Lezing Oude Testament Jesaja 35: 1 – 10,

 

Evangelielezing Matteüs 11: 2 – 10,



Vandaag klinken in de lezingen twee profetische stemmen, Jesaja en Johannes de Doper.

De stem van Jesaja past prachtig op deze vrolijke, derde zondag van Advent,

zondag Verheugt U,  roze zondag, het licht van Kerst schijnt al door het paars van Advent.

Het Licht komt naderbij.

Jesaja ís verheugd, hij jubelt het uit: de woestijn zal bloeien en juichen, God zal komen, blinden zullen zien en doven horen, verlamden springen en stommen jubelen,

en juichend trekken de verlosten de stad Jeruzalem binnen.

 

Maar daarna klonk die vraag van Johannes de Doper vanuit de gevangenis,

via zijn leerlingen de vraag aan Jezus: ‘Bent u degene die komen zou?’.

‘Bent u de komende’ – in die uitdrukking klinkt messiaanse verwachting door, de verwachting van de langverwachte Messias die het volk zal bevrijden.

Het is een vraag waarin je verlangen kunt horen, maar tegelijk ook twijfel.

Twijfel, nadat Johannes eerder bij de Jordaan vol vuur heeft verkondigd: ‘Kom tot inkeer, het Koninkrijk is nabij, dit is de man waarover Jesaja sprak’.

In deze man, Jezus, komt Gods Koninkrijk in ons midden’.

Maar dat vurige enthousiasme is omgeslagen in deze vraag vol twijfel: ‘Bent u het die komen zou?’

Twijfel die begrijpelijk is, want na die enthousiaste aankondiging van de komst van Gods Koninkrijk, zit Johannes nu in de gevangenis, en wij weten dat hij dat niet zal overleven.

 

Zo klinken vanmorgen die twee stemmen, hoopvol jubelend en: verwarring, twijfel.

Twee stemmen die misschien ook in ons binnenste wel met elkaar in gesprek zijn en soms botsen.

Zoals ook klonk in de tekst bij het gebed om ontferming:

Aan de ene kant die stem van hoop en verlangen:

‘Eeuwenlang al dromen mensen van het licht, van rechtvaardigheid, vrede op aarde.’

En we zien toch ook hier en daar tekenen van dat visioen?

Vredesorganisaties, hulporganisaties die soms met gevaar voor eigen leven toch de oorlog- of rampgebieden ingaan om leed te verlichten.

Landen waar na jaren van oorlog en onderdrukking toch voorzichtig vrede lijkt op te bloeien.

Bekende of minder bekende mensen die zich inzetten voor vrede, mensenrechten, goede doelen.

Een rabbijn als spreker op een avond in een moskee in de Schilderswijk, een avond van ontmoeting en zoeken naar samenwerking en verbondenheid.

Mensen die naar elkaar omzien, op bezoek gaan, iemand die alleen is uitnodigen,

burenhulp, de vele werkers en vrijwilligers in ziekenhuizen, verpleeghuizen, bij de voedselbank, voor vluchtelingen.

Kinderen die soms prachtige acties bedenken of hun spaarpot legen om hun steentje bij te dragen.

Voorbeelden als bloeiende bloemen in een woestijn.

We spraken ook niet voor niet van de ‘Arabische lente’ toen in Afrikaanse landen opstand tegen onderdrukkende regimes ontstond.

Voorbeelden die helpen om het visioen, de hoop en zeker het verlangen naar een wereld van vrede en recht vast te houden.

En te blijven geloven dat het Licht van God, waarvan wij de komst straks met kerst vieren, dat dat zal gaan schijnen en blijven schijnen.

 

Maar, zo ging de tekst bij het gebed om ontferming verder, ‘soms zijn we de dromen kwijt.

In de drukte van de dag,

en ik denk ook in al de ellende die we om ons heen zien, en het verdriet en de pijn die we soms in onszelf voelen, vergeten we de visioenen waar we naar uitzien’.

Door de realiteit die we om ons heen zien, in de beelden die via de media onze huiskamers binnenkomen.

En in onze onmacht daarover verliezen we de droom van vrede, de twijfel breekt de visioenen af.

Dan is daar die andere stem, die stem die vraagt: Wordt het wel ooit wat met dat Koninkrijk van God?

Komt dat wel echt?

En is de weg van Jezus een weg die daarin uitkomt ?

En dus de moeite waard om daarin te blijven geloven, en Jezus te blijven volgen?

Heen en weer gaat je gevoel, en ook je geloof misschien soms, tussen die twee stemmen.

 

Vanuit de evangelielezing voegt Jezus zich in dat gesprek tussen die twee stemmen,

de stem van hopen en verlangen en geloven in dat prachtige visioen,

en de stem van twijfel en verwarring.

Jezus antwoordt op Johannes z’n vraag niet rechtstreeks met een ‘ja, dat ben ik’, Jezus  probeert niet te overtuigen.

Maar,  zegt Jezus: ‘kijk om je heen, vertel Johannes wat je hoort en ziet’.

En dan noemt Jezus de voorbeelden en citeert daarbij Jesaja uit dat visioen van de woestijn die zal bloeien:

‘blinden, doven, verlamden en zieken worden geheeld, zelfs doden worden opgewekt en armen wordt het goede nieuws gebracht’.

Jesaja zal bij zijn visioen niet aan Jezus hebben gedacht, maar Jezus herkent zichzelf wel in die woorden en beelden van Jesaja.

Dat dat de weg is die Hij gaat, tussen de mensen, om hen de goede boodschap van Gods Koninkrijk te laten zien en ervaren.

Die heil en heelheid brengende woorden worden zichtbaar in Jezus, hij doet mensen opstaan en het leven weer vinden.

Mensen, leven tot bloei komen.

 

Jezus noemt zes tekenen van het rijk van God die we bij Jesaja en andere profeten horen.

Alleen een zevende teken dat de profeten ook noemen: ‘bevrijding van gevangen’ noemt Jezus hier niet.

De tekenen zijn er, maar het visioen van de profeten en dus het Koninkrijk van God is nog niet voluit aangebroken.

Johannes blijft immers gevangen zitten en zal zelfs gedood worden.

 

En dat is ook de realiteit waar ook wij nog steeds mee te maken hebben.

Want hoeveel mooie en goede voorbeelden we ook kunnen noemen van tekenen van dat visioen van recht en vrede, van licht en liefde, mededogen en hulpvaardigheid,

er zijn nog zoveel meer voorbeelden te noemen van wat dat visioen tegenspreekt.

De puinhopen in de kapotgeschoten steden in Syrië, de verwoestingen en slachtoffers door orkanen en bosbranden,

ongelukken zoals afgelopen week waarbij kinderen om het leven komen,

nog steeds miljoenen mensen op de vlucht in erbarmelijke omstandigheden,

de machtspelletjes van de machtigen op politiek, economisch of seksueel gebied.

En dan de vele mensen die leven met verdriet, rouw, zorgen en onzekerheid over de gezondheid.

Het is de uitzichtloosheid en moedeloosheid, zoals van Johannes in de gevangenis,

de dorheid en troosteloosheid van de woestijn.

En kan op al die puinhopen, in al die kapotte levens en steden, zal daar ooit weer het goede leven, de vreugde kunnen opbloeien?

Die onleefbare woestijn, waarvan Jesaja zo uitbundig jubelt dat die zal bloeien en juichen.

Klinkt dat niet veel te gemakkelijk?

 

Maar dan doen we Jesaja onrecht, als we denken dat hij al te gemakkelijk een optimistische ‘het komt goed’ boodschap verkondigt.

De hoofdstukken hiervoor beschrijven hoe Jesaja in Gods naam tekeer gaat tegen de misstanden en ontrouw van het volk.

En beschreven wordt de dreiging om Jeruzalem en haar inwoners heen door de volken rondom met hun oorlogszuchtige plannen.

Dat is ook voor Jesaja de realiteit en toch schildert hij een vreugdevolle toekomst in dat beeld van de bloeiende woestijn,

om met die belofte het volk perspectief te bieden, om de hoop vast te houden, het vertrouwen te doen groeien dat God het volk zal redden.

 

We horen verschillende beelden in dat visioen van Jesaja.

Als eerste de woestijn die bloeit.

Woestijn dat is de dorheid van het leven, als het zwaar en moeilijk is, door zorgen of verdriet, moeite of angst,

als je je best moet doen om vol te houden, staande en gaande te blijven.

Maar zelfs die woestijn, zegt Jesaja, zelfs daar kan leven groeien en opbloeien en goed worden.

Daar kun je God ontmoeten, Gods luister zien.

God die zal komen met gericht, zegt Jesaja, ja zelfs met wraak en vergelding.

Dat klinkt hard en gewelddadig en past misschien niet zo bij ons Godsbeeld.

Wat we ons er ook bij moeten voorstellen, het geeft in ieder geval aan dat het leed en het onrecht dat mensen overkomt, recht gezet zal worden.

Dat voor wie zichzelf niet kan redden er een helper is.

Maar ook dat de wraak en de vergelding over onrecht niet aan ons is, dat brengt meestal alleen maar een geweldspiraal op gang,

maar dat God het recht zal zetten, en gerechtigheid zal scheppen en heelheid.

 

Van daaruit dan ook die vervolgbeelden over genezing: doven, lammen, blinden, die zullen horen en springen en zien.

Beelden die vertellen dat bij God ieder mens mee mag doen en mee moet kunnen doen.

Beelden die niet alleen gaan over letterlijke handicap, maar een diepere laag hebben:

dat er in Gods rijk geen tweedeling in de samenleving en in de wereld kan bestaan,

geen ‘meer en minder’, ‘rijk en arm’, succesvollen en kanslozen’, geen wij en zij, of ‘jij mag er wel bij horen en jij niet’.

Maar bevrijding daarvan.

 

En dat leidt naar het derde beeld van Jesaja van een weg, van : op weg gaan.

Een heilige weg, want God gaat voor je uitgaat en met je mee, zelfs door woestijn.

Zoals eens het volk wegtrok uit Egypte, door de woestijn naar het beloofde land,

zo zal het volk terugkeren uit de ballingschap, terug naar thuis, naar vrijheid.

Voor ons mag het een beeld zijn van onze levensweg, die soms ook door woestijnachtige perioden gaat, onherbergzaam, eenzaam, pijnlijk,

maar die je toch met vertrouwen mag gaan dat het een weg naar toekomst is, waar jouw leven zal kunnen opbloeien.

 

Mooie beelden, mooie dromen.

Om ons te inspireren en daarin mee te laten nemen, ons leven zien als deel van dat visioen,

Dat is toch wat geloven is? :

leven vertrouwend op Gods visioen van een goede aarde en dat jij daarin mee mag doen.

Dan zullen onze, soms door twijfel en angst trillenden handen en knieën krachtig en sterk worden.

En kunnen wij Jezus volgen op zijn weg waarop die dromen werkelijkheid worden.

En zelfs woestijn zal bloeien.

En wij zullen opstaan en lachen en juichen en leven.




Bij de symbolische schikking: Het boek ligt voor ons geopend.

Vertelt van verwachting,

van een weg naar

toekomst.

 

Een weg

zelfs door woestijn.

Midden in dorheid

gaat het weer stromen,

bloeien

al is het maar voor even.

Belofte doet hoop groeien

dat verlangen

zal worden vervuld.

 

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 25 November om 10:00 uur in De Toevlucht

Informatie bij deze dienst:

Laatste zondag kerkelijk jaar
Dienst van Schrift en Tafel

Voorganger: Ds. A. Minnema
Ouderling van dienst: Ada vd Ster