Evangelielezing: Marcus 1: 40 - 45

  

Het is vandaag Valentijnsdag, de dag van de liefde.

De muziek gekozen bij Valentijnsdag aan het begin van de viering over Gods liefde heeft ons al in die sfeer gebracht.

In het kader van Valentijnsdag in combinatie met de Bijbellezing van vanmorgen, kwam ik afgelopen dagen het boek tegen: ‘De vijf talen van de liefde’.

Ik ken het boek niet, maar de beschrijving van de inhoud was best interessant.

Hierbij een korte samenvatting, gevonden op Bol.com, doe er je voordeel mee als een kleine relatiecursus:

 

De schrijver Chapman zegt: mensen geven op verschillende manieren uiting aan hun liefde.

Er zijn, zegt hij, vijf algemene ‘talen’ van liefde.

We kunnen onze liefde laten blijken door:

het geven van het beste deel van onze tijd

door bemoedigende woorden

door cadeaus

door hulpvaardigheid

door lichamelijke aanraking.

Ieder mens heeft een eerste liefdestaal, de manier waarop je liefde het beste laat merken of ontvangt.

Soms spreekt onze partner een taal die wij niet verstaan, omdat onze taal van de liefde anders is.

Jij hebt bijvoorbeeld behoefte aan lieve, bemoedigende woorden, maar je partner denkt dat een lekkere maaltijd je wel goed zal doen.

Of je partner wil graag dat je meer tijd voor hem of haar hebt, maar jij denkt dat een bos bloemen wel op zal fleuren.

Het is dus belangrijk om de taal van de liefde van je partner te leren begrijpen.

En ook om jezelf in de andere talen van de liefde te oefenen.

 

Dat geldt ook in andere relaties, ouders en kinderen, in vriendschappen, dat het belangrijk is elkaars taal van de liefde te herkennen.

Bij ons thuis was het niet gebruikelijk dat je als ouders heel vaak tegen je kinderen zei ‘ik hou van je’, zoals je dat nu veel vaker zegt en hoort.

Maar mijn vader was wel altijd aan het klussen, stond altijd klaar om te behangen of mij wéer naar een andere studentenflat te verhuizen: de liefdestaal van hulpvaardigheid.

Het doet jezelf goed als je dat leert zien en verstaan.

 

Dat geldt ook voor het kerkenwerk, waarin gemeenteleden soms aangeven: ik ben meer een doener of juist een prater.

Ook in het kerkenwerk kun je op verschillende manieren je betrokkenheid, je naastenliefde, vorm geven.

Ambtsdragers en veel gemeenteleden geven een groot deel van hun tijd aan het kerkenwerk.

Pastorale ouderlingen en bezoekers delen bemoedigende woorden, zoals ook andere gemeenteleden door middel van een kaartje of telefoontje, juist in deze tijd belangrijk.

Kerkrentmeesters, beheerders, schoonmakers, kerkbodebezorgers, kerkbalanslopers geven tijd en hulpvaardigheid.

En ook worden er af toe ‘cadeaus’ - tussen aanhalingstekens - gegeven: collecte, materiële hulp aan wie het nodig heeft, zoals bijv. in de voedselbank.

 

In veel kerkenwerk lopen al die talen vaak door elkaar heen.

Maar zonder al die inzet, zonder al die ‘liefdestalen’ kunnen we niet.

Ook naar de jongeren toe, al moeten we dan af en toe onze ‘taal’ wel een beetje aanpassen.

Daarom zijn we ook blij dat Yuri vandaag als jeugdouderling verlengt, hij/jij blijkt de taal van de jongeren goed te spreken, ook online.

Maar het mag ook weer een keer ophouden, of anders worden, de inzet in het kerkenwerk, daarom is het ook goed dat er weer een moment van afscheid en rust komt, zoals vandaag voor Ada en Karel.

 

Maar als het gaat over de taal van de liefde, dan is er volgens het boek van Chapman nog de vijfde taal: lichamelijke aanraking.

Dat ligt in het kerkenwerk en ook in andere relaties bijv. op het werk, wat lastiger.

Zeker in deze tijd van #Metoo en na de misbruikschandalen in de kerk en andere organisaties.

 

Maar iedereen kent de kracht van een hand op je schouder als je het moeilijk hebt.

De troost die van een handdruk uit kan gaan, bij een bezoek, bij het condoleren na verlies.

Of, als je elkaar goed kent, het troostende van een omhelzing of een zoen.

Nu dat in deze coronatijd niet kan, proberen we dat ook lichamelijk uit te drukken door een groet met je hand op je hart of een boks of elleboogje.

 

Tegelijk is het bij aanraking, een zoen, belangrijk om altijd jouw grens en de grenzen van een ander daarin te respecteren.

En natuurlijk de algemeen geldende regels van respect, wat hoort en niet hoort of gepast is.

Om iemand niet te kwetsen of te beschadigen.

Altijd is het goed te bedenken: wat voor de één wel kan en passend is, kan voor een ander misschien niet.

Vanuit wat je gewend bent, prettig vindt, of vanuit, soms pijnlijke, persoonlijke ervaring.

 

Altijd is het goed om je af te vragen waarom je de ander aanraakt, wat je hem of haar daarin  mee wilt geven of laten voelen.

Of je daarmee werkelijk de taal van naastenliefde spreekt.

 

Over aanraken gaat het ook in het Bijbelverhaal over de melaatse man.

Er staat nadrukkelijk: ‘Jezus raakte hem aan’.

Zoals in de lezing vorige week bij de schoonmoeder van Simon Petrus staat: ‘Jezus pakte haar hand’, ook aanraking dus.

Bij de man vandaag, met huidvraat, melaatsheid, is dat op zich al bijzonder genoeg,

want huidvraat werd gezien als een besmettelijke ziekte waarvoor nog geen behandeling was.  

Bij deze, en ook andere ziektes, moest je afstand houden, om niet zelf ook onrein te worden.

Een melaats moest zelfs zelf roepen: ‘Melaats’ om mensen op afstand te houden, en moest buiten de gemeenschap blijven, als een uitgestotene, iemand die er niet bij hoort.

 

Maar de man roept niet ‘melaats’, hij gaat naar Jezus toe.

Overschrijdt de grens van wat mag, heeft de moed om de voorschriften te overtreden.

Belangrijker dan die regels is dit ene moment waarin zijn leven kan veranderen.

Moedig, met de durf te hopen op medelijden, barmhartigheid, begrip.

 

Ook Jezus gaat een grens over, niet de grenzen van de man, maar de grens van regels en voorschriften – soms mag, moet dat als het om barmhartigheid gaat.

Jezus houdt geen afstand maar strekt zijn hand uit en raakt de man aan.

Dat is misschien al het eigenlijke wonder:

Jezus die zich niet afkeert, zoals de andere mensen doen, maar met de taal van liefde en barmhartigheid antwoord geeft op de nood van de man, mededogen heeft.

Hem laat voelen: ‘jij mag er zijn’.

Jezus raakt hem aan en deelt zo zijn leven, zijn kracht, liefde met de man.

En dat is genezend, innerlijk helend.

‘Ik wil het, wordt rein’ : – jij hoort erbij, jij heel mens, jij kind van God.

            Heer, raak mij aan met uw adem,

mijn onrust zodat ik rust weer vind.

            Al mijn wonden heelt Gij: Gij ziet in mij uw kind.

 

Meteen verdwijnt zijn huidvraat en de man is rein.

Kan weer mens zijn, meedoen in de gemeenschap.

Jezus stuurt hem naar de priester, om in het heiligdom zich aan God en aan de mensen te laten zien wie hij is: een door God geschapen mens.

 

Durven wij die taal van de liefde te spreken?

Of houden we liever afstand bij lijden en verdriet?

Bang voor verdriet of boosheid?

Uit aarzeling of verlegenheid omdat we niet weten wat te zeggen, bang het verkeerde te zeggen?

Afstand, waardoor we de ander nog meer buitensluiten en alleen laten in eenzaamheid.

 

Durven we de taal van de liefde te spreken die mensen raakt en uitnodigt?

 

God spreekt die taal tot ons: ‘Gij ziet in mij uw kind’.

Om zo elkaar te zien en aan te spreken.

‘Raak mij aan met uw adem,

Geest die mijn ogen opent voor wie naast mijn staan’.

 

Daartoe worden ambtsdragers, daartoe zijn wij allemaal gezegend en aangesproken met de taal van Gods liefde.

 

 

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 28 Februari om 10:00 uur in De Toevlucht

Informatie bij deze dienst:
Tweede zondag van de 40 dagentijd
Thema: 'Levensweg': Tussen hemel en aarde

Lezingen: 1 Koningen 19: 9 - 18 en Marcus 9: 2 - 10

Voorganger: ds. A. Minnema
Ouderling van dienst: Wilma Ottenkamp