Tekst om ontferming: Lied ‘Jij mens’ Louise Korthals

 

“Jij mens” door Louise Korthals

 

Jij mens die met schepen de kust kan bereiken

Jij mens die met wapens een volk kan verslaan

Jij mens die met kassen de vruchten doet rijpen

Jij mens die een voet zet op aarde en maan

Jij mens die ooit kwam hier in Gods paradijzen

Die vis werd en aap werd en rechtop ging staan

Jij mens die met wetenschap licht kon bewijzen

Jij mens die kwam kijken met bijna, bijna niks aan

 

Jij mens die met wegen en sporen, kanalen

de weg graaft naar dorpen, naar stad en naar land

Jij mens die nooit stopt met bezitten vergaren

Jij mens die belooft en in waarheid verzandt

Jij mens die met borden de richting hier aangeeft

Jij mens die ontroostbaar het einde bestrijdt

Jij mens die ooit klein was en bang voor het donker

waarom is jouw wreedheid tot alles, alles bereid?

 

Waarom wil je haten, verwoesten en moorden

Waarom ben jij zelf zoveel meer dan de rest

Waarom doen jouw daden mij snakken naar woorden

Waarom is jouw wil toch zo'n bloedmanifest?

 

Mens als je voor God speelt, als je zo graag voor God speelt,

doe dan in godsnaam je best!

 

Jij mens die met kunst zoveel leed kan verzachten

Jij mens die op zoek bent naar glans en naar kleur

Jij mens die toch grenzeloos door blijft verkrachten

en zo alle pracht doet vergaan in terreur

Jij mens die met ratio levens kan redden

Jij mens die de liefde zo fel ambieert

Jij mens die het geld hebt voor hemelse bedden

en toch elke dag weer een slagveld, een slagveld creëert

 

Waarom wil je haten, verwoesten en moorden

Waarom is jouw geloof zoveel beter dan best

Waarom doen jouw daden mij snakken naar woorden

Waarom is met zeeën jouw dorst niet gelest

 

Mens als je voor God speelt,

als je zo graag voor God speelt,

doe dan in godsnaam je best!

 

Jij mens die wil maken en breken en maken

Jij mens die verblind werd door winnen en geld

Jij mens die de mensen tot schaakmat wil schaken

Jij mens die in wanhoop je muntstukken telt

Jij die onverklaarbaar met rotsen kon sjouwen

Jij mens die door vinding de zieken geneest

Jij mens die ontelbare bruggen kon bouwen

Waarom is er voor zachtheid geen plaats in jouw geest?

 

Als je ‘t lot wil bepalen, mens, waarom zo'n zooi?

Hou toch eens op en maak het hier mooi.

Wees dan toch groots voor jezelf en de rest.

Maak van jouw wereld geen bloedmanifest.

 

Mens als je voor God speelt, als je zo graag voor God speelt

O als je voor God speelt...doe dan in godsnaam je best!

 

 

 

 

Lezing Oude Testament Genesis 6: 1 – 4,

 

Evangelielezing Johannes 10: 11 – 16,

 

 

 

Om te beginnen een gedicht: ‘Een kleine psalm’ van J.B. Charles:

            Hij alleen zou met een grote sigaar

in de mond op straat mogen lopen,

met de duimen in zijn vest,

want Hij is God.

Maar Hij doet het niet

want Hij is God.

 

We zien vanmorgen tussen de lezingen een grote tegenstelling, :

aan de ene kant: groot, reusachtig, jezelf groot maken en nemen wat je wilt, onmatigheid,

en in de andere lezing : dienstbaarheid, nabijheid, zorgzaamheid, je inzetten voor het welzijn van een ander.

In de eerste lezing : zonen van de goden, giganten, reuzen zegt het laatste vers dat we gelezen hebben,

en in het evangelie: een herder, een goede herder, die zelfs zijn leven geeft voor zijn schapen.

 

Een tegenstelling, tweedeling die ons niet onbekend voor zal komen.

De groten, machtigen van de aarde en van de samenleving, ook nu, die maar lijken te nemen wat ze willen, terwijl ze al zoveel meer hebben dan de meeste mensen.

Een klein aantal rijken die het grootste deel van het vermogen op deze wereld bezitten en maar steeds rijker worden.

De machtigen die op allerlei manieren hun macht laten gelden, verbaal met grote woorden, lange redes of juist korte, ongenuanceerde twitterberichten,

maar ook met maatregelen, wetten en zelfs geweld die steeds weer de gewone mensen, de kleinen, de kwetsbaren treffen.

En tegenover die groten, machtigen, rijken, is er de grote, overgrote groep ‘gewone man en vrouw’, die dagelijks moeten werken, zorgen, volhouden, de boel draaiende houden,

geld verdienen, proberen te sparen voor later, of zelfs daar nauwelijks aan toekomen door het ontbreken van werk, goede gezondheid, vanwege tegenslag,

of wonend in een land waar de situatie getekend wordt door oorlog of droogte, onderdrukking of uitzichtsloosheid.

De tweedeling in de wereld en ook in het westen, in ons land die steeds groter lijkt te worden.

 

De lezing van vanmorgen tekent ons dat die tweedeling en die tegenstelling al van alle tijden, van oudsher er is.

Genesis 6 vertelt over de zonen van de goden die de dochters van de mensen zien, die mooi zijn, zegt onze vertaling,

en die godenzonen kiezen de vrouwen die ze maar willen.

Overigens, er staat van die dochters dat ze ‘goed’ zijn, het Hebreeuwse woord tof,

hetzelfde woord dat steeds klinkt in het scheppingsverhaal, waar God iedere dag ziet dat het ‘goed’ is wat hij geschapen heeft.

Waarom dat woord hier bij de dochters opeens vertaald wordt met ‘mooi’ of in een andere vertaling ‘aantrekkelijk’, dat zal wel een wat gekleurde blik van mannelijke vertalers zijn.

 

In ieder geval : de zonen van de goden zien de dochters van de mensen en nemen ze.

Als waren het dingen, zaken, waar je maar naar believen over kunt beschikken.

Zo doen blijkbaar de groten, de machtigen.

‘Ik wil het, ik neem het’.

Ook al gaat het ten koste van de gewone mensen.

Heel anders dan de herder, hoe die zijn schapen ziet en kent, ziet wat zij nodig hebben en voor hen zorgt, ja zelfs zijn leven daarvoor inzet.

Niet zichzelf groot maakt, maar wegcijfert, weggeeft.

 

Het is wat een vreemd en moeilijk Bijbelgedeelte, deze paar verzen in Genesis 6.

Over zonen van de goden die relaties aangaan met mensen, het lijken wel de mythologische  verhalen over de oude Griekse goden.

En waarschijnlijk hebben de Bijbelschrijvers deze beelden ook geleend van de mythologische verhalen van de volken rond Israël.

Tegelijk leefde er in het begin van de oudtestamentisch tijd nog wel een geloof in een godenwereld waarin meerdere goden en afgoden bestonden.

Psalm 98 spreekt daar bijvoorbeeld van : ‘over de raad der hemelingen’ en ook bij Job wordt gesproken over de hemelbewoners, waaronder Satan, die bij God komen om over Job te praten.

Genesis 6 vertelt hoe deze godenzonen relaties aangaan met de dochters van de mensen en beschrijft hun kinderen als giganten, reuzen,

de menselijke proporties te buiten.

Dat is het resultaat waar grenzen overschreden worden.

Daar gaat de mens zich voelen en gedragen met sterallures, grootheidswanen, als Übermensen, die zelf God willen zijn of zich als goden gedragen.

Die op eigen kracht en macht en reusachtigheid vertrouwen, en zichzelf naam willen maken.

En we hebben in het lied ‘jij mens’ gehoord en gezien wat daarvan kan worden.

 

Dit tegenover de mens die weet dat hij of zij mens is, niet meer en ook niet minder.

We moeten niet meer willen zijn, maar ook niet minder.

We moeten onszelf niet overschreeuwen, maar hoeven ook niet klein over onszelf te denken.

Je mag jezelf zijn als mens, jezelf zijn en blijven, dat is tof, goed en daarin, zo mag je  vertrouwen op God en je leven leven als mens naar Gods bedoeling.

 

Dat thema van de godenzonen, de giganten gebruiken de Bijbelschrijvers hier om de mens op de grenzen van het menselijke leven en bestaan te wijzen.

Dat wij mensen niet boven onze macht moeten willen grijpen, niet meer moeten willen zijn dan ‘mens’.

Mens, met heel veel mogelijkheden, kennis en kracht en creativiteit, maar ook met grenzen.

En als teken van die grenzen, beperkt God de leeftijd van de mens tot 120 jaar.

In het vorige hoofdstuk wordt nog beschreven hoe de vader van Henoch 962 jaar wordt, Henoch 365 en Metuselach 969 en ga zo maar door.

Leven lijkt grenzeloos.

Maar waar de grens tussen goden en mensen niet meer in acht worden houden, zich vermengen,

waar grenzeloos geleefd wordt, grenzeloos in rijkdom vergaren, macht uitoefenen, grenzeloos geweld of wreedheid, onderdrukking,

-  te vaak en te veel zien we die beelden en nieuwsberichten, wat mensen elkaar aandoen, alle grenzen te buiten,

daar is het leven onhoudbaar, verwordt het tot chaos.

En na deze verzen zal dan ook het verhaal van de zondvloed verteld worden.

Opnieuw het donker van het water, van de chaos, zoals het in het begin was.

Maar daarna ook, opnieuw, met Noach een nieuwe schepping, herschepping vanuit de chaos van het water.

 

Tegenover dit Genesisgedeelte staat vandaag de evangelielezing voor deze zondag, waarin Jezus over zichzelf spreekt als de goede herder.

Een veelbetekenend beeld in heel de Bijbel dat de toon zet voor leven naar Gods bedoeling.

Abel was schaapherder, net als Jakob, Abraham was een herdersvorst, Mozes wordt geroepen als hij herder is van de schapen van zijn schoonvader Jetro,

en David wordt bij de schapen vandaan gehaald om door de profeet Samuël gezalfd te worden tot koning, om herder te zijn voor het volk Israël.

En natuurlijk is daar psalm 23 waar God zelf herder wordt genoemd: ‘De Heer is mijn herder’, een voor veel mensen geliefde psalm.

In die lijn noemt ook Jezus zichzelf herder, een goede herder.

Niet op zoek naar macht en eer en rijkdom, zichzelf groot willen maken,

maar met inzet voor mensen, juist voor de kleinen, de zwakken, de verlorenen.

Zo is Jezus beeld van God, wordt in Jezus zichtbaar wie God is,

niet afstandelijk, hoog verheven, maar dichtbij mensen, mens geworden, bij mensen komen wonen in een klein kind: God met ons, aanwezig, zorgzaam, dienstbaar.

Met de woorden van J.B. Charles:

            Hij alleen zou met een grote sigaar

in de mond op straat mogen lopen,

met de duimen in zijn vest,

want Hij is God.

Maar Hij doet het niet

want Hij is God.

 

Hoe groot willen wij zijn ?

Rijk, machtig, met aanzien, geëerd, gezien, meetellen, meedoen met de groten van deze wereld.

Of zien we te vaak om ons heen hoe die grenzeloze manier van leven slachtoffers maakt, ten koste gaat van anderen.

 

Wij worden niet gevraagd om God te zijn of te worden.

Dat gaat onze grenzen te buiten.

Maar wel wordt ons gevraagd om zijn wegen te banen, Gods woorden en beloften te leven.

Dat is ook onze goddelijke taak.

We hoeven geen superman of vrouw te worden.

We mogen gewoon onszelf zijn en zo onze weg gaan in het spoor van Jezus die als herder van mensen zijn weg is gegaan.

Om zo in Gods naam mens te zijn.

 

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 25 November om 10:00 uur in De Toevlucht

Informatie bij deze dienst:

Laatste zondag kerkelijk jaar
Dienst van Schrift en Tafel

Voorganger: Ds. A. Minnema
Ouderling van dienst: Ada vd Ster