Vertrouwen

door: ds. A. Minnema

Het is alweer een hele poos geleden dat ik een column hebt geschreven ‘uit de kerk op Ypenburg’. Een aantal jaren geleden ben ik deze column begonnen met o.a. als doel om het beeld van de kerk ‘naar buiten’ bij te kleuren. Regelmatig blijkt dat mensen die al jaren niet meer in de kerk zijn geweest nog steeds het beeld van de kerk hebben van 30, 40 of nog meer jaren geleden. Ook cabaretiers lukt het nog steeds om met dat beeld van de kerk gemakkelijk te scoren met hun grappen. 

Dat vertekende beeld van een kerk waarin van alles ‘moet’ en veel ‘niet mag’ is volgens mij allang achterhaald, zeker als ik kijk naar de sfeer en inhoud van onze wijkgemeente hier in Ypenburg en, ben ik van overtuigd, van veel kerken in Nederland.

De uitdaging van de column die ik regelmatig heb geschreven was voor mij om de kerk te laten zien als een plek waar het goed is om te zijn, waar je jezelf mag zijn zoals je bent, en om samen met anderen tot rust te komen, om tot jezelf, tot elkaar en wie weet tot God te komen, en je samen met andere te laten inspireren en te bezinnen op geloof- en levensvragen.

Helaas is deze week weer uit een onderzoek van het CBS gebleken dat het vertrouwen van de Nederlandse bevolking in de kerk laag is. De kerk staat zelfs onderaan in de rangschikking. Er zijn regionaal verschillen te zien in de cijfers. Vooral in de zuidelijke provincies scoort de kerk laag (20 procent) wat betreft vertrouwen en in het oosten, Veluwe en Overijssel, ligt het cijfer hoger (50 procent). Dat heeft waarschijnlijk te maken met de misbruikschandalen in de Rooms-Katholieke Kerk, terwijl in het oosten van ons land de orthodox-christelijke (zwaardere) kerken nog volop aanwezig zijn.

Er is voor ons als kerkmensen dus nog volop werk aan de winkel om het vertrouwen in de kerk te doen groeien. Daarbij past het ons om allereerst toe te geven dat er in de kerk dingen mis gaan. De kerk is (ook) mensenwerk en daarin worden fouten gemaakt en mensen beschadigd en gekwetst. Hoe goed we dat ook proberen te voorkomen. Tegelijk gaan er ook een heleboel dingen goed in de kerk. De plaatselijke kerk is voor veel mensen een goede en belangrijke plek om een sociaal netwerk op te bouwen, waarin veel gemeenschap, steun, meeleven en gezelligheid wordt gevonden. Vandaaruit en in een goede sfeer hopen we als kerk een plek te zijn waarin iedereen zich welkom voelt om bezig te zijn met (het zoeken naar) geloof en geloven, vragen en soms ook twijfels te delen en te bespreken, en samen te zingen, te bidden of een poos stil te zijn. Dat is hoe wij kerk willen en proberen te zijn.

Gelukkig liet hetzelfde onderzoek van het CBS zien dat het vertrouwen in medemensen gegroeid is. Die medemensen zijn ook te vinden in de kerk. Dus dat moet toch vertrouwen geven !

Gelukkig nieuwjaar !?

door: ds. A. Minnema

Deze dagen zullen er weer veel nieuwjaarswensen klinken. ‘De beste wensen’, ‘Vrede’,  ‘Alle goeds voor het nieuwe jaar’ en noem maar op. Op de vele voorgedrukte of, creatief, zelfgemaakte nieuwjaarskaarten is de variatie wensen nog veel groter.

Maar de nieuwjaarswens die waarschijnlijk het meest zal klinken is: ‘Gelukkig Nieuwjaar!’. Kort en krachtig en …….. passend in de tijdgeest. Afgelopen oktober nog was het thema van de maand van de Geschiedenis : Geluk. En wie wil er nu niet gelukkig zijn?

Maar….. wat is geluk? Nederland scoort hoog, een 6e plek, op de ranglijst van landen waar men gelukkig is. Bijna 90 % van onze landgenoten zegt gelukkig te zijn. Tegelijk zegt een ander onderzoek dat 40 % van de volwassenen in ons land eenzaam is. Dat lijkt moeilijk samen te gaan want kun je echt gelukkig zijn als je je eenzaam voelt?

Wat is geluk? Is geluk alles hebben wat je hartje begeert? Een goede relatie, mooie carrière, gezondheid, genoeg geld? Maar soms zijn mensen die dat alles hebben en heel succesvol lijken toch ongelukkig, terwijl degenen die veel minder hebben, soms zelfs in bepaalde dingen tekort komen of in moeilijke omstandigheden leven, toch zeggen gelukkig te zijn.

En: is geluk maakbaar ? Dat willen we graag geloven in onze maakbare samenleving en reclame laat ons graag weten wat er nog ontbreekt aan ons geluk. Kun je streven naar geluk? Of heb je toevallig geluk als je gelukkig bent ?

Geluk zoals hierboven beschreven is vooral voorspoed, alles zit je mee in het leven. Maar of je je leven dan kunt ervaren als een zinvol en betekenisvol leven, dat is een andere vraag. En dat lijkt voor een echt gevoel van welzijn toch belangrijker. Daarom vindt ik de nieuwjaarswens ‘Veel heil en zegen’ een mooie wens. Heil gaat over heelheid, het is al het goede en mooie dat je kunt ontvangen, een heel mens te worden, worden zoals je bedoeld bent. En dat kan zelfs ook als er tegenslagen in je leven zijn. Zegen is letterlijk het goede toegewenst krijgen, zegenen is goede woorden spreken. Wat je misschien juist nodig hebt als niet alles goed gaat in je leven. Dat er dan mensen zijn die  goede woorden spreken (of juist zwijgen zodat jij je verhaal of je verdriet kunt vertellen).

Elkaar tot zegen zijn, het goede aan elkaar doen, dat brengt heelheid. En wie weet een ervaring van geluk.

Daarom, voor het nieuwe jaar, maar niet alleen deze eerste dagen van 2018, maar het hele jaar rond: ‘Veel heil en zegen!’.   

Uit de Kerk op Ypenburg

Even stilte graag

door: ds. Attie Minnema

Vorige week woensdag was het ‘Dankdag voor gewas en arbeid’, een dag op de kerkelijke kalender waarbij in sommige streken in het land en in bepaalde kerken op die woensdag een kerkdienst wordt gehouden. Dat gebeurt vooral in kerken in dat deel van ons land waar veel boeren en tuinders zijn.

Op deze ‘dankdag voor gewas en arbeid’ wordt dankbaarheid uitgesproken voor de oogst, voor al de gewassen die zijn gegroeid, ons dagelijks voedsel en het werk dat we kunnen doen.

Vroeger werd in veel meer kerken stil gestaan bij deze dag en een kerkdienst gehouden. Maar de aandacht hiervoor is veel kleiner geworden doordat de agrarische sector, land en tuinbouw verder uit de belevingswereld van mensen is geraakt. En eten als vanzelfsprekend in allerlei smaken en merken in de supermarkten staat. Kinderen weten soms niet eens meer waar melk en vlees en groenten vandaan komen, dat je daar koeien voor nodig hebt en dat boeren en tuinders er hard voor werken.

Dat ons dagelijks voedsel zo rijk en bijna vanzelfsprekend voor handen is, maakt dat de dankbaarheid daarvoor ook veel minder aandacht krijgt. Hoogstens als we op het journaal zien dat er ergens in de wereld een hongersnood is, beseffen we, misschien even, hoe overvloedig en rijk ons voedselaanbod iedere dag weer is.

Pas geleden stond er in een vragenrubriek in een krant een vraag van iemand die er vreemd op aangekeken werd bij het eten even een moment van stilte te vragen, om in stilte te kunnen bidden voor het eten. Lastig werd dat gevonden en eigenlijk ook opdringerig dat deze persoon de groep zijn geloof op wilde dringen. Dit lijkt weer een voorbeeld van de opvatting dat godsdienst een privézaak is en vooral achter de voordeur moet blijven. Blijkbaar kost het moeite om even een (kort) moment van respect op te brengen voor iemands geloof.

Daarnaast kun je je afvragen of niet altijd een moment van stilte voor het eten op z’n plaats zou zijn. Voor ieder, religieus of niet, een moment van bezinning om er even bij stil te staan dat het eten dat voor ons staat niet als vanzelf beschikbaar is en dat het niet voor alle mensen op de wereld vanzelfsprekend is dat er iedere dag voldoende te eten is, dat er heel veel mensen daarin tekort komen. Een moment van dankbaarheid voor de overvloed waarin en waarmee wij leven.

Uit de Kerk op Ypenburg

Israël

door: ds. Attie Minnema

Afgelopen zondag was het in de Protestantse Kerk Israëlzondag. Eén zondag in het jaar, de eerste zondag van oktober, wordt er in veel protestantse kerken in Nederland extra aandacht besteed aan de joodse wortels van het christelijk geloof. Dat doen we eigenlijk iedere zondag wel door bijna altijd in de zondagse kerkdienst minstens één psalm te zingen, de liederen die we samen delen met het joodse volk. Immers het boek Psalmen staat zowel in de joodse Bijbel als in de christelijk Bijbel.

En zelfs een groot deel van de Bijbel delen we samen met het joodse geloof. Het Oude Testament, misschien kun je beter zeggen, het Eerste Testament, maakt ook deel uit van de joodse Bijbel. We delen dan ook samen het geloof in dezelfde God. Daarnaast leest de christelijke kerk het Nieuwe, het Tweede Testament met de verhalen over Jezus. Jezus die volop een joodse man was, deel van het volk Israël. Dus als wij als christenen zeggen dat we bij Jezus horen, dan horen we ook bij het joodse volk. En eigenlijk moet je zeggen dat we de Bijbel en Jezus z’n woorden en boodschap niet goed kunnen begrijpen als we niets weten van het joodse volk en het joodse geloof. Zelfs dat wij er als kerk niet zouden zijn zonder Israël.

Daarom dus, Israëlzondag, om daar één keer per jaar extra bij stil te staan, bij de verbondenheid met het joodse volk en het joodse geloof. Ook in de kerkorde, het ‘reglement’ van de Protestantse Kerk,  staat benoemd dat we ‘onopgeefbaar verbonden zijn met het volk Israël’. Maar veel christenen hebben moeite met die uitspraak vanwege de actuele situatie van het volk Israël, het conflict met de Palestijnen, de houding die de staat Israël daarin inneemt en het geweld dat de staat daarin gebruikt. Misschien mede om die reden werd Israëlzondag aangekondigd als een zondag waarop we als christelijke kerk stil staan bij onze ‘joodse wortels’. Daarin klinkt meer de inhoudelijke verwijzing naar de joodse Bijbel en het joodse geloof dan naar de actuele staat Israël.

Samen met het joodse volk verwachten we de toekomst van Gods Koninkrijk, een rijk van vrede en gerechtigheid. Ook die verwachting verbindt ons met elkaar. Als dat rijk van God er zal zijn, dan zal er ook vrede zijn in het Midden-Oosten, voor Israël én voor de Palestijnen, voor heel de wereld. Dan zullen we ons als mensen wereldwijd met elkaar verbonden voelen.

Israëlzondag is hopelijk ook een inspiratie om daarin te blijven geloven en daaraan, samen, te blijven werken.

Uit de Kerk op Ypenburg

Toen was geloof heel gewoon

door: ds. Attie Minnema

Sinds enkele weken zend de Evangelische Omroep op zaterdagavond een programma uit met de titel ‘Toen was geloof heel gewoon’. Andries Knevel, bekend EO coryfee reist door Nederland en gaat in gesprek met bekende en onbekende Nederlanders over de vraag: ‘Wat is er veranderd in ons land als het gaat over geloof en kerk, en vooral ook: ‘waardoor is dit alles zo veranderd?’ Of zoals Knevel het zelf in de eerste uitzending verwoordt: ‘Wat is er mis gegaan?’. Immers, het aantal mensen in ons land dat naar kerk gaat is sterk gedaald, met als gevolg het sluiten van vele kerken.

De EO bestaat dit jaar 50 jaar, heeft al die jaren geprobeerd het geloof uit te dragen en het jubileum van de omroep is zeker een aardige aanleiding om een dergelijke programma te maken.

Het ‘toen’ in de titel verwijst naar de jaren 60. Tweederde van de Nederlanders bezocht in die jaren regelmatig een kerk, terwijl dit in 2017 gedaald is naar 25% van de Nederlandse bevolking. Is het geloof voor een groot deel verdwenen of geven we op een andere manier vorm aan het geloof?

De ontkerkelijking is een feit. Onderzoeken tonen aan dat steeds minder Nederlanders zich gelovig en/of kerkelijk noemen en dat steeds minder mensen naar de kerk gaan.

Maar was geloof toen echt zo ‘gewoon’ of was het vooral ‘gewoon vanzelfsprekend’, eigenlijk niets bijzonders want (bijna) iedereen waar je mee omging, ging naar de kerk. Kerk en geloof was voor veel mensen inderdaad ‘een gewoonte’ die erbij hoorde, bij je leven.

Wat je in ieder geval van kerkleden nu kunt zeggen is dat voor (de meesten van) hen gelovig zijn en naar de kerk gaan niet iets ‘gewoons’ is. Het is een bewuste keus en gezien de omgeving waarin men leeft zeker geen vanzelfsprekendheid, eerder ben je een uitzondering.

We moeten ook niet doen alsof eeuwenlang, sinds het jaar 0 (de geboorte van Jezus) de kerken altijd stampvol hebben gezeten. Eigenlijk altijd is er een kleine groep geweest die het geloof intensief beleefde, bijvoorbeeld in de kloosters, en een hele grote massa die als vanzelfsprekend kerklid was, bijvoorbeeld omdat het christendom staatsgodsdienst was of heel de cultuur vormde, zonder dat men heel intensief kerkelijk meeleefde. De uitdrukking ‘geloven op wielen’ is wat dat betreft veelzeggend: slechts drie keer in het leven ging men dan naar de kerk: in de kinderwagen voor de doop, in de trouwkoets om te trouwen en bij je begrafenis in de rouwwagen.

Geloven is en kan niet ‘gewoon’ zijn. Het is een bijzondere dimensie in het leven die soms moeite kost, tijd vraagt en af en toe een bewuste keus om ‘erbij te blijven’ en je geloofsbeleving levend te houden. Dan kan geloof en geloven je veel opleveren aan bemoediging en zingeving, hoop en dragende kracht in je leven, en dat is zeker niet ‘gewoon’.

Uit de Kerk op Ypenburg

Sportief

door: ds. Attie Minnema

Het is weer een drukke sportzomer. We gaan van het ene sportevenement naar het andere. En eerlijk gezegd mag ik er graag naar kijken: Wimbledon, de Tour de France en natuurlijk deze weken het EK vrouwenvoetbaltoernooi. Ik kan genieten van de mooie acties, kracht, sierlijkheid, het samenspel en de samenwerking, emoties van vreugde en daarbij uiteraard ook teleurstelling en desillusie.

Sport is vaak een treffende afspiegeling van het gewone leven. Je hebt winnaars, de succesvollen, vaak veelverdieners. Je hebt verliezers, door pech of tegenslag, of omdat het talent, de kracht of de mogelijkheden ontbreken. En je hebt een grote hoeveel knechten, helpers, die vaak op de achtergrond en naamloos zich inzetten en zwoegen voor de kopman of de ster van het team.

Hoe goed je ook bent, in je sport, je vak, hoe hoog je ook aan de top staat, niemand kan zonder de grote groep helpers, verzorgers of harde werkers op de werkvloer.

En zo heeft iedereen op bepaalde tijden in het leven helpers nodig, of je kunt het zelf zijn voor iemand. Het Bijbelse scheppingsverhaal vertelt het al: ‘God dacht: het is niet goed dat de mens alleen is, ik zal een helper voor hem maken die bij hem past’. Een oude vertaling zegt: ‘een hulp hem tegenover’, daar spreekt gelijkwaardigheid uit. Dus niet de één, bijv. de vrouw, als hulpje voor de ander, de man (zoals het ook in de kerk wel vaak is uitgelegd). Maar hulp voor elkaar, over en weer. Iedereen kan in een positie komen dat hij of zij hulp en steun nodig heeft en gelukkig ben je als je dan iemand om je heen hebt die jou hulp kan geven: partner, vrienden of vriendinnen, buren, mantelzorgers, hulp- en zorgverleners.

Net als in de sport is aandacht en roem en ook verdienste in de gewone maatschappij vaak heel oneerlijk verdeeld. Ook in die zin spiegelt sport treffend het gewone leven. Lang niet altijd gaan we sportief met elkaar om en vaak strijken degene met de eer waarvoor anderen zich minstens zo hebben ingezet.

Ook de maatschappij in de Bijbelse tijd tekent die ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, tussen rijken en armen, bazen en slaven. Toch heeft Jezus laten zien dat voor hem iedereen erbij hoort en op de eerste plaats komt: vrouwen, armen, zieken, degenen die door fouten of tegenslag aan de rand van de samenleving staan en ook de rijken en ieder die het goede zoekt en wil doen. Die ‘sportief’ in het leven wil staan, zo dat iedereen daarin volop en in gelijkheid mee kan doen.

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 24 Juni om 10:00 uur in De Toevlucht

Informatie bij deze dienst:
In deze dienst zal de kinderzegening plaatsvinden, Lezingen in deze viering zijn: Job 38: 1 ? 38 en Marcus 4: 30-34

Voorganger: Ds.A.P.Heiner
Ouderling van dienst: Carla Izeren