Lezing Brieven: 1 Korintiërs 14: 26 – 40,

  

Vandaag de 3e themadienst over ‘teksten met grote gevolgen’.

De beide vorige diensten ging over actuele thema’s.

De vervloeking van Cham over de legitimering van slavernij, actueel vanwege de roep om excuses vanwege het slavernijverleden van ons land,

en om 1 juli tot een nationale feestdag ‘herdenking afschaffing slavernij’ te maken.

En actueel natuurlijk voor de nazaten van zwarte slaven als ze pijnlijk herinnerd worden aan dat verleden.

De 2e themadienst ging over de veroordeling van homoseksualiteit n.a.v. Leviticus 20: 13.

Ook een actueel onderwerp omdat acceptatie daarvan nog steeds niet algemeen is, er nog steeds discriminatie en homogeweld is, ook in ons land.

 

Maar hoe zit dat met de tekst en het thema van vandaag?

De zogenaamde ‘zwijgtekst’.

Is dat ook nog steeds actueel?

1 Korintiërs 14: 34, waar Paulus zegt dat ‘vrouwen gedurende uw samenkomsten moeten zwijgen’.

‘Niet spreken in een samenkomst, - van de jonge christelijke gemeente in Korinthe dus -,

ondergeschikt blijven en als ze iets willen leren moeten ze het thuis aan hun man vragen’.

 

Pas in 1959 in de hervormde kerk en 10 jaar later, 1969, in de gereformeerde kerk is de eerste vrouwelijke predikant bevestigd in het ambt.

In beide kerken waren toen nog maar één jaar vrouwelijke diakenen en ouderlingen mogelijk.

Maar inmiddels zijn in onze kerk en in een groot deel van onze Protestantse Kerk  vrouwelijke ambtsdragers heel gewoon.

Het kan heel goed gebeuren dat op een zondag hier in De Toevlucht alle dienstdoende ambtsdragers, inclusief de dominee, vrouw is – zoals ook vandaag.

En de wijkkerkenraad bestaat voor de meerderheid uit vrouwen.

Die écht niet zwijgen in de vergaderingen.

 

Tegelijk noemt het administratiesysteem van onze landelijke Protestantse Kerk nog steeds automatisch de man het hoofd van een pastorale eenheid met een man-vrouw relatie.

En vlak voor de zomer verscheen er een onderzoek met de vraag aan vrouwelijke predikanten in onze kerk of ze weleens seksisme meemaken in het werk als dominee.

Seksisme in de zin dat er onderscheid gemaakt wordt op grond van geslacht.

Daar kwamen heel wat reacties op van vrouwelijke dominees die zich ongelijk behandeld voelen vanwege hun vrouw-zijn door collega’s, gemeenteleden of vanuit het bestuur van de kerk.

Negen van de tien vrouwen heeft weleens iets vervelends meegemaakt wat je seksisme mag noemen.

Opmerkingen over kleding of uiterlijk, over de drukte in het gezin, opmerkingen die mannen niet of veel minder krijgen,

openlijke twijfel of ze het predikantswerk wel aan kunnen, dubbelzinnige opmerkingen, ongepaste aanrakingen.

Mannelijke collega’s die in een vergadering of e-mails met dominee worden aangesproken, en een vrouwelijke predikant vaak met ‘mevrouw’.

Mannen die de kerk uitlopen omdat niet van te voren was aangegeven dat de gastvoorganger een vrouw is.

 

Dus ja, de vraag naar de plaats van de vrouw in de kerk is nog steeds een actuele vraag.

In een aantal kerken is een vrouwelijke dominee, ambtsdrager of priester nog lang niet aan de orde.

En in bepaalde christelijke kringen heeft de man het in huis als gezinshoofd voor het zeggen, en kunnen vrouwen nog maar heel beperkt politieke functies bekleden.

In die zin is deze tekst van Paulus nog steeds een actuele tekst ‘met grote gevolgen’.

 

In onze gemeente en een deel van de Protestantse kerk ligt dat gelukkig anders,

en weer komt daarbij de vraag op: moeten we bij deze tekst van Paulus zeggen:

‘wij weten gelukkig nu beter dan Paulus, een man van zijn tijd die vrouwen minder belangrijk vond in de christelijke gemeente.’

Of is er meer over deze tekst en over Paulus te zeggen?

 

Paulus lijkt zichzelf af en toe tegen te spreken.

We kennen ook teksten zoals Galaten 3: 28 waarin hij zegt dat er in Christus geen mannen en vrouwen meer zijn – eigenlijk staat er ‘geen mannelijk en vrouwelijk’.

In geestelijke zin zijn mannen en vrouwen gelijk.

Uit de brieven van Paulus blijkt ook dat vrouwen op allerlei vlakken actief zijn in de gemeente.

Febe, Priscilla en Aquila, en vele anderen, Paulus noemt hen medewerkers in de dienst aan Christus en schrijft daar met waardering over.

Ook in deze zelfde brief aan Korinthe, in hoofdstuk 11, noemt Paulus dat ook vrouwen bidden en profeteren.

   

Zoals we natuurlijk ook weten dat onder de volgelingen van Jezus zich vrouwen bevonden: meerdere Maria’s, Johanna en Susanna. (Lucas 8:3)

De evangeliën vertellen dat niet alleen Zacharias maar ook Maria een lofzang zingt,

dat ook Hanna profeteert net zoals Simeon, dat vrouwen de eerste getuigen waren van de opstanding van Jezus.

En in de toespraak op het Pinksterfeest citeert Petrus de profeet Joël omdat

‘nu gebeurt wat Joël heeft aangekondigd:

Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, over al mijn dienaren en dienaressen zal ik mijn geest uitgieten’.

In Handelingen wordt verteld dat mannen én vrouwen zich bekeren, laten dopen en ook worden vervolgd.

In de eerste christelijke gemeente was volop ruimte voor vrouwen, ook daarom was het aantrekkelijk voor vrouwen om daarbij te horen.

 

Voorbeelden en teksten die in de kerkgeschiedenis minder aandacht hebben gekregen, en minder in de kerkelijke praktijk hebben doorgewerkt

waarschijnlijk vanwege de mannelijke dominantie in die eeuwen.

Die meer nadruk heeft gelegd op onze ‘zwijgtekst’ van vanmorgen.

 

Hoe moeten we die tegenstelling bij Paulus verklaren?

Dat hij zichzelf lijkt tegen te spreken.

 

Net zoals bij de 2 eerdere ‘teksten met grote gevolgen’ is het ook nu, zoals altijd, belangrijk om te zien in welke tijd en situatie de Bijbeltekst is ontstaan en opgeschreven.

 

Paulus schrijft zijn brief aan de gemeente in Korinthe,

een rijke Griekse havenstad waarvan de inwoners voornamelijk niet-joden zijn uit verschillende delen van het Romeinse Rijk.

Korinthe zouden we nu een multiculturele stad noemen, met veel verschillende culturen en godsdiensten.

In de jonge christelijke gemeente in Korinthe is, nadat Paulus eerder daaruit weer is vertrokken, veel verdeeldheid en onrust ontstaan en zelfs ruzie.

Scheuringen dreigen in de gemeente, Paulus noemt dat in het eerste hoofdstuk van zijn brief.

En het kon er blijkbaar nogal onrustig en chaotisch aan toe gaan in de samenkomsten van de gemeente,

zo erg zelfs dat mensen van buitenaf daardoor afgestoten werden om tot de gemeente toe te treden.

En door die onrust was er in de gemeente zelf ook weinig opbouw en verbondenheid.

 

Die omstandigheden maken dat Paulus hier in heel het gedeelte dat we hebben gelezen ‘beperkende’ aanwijzingen geeft.

Dat er maar twee, hoogstens drie in klanktaal, in tongen mogen spreken.

En dat daar iemand uitleg bij moet geven.

Dat er maar twee of drie mogen profeteren en dat anderen dat moeten beoordelen.

Dat er niet door elkaar gepraat moet worden.

Dus om de orde te bewaren in de samenkomsten van de gemeente.

‘Want’, zegt Paulus daarbij, ‘God is niet een God van wanorde maar van vrede’.

 

Het zwijgen voor vrouwen dat Paulus in vers 34 noemt staat in dat kader, om de orde in de samenkomsten te bewaren.

En uit zijn verduidelijking in vers 35 lijkt het ook vooral te gaan om vrouwen die tegen de fatsoensregels in om uitleg vragen.

Dat, zegt Paulus, moet thuis gebeuren, om de eredienst niet te verstoren.

 

Daarbij kun je je dan natuurlijk wel afvragen waarom dit zo nadrukkelijk alleen voor vrouwen vermeld wordt.

En dat spreken van vrouwen in een samenkomst hier zelfs een schande worden genoemd.

En ook op andere plaatsen en in andere brieven zoals Timoteüs, zegt Paulus dat vrouwen niet mogen onderwijzen of gezag over mannen mogen hebben,

dat vrouwen gehoorzaam en bescheiden moeten zijn.

 

Een verklaring daarvoor moeten we waarschijnlijk zoeken in de tijd en cultuur waarin Paulus en ook de eerste christelijke gemeente leefde.

Ze leefden midden tussen de joodse en de Grieks-Romeinse patriarchale cultuur, waarin mannen het voor het zeggen hadden.

Daarin doet Paulus zijn uitspraken.

Waarbij je kunt zeggen:

Als het niet heel gewoon was dat vrouwen volop meededen in de gemeente, in onderwijs en profeteren en bidden, - zoals Paulus ook meerdere keren benoemt, -

als dat niet eigenlijk heel gewoon was, dan had hij niet op bepaalde plaatsen zo heel nadrukkelijk aan hoeven te geven dat vrouwen dat niet mogen doen.

Toch doet Paulus dat ook, naast de ruimte die er was voor vrouwen om te spreken en volop mee te doen.

De reden om vrouwen dat op andere momenten te verbieden was waarschijnlijk juist die omringende mannelijke cultuur en samenleving en de daarin heersende moraal.

In Korinthe was dat vooral de Grieks-Romeinse cultuur.

Waarin de man het hoofd was, en het heel ongepast was dat vrouwen in het openbaar over een bepaalde zaak uitspraken deden.

Daarom, zegt Paulus, is het beter dan vrouwen in de christelijke gemeente zwijgen.

Om geen weerstand op te roepen in die niet-christelijke omgeving,

om lastering te voorkomen en zelfs vervolging, zoals in de jaren daarna steeds meer opkwam.

Dat was de reden voor Paulus om zich steeds meer aan te passen aan de tijd en cultuur waarin hij en de jonge christelijke gemeente leefde.

Om daarin geaccepteerd en getolereerd te worden.

 

Het zijn dus de culturele regels van die tijd die hier doorklinken, en geen goddelijke regels.

Het gaat om de gewoonten van die tijd en samenleving.

Onze tijd en cultuur is nu heel anders.

Met daarin – over het algemeen - gelijkheid van mannen en vrouwen, gelijke rechten en gelijkwaardigheid.

Dat is de tijd en cultuur waarin wij kerk zijn.

Waarin dus alle ruimte mag, en zelfs moet zijn voor vrouwen om hun plek ook in de kerk in te nemen en hun talenten te kunnen benutten.

Om ons als kerk ervoor in te zetten in de samenleving waar dat nog niet of minder aan de orde is.

Immers ook Jezus gaf, tegen de tijd en cultuur in, ruimte aan vrouwen in zijn gezelschap.

De evangeliën vertellen dat vrouwen erbij horen en getuigen zijn van Gods boodschap.

Hun aanwezigheid laat zien dat voor God ieder mens meetelt.

Dat we aan elkaar gegeven zijn.

Ik bij jou, jij bij mij,

elkaar tot spreken horen

samen, woord voor woord: taal die bevrijdt

 

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 12 December om 10:00 uur in De Toevlucht

Informatie bij deze dienst:
derde Advent

Voorganger: ds. A. Minnema
Ouderling van dienst: Jonathan Heiner