Evangelielezing: Johannes 7: 1 – 13, 

 

 

Het is fijn, nu het weer kan, om weer de kinderen en zo’n grote groep jongeren in de kerk te zien.

Tegelijk is het ook altijd een beetje confronterend.

Misschien denk je aan je eigen kinderen of kleinkinderen, die niet meer naar de kerk gaan.

Dat voelt toch altijd een beetje pijnlijk, als een gemis.

 

De aanwezigheid van de kinderen en de jongeren confronteert ons ook met de uitdaging om het geloof en het belang van kerk-zijn aan hen over te dragen.

Wat het voor jou betekent, geloven,

‘wat heb eraan?’ in hun woorden.  

De uitdaging om onder woorden te brengen wat jou in het geloof raakt en inspireert, ook voor je dagelijkse leven.

En dan zó dat het ook hen iets zegt en aansluit bij hun belevingswereld.

 

Afgelopen donderdag op de werkgroep eredienst, gisteren op de wijkkerkenraadsdag, hebben we daar ook met elkaar over gesproken.

Vanuit het afgelopen ander halfjaar met corona en wat je daarin van kerk en geloof door de beperkingen gemist hebt, was de vraag:

Wat zoek je, wat hoop je te vinden in geloof en geloven, in kerk en gemeente-zijn?

Het is de vraag wat geloven ten diepste voor je betekent.

 

Dat is nog niet zo gemakkelijk onder woorden te brengen.

Om verder te komen dan: het is fijn om elkaar te ontmoeten, samen te zingen, een interessante uitleg van een Bijbeltekst te horen, iets te kunnen doen en betekenen voor een ander.

Wat zoek je in geloof en geloven, wat heb je daarin nodig?

Daarna komt dan de vraag: hoe kunnen we dat in ons gemeentewerk en gemeente zijn vorm en inhoud geven.

We hopen daar volgende week op startzondag en het komend seizoen verder met elkaar  over te spreken, ook met het oog op ons kerkzijn de komende jaren.

 

Die moeite om te verwoorden wat geloof en geloven voor je betekent,

ligt voor een deel in de situatie dat we als kerk nog maar een kleine groep, een minderheid zijn in deze tijd en samenleving.

Geloven en lid van de kerk zijn is allang niet meer vanzelfsprekend.

Anderen zijn onverschillig, kritisch, negatief en afwijzend, soms zelfs kwetsend en veroordelend.

Ook de geloofsinhoud, de dogma’s, staan ter discussie.

We zien dogma’s steeds meer als producten van de tijd en cultuur waarin ze zijn ontstaan, en stellen daar onze vragen bij vanuit veranderd geloof- en levensgevoel.

Dat maakt geloven lastiger, maar misschien tegelijk ook rijker en dieper.

Je kunt niet meer meeliften met de gewoontes, vanzelfsprekendheden en, min of meer anoniem in de kerk zitten.

Je kunt bevraagd en uitgedaagd worden wat geloven voor jou persoonlijk betekent.

 

Die kerkelijke situatie was misschien in vorige eeuwen anders, toen de kerken nog voller zaten, maar tegelijk is het ook van alle tijden.

We kunnen het zelfs in onze lezing van vandaag herkennen.

Ook in de Bijbelse tijd rond Jezus: kritische en zelfs agressieve, vijandige blikken.

Jezus die niet naar Judea wil gaan omdat de Joden daar hem willen doden.

Jezus z’n broers geloven niet in hem, - later lezen we dat ook zij volgelingen worden.

Er zijn mensen die Jezus een goed mens vinden, maar anderen vinden dat hij het volk misleid en dat was in die tijd in Israël een zware beschuldiging waarop de doodstraf stond.

 

Die vijandigheid maakt dat Jezus zich verborgen houdt.

Eerst wil hij niet naar Judea gaan, gaat dan toch, maar niet openlijk, in het geheim.

Jezus is aanwezig, ook te midden van de vijandigheid, maar het is in verborgenheid.

 

Dit speelt zich allemaal af op het Loofhuttenfeest.

Het feest waarop de Joden herdenken dat het volk Israël 40 jaar door de woestijn trok, vanuit Egypte naar het beloofde land,

onder de bescherming van God, waarbij ze woonden in tenten of hutten.

Tijdens dit jaarlijkse Loofhuttenfeest maken de joden, nu nog steeds, een hutje met een open, rieten dak in hun tuin of op het balkon en eten daar, bij goed weer slapen ze erin.

Zo ervaren ze opnieuw hun kwetsbaarheid en afhankelijkheid van God.

 

Johannes noemt in vers 2 van onze lezing dit Loofhuttenfeest, maar niet met de Hebreeuwse naam Soekkot, maar hij benoemt het als het ‘feest van de tenten’.

Daarin klinkt het woord ‘tabernakel’, de tent waarin God in de woestijn bij het volk Israël woont.

Johannes gebruikt hetzelfde woord waarmee hij in het eerste hoofdstuk van zijn evangelie zegt: ‘het Woord is mens geworden en heeft onder ons gewoond’.

Letterlijk staat er: ‘het Woord heeft onder ons getent’, zijn tent opgeslagen’.

Door dat woord hier opnieuw te gebruiken tekent Johannes Jezus hier als tent, als  woonplaats van God,

in hem is God aanwezig ook midden tussen vijandigheid, al is het in verborgenheid.

 

Eigenlijk gaat de lezing van vandaag nog verder, Jezus komt tevoorschijn vanuit de verborgenheid en gaat toch naar de tempel om daar onderricht te geven.

Wat opnieuw tot discussies en vijandigheid leidt.

Maar Jezus houdt vast aan zijn boodschap, blijft trouw aan zijn opdracht woonplaats van God te zijn.

Gods Woord te laten klinken.

 

Misschien mogen we onze situatie als kerk en gelovigen daarin spiegelen.

Ook staand in een onverschillige, afwijzende en soms zelfs vijandige wereld.

Waarin wij maar een kleine groep vormen en zowel wij als kerk, als ook het besef en de aanwezigheid van God, soms erg verborgen lijken.

Maar in die herkenning mogen we dan ook inspiratie vinden om, in navolging van Jezus,  toch aanwezig te zijn.

Ook woonplaats van God te zijn, waar mogelijk Gods boodschap te laten klinken.

Ook als dat soms weerstand oproept.

De uitdaging om als kerk in de samenleving onze stem te laten horen,

om ook persoonlijk voor onze jongeren, de mensen om ons heen te laten zien en horen wie God voor ons is, wat geloof en geloven voor ons betekent.

Ook in óns kan God zichtbaar en hoorbaar zijn.

 

Ook in onze wereld kan Gods verborgenheid zichtbaar worden, waar wij woonplaats van God willen zijn, lichaam van Christus.

‘Waar woont God’, vroeg men de rabbi, ‘waar men hem binnenlaat’, was het antwoord.

 

Vandaag komt Christus naar ons toe, in brood en wijn.

Ook daarvan kun je zeggen ‘in verborgenheid’, in symbolische tekenen.

Maar die worden zichtbaar en tastbaar waar wij die tekenen ontvangen en delen,

Christus binnenlaten en daaruit leven: liefde, geborgenheid, barmhartigheid.

Waar wij het Woord dat mens is geworden onder ons woning geven.

 

En wie weet, zullen anderen, ook jongeren, zich gezien en gekend voelen,

daarin liefde en geborgenheid ervaren en inspiratie vinden.

En zich welkom en thuis gaan voelen, bij ons en bij God.

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 24 Oktober om 10:00 uur in De Toevlucht

Informatie bij deze dienst:
Lezingen: Genesis 15: 1-6 en Johannes 8: 30-47

Ouderling van dienst: Astrid Driesprong

Voorganger: ds. A. Minnema
Ouderling van dienst: Jonathan Heiner