Week 42 - Uit de Kerk op Ypenburg - Noach bouwt een ark

Uit de Kerk op Ypenburg

Noach bouwt een ark.

door: ds. Attie Minnema

Afgelopen week is de Bijbel in Gewone Taal uitgekomen. Tien jaar geleden werd de Nieuwe Bijbelvertaling gepubliceerd (in ‘hedendaags Nederlands’), vorig jaar kwam de Bijbel in Straattaal uit en tussendoor heeft iemand ook nog de hoofdstukken van de  Bijbel samengevat in Tweets: berichten van 140 tekens verspreid via Twitter.

De Bijbel is ‘in’ zou je kunnen zeggen, of ‘hot’, of ‘cool, - of hoe je dat tegenwoordig ook maar zegt in taal van nu. De verkoopcijfers liggen ook nog eens hoog. De Nieuwe Bijbel vertaling stond een tijdlang hoog in de top 10 en de 1e oplage van de Bijbel in Gewone Taal was binnen enkele dagen uitverkocht.

Het uitgangspunt van de Bijbel in Gewone Taal is dat VMBO leerlingen de taal moeten kunnen begrijpen.  Een aantal van hen hebben meegelezen met het vertaalwerk. En als deze jongeren bepaalde woorden niet begrepen of kenden dan was de vertaling nog niet begrijpelijk genoeg.

De Bijbel in Gewone Taal roept veel enthousiaste reacties op omdat de taal, het verhaal direct begrijpelijk is. Je hoeft je als lezer(s) niet eerst af te vragen wat er bedoeld wordt, maar men kan direct de inhoud snappen en daar over in gesprek gaan.

Natuurlijk is er ook kritiek op de Bijbel in Gewone Taal mogelijk. Bepaalde woorden met theologische betekenis zijn verdwenen. Noach bouwt geen ark meer maar een boot. Theologisch legde de ark van Noach een verband met het biezen mandje van Mozes waardoor Mozes door de dochter van de Farao in Egypte gered en opgevoed wordt. Voor de ark van Noach en het biezen mandje van Mozes wordt hetzelfde hebreeuwse woord gebruikt. Dat verband is in de Bijbel in Gewone Taal verdwenen.

Dat kun je natuurlijk jammer vinden, natuurlijk mist de lezer dan iets van de diepere betekenis van het Bijbelverhaal. Maar voor jongeren, voor iemand die, misschien wel voor het eerst, met de Bijbelse verhalen kennismaakt gaat het nog niet om die diepere laag van het verhaal. Bijbellezen, geloven begint (kan beginnen) met het leren kennen van de Bijbelverhalen en als deze Bijbel in Gewone Taal een drempel weghaalt voor mensen, jongeren om in de Bijbel te gaan lezen dan heeft ook deze Bijbelvertaling een zinvolle en nuttige functie en beantwoordt de vertaling aan zijn doel. En het doel is uiteindelijk dat men de liefde van God leert kennen, leert vertrouwen en geloven.

Of met de woorden van 1 Korintiërs 13: 13 in Gewone Taal:

‘Dit is dus waar het om gaat: geloof, vertrouwen en liefde. Dat moet steeds het belangrijkste in ons leven zijn. Maar het allerbelangrijkste is de liefde.’

Wie dat begrijpt en leeft, heeft de boodschap van de Bijbel begrepen. Welke taal je verder ook spreekt.

Week 40 - Uit de Kerk op Ypenburg - Gratis?

Uit de Kerk op Ypenburg

Gratis?

door: ds. Attie Minnema

Als je iets organiseert, een lezing, een bijeenkomst, dan is het beter om entree te vragen, want als iets gratis is dan kan het, zo lijkt de algemene mening, niet veel voorstellen. Iets wat (veel) geld kost is waardevol en dat wil je hebben, daar moet je bij zijn of deel van uitmaken. Daarom is het beter, zo lijkt het, als je iets organiseert, om entree te heffen, dat maakt de bijeenkomst of de gebeurtenis begeerlijker om bij te zijn en dan kun je als organisator meer mensen verwachten.

Gratis kan ook vaak bedrog zijn en argwaan oproepen. Bij een aanbod via internet dat iets gratis ontvangen kan worden, leidt vaak tot een hoop mails met allerlei aanbiedingen waar je, voordat je het weet, aan vast zit. Er is weinig echt gratis in onze samenleving.

Wat dat betreft lijkt de kerk nog erg achter te lopen, niet van deze tijd te zijn. De kerk organiseert allerlei dingen, vieringen, bijeenkomsten, activiteiten die in principe gratis zijn. Iedereen kan een kerkdienst bezoeken en al wordt er een collecte gehouden, niemand is verplicht om daar iets in te doen. Dat wordt niet gecontroleerd. En wie lid is van een kerkgemeente kan dat geheel gratis zijn. Er is jaarlijks een actie voor een vrijwillige bijdrage maar ieder kerklid kan zelf bepalen of en hoeveel hij of zij daar aan bijdraagt.

Ja, in de kerk kennen we zelfs een woord, een heel centraal woord in het geloof, dat eigenlijk ‘gratis’ betekent: Genade. Een woord dat iedere zondag weer klinkt in de zegen aan het einde van de kerkdienst: ‘God is ons genadig’. En vaak klinkt de uitspraak dat wij mogen leven van Gods genade: God die ons zijn liefde geeft, die ons vergeeft wat we fout hebben gedaan, uit: genade.

Genade betekent inderdaad ‘gratis’, ‘om niet’. We hoeven daar geen tegenprestatie tegenover te stellen waar Gods geschenk van liefde en vergeving van afhangt. Al mag je wel weer zeggen dat wie ontvangt ook kan geven: als wij Gods liefde ontvangen, kunnen we daar ook van uitdelen door liefdevol met elkaar om te gaan.

Natuurlijk heeft ook een kerk en een kerkelijk gemeente financiën nodig, om het kerkgebouw te kunnen onderhouden, om dominee of kerkelijk werker te betalen, om activiteiten te organiseren en daarbij een warme ruimte te leveren en koffie te kunnen schenken. Maar ook voor wie een kleine vrijwillige bijdrage te zwaar weegt, diegene is altijd welkom in de kerk om mee te doen in de vieringen en de andere activiteiten. Omdat wij geloven dat wij leven vanuit Gods genade en we dat ook willen doorgeven. Want al is het dan ‘om niet’, Gods genade is waardevol en de moeite waard om te ontvangen en te delen met elkaar. Daarop zullen we als kerk en als gemeente nooit bezuinigen.

Week 38 - Uit de Kerk op Ypenburg - Dominees boordje

Uit de Kerk op Ypenburg

Dominees boordje

door: ds. Attie Minnema

De laatste tijd wordt in de PKN, de Protestantse Kerk in Nederland, af en toe de discussie gevoerd of dominees een predikantenboordje zouden moeten dragen, zoals katholieke geestelijken soms een priesterboordje hebben, om zo beter herkenbaar te zijn als dominee.

Een priesterboord is een (stukje) witte, staande kraag in of op het overhemd of blouse.

De discussie is begonnen door een ludiek bedoeld tip vanuit de PKN: ‘Doe eens gek, draag een boordje’. Enkele collega predikanten zijn toen, bij wijze van proef, begonnen zo’n boordje te dragen. Met als argumenten: Een boordje verhoogt de herkenbaarheid, (bijna) iedereen herkent je direct als dominee (of geestelijke) en je bent dus als zodanig aanspreekbaar, ook als je door de straat fietst, in de winkel loopt om boodschappen te doen of op een bijeenkomst aanwezig bent. Je bent immers “altijd predikant. Het is geen negen-tot-vijf-baan. Het is deel van mijn wezen”, aldus één van de betreffende dominees.

Reacties die de dominees krijgen is dat het vertrouwenwekkend is, dat het mooi is dat je zo voor je geloof uitkomt. Maar ook dat een collectant die aan de deur komt dan wel verwacht dat je iets geeft voor de collecte of donateur wordt. Of iemand anders reageert met “dat het meer zal afstoten van het christendom”, en het kan ook iets weg hebben van ‘Kijk eens hoe ik het doe!’

Het domineesboordje roept ook vragen op: Ben je 24 uur per dag dominee en moet je en wil je voortdurend zo herkenbaar en dus ook aanspreekbaar zijn? Ook als je bijvoorbeeld privé en in je vrije tijd op het sportveld staat te kijken, aan het winkelen bent of naar de bioscoop gaat. En wat vinden (eventueel) je partner en je kinderen daar dan van?

We willen dat de kerk zichtbaar is in de samenleving. En moet je daar dan als dominee niet aan mee doen? Maar wordt wie je bent, je identiteit als dominee, toch niet meer bepaald door je doen en laten dan door je kleding en je uiterlijk?

Dominees hebben in onze streken en ons deel van de Protestantse kerk het zwarte pak gelukkig uit kunnen doen en ‘gewone’ kleding is daarvoor in de plaats gekomen: een trui of overhemd, een nette (spijker)broek, soms een jasje en (voor mannen) een stropdas, afhankelijk van de gelegenheid. Willen we terug naar ‘maatkleding’ voor de dominee?

Op bijgaande foto kunt u zien hoe het dragen van een boordje eruit zou kunnen zien. Het valt niet tegen maar of ik er na al die jaren nog aan zou beginnen? Ik weet het niet. Ik ben benieuwd naar reacties.


Week 33 - Uit de Kerk op Ypenburg - Kommertijd

Uit de Kerk op Ypenburg

Kommertijd

door: ds. Attie Minnema

Nee, de titel is geen schrijffout. Ik weet dat de zomer meestal bekend staat als komkommertijd. Een tijd waarin vaak weinig gebeurt wat betreft het nieuws of activiteiten van verenigingen, clubs e.d. De kranten zijn dan ook vaak een stuk dunner, in het journaal wordt de tijd deels gevuld met de zomerkolom met leuke nieuwtjes uit andere landen, en ook het kerkelijke leven staat, behalve de zondagse vieringen, even op een lager pitje.

Maar dit jaar geen komkommertijd. Het is eerder een ‘kommertijd’, een tijd om ons over veel zaken in de wereld te bekommeren. Zaken en gebeurtenissen die weliswaar verder weg gebeuren maar waar wij ook volop mee te maken hebben.

De onrust in Oekraïne kwam plotseling heel dichtbij door het neergehaalde vliegtuig met honderden slachtoffers, waaronder heel veel Nederlanders.

De verkilling tussen Rusland en het westen en de sancties en boycot door Rusland brengt veel Nederlandse bedrijven in de problemen, vooral groente en fruittelers maar ook in andere sectoren.

En hoe zal dit verder uitwerken in het evenwicht tussen oost en west dat zo moeizaam opgebouwd was na de Koude Oorlog?

De oorlog tussen Israël en Hamas roept ook in ons land onrust op en demonstraties en betekent meer angst voor joodse gezinnen.

En ook het Ebola-virus is, in ieder geval voor wie veel over de wereld reist, een zorgelijk iets.

Er is veel in de wereld om ons over te bekommeren, om ons zorgen over te maken. Niet alleen vanwege het leed dat zoveel mensen treft, maar ook omdat het dichtbij komt, zoals de genoemde voorbeelden laten zien. De wereld is meer dan ooit met elkaar verbonden, we zijn allemaal wereldburgers of je het zelf zo voelt of niet.

En tegelijk kun je daarover een groot gevoel van machteloosheid hebben, het gebeurt allemaal zo ver weg,  buiten ons om en toch heeft het effect op ons leven. Maar tegelijk kunnen wij er weinig aan doen. ‘Ze’, de regeringsleiders doen wat zij willen, soms heb je het gevoel dat er een spel met de wereld en dus met ons wordt gespeeld. Waarbij niet aan ons wordt gevraagd wat wij ervan vinden.

Wat wij kunnen doen is ons blijven bekommeren om al die mensen, mensen zoals wij, vaders, moeders die in angst leven. En dat kunnen we doen door mensen en organisaties te steunen die proberen bij te dragen aan het stoppen van het geweld en proberen leed te verzachten door hulp te bieden. Deze organisaties zijn geholpen met onze steun, financieel, in meeleven en gebeden, ook als teken van onze solidariteit. En wij, op onze plek, kunnen proberen om genuanceerd te blijven denken en praten, niet mee te doen in zwart-wit denken en vooroordelen. En hopelijk is het in die zin het hele jaar ‘kommertijd’.

Week 31 - Uit de Kerk op Ypenburg - Klokgelui

Uit de Kerk op Ypenburg

Klokgelui

door: ds. Attie Minnema

De afgelopen dagen, bijna al weer twee weken, is ons land in de ban van de vreselijke vliegtuigramp in de Oekraïne. Zoveel slachtoffers, niet door ‘zomaar’ een vliegtuigongeluk maar door een aanslag vanuit een oorlogsgebied waar wij als land niets mee te maken hebben. Zoveel mensenlevens, ouder, jongvolwassenen en soms nog heel jong, afgebroken. Vakantieplezier overgegaan in grote schrik, verdriet en onmacht en woede.

Bijna iedere Nederlander voelt zich denk ik wel betrokken bij deze vreselijke ramp en bij de nabestaanden en betrokkenen. Misschien niet omdat je één van de slachtoffers of nabestaanden kent, maar alleen al vanwege het besef dat dit ieder van ons, jou ook had kunnen treffen.

Afgelopen woensdag was een nationale dag van rouw aangekondigd en hoewel wij als land daar niet zo’n grote traditie in hebben heeft dat heel veel mensen aangesproken en hebben veel mensen op één of andere manier daar vorm aan gegeven. Door de vlag half stok te hangen, door op social media foto’s van teksten of bijv. een witte roos te delen, door langs de kant van de weg naar de stoet rouwauto’s te kijken of voor de televisie de uitzending hierover te volgen.

Ook de kerken hebben hierin meegedaan. Op sommige plaatsen waren kerken geopend, vooral in dorpen en steden waar slachtoffers woonden, klokken luidden voor de één minuut stilte om 16.00 uur en op de dag van rouw was er een bijeenkomst van de Raad van Kerken in Amersfoort met als thema: ‘Verbonden in verdriet’. “Daarvoor zijn er kerken”, zei de dominee in haar welkomstwoord, “omdat we weten dat we kwetsbaar zijn, dat er dingen zijn die te groot zijn om alleen te dragen”. De kerk als ruimte om bij elkaar en bij God te zijn, verbonden in verdriet.

Onze kerk De Toevlucht heeft geen klokken die wij kunnen luiden. Toch hebben we ook als geloofsgemeenschap onze verbondenheid met de slachtoffers en nabestaanden en andere betrokken willen uitdrukken. Door onderstaande tekst via verschillende websites, Facebook en Twitter te delen:

Onze klokken #MH17

We bidden dat onze klokken voorzichtig en zacht klinken
voor de nabestaanden, het leven in scherven.
We bidden dat onze klokken dreunen over de plek van de crash,
als aanklacht, om recht.
We bidden dat de klokken klinken in onze harten,
zuiver en goed,
opdat wij moed houden en elkaar bijstaan.
Amen

Week 26 - Uit de Kerk op Ypenburg - Religie rond het WK

Uit de Kerk op Ypenburg

Religie rond het WK

door: ds. Attie Minnema

De wereldvoetbalbond FIFA heeft op het wereldkampioenschap religieuze uitingen verboden rond de wedstrijden. Ook de Braziliaanse bondscoach Scolari heeft dat zijn spelers verboden zoals bijv. een T-shirt met ‘Ik hoor bij Jezus’ onder hun shirt te dragen. Het argument van de FIFA  schijnt te zijn dat niet alleen christenen God, maar ook islamieten Allah zouden kunnen gaan aanroepen.

Eerder al had de FIFA in maart 2007 vrouwelijke islamitische spelers verboden een hoofddoek op het voetbalveld te dragen tijdens het spelen. Maar dit besluit is inmiddels weer teruggenomen. Voetballen met een hoofddoek is veilig en een verbod zou duizenden vrouwen uitsluiten van het voetbalspel.

De afgelopen jaren leek het ‘kruisje slaan’, knielen en ‘naar boven wijzen’ bij een doelpunt en ook T-shirts met religieuze teksten steeds meer toe te nemen op het voetbalveld. En wat islamitische uitingen betreft kunnen we die in ieder geval ook af en toe op de Nederlandse velden zien als een speler, blijkbaar het islamitische geloof aanhangend, na een doelpunt met de handen het gezicht bedekt (als ik het goed interpreteer).

Op zich lijkt er mij niet zoveel op tegen als een sporter met een religieus gebaar laat zien dat zijn of haar religieuze beleving ook met de  sportbeleving te maken heeft. Al lijkt het de laatste jaren wel zulke vormen aan te nemen dat het af en toe meer een ‘modeverschijnsel’ lijkt. Of dat je je afvraagt of het niet meer bijgeloof is en iemand heeft het zelfs al ‘religieuze doping’ genoemd.

Ondanks het verbod van de FIFA zijn er ook op dit WK spelers die je een kruisje ziet slaan of die na een doelpunt naar boven wijzen. Soms, zoals na het geweldige (!) doelpunt van Depay tegen Australië, blijkt dat te zijn voor een gestorven familielid of vriend. En natuurlijk is dat een mode of liever gezegd een tijdsverschijnsel. Maar als het voor een speler een gemeend gebaar is en betekenis heeft, wat is er dan op tegen?

Religie is al lang niet meer uit te bannen uit de sport en zeker niet in Brazilië. Immers iedere uitzending zien we wel het Christusbeeld op de berg bij Rio de Janeiro en ook in de studio van de NOS. Het Christusbeeld in Brazilïe wordt zelfs gekleurd met de kleuren van de vlaggen van de deelnemende landen.

Religie, godsdienst heeft, als het goed is, met heel het leven te maken. En misschien is het juist wel goed dat dat ook rond het WK voetbal blijkt. Om te laten zien dat er meer is tussen hemel en aarde dan voetballen.

U bevindt zich hier: Home De Dominee Uit de Kerk op Ypenburg