Evangelielezing: Matteüs 11: 25 - 30

 

‘Dit is de dag waarop de arbeid rust.

 De handpalm is geopend naar het licht’.

Zinnen uit de tekst van Ida Gerhard die we lazen aan het begin van deze viering.

Een gedichtje waar één en al rust uit spreekt:

‘Het licht begint te wandelen door het huis en raakt de dingen aan’,

een prachtig beeld voor een verstilde ochtend waarin langzaam het ochtendlicht je huis vult.

Sfeer van rust en stilte, waarin je je langzaam kunt openen voor de dag die voor je ligt.

Voor de zondag, de mensen die je zult ontmoeten, voor je werk, school, je bezigheden.

 

Die rust is, denk ik, wat Jezus bedoelt als hij in onze lezing van vandaag zegt:

‘Kom tot mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, ik zal je rust geven.’

Het is de rust waarin je tot je bestemming kunt komen, op adem komt, jezelf kunt zijn of steeds meer worden, samen met de mensen om je heen.

De Sabbathsrust, zoals de joden die kennen op de 7e dag omdat God rustte op de 7e dag van zijn scheppingswerk.

Dat is mooi, maar het is ook mooi dat wij, als christenen, de 1e dag van de week onze rustdag, zondag kennen.

Als dag van de opstanding,

maar ook, als je kijkt naar het scheppingsverhaal, kun je zeggen dat de rustdag de eerste dag is die de mens meemaakt.

De mens immers geschapen op de zesde dag, en daarna volgt meteen de 7e dag, de rustdag.

Mensenleven begint met rust, tijd en ruimte om te genieten van al het goede van de schepping.

 

 

‘Kom tot mij en ik zal je rust geven’.

Het is mooi dat we, in de onrustige tijd waarin wij leven,

vandaag rond deze tekst weer voor het eerst met méer samen kunnen zijn, en ook  het avondmaal vieren.

En dan ook nog ‘aan tafel’.

Het ‘coronavirus’ is de aanleiding en de reden, maar het ís heel passend om vandaag avondmaal ‘aan tafel’ vieren.

Dit keer niet lopend, wat een mooie vorm is: uitgenodigd door God zelf opstaan en in beweging komen.

Maar vandaag vieren we de maaltijd zittend, als het ware bij God, bij Jezus aan tafel, zoals Jezus het avondmaal vierde met zijn leerlingen.

Een vorm van avondmaalsviering waarin je vooral rust kunt ervaren.

 

Het zal niet altijd lukken in drukke gezinnen, of als je altijd alleen eet,

maar hopelijk zijn er ook gelegenheden waarbij de maaltijd echt een moment van rust is, van  samen zijn, tijd voor elkaar, gesprek.

Want juist het samenzijn, in gesprek met elkaar maar ook beiden in stilte een boek lezend,

het gevoel van samenzijn kan rust geven.

Hopelijk ervaart u thuis ook de rust om mee te vieren,

maar ik denk dat u, jij die vandaag sinds maanden weer voor het eerst hier in De Toevlucht bent, juist ook rust ervaart in dit samenzijn.

Samenzijn, verbondenheid met elkaar, kan rust geven, geborgenheid.

Wat we de afgelopen maanden toch erg hebben gemist en nu langzamerhand weer wat meer kan.

 

Ik denk dat dat is wat Jezus bedoelt als hij zegt: ‘Neem mijn juk op je’.

Wij denken bij ‘juk’ aan het melkmeisje met een houten balk op de schouders met daaraan twee emmers melk of water: ‘Twee emmertjes water halen’.

Een juk waardoor je meer en zwaardere last kunt dragen.

Maar het juk in oosterse landen was een balk met daaronder bijv. twee ossen die met z’n tweeën één kar of ploeg te trekken.

Dus juist om een last samen te dragen, te verdelen: Samen sta je sterk.

Dat is een heel ander beeld van een juk.

Het gaat er niet om dat je in je eentje extra veel kunt en moet sjouwen, maar dat je met z’n tweeën die ene last samen draagt.

Als Jezus zegt: ‘Neem mijn juk op je’, is dat geen oproep om de last van Jezus te dragen, maar Jezus bedoelt juist om de last van jouw leven, je zorgen, je verdriet misschien, dat wat jou vermoeit en belast, om dat samen te dragen.

Zoals we vandaag vieren in het avondmaal, in het delen van brood en wijn,

Dat Jezus in zijn leven en sterven de last van ons leven heeft gedeeld en gedragen.

En als Jezus in de lezing vandaag zegt: ‘Leer van mij, ik ben zachtmoedig en nederig van hart’,

dan worden we uitgenodigd om die levenshouding van hem te leren,

en ook elkaars leven en de lasten daarin, met elkaar te delen.

 

Dat is het juk waar Jezus over spreekt.

De joden spreken over het ‘juk van de tora’, de joodse wet, maar meer dan het precies houden van allerlei geboden en geloofsregels,

gaat het om de levenshouding van onderlinge liefde en verbondenheid en daarin leerling van Jezus te worden.

Paulus gebruikt in de brief aan de Filippenzen hetzelfde woord waar hij zegt:  ‘u trouwe vriend, vraag ik hen te helpen’.

Letterlijk staat er: ‘jij trouwe medejukdrager’.

Jij broeder, zuster, iemand met wie je je verbonden voelt, vriend, vriendin, in wie je het vertrouwen hebt dat je bij hem of haar terecht kunt als je zorgen of verdriet hebt.

 

‘Kom tot mij, zegt Jezus, leer van mij, zachtmoedig en nederig, dan zul je rust vinden’.

Die rust is niet een permanent ‘Feelgood gevoel’,

zo is het leven niet, zo was ook het leven van Jezus niet, daarin was ook verdriet en tegenstand, woede, zelfs verlatenheid en lijden.

Rust is innerlijke rust, vertrouwen, ook als er moeite, verdriet of zorgen in je leven is.

Vertrouwen dat je daarmee terecht kunt bij God en hopelijk bij mensen om je heen die ‘medejukdrager’ willen zijn.

Dat je je daarin gezien voelt met de ogen van Jezus, in elkaars ogen,

waarin je de ogen van God mag herkennen, ogen vol zachtmoedigheid en liefde.

In die liefde mogen we ons gedragen voelen, en daarin ook elkaar dragen.

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 4 Oktober om 10:00 uur in De Toevlucht

Informatie bij deze dienst:
Lezingen: Daniël 6: 1-29 en Matteüs 21: 33-43.

Voorganger: ds. A. Minnema