Lezing Exodus 20: 4-6

 

We zijn er over het algemeen nogal goed in om mensen, vooral elkaar, in hokjes te zetten.

Mensen indelen op grond van vooroordelen en stereotype kenmerken.

Wij en zij, links en rechts/voor en tegen in de politiek, boeren en burgers,

alle Marokkanen zijn criminelen, vrouwen kunnen geen wiskunde, mannen niet over hun gevoelens praten, ouderen kunnen niet met computers omgaan, alle Russen zijn alcoholist,

en ga zo nog maar even door.

Hokjesdenken maakt de wereld duidelijk en voorspelbaar, en dat is prettig in de onrustige wereld van vandaag de dag.

Het maakt het leven en de wereld een stuk simpeler – schijnbaar.

 

Het thema van deze vredesweek en viering wil dat hokjesdenken doorbreken, in ieder geval  in het spreken over de verschillende generaties en het werken aan vrede.

Niet ‘generatie X, Y of Z, de vooroorlogse of juist na-oorlogse generatie, Baby-boomers of de patatgeneratie.

Maar ‘generatie vrede’, om aan te geven dat we het met elkaar moeten doen, ouderen en jongeren, verschillende bevolkingsgroepen,

dat we samen moeten werken als generaties om vrede te bereiken.

Dat we van elkaar moeten willen leren, jongeren van de ouderen, maar ook de ouderen van de jongeren.

Dus ook dat we vertrouwen in elkaar moeten hebben, ook al ziet de andere generatie het misschien anders als wijzelf, zoeken ze andere antwoorden op dezelfde vragen en maatschappelijke kwesties.

Vanuit de ervaring dat de aanpak van vorige generaties niet altijd goed heeft uitgepakt.

 

Verschillen van inzichten die ons niet opnieuw moeten verleiden tot hokjesdenken,

maar juist een uitdaging zijn om naar elkaar te luisteren en samen te zoeken en samen te werken, vanuit het gezamenlijke doel:

een goede toekomst, en – in het kader van deze vredesweek -: een toekomstbestendige vrede.

 

De lezing op deze vredeszondag uit Exodus 20 voegt daar nog een extra, indringend aspect aan toe:

De gevolgen van onze daden voor de generaties na ons,

in het licht van Gods zorg voor ons en onze kinderen.

 

Het is een beladen tekst: ‘God die voor de schuld van ouders de kinderen laat boeten’.

Heel wat gelovigen zijn op dergelijke teksten afgeknapt en hebben kerk en  geloof verlaten vanwege die strenge straffende God die zelfs kinderen en kleinkinderen laat boeten voor de fouten van hun ouders.

Ook al staat er óok bij: ‘liefde tot in het duizendste geslacht’ – veelvoudig meer dus dan het ‘boeten tot in het 3e en 4e geslacht, -.

liefde die oneindig blijft gelden.

Blijkbaar hebben we als kerk vooral de strenge, straffende God benadrukt.

En hebben we de Bijbeltekst te weinig in z’n context uitgelegd.

Iets waar goede Bijbeluitleg niet zonder kan.

 

Wat deze Bijbeltekst wil zeggen is dat wat wij doen, hoe wij leven, gevolgen heeft, ook voor onze kinderen en kleinkinderen, de generaties na ons.

We zijn verantwoordelijkheid voor de gevolgen onze levenswijze voor onze kinderen.

We hoeven de klimaatcrisis maar te noemen als voorbeeld.

Maar het geldt op allerlei gebieden van het leven.

Fouten van ouders, mishandeling, misbruik, kan lang doorwerken in het leven van een kind,

je niet kunnen of durven hechten aan anderen, onvermogen om mensen te vertrouwen,

en ook, zonder goede therapie, in dezelfde fout vervallen.

 

Onze kinderen en kleinkinderen zullen de gevolgen merken van hoe wij omgaan met vraagstukken van het klimaat, internationale conflicten, vluchtelingen, vrede.

Iedere generatie is product van de vorige generatie, van je opvoeding en de tijd waarin je leeft.

Zo wijst deze tekst ons op onze verantwoordelijkheid voor een goede toekomst voor onze kinderen en kleinkinderen.

 

Maar andersom, wat de tekst ook lijkt te zeggen: kinderen laten boeten, kinderen aankijken op, aanrekenen wat hun ouders fout hebben gedaan?

Dat is toch niet eerlijk?

Al doen wijzelf dat trouwens wel.

Na de oorlog: kinderen van NSB-ers die werden gepest, niet in bepaalde banen, bij de politie, mochten werken,

Oordelen over een kind: ‘dat is er ééntje van die en die, en dan weet je het wel’.

 

Maar …… er staat niet in de Hebreeuwse grondtekst dat God het derde en vierde geslacht laat boeten voor de schuld van de ouders.

Niet zoals de Willibrord vertaling zelfs zegt: ‘wreken’.

Er staat dat God de kinderen en kleinkinderen ‘bezoekt’, controleert.

God komt op huisbezoek, als een zorgzame pastor,

God komt op huisbezoek om te zien of de fouten van de ouders niet doorwerken en worden overgenomen door de kinderen en kleinkinderen.

Nog steeds maar ook zeker in die Bijbelse tijd was dat risico groot, men woonde toen vaak met vier generaties bij elkaar,

kinderen leerden het leven van ouders, en van groot-en overgrootouders, het goede maar soms ook minder goede en slechte gewoonten en daden.

Daartoe komt God als het ware op bezoek, om te onderzoeken of de lijn van het kwade  doorgaat óf dat het stopt.

 

De nieuwste uitgave van de Nieuwe Bijbelvertaling vorig jaar vertaalt de tekst dan ook anders:

Niet: ‘laat ik de kinderen boeten’, - voor de fouten van hun ouders -

maar: ‘roep ik hun kinderen daarvoor ter verantwoording’.

Ze worden bevraagd hoe zij, de kinderen en kleinkinderen, de volgende generaties omgaan  met de fouten van hun ouders en grootouders.

Ga ze op dezelfde voet verder of doen ze, leven ze anders?

 

Voor ieder van ons klinkt die vraag, iedere generatie opnieuw: ‘wie ben jij, wat doe jij, hoe sta jij in het leven?’

We kunnen ons niet verschuilen achter anderen, de erfenis, de fouten van onze ouders en voorouders.

Ook niet van de politiek, bestuurders, de wereldleiders.

‘Mens waar ben je?’, het is de eerste vraag die klinkt in de Bijbel, aan Adam als hij zich verstopt na het eten van de appel om geen rekenschap te hoeven afleggen, om de verantwoording voor zijn misstap te ontgaan.

Een vraag die steeds weer klinkt, voor ieder van ons, voor iedere generatie opnieuw:

‘Waar ben je? Wie ben je, wat doe je, neem je je verantwoordelijkheid?’

 

Zo bezoekt God de volgende generatie vanuit de erfenis, de daden van hun ouders en grootouders.

Niet om te straffen,

maar vooral als oproep tot omkeer, bekering mag je zeggen, inkeer en omkeer om het anders te doen dan de fouten van je voorouders.

Want: altijd is er de mogelijkheid tot herstel van de verbondsrelatie tussen God en de mens,

altijd weer opnieuw wil God ons uitnodigen, leren, inspireren de weg naar het goede leven te gaan,

immers: ‘Gods liefde is tot in het duizendste geslacht’, veelvoudig, voor eeuwig.

 

De tekst is niet gericht op wraak, maar op toekomst, op goede toekomst, voor alle geslachten.

Bezorgdheid tot in het derde en vierde geslacht, liefde tot in het duizendste geslacht.

De tekst wijst ons op onze verantwoordelijkheid voor onszelf en elkaar, voor de wereld, voor de geslachten na ons.

Verantwoordelijkheid om te werken aan vrede, aan een toekomstvolle wereld.

Dat kan alleen samen, in besef van verantwoordelijkheid voor elkaar, samen als generaties, als één ‘Generatie Vrede’.

 

Kwaad hoeft niet het laatste woord te hebben,

er is vanuit de geschiedenis, persoonlijk en als landen, volken in deze wereld, een nieuwe weg mogelijk.

Na oorlog een weg naar vrede, na gebrokenheid een weg naar heelheid.

Gods liefde tot in het 1000ste geslacht, oneindig!, vertelt ons van die mogelijkheid, van hoop dat liefde, dat vrede kan overwinnen.

Dat, hoe in het klein ook, het doen van liefde, samen werken aan vrede blijvende waarde heeft.  

 

 

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 4 December om 10:00 uur in

Informatie bij deze dienst:
Tweede zondag van Advent

Orde van dienst: zie hierboven bij Laatste Nieuws

Voorganger: ds. J. Korf uit Den Haag