijeenkomsten, activiteiten die in principe gratis zijn. Iedereen kan een kerkdienst bezoeken en al wordt er een collecte gehouden, niemand is verplicht om daar iets in te doen. Dat wordt niet gecontroleerd. En wie lid is van een kerkgemeente kan dat geheel gratis zijn. Er is jaarlijks een actie voor een vrijwillige bijdrage maar ieder kerklid kan zelf bepalen of en hoeveel hij of zij daar aan bijdraagt.

Ja, in de kerk kennen we zelfs een woord, een heel centraal woord in het geloof, dat eigenlijk ‘gratis’ betekent: Genade. Een woord dat iedere zondag weer klinkt in de zegen aan het einde van de kerkdienst: ‘God is ons genadig’. En vaak klinkt de uitspraak dat wij mogen leven van Gods genade: God die ons zijn liefde geeft, die ons vergeeft wat we fout hebben gedaan, uit: genade.

Genade betekent inderdaad ‘gratis’, ‘om niet’. We hoeven daar geen tegenprestatie tegenover te stellen waar Gods geschenk van liefde en vergeving van afhangt. Al mag je wel weer zeggen dat wie ontvangt ook kan geven: als wij Gods liefde ontvangen, kunnen we daar ook van uitdelen door liefdevol met elkaar om te gaan.

Natuurlijk heeft ook een kerk en een kerkelijk gemeente financiën nodig, om het kerkgebouw te kunnen onderhouden, om dominee of kerkelijk werker te betalen, om activiteiten te organiseren en daarbij een warme ruimte te leveren en koffie te kunnen schenken. Maar ook voor wie een kleine vrijwillige bijdrage te zwaar weegt, diegene is altijd welkom in de kerk om mee te doen in de vieringen en de andere activiteiten. Omdat wij geloven dat wij leven vanuit Gods genade en we dat ook willen doorgeven. Want al is het dan ‘om niet’, Gods genade is waardevol en de moeite waard om te ontvangen en te delen met elkaar. Daarop zullen we als kerk en als gemeente nooit bezuinigen.

Week 38 - Uit de Kerk op Ypenburg - Dominees boordje

Uit de Kerk op Ypenburg

Dominees boordje

door: ds. Attie Minnema

De laatste tijd wordt in de PKN, de Protestantse Kerk in Nederland, af en toe de discussie gevoerd of dominees een predikantenboordje zouden moeten dragen, zoals katholieke geestelijken soms een priesterboordje hebben, om zo beter herkenbaar te zijn als dominee.

Een priesterboord is een (stukje) witte, staande kraag in of op het overhemd of blouse.

De discussie is begonnen door een ludiek bedoeld tip vanuit de PKN: ‘Doe eens gek, draag een boordje’. Enkele collega predikanten zijn toen, bij wijze van proef, begonnen zo’n boordje te dragen. Met als argumenten: Een boordje verhoogt de herkenbaarheid, (bijna) iedereen herkent je direct als dominee (of geestelijke) en je bent dus als zodanig aanspreekbaar, ook als je door de straat fietst, in de winkel loopt om boodschappen te doen of op een bijeenkomst aanwezig bent. Je bent immers “altijd predikant. Het is geen negen-tot-vijf-baan. Het is deel van mijn wezen”, aldus één van de betreffende dominees.

Reacties die de dominees krijgen is dat het vertrouwenwekkend is, dat het mooi is dat je zo voor je geloof uitkomt. Maar ook dat een collectant die aan de deur komt dan wel verwacht dat je iets geeft voor de collecte of donateur wordt. Of iemand anders reageert met “dat het meer zal afstoten van het christendom”, en het kan ook iets weg hebben van ‘Kijk eens hoe ik het doe!’

Het domineesboordje roept ook vragen op: Ben je 24 uur per dag dominee en moet je en wil je voortdurend zo herkenbaar en dus ook aanspreekbaar zijn? Ook als je bijvoorbeeld privé en in je vrije tijd op het sportveld staat te kijken, aan het winkelen bent of naar de bioscoop gaat. En wat vinden (eventueel) je partner en je kinderen daar dan van?

We willen dat de kerk zichtbaar is in de samenleving. En moet je daar dan als dominee niet aan mee doen? Maar wordt wie je bent, je identiteit als dominee, toch niet meer bepaald door je doen en laten dan door je kleding en je uiterlijk?

Dominees hebben in onze streken en ons deel van de Protestantse kerk het zwarte pak gelukkig uit kunnen doen en ‘gewone’ kleding is daarvoor in de plaats gekomen: een trui of overhemd, een nette (spijker)broek, soms een jasje en (voor mannen) een stropdas, afhankelijk van de gelegenheid. Willen we terug naar ‘maatkleding’ voor de dominee?

Op bijgaande foto kunt u zien hoe het dragen van een boordje eruit zou kunnen zien. Het valt niet tegen maar of ik er na al die jaren nog aan zou beginnen? Ik weet het niet. Ik ben benieuwd naar reacties.


U bevindt zich hier: Home De Dominee Uit de Kerk op Ypenburg