Lezing Oude Testament Jesaja 60: 1 – 6,

 

Evangelielezing Matteüs 2: 1 – 12,





In het kader van ons jaarthema ‘Kunst in de kerk’ zagen we voor de dienst dit schilderij van Rembrandt geprojecteerd via de beamer.

 

‘De aanbidding van de koningen.’

 

Wat opvalt op het schilderij is dan we eigenlijk niets zien van de geschenken van de magiërs, we zien geen goud, wierook en mirre uitgestald voor het kind.

Daar gaat het volgens Rembrandt blijkbaar niet om, niet om de geschenken.

Wat Rembrandt heel centraal laat zien is een man, aan zijn kleding te zien een rijke man, die op z’n knieën ligt voor een klein kind.

Zelfs z’n muts, teken van zijn waardigheid, is van z’n hoofd gevallen.

In heel z’n knielende houding en handengebaar is af te lezen hoe deze rijke man zich in eerbied buigt voor dit kind.

Dit kleine, kwetsbare kind.

Dat blijkbaar iets raakt in de rijke magiër.

Zoals een pasgeboren, een klein kind dat kan doen, je vertederen door z’n onschuld, z’n onvoorwaardelijke openheid, een glimlach bij je oproepen.

Maar hier gebeurt meer, heel z’n houding straalt uit hoe deze rijke en vast machtige wijze zich richt op dit kind, voor hem knielt als voor een koning,

zich vol vertrouwen aan hem overgeeft.

 

Dat is een heel andere houding van de magiërs dan ze ten opzichte van die andere koning, Herodes innemen.

Koning Herodes die hen opdraagt hem te laten weten waar ze het kind vinden.

Maar de evangelist Matteüs laat al iets doorklinken van de afstandelijke houding van de magiërs tegenover koning Herodes:

‘Nadat ze geluisterd hadden naar wat de koning hen opdroeg gingen ze op weg’.

Ze luisteren keurig maar beloven niets en, ongehoorzaam aan zijn opdracht, gaan ze straks langs een andere weg terug naar hun land.

Koning Herodes heeft blijkbaar alleen maar wantrouwen opgeroepen bij de magiërs.

 

Tegenwoordig spreken we liever van magiërs dan van drie koningen.

Omdat ze dat waren: magiërs, sterrenkijkers, wijzen vast ook.

Maar ook omdat het hier niet gaat om drie koningen,

het gaat Matteüs om twee koningen en daarbij de vraag wie de ware koning is.

 

Koning Herodes, de machtige en, zal al heel gauw blijken met de kindermoord, hele wrede koning.

Blijkbaar voelt hij zich door dit pasgeboren kind bedreigd in zijn koningschap.

En angst om in je macht bedreigd te worden roept vaak het slechtste op in heersers.

Nog wreder en scherper wordt de aanval geopend op de tegenstanders of critici.

Tegenwoordig moeten we blij zijn als dat bij twitteren en verbale dreigementen blijft en er niet daadwerkelijk geweld wordt gebruikt.

 

Dat is de ene koning waarover Matteüs schrijft, een koning met macht en geweld.

En daarnaast, liever gezegd: daartegenover, een koning die juist kwetsbaarheid uitstraalt.

Een klein kind, geboren, wonend in een klein stadje Bethlehem.

 

Wie van hen is de ware koning?

Wie is de koning waaraan ook wij ons toevertrouwen en voor wie we met eerbied knielen?
Die de weg bepaalt die wij gaan in ons leven?

Zoals de magiërs een andere weg gaan terug naar huis, niet langs koning Herodes, niet zijn weg gaan.

Dat is meer dan alleen een andere route op de kaart, dat is een andere levensoriëntatie, ze zijn een ander mens geworden door de ontmoeting met dit kind in al z’n kwetsbaarheid.

 

Wie van deze twee koningen is de ware koning?

Dat is de vraag die Matteüs meteen opwerpt in onze lezing.

‘Tijdens de regering van Herodes, kwamen er magiërs in Jeruzalem aan. Ze vroegen ‘waar is de pasgeboren koning van de Joden? Koning Herodes schrok hevig.‘

Koning Herodes wordt genoemd in vers 1 en 3, en daartussen de pasgeboren koning der Joden.

Twee koningen en wie van hen is de echte koning van de Joden?

Aan het eind van het evangelie van Matteüs wordt Jezus opnieuw zo genoemd,

door Pilatus: ‘Bent u de koning van de Joden?’,

door de soldaten die Jezus bespotten,

en in het opschrift aan het kruis: ‘Dit is Jezus, de koning van de Joden.’

De weg van dit kind eindigt kwetsbaar aan het kruis en toch ook dan : de koning der Joden.

 

Wie is en hoe is de koning van de Joden?
Herodes, het koningschap van macht en geweld dat uitloopt op de kindermoord.

Of Jezus, een kwetsbaar kind en, straks aan het einde van zijn leven, lijdend aan het kruis in al z’n kwetsbaarheid.

Welke koning raakt ons en wekt in ons het vertrouwen ons aan hem  te geven?

Bepaalt onze weg en richting in ons leven?

 

Die keus lijkt vanzelfsprekend voor ons hier in de kerk, daarom immers zijn wij hier omdat wij Jezus willen volgen.

En het is de kern van de Bijbelse boodschap dat God zich laat kennen in de kwetsbaarheid van het kind van Kerst, in de weg van kwetsbaarheid die Jezus ging tot aan het kruis.

In de liefde die Jezus gaf juist aan de kwetsbaren in de samenleving, de zieken, armen, uitgestotenen.

Maar kwetsbaarheid is tegelijk ook lastig.

Je kunt beter niet kwetsbaar zijn, liever juist sterk en mondig, zelfstandig en zelfredzaam, het liefst tot op hoge leeftijd, dat lijkt de norm in onze samenleving.

Je wilt ook liever niet kwetsbaar zijn, want dan kun je ook gekwetst worden.

Daarom verstoppen we onze kwetsbaarheid achter een schild van stoerheid, hard werken, dat ‘alles goed gaat’ en meedoen met wat ‘in’ en trendy is.

Tegelijk kun je overal lezen dat je je kwetsbaar op moet durven stellen,

er verschijnen boeken over ‘de kracht van de kwetsbaarheid’, jezelf durven zijn, het schild van sterk zijn los mogen laten.

Want dan pas kun je echt jezelf worden.

 

En dan de kwetsbaarheid van een ander.

De ander die ons in alle kwetsbaarheid aankijkt, dat kan ongemakkelijk zijn, het verdriet, de angst of de pijn van een ander te zien.

Ongemakkelijk want het confronteert ons met onze machteloosheid.

Ernstig zieken, ouderen, vluchtelingen.

Kwetsbaarheid doet een beroep op ons.

Om er werkelijk voor en bij die ander te zijn in de pijn of het verdriet, niet weg te kijken bij het lijden van zoveel mensen in de wereld.

Misschien zonder daadwerkelijk iets te kunnen doen of zeggen, maar om medemens te zijn.

 

Dat is de weg tot echt leven, echt mens zijn.

Dat is wat Jezus ons laat zien, als kind in de voederbak, tijdens zijn weg tot aan het kruis.

Kwetsbaarheid waarin leven zich kan laten zien.

Donkerheid waarin licht kan schijnen.

Leonard Cohen zingt het prachtig:

‘There is a crack in everything, that’s where the light comes in’.

Vrij vertaald: in alles, in heel het leven, in ieder mensenleven zitten barsten, maar juist door die barsten kan er licht binnenkomen.

Juist in die barsten, de kwetsbaarheid van verdriet, ziekte, zorgen, broosheid, daarin kun je warmte geven of ontvangen, liefde, nabijheid, kan goedheid zich aandienen,

waarin we Góds nabijheid en liefde kunnen ervaren.

 

Waar we onze eigen kwetsbaarheid laten zien en van elkaar durven te zien, daar zullen we  werkelijk, ten diepste, mens-zijn ervaren en vinden.

Verbondenheid met elkaar, met God.

Die weg van kwetsbaarheid is een weg van leven, echt en vol leven.

 

Het is de weg waarover het licht van de ster schijnt.

De weg van leven delen, zoals wij vanmorgen het leven van Jezus delen in brood en wijn.

Gevoed, bemoedigd, uitgenodigd om, ook in alle kwetsbaarheid,

het leven te delen met elkaar.

 

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 25 November om 10:00 uur in De Toevlucht

Informatie bij deze dienst:

Laatste zondag kerkelijk jaar
Dienst van Schrift en Tafel

Voorganger: Ds. A. Minnema
Ouderling van dienst: Ada vd Ster