Evangelielezing: Johannes 21: 1 - 14, 

  

En dan is het Pasen geweest.

De Opgestane is verschenen aan zijn leerlingen, tot drie keer toe:

aan Maria,  en daarna aan de leerlingen, eerst zonder, daarna met Tomas erbij.

Tomas die het niet van ‘horen zeggen’ kon geloven, maar eerst wilde zien en voelen.

 

En wij, na 2 jaar eindelijk op Paasmorgen weer een volle kerk, en samen zingen: ‘U zij de glorie, opgestane Heer’.

Maar inmiddels is Pasen weer voorbij.

Al is de kleur nog wit, de feestkleur, kleur van Licht, het gewone leven gaat weer verder.

Waarin eigenlijk niets is veranderd.

Het journaalnieuws brengt nog dezelfde berichten,

over de oorlog die zelfs voor het oosters-orthodoxe Pasen niet even ophield,

over de gevolgen daarvan: inflatie, stijgende energie en voedselprijzen waar vooral degenen met een kleine beurs en de arme landen last van hebben.

De klimaatcrisis, de #METOO verhalen, en zo kun je nog wel even doorgaan.

En dan is er nog je persoonlijke leven met ziekte misschien, verdriet, gemis, pijnlijke herinneringen.

Ook na Pasen niet echt iets veranderd.

 

En wat doe je dan?

Dan pak je je leven zo goed mogelijk weer op, zoals voor Pasen.

Weer aan het werk.

De leerlingen gaan weer vissen, er moet toch brood op de plank komen.

En zo moet het ook.

We zijn na Pasen niet wakker geworden in een andere, nieuwe wereld.

Het is dezelfde wereld waarin we worden geroepen om vanuit de boodschap van Pasen als opgestane mensen te leven,

de wereld van alledag, met alles wat daarin speelt, in je eigen leven en om ons heen,

in al het mooie, maar ook het donker en het droevige dat er nog steeds is,

het bedreigende en de doodsheid, de fouten waar we nog steeds in vervallen, teleurstellingen die je kunnen overkomen.

In die wereld en in dat leven zijn we geroepen om, vanuit de boodschap van Pasen, daarin staande te blijven en te leven, in en vanuit het licht van Pasen.

 

Hoe moeilijk dat kan zijn laat ons verhaal van vanmorgen zien.

De leerlingen vissen de hele nacht op de zee van Tiberias.

We weten dat ‘nacht’ en ‘zee’ in Bijbelse taal niet veel goeds betekenen, ze herinneren ons aan de aarde vóor de schepping: doods en donker.

De netten blijven dan ook leeg: ‘de hele nacht vingen ze niets’.

Hard werken en toch met lege handen staan.

 

Dit laatste hoofdstuk van het evangelie van Johannes is waarschijnlijk een latere toevoeging aan het evangelie.

Dat blijkt uit de laatste woorden van het vorige hoofdstuk die klinken als een afsluiting:

‘Jezus heeft nog veel meer wondertekenen gedaan die niet zijn opgeschreven, maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is en dat u door te geloven leeft in zijn naam.’

En in het laatste hoofdstuk 21 klinkt al iets door van de spanning tussen de latere gemeenten die vooral volgeling van Johannes dan wel van Petrus waren.

En er wordt al gesproken over de dood van Petrus en van Johannes.

Dit laatste hoofdstuk lijkt geschreven vanuit een later perspectief, vanuit de ervaring van de eerste christelijke gemeenten.

Met voor hen de vraag:

Hoe als christelijke gemeente, als gelovigen een aantal jaren na het leven van Jezus, na zijn dood en opstanding,

hoe te leven vanuit die boodschap van opstanding, in een wereld die niets veranderd is.

Nog steeds: onderdrukking door de Romeinen, zelfs toenemende vervolging en dreiging.

Hoe, vanuit de boodschap van het evangelie van Licht en nieuw leven,

daaraan vast blijven houden, te leven als opgestane mensen, de hoop vast te houden dat die boodschap steeds meer werkelijkheid kan en zal worden?

 

En is die vraag van die eerste christelijke gemeenten niet ook nog steeds onze vraag?

Voelt onze wereld, en misschien ook je eigen leven, niet ook soms als een nacht op een donkere zee waarin je ondanks je harde werken, uiteindelijk met lege handen staat.

Zoals de leerlingen na een nacht hard werken met lege netten in hun boot zitten.

 

Maar dan toch, na die nacht wordt het weer licht.

‘Toen het al ochtend werd’.

Zo klonk het ook op Paasmorgen toen de vrouwen naar het graf gingen.

En ook nu verschijnt Jezus, staand op de oever, al herkennen ze hem nog niet, net als Maria bij het graf Jezus niet herkende en dacht dat ze de tuinman zag.

 

Als de leerlingen die vreemdeling op de oever moeten toegeven dat ze niets hebben gevangen, zegt Jezus: ‘Gooi het net aan de rechterkant uit’.

Stuurboord zegt onze vertaling, maar de Griekse tekst vertelt: ‘de rechterkant.

En ook laat onze vertaling Jezus zeggen: ‘dan lukt het wel’, maar ook daar klinkt in het Grieks Bijbelser taal: ‘dan zul je vinden’.

‘Vinden’, dat wat je nodig hebt om te leven, aan de rechterkant.

 

Dus niet zomaar: aan de andere kant, probeer het eens op een andere manier, dan lukt het wel.

Maar aan de rechterkant, dan zul je vinden.

Normaal gesproken worden de netten aan de linkerkant uitgeworpen, want aan de rechterkant zit het roer.

Doe je dat niet, dan wordt de boot stuurloos.

Maar de leerlingen wordt nu dus gevraagd om het roer los te laten, aan die rechterkant het net uit te gooien en erop te vertrouwen dat ze dan zullen vinden.

De vreemdeling op de oever vraagt vertrouwen om hem hun koers te laten bepalen.

En ze doen het, én ze vinden, het net is overvol.

 

Die ‘rechterkant’ is ook weer Bijbelse taal.

Rechterkant, dat is in de Bijbel de goede kant, de kant van God, het beeld van Gods macht, van genade en zegen,

de plaats van Jezus na Hemelvaart ‘zittende ter rechterhand Gods’.

 

Door zijn opdracht ‘gooi het net aan de rechterkant uit’ laat Jezus zien dat er óok in deze wereld, ook in en na de nacht, en de zee, als je met lege handen staat,

dat er een ‘rechterkant’ is.

Gods kant.

Dat er meer te vinden is voor wie, misschien tegen alle logica in, durft te vertrouwen op die stem die klinkt op de oever van ons leven van iedere dag.

Ook in de nacht, ook op die donkere dreigende zee die in het dagelijkse leven om ons heen te zien is, ook als je het gevoel hebt met lege handen te staan.

Een andere Stem dan al die schreeuwende, kwetsende, haat zaaiende, oorlogszuchtige geluiden die om ons heen klinken.

De stemmen die klein maken, angst aanwakkeren, onzeker maken.

De ‘rechterkant’ is die andere stem die klinkt, de stem van liefde, en vergeving en aanvaarding,

Zoals verderop zal klinken voor Petrus die Jezus drie keer verloochende.

De stem van liefde waarin we de Opgestane kunnen herkennen.

Voor wie durft te vertrouwen op de woorden van Jezus, zijn koers durft te gaan.

De leerlingen luisteren naar die stem en vinden, een net vol vissen.

Tegelijk blijkt vis en brood al voor hen klaar te liggen als ze aan land komen en ze weer vaste grond onder de voeten vinden.

Genadegaven, het wordt ons al van Gods wege geschonken,

zoals vandaag voor ons brood en wijn om te ontvangen en te delen.

Voor wie durft te vertrouwen op die stem die ons zegt te leven en te werken aan de ‘rechterkant’, de kant van goedheid en liefde, en dat we dan zullen vinden,

de Opgestane zullen herkennen, en genoeg ontvangen om te leven en te delen.

 

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 29 Mei om 10:00 uur in

Informatie bij deze dienst:

Bijde orde van dienst:

Kleur: wit, kleur van Pasen, Licht, Koninkrijk van God

De naam van deze zondag na Hemelvaart is Exaudi: Hoor! naar Psalm 27: 7 Hoor mij, Heer, als ik tot u roep, en ook Wezenzondag, naar Johannes 14: 18 waar Jezus zegt: Ik laat jullie niet als wezen achter.

De komende weken lezen we uit het Bijbelboek Ruth.

Ouderling: Carla Izeren

Diaken: Peter Zwaneveld

Lector: Ellen Goeman

Orgel/Piano: Jelle Bakker

Orde van dienst: zie hierboven bij Laatste Nieuws

 



Voorganger: ds. Attie Minnema