Matteüs uit het lijdensverhaal. Jezus is gevangen genomen en door de hogepriesters naar stadhouder Pilatus gebracht om Jezus te laten veroordelen

Evangelielezing: Matteüs 27: 22 – 26,

 

Toespraak van Petrus tegen het volk, nadat Petrus een verlamde man heeft genezen, het volk is stom verbaasd  en vraagt zich af hoe Petrus dan kan doen, alsof het aan zijn eigen krachten en vroomheid te danken is. Dan spreekt Petrus tot het volk.

Lezing Handelingen 3: 13 – 19,

 

 

Voor de dienst stond op de beamer het schilderij De Witte Kruisiging van de joodse schilder Marc Chagall.

Met allerlei verschrikkelijke taferelen.

Donkere, dreigende luchten, een synagoge en huizen in brand gestoken,

vluchtende mensen in een bootje,

rechtsonder een vrouw met een kind tegen zich aangedrukt, een jood met de wetsrol in zijn armen en, zoals vaak bij Chagall op zijn schilderijen: een vluchtende jood.

En in het midden de gekruisigde Jezus, alsof in hem al dat lijden samenkomt.

Jezus is voor jood Chagall het oertype van de vervolgde en vermoorde jood.

Symbool van het lijden van het hele joodse volk.

Zijn dood aan het kruis is voor Chagall het begin van twintig eeuwen christelijke haat tegen de vermeende moordenaars van hun Messias.

Haat die zichtbaar is in alles wat er om de gekruisigde heen gebeurt.

 

Chagall heeft dit doek geschilderd in 1938, tijdens de opkomst van het nazisme en de groeiende dreiging van de Tweede Wereldoorlog.

Aanleiding was de Kristalnacht op 9 en 10 november, waarin Joden en hun bezittingen werden aangevallen, de nacht die wordt gezien als begin van de Holocaust.

De Jodenvervolging waarbij in heel Europa meer dan 6 miljoen Joden werden vervolgd en afgevoerd naar concentratiekampen om vermoord te worden.

 

De kleuren wit en geel zijn symbool van alle vervolgden.

Later heeft Chagall ook nog de gele kruisiging geschilderd.

Met geel als de kleur van het vuur waarin de vertrouwde wereld van voor de oorlog ten onder is gegaan, de kleur van brandende steden en dorpen in Europa.

 

Toch heeft Chagall ook altijd de hoop in zijn schilderijen verbeeld.

Altijd is er, hoe klein ook, een kaars te zien.

Of de Menora, de 7-armige kandelaar, symbool voor de verborgen aanwezigheid van God bij zijn volk.

De Thora, de wetsrol.

De ramshoorn als symbool van verlossing.

De ladder, in beide schilderijen, verwijst naar de Jacobsladder, als verbinding tussen hemel en aarde.

Het centrale witte licht dat vanuit de hemel schijnt over de gekruisigde Jezus en de slachtoffers, verbeeldt dat zij niet in het donker zullen verdwijnen.

De kleur groen is de kleur van de hoop.

 

Met zijn indrukwekkende schilderijen verbeeldt Chagall wat de gevolgen zijn van onze tekst  van vanmorgen.

‘Zijn bloed kome over ons en onze kinderen’, in de NBG vertaling.

In onze vertaling nu: ‘Laat zijn bloed ons dan maar worden aangerekend, en onze kinderen’.

Een tekst waarvan sommigen zeggen: ‘had die maar nooit in de Bijbel gestaan’.

Met deze tekst is het joodse volk veel ellende aangedaan.

In de 12 eeuw werden door paus Innocentius anti-joodse bepalingen ingesteld, hij zag de joden als zonen van degenen die Jezus hadden gekruisigd.

De kruistochten begonnen en in de Middeleeuwen en daarna mochten Joden geen lid  worden van de handwerkgilden en werden uitgesloten van openbare functies.

Ook toen al moesten joden een stuk gele stof op hun kleren naaien.

 

De reformatie bracht geen verandering.

Luther wilde de joden bekeren en waar dat niet lukte werd ook hij een felle vijand.

Ook de kerken deden mee in de veroordeling van de joden.

Zo vervolgde de geschiedenis zich  met discriminatie en uitsluiting, tot in de 2e Wereldoorlog de moord op 6 miljoen joden.

De Holocaust, wat oorspronkelijk ‘brandoffer’ betekent, of zoals de joden het noemen:

de Shoah: ramp of vernietiging.

En nog steeds is er, ook in ons land, geweld, zijn er af en toe aanslagen tegen bijv. joodse winkels en worden joodse scholen beveiligd.

 

In die geschiedenis heeft onze Matteüstekst van vanmorgen een grote rol gespeeld.

En er zijn nog steeds christenen die dit zo zien.

Halverwege de jaren ’80 werd het evangelisten echtpaar Lucas en Jenny Goeree

veroordeeld omdat ze, op grond van deze tekst, stelden dat de joden de Holocaust over zichzelf hadden afgeroepen.

 

Maar is dat terecht?

Wat staat er nu eigenlijk in deze tekst?

 

Matteüs vertelt het lijdensverhaal van Jezus en het is het moment waarop Jezus bij stadhouder Pilatus is gebracht door de hogepriesters en oudsten van het volk.

Ze willen dat Pilatus Jezus veroordeelt en ter dood brengt.

Als joden mochten ze dat niet zelf doen.

We weten denk ik allemaal hoe het verhaal gaat.

Pilatus oordeelt dat Jezus onschuldig is en zet hem naast de vrijheidsstrijder Barabbas.

Het was de gewoonte dat op het paasfeest één gevangene werd vrijgelaten en Pilatus wil het volk laten kiezen.

Als het volk schreeuwt dat Barabbas vrijgelaten moet worden en Jezus gekruisigd,

wast Pilatus zijn handen in onschuld: ‘Ik ben onschuldig aan de dood van deze man. Zie het zelf maar op te lossen’.

Pilatus neemt geen verantwoordelijkheid voor de kruisdood van Jezus.

Dan roept het volk: ‘Laat zijn bloed óns dan maar worden aangerekend, en onze kinderen’.

Vaak uitgelegd als zelfvervloeking door het volk, wat uitgelopen zou zijn op vervolging en vernietiging.

 

Het is waar dat Matteüs de joden hier schuldig verklaart aan de kruisdood van Jezus.

We lezen vaker bij Matteüs die beschuldigende toon voor de joden,

bijv. in de gelijkenis van het koninklijke bruiloftsmaal, waar de koning woedend reageert als de genodigden weigeren te komen,

hen zelfs laat doden en dan iedereen op straat laat uitnodigen voor het feest.

Matteüs schrijft zijn evangelie na de verwoesting van de tempel, als de kloof tussen  christenen en joden groter en scherper wordt.

Deze uitspraak in onze tekst: ‘zijn bloed over ons en onze kinderen’ lezen we alleen bij Matteüs, niet bij de andere evangelisten.

Matteüs beschuldigt hier het joodse volk van Jezus z’n dood.

Hij schrijft dan ook dat ‘Héel het volk roept ‘Laat zijn bloed ons en onze kinderen worden aangerekend’.

Terwijl op het niet al te grote plein voor het paleis van Pilatus waarschijnlijk maar een paar honderd mensen konden staan.

 

Zou zo’n kleine groep, een paar honderd mensen, het lot van het latere miljoenenvolk van de joden hebben bepaald?

Is God zo’n ‘wraakgod’, die miljoenen mensen laat boeten voor de woede van zo’n kleine groep?

Dat kunnen we ons toch eigenlijk niet voorstellen, dat willen we toch ook niet geloven?

 

Maar dat, zo’n zelfvervloeking is ook niet wat hier gebeurt.

Dat is veel te groot en te negatief opgevat.

Pilatus wast zijn handen in onschuld, hij neemt niet de verantwoordelijkheid voor de dood van Jezus op zich.

Dan roept het volk: ‘zijn bloed wordt óns en onze kinderen aangerekend’.

Die uitdrukking komen we vaker tegen in de Bijbel, bijvoorbeeld in het verhaal van de verspieders in Jericho die beloven dat Rachab en haar familie bij de val van Jericho gespaard zullen blijven.

Als iemand van hen toch gedood wordt, dan komt zijn bloed op het hoofd van de verspieders, dan zijn zíj daar verantwoordelijk voor.

 

Zo neemt de menigte op het plein van het paleis van Pilatus hier de verantwoordelijkheid voor de dood van Jezus op zich, in plaats van Pilatus.

Maar de menigte bedoelt dat niet tegenover God, maar tegenover Rome.

Als van hoger hand, vanuit Rome, het vonnis aangevochten wordt, dan is niet Pilatus, maar dan zijn zíj verantwoordelijk.

Aan een oordeel van God hebben ze hier helemaal niet gedacht,

de hogepriesters denken immers juist goed te doen in Gods ogen, omdat ze Jezus zien als een godslasteraar.

 

En daarbij:

We kennen toch ook de woorden van Jezus aan het kruis: ‘Vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen’.

Dat gold niet alleen voor de soldaten onder het kruis, maar voor iedereen die hem aan het kruis gebracht heeft.

Zou die voorbede van Christus niet krachtiger zijn dan het geschreeuw van een paar honderd opgehitste mensen op het plein bij Pilatus?

 

Paulus sluit aan bij die woorden van Jezus als hij in Handelingen 3, na de genezing van een verlamde man, tot het volk spreekt.

Eerst benoemt hij hun verantwoordelijkheid: ‘Jullie hebben Jezus uitgeleverd en verstoten, hem gedood.’

Maar dat heeft niet het laatste woord.  

‘Ik weet dat u uit onwetendheid hebt gehandeld, evenals uw leiders’.

En dan roep Paulus hen op: ‘Keer terug naar God om vergeving te krijgen voor uw zonden’.

Paulus wijst daarbij juist naar de weg die Jezus gegaan is, zijn dood aan het kruis en opstanding.

Het bloed van Jezus dat vergoten is, is geen bloed dat schreeuwt om wraak.

Het is bloed dat verzoent,

zoals wij volgende week bij het avondmaal weer mogen horen:

‘Het bloed van Christus vergoten tot vergeving van zonden, tot vernieuwing van ons leven.

 

Naar die vernieuwing van ons leven en van onze soms zo wrede wereld zijn wij,

als joden en christenen samen, als mensheid op weg,

in verbondenheid met elkaar.

En alleen zó in het spoor van Jezus

In vertrouwen op de liefde en genade van God voor ieder mens.

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 12 December om 10:00 uur in De Toevlucht

Informatie bij deze dienst:
derde Advent

Voorganger: ds. A. Minnema
Ouderling van dienst: Jonathan Heiner