Exodus 34: 4 – 9 

 

Een mooie én een lastige tekst vanmorgen, zeker voor een doopviering.

Móoi omdat het in Exodus 34 gaat over het sluiten van een verbond tussen God en zijn volk, dat past mooi, want ook de doop is het teken van het verbond tussen God en ons mensen.

Een verbintenis, een bijzondere band van wederzijdse trouw en liefde tussen God en ons en onze kinderen, dat vieren we in de doop.

Vandaag voor jullie kind, en daarin voor ons allemaal.

 

Maar dan die zin daarbij over God die ‘niet alles ongestraft laat en voor de schuld van de ouders de kinderen en kleinkinderen laat boeten, en ook het derde geslacht en het vierde’.

Dat roept het beeld op van een strenge, straffende God,

waar veel mensen last van hebben gehad in hun leven en om die reden zijn afgehaakt van kerk en geloof.

Een God die kinderen en zelfs klein- en achterkleinkinderen laat boeten voor wat ouders of grootouders fout hebben gedaan, kun je daarin geloven?

En: moet dat nou, in een doopviering?

 

Toch zou ik willen vragen nog even te blijven luisteren om misschien te horen dat dit toch wel een toepasselijke tekst is, óok voor een doopviering.

 

Onze tekst in Exodus gaat over God die zich verbindt aan zijn volk, toen was dat het volk Israël, maar wij geloven dat ook wij door Jezus daarin mogen delen,

dat God zich ook verbindt met ons en onze kinderen.

En als eerste klinkt daarbij Gods Naam.

‘De Heer daalde neer, kwam naast Mozes staan en riep de naam van de Heer uit’.

God komt naar Mozes, komt naar ons toe, is en blijft niet hoog verheven, ver boven ons, afstandelijk.

Maar komt naar ons toe, om naast ons te staan in ons leven en roept dan zijn naam uit.

Gods naam die betekent: Ik ben die ik ben, Ik zal er zijn’’, betrouwbaar aanwezig bij jou,

als een God die ‘liefdevol is, genadig, geduldig, trouw en waarachtig, die duizenden geslachten zijn liefde bewijst.

Die schuld, misdaad en zonde vergeeft.’

Zoals zijn naam het zegt, zo is God.

Een Engelse vertaling zegt heel mooi: Traag met boosheid en overvloedig in goedaardigheid.

 

Liefdevol en vergevend, genadig, daar begint het mee, dát is het allerbelangrijkste.

Daar spreekt een liefdevol en begrijpend Godsbeeld uit.

Daar kun je als ouder, vader of moeder, een mooi en inspirerend voorbeeld in vinden.

Liefdevol, geduldig zijn, niet te snel boos worden, en natuurlijk vergevend:

de deur die altijd open staat, je kind dat altijd weer welkom is, ook als het fouten, klein of groot heeft gemaakt.

Zo is God voor ons, altijd ruimte voor een nieuw begin.

Ook dat vieren we in de doop.

We zeggen dan dat de doop is ‘ter vergeving van zonden’,

daar kun je je bij zo’n klein onschuldig kind natuurlijk nog niets bij voorstellen, ‘zonden’.

Maar we mogen het vieren als een belofte:

wat er ook in ons leven gebeurt, ook de fouten, misstappen die we maken, - en wie niet? - altijd mogen we weer opnieuw, als nieuw met God verdergaan.

Daarvan is het water van de doop het teken.

Water reinigt, en als symbool bij de doop niet maar één keer, straks bij het doopvont,

maar altijd weer mogen we als een nieuw, als een nieuwgeboren mens voor God zijn.

En vandaaruit hopelijk ook voor elkaar, elkaar steeds weer vergeven en een nieuwe kans, een nieuw begin gunnen,

als ouders en kinderen, partners, familie, vrienden, gemeenteleden.

 

Op die liefde van God doet Mozes een beroep als hij in het laatste vers van onze lezing God vraagt om vergeving en het volk tot zijn bezit te maken.

En ‘bezit’ is dan niet iets waar je maar mee kunt doen wat je wilt, maar is veel meer bedoeld als eigendom waar je zorg voor draagt.

 

Mooi, prachtig.

Maar dan het volgende vers, dat daaraan helemaal tegengesteld lijkt.

Over God die ‘niet alles ongestraft laat en voor de schuld van de ouders de kinderen en kleinkinderen laat boeten, en ook het derde en vierde geslacht’.

 

God laat niet alles ongestraft,

niet alles wat wij doen en hoe wij leven, is maar goed, alsof het eigenlijk niet uitmaakt hoe je leeft.

Zoals je als ouder je kind soms ook, met en vanuit liefde, moet wijzen op iets dat niet goed is, het soms moet corrigeren,

om je kind het onderscheid tussen goed en niet goed te leren.

Zoals we in de samenleving ook straffen kennen voor overtredingen, kleine en grote, als een opvoedende functie en als een zekere genoegdoening of vergelding voor een overtreding, om het gevoel van rechtvaardigheid, voor zover mogelijk, te herstellen.

 

Maar kinderen, klein- of zelfs achterkleinkinderen laten boeten, dat is toch oneerlijk?

Hoe kun je kinderen aankijken op wat hun ouders fout hebben gedaan?

 

Overigens doen wij dat zelf wel vaak.

‘Dat is er eentje van die en die, dan weet je’t wel’.

Na de oorlog werden kinderen van NSB-ers daar vaak op aangekeken.

"Kinderen mochten met mij niet spelen, want ik deugde niet.", vertelt een 80+-er nog steeds met pijn en verdriet.

En zelfs was het soms onmogelijk voor een ‘NSB-kind’ om bij de politie of als militair te gaan werken omdat het onbetrouwbaar zou zijn.

Kinderen gestraft voor de fouten van hun ouders.

 

En het is waar dat soms fouten van ouders doorwerken en doorgaan bij de kinderen.

Wie als kind mishandeld of misbruikt is, heeft, zonder goede hulp, een groter risico om zelf ook in die fout te vervallen.

En ook, zonder zelf daarin te vervallen, kun je als kind de last daarvan, de schaamte, schuldgevoel en onzekerheid met je meedragen in je leven.

Of onvermogen om mensen te vertrouwen, je te hechten aan anderen.

Wie thuis nooit geknuffeld is, nooit heeft gehoord ‘ik hou van je’, kan dat soms later zelf ook moeilijker uiten naar eigen partner of kinderen.

 

Van de huidige generatie wordt vaak gezegd dat ze materialistisch zijn, denken dat alles maar gemakkelijk gaat in het leven, verslaafd aan hun mobiel zijn,

maar wie heeft hen opgevoed?

En onze kinderen en kleinkinderen zullen de gevolgen merken van hoe wij omgaan met vraagstukken van het klimaat, internationale conflicten, vluchtelingen, vrede.

Iedere generatie is product van de vorige generatie, van opvoeding en de tijd waarin je leeft.

Zo wijst deze tekst ons vooral op onze verantwoordelijkheid voor een goede toekomst voor onze kinderen en kleinkinderen.

 

Er staat trouwens niet in de grondtekst dat God het derde en vierde geslacht laat boeten voor de schuld van de ouders.

Er staat dat God de kinderen en kleinkinderen ‘bezoekt’.

God komt op huisbezoek om te zien of de fouten van de ouders niet doorwerken en worden overgenomen door de kinderen en kleinkinderen.

Nog steeds maar ook zeker in die Bijbelse tijd was dat risico groot, men woonde toen met vier generaties bij elkaar,

kinderen leerden het leven van ouders, en van groot-en overgrootouders.

De goede, maar soms ook de slechte gewoonten en daden.

Daartoe komt God als het ware op bezoek, om te onderzoeken of de lijn van het kwade niet doorgaat.

 

Heel de tekst is gericht op toekomst, op goede toekomst, voor alle geslachten.

Zorg tot in het derde en vierde geslacht, liefde tot in het duizendste geslacht.

Omlijst door het uitroepen van de naam van God:

Liefde, genade, geduld en trouw,

dat is God, die in de doop vandaag zijn naam ook uitroept over jullie kind: ‘Ik zal er zijn, liefdevol en trouw voor jou’, en zo voor ieder van ons.

Daardoor mogen wij ons gedragen weten en geïnspireerd worden om zo ook te leven met en voor elkaar.

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 24 Oktober om 10:00 uur in De Toevlucht

Informatie bij deze dienst:
Lezingen: Genesis 15: 1-6 en Johannes 8: 30-47

Ouderling van dienst: Astrid Driesprong

Voorganger: ds. A. Minnema
Ouderling van dienst: Jonathan Heiner