Lezing Oude Testament 2 Koningen 4: 42 – 44,

 

Evangelielezing Marcus 8: 10 – 21,



Het thema voor de kindernevendienst bij de lezing van vanmorgen uit Marcus is : ‘Hoeveel heb je nodig?’

Eerst wordt verteld over het tweede teken van de broden: Jezus geeft de leerlingen voor de tweede keer de opdracht een paar broden en vissen te delen en opnieuw krijgen enkele duizenden mensen daarvan te eten.

Daarna lezen we van de Farizeeën die blijkbaar aan dat teken níet genoeg hebben, ze vragen Jezus om nóg een teken uit de hemel.

En ook de leerlingen van Jezus hebben er blijkbaar niet veel van begrepen want even later ze zitten erover in dat ze niet genoeg te eten bij zich hebben.

Wat bij Jezus de vraag oproept: ‘Begrijpen jullie het dan nog niet?’

 

Hoeveel heb je nodig?

Hoeveel brood, hoeveel tekenen?

Het is een vraag die vanuit het evangelie ook voor ons klinkt.

 

We kunnen de vraag materieel opvatten en dan is het een goede, een terechte vraag.

Wij, hier in het rijke westen hebben veel, we leven in overvloed.

Tenminste de meesten van ons, toch nog zo’n 8 % van de huishoudens in Nederland leeft korter of langer in armoede, uitgaande van de armoedegrens in Nederland,

en in heel wat landen en gebieden in de wereld leven mensen in nog veel grotere armoede.

Maar de meesten van ons hebben genoeg om van te leven, en royaal genoeg om leuke dingen, vakanties, uitstapjes te kunnen doen.

En toch zijn we vaak nog bezig met wat we missen, wat we graag nog meer zouden willen hebben, de nieuwste gadgets, hebbedingen, het nieuwste op elektronisch gebied, vervoer, kleding, mooie reizen, en noem maar op.

En zeker in deze tijd van zorgen over het milieu en de klimaatveranderingen roept het de vraag op: ‘wanneer is het genoeg?’ , ‘hoeveel heb je nodig?’.

 

De tekenen van de broden die Jezus doet laten zien dat er eigenlijk niet veel nodig is om iedereen voldoende te laten hebben.

Dat als we delen van wat voor handen is, eerlijk delen, dat dan iedereen te eten kan krijgen.

Er is in de wereld genoeg voedsel om alle mensen op deze aarde te eten te geven.

Als we eerlijk delen en zorgen dat iedereen toegang tot het voedsel krijgt.

Ghandi zei het al in het begin van de 20ste eeuw:

‘Er is genoeg voor ieders behoefte, maar niet genoeg voor ieders hebzucht’.

Het verhaal over de broodvermenigvuldiging is een belangrijk voorbeeld en opdracht.

Samen delen van wat aanwezig en voorhanden is.

 

Tegelijk gaan verhalen over brood in de Bijbel altijd over meer dan brood alleen.

Bijvoorbeeld het verhaal over het manna in de woestijn, als het volk Israël onderweg is vanuit Egypte naar het beloofde land.

Iedere dag komt er manna, brood uit de hemel, waarvan het volk mag nemen zoveel als genoeg is voor die dag, maar als ze teveel verzamelen zal het bederven.

Het leert het volk vertrouwen, vertrouwen op God die met hen meetrekt en voor hen zorgt.

Zoals Elisa in de lezing uit het Oude Testament zijn bediende leert te vertrouwen dat er genoeg brood is voor al de profeten, want ‘zo zegt de Heer’.

 

Zo zijn er veel meer broodverhalen in de Bijbel.

Zoals ook de uitspraak van Jezus over zichzelf: ‘Ik ben het brood dat leven geeft’.

En volgende week, als we het avondmaal vieren klinken daarbij de woorden van Jezus over het brood: ‘Dit is mijn lichaam’.

Brood is in de Bijbel eigenlijk nooit brood alleen, hoe belangrijk het natuurlijk ook is dat wie honger heeft te eten krijgt, dat er gedeeld wordt van het voedsel dat er is.

Maar brood is in de Bijbel ook altijd verbonden met de relatie tussen God en mensen.

Brood staat vooral voor geestelijk voedsel, brood van geloof, vertrouwen.

En ook daarbij klinkt de vraag: ‘Hoeveel heb je nodig?’

Hoeveel, wat heb je nodig om te geloven?

Om geloof te doen groeien, om te blijven geloven ook in alles wat er kan gebeuren in je leven aan tegenslag, wat er aan rampen en ellende gebeurt in de wereld.

Wat het voor mensen soms moeilijk of zelfs onmogelijk maakt in God te geloven.

 

We worden ook bij deze vraag bepaald als straks een aantal jongeren de overstap maakt van de kindernevendienst naar de jeugdkerk.

We proberen hen te laten opgroeien met geloof, geloof aan hen door te geven.
Wat is daarvoor nodig?

Doen we daarin wel genoeg? Hoeveel hebben zij nodig? Wat hebben ze daarbij nodig?

We zouden het eigenlijk de jongeren zelf moeten vragen:

‘Wat hebben jullie nodig voor je leven, en om te ontdekken of geloven daarin van waarde voor je kan zijn?’

 

De moeite om te geloven en om geloven door te geven is niet alleen iets van onze moderne, geseculariseerde tijd.

Dat mag ons tot troost zijn.

We zien dat de Farizeeën die Jezus meemaken, zijn woorden horen, zijn tekenen zien, niet in hem geloven.

Daarom vragen ze om een teken uit de hemel.

De broodvermenigvuldiging, de andere tekenen die Jezus doet, de woorden die hij spreekt zijn voor hen niet genoeg.

Omdat ze niet geloven, niet vertrouwen wat Jezus zegt en doet.

Maar zo zal geen enkel teken voor hen ooit genoeg zijn.

En daarom laat Jezus zich niet uitdagen om voor hen nog een teken te doen.

 

Maar ook de leerlingen van Jezus die dichtbij hem leven, zijn woorden en uitleg horen,

en zelf betrokken zijn in de tekenen die Jezus doet:

zíj delen de broden en de vissen en ze halen zelf de manden op met het eten dat overblijft,

ook de leerlingen hebben daaraan blijkbaar niet genoeg om te geloven en te vertrouwen.

‘Begrijpen jullie het dan nog niet?’ vraagt Jezus hen als ze bang zijn te weinig brood bij zich te hebben, ondanks het teken van de broodvermenigvuldiging.

 

Jezus bedoelt hier niet begrijpen in de zin van met je verstand doorgronden van de wonderen die hij doet.

De leerlingen weten keurig en precies de aantallen van de broden, vissen en mensen, dat ‘geloven’, weten ze echt wel.

Maar Jezus bedoelt hier veel meer het innerlijke vertrouwen dat wat Jezus doet, wat Jezus geeft en leert, dat dat voldoende is voor het leven.

Vertrouwen in Jezus’ weg en de boodschap van zijn leven.

Dat dat ‘genoeg’ is.

Dat is het brood dat ze nodig hebben.

 

En dat brood hebben ze bij zich, de leerlingen.

Want hoewel ze met elkaar erover praten dat ze geen brood hebben, staat er dat ze ‘één brood bij zich hadden in de boot’.

Eén brood, maar blijkbaar zijn ze zo bang dat dat niet genoeg is dat ze dat ene brood zelfs vergeten: ‘we hebben geen brood’.

Maar dat ene brood, dat staat er niet zomaar, dat is niet een brood dat toevallig ergens ligt.

Ook dat ene brood is een teken.

Dat ene brood wijst op Jezus die zichzelf ‘het brood dat leven geeft’ noemt.

Die zichzelf, zijn leven geeft, zijn leven en liefde deelt als brood, als meer dan genoeg.

Dat brood mogen wij ontvangen en met elkaar delen.

Volgende week als wij het avondmaal vieren en iedere dag als we leven in vertrouwen op Gods liefde, als we doen zoals Jezus deed: leven, liefde, geloof en hoop delen.

Dat klinkt misschien wel heel eenvoudig, dat je denkt: ‘is dat alles, is dat genoeg?’

 

Is dat genoeg om geloof aan onze kinderen, de mensen om ons heen te laten zien, door te geven?

Onze, voor ons gevoel, maar kleine bijdrage vanuit het zomerproject aan Stichting De Vrolijkheid voor het vele werk dat gedaan moet worden voor vluchtelingen en de kinderen.

Is dat genoeg?

Is het allemaal niet veel te weinig, wat wij kunnen doen?

 

Maar dat dachten de leerlingen ook van dat ene brood dat ze bij zich hadden.

Dat was genoeg.

We mogen erop vertrouwen dat daadwerkelijk leven en delen van geloof, hoop en liefde genoeg zal zijn, voor ons en onze kinderen en de mensen om ons heen.

 

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 25 November om 10:00 uur in De Toevlucht

Informatie bij deze dienst:

Laatste zondag kerkelijk jaar
Dienst van Schrift en Tafel

Voorganger: Ds. A. Minnema
Ouderling van dienst: Ada vd Ster