Zondag 3 december 2017

Lezing Oude Testament Jesaja 40: 1 – 11,

 

Evangelielezing Matteüs 21: 1 – 9,



Vandaag komen er heel veel dingen bij elkaar.

Het jubileum van De Toevlucht, nu al weer 10 jaar ons thuis als gemeente.

Advent, zoals dat 10 jaar geleden ook samenviel: de opening van ons kerkgebouw op de eerste zondag van Advent.

En vandaag daarbij het kindernevendienstproject met het thema: ‘Ik zorg voor jou’ vanuit de lezing uit Jesaja 40: ‘Troost, troost mijn volk’.

En lezing en thema lijken dan weer prachtig aan te sluiten bij de naam van onze kerk,

De Toevlucht,

daar waar je toevlucht kunt vinden, plek om te schuilen, waar voor je gezorgd wordt.

 

Maar, zoals 10 jaar geleden ook al gezegd in de preek, we willen met die naam De Toevlucht niet de gedachte oproepen dat onze kerk er alleen is voor als je problemen hebt.

Als Toevlucht en als Toevluchtgemeente hebben we de afgelopen 10 jaar geprobeerd een plek te zijn om samen te vieren, vieren dat wij mens mogen zijn in Gods licht,

een plek ook van stilte, bezinning, om God en elkaar te ontmoeten, voor gesprek,

voor gemeenschap en daarmee ook verbondenheid en gezelligheid,

en om vanuit dat alles kerk in de wijk te zijn,

onze plek en onze taak als gelovigen en als kerk in deze wijk invulling te geven.

Zo, op al die manieren en momenten, een Toevlucht zijn.

Zoals de vliegtuigen vroeger hier op vliegveld Ypenburg:

even kunnen landen om te rusten, een kop koffie, wat eten, om bij te tanken, nieuwe brandstof en voorraad voor onderweg in te slaan,

om dan weer te vertrekken en je reis, verder voort te zetten.

Tot het volgende moment van landen en bijtanken.

Ofwel in geloofswoorden: een plek voor gemeenschap en geborgenheid, bemoediging en inspiratie om je weg in het leven te kunnen gaan.

In het vertrouwen dat God ons een toevlucht is, dat we in God ons geborgen mogen weten.

En dan ook dat vertrouwen, dat geloofsvertrouwen, proberen te laten zien en wie weet door te geven aan de mensen om ons heen.

 

En met dat woord vertrouwen zijn we terug bij de tekst van vandaag uit Jesaja 40.

‘Troost, troost mijn volk’.

Het woord ‘troost’ is verwant met het Engelse woord ‘trust’ dat vertrouwen betekent.

Denk aan ‘in God we trust’.

De troost waartoe de tekst in Jesaja oproept is meer dan alleen een arm om je schouder, het betekent ook : nieuw vertrouwen geven, voor een nieuwe toekomst.

In onze lezing van vanmorgen klinkt drie keer een oproep.

In vers 1: ‘Troost, troost mijn volk’.

Vers 3: ‘Baan voor de Heer een weg door de woestijn, effen de bergen en de dalen

En verderop vers 6 en 9 en 10 samengevat:

‘Roep, verhef je stem, vrees niet, zeg: ziehier jullie God, hij komt met kracht, als een herder weidt hij zijn kudde’.

En als wij vandaag 10 jaar De Toevlucht vieren, terugkijken,

maar vooral ook vooruit kijken hoe de komende 10 jaar gemeente van De Toevlucht te zijn,

hoe als kerk voor de wijk een toevlucht,

dan moeten en kunnen ook wij ons die oproep aantrekken.

Niet omdat we ons als gemeente met de profeet Jesaja willen vergelijken,

- al zou de kerk, zouden wij als kerk misschien soms wel wat meer ‘profetisch’ mogen spreken, -

Maar die oproep klinkt ook voor ons omdat wij geloven dat al die Bijbelse woorden van eeuwen oud, ons nog steeds iets te zeggen hebben, ook nú nog in deze tijd.

Daarom immers zijn wij kerk, en gaan we naar de kerk.

 

‘Troost, troost mijn volk’ krijgt Jesaja als opdracht en daarmee ook wij.

De opdracht om troost te bieden, aandacht, geborgenheid, warmte, de boodschap ‘je mag er zijn zoals je bent’, en ‘God zal uiteindelijk alles goed maken’.

Een boodschap waaraan in onze tijd wel eens veel behoefte zou kunnen zijn.

Onze samenleving die steeds harder lijkt te worden, kil, minder zorgzaam, individualistisch, ieder moet maar zo lang mogelijk voor zichzelf zorgen, en wie niet mee kan doen in het snelle tempo valt buiten de boot.

We leven in een soms voor mensen hele trooste-loze samenleving.

Waarin sommigen dan maar troost zoeken in dat wat een kick of juist verdoving geeft,

in sport en spel en soms ook bij leiders die gemakkelijke oplossingen bieden voor maatschappelijke vraagstukken.

 

Daarin, in deze tijd en samenleving voor ons de oproep troost te bieden.

Maar troost is, zoals al gezegd, meer dan lief zijn voor iemand, een zoen erop, een arm om een schouder, aandachtig luisteren, samen een bakkie troost drinken.

Zeggen : ‘alles komt goed en God zorgt voor jou.’

Dat ook, dag mag, met Jesaja, onze boodschap zijn, en juist ook in deze tijd van Advent staan we daar bij stil:

De verwachting dat God komt: ‘Ziehier jullie God, hij komt met kracht, als een herder voor zijn kudde’.

Prachtig om in de lutherse traditie op deze eerste zondag van Advent het verhaal van de intocht van Jezus te lezen, waar ook die roep klinkt:

‘Zie je koning is in aantocht, hij komt naar je toe’.

 

De troost van belofte van Gods bevrijding en toekomst, maar die gaat niet buiten mensen om.

Vanuit die belofte en in dat vertrouwen klinkt die oproep en opdracht aan Jesaja en daarin aan ons:

‘Baan voor de Heer een weg door de woestijn, maak effen de dalen en de bergen’.

De opdracht om in de dubbelzinnigheid van het leven, in de obstakels en diepten die zich in een mensenleven voor kunnen doen,

om daarin als kerk, als gelovig mens aanwezig te zijn bij die ander,

om samen te zoeken naar troost, naar hoop, een weg om verder te kunnen gaan.

Om ruimte te scheppen voor God, Gods liefde, ervaring van zijn nabijheid.

Om ons niet neer te leggen bij wat onveranderbaar lijkt, hoe hoog de bergen en hoe diep de dalen soms ook lijken.

Hoe groot ook het leed en het verdriet, de problemen in de samenleving, de kloof tussen mensen en bevolkingsgroepen.

Toch daarin proberen een weg te zoeken.

En op heel veel manieren probeert de kerk en proberen wij dat als wijkgemeente te doen.

Door omzien naar elkaar, aandacht, hulp waar nodig, ook buiten onze eigen gemeentekring.

Door een plek van bezinning te zijn, gespreksavonden rond geloof- en levensvragen.

Door allerlei diaconale projecten dichtbij en ver weg te steunen.

Het uitdeelpunt van de voedselbank, hulp aan statushouders hier in de wijk, vluchtelingen.

 

Tegelijk moeten we toegeven dat we vaak zonder woorden staan, machteloos en sprakeloos bij het vele leed, lijden en verdriet dat er kan zijn in het leven van mensen en in de wereld.

Maar ook daarin, in die sprakeloosheid bevinden we ons in goed gezelschap bij Jesaja:

Een stem zegt ‘Roep’, maar  klinkt het antwoord: ‘Wat zou ik roepen?’,

en dan beschrijft Jesaja de kwetsbaarheid en vergankelijkheid van de mens:

‘als gras of een bloem die groeien en bloeien, maar ook verdorren en verwelken.

Onze Bijbeltekst van vanmorgen en ook heel de Bijbel erkent die kwetsbaarheid van het leven, van mensen.

Dat wordt niet een weggesmeerd met een positief laagje van ‘stil maar wacht maar, alles komt goed’.

Juist daarin, in die kwetsbaarheid en vergankelijk, zegt Jesaja: ‘houdt het woord van God altijd stand’.

Dat woord dat, ondanks alles, toch steeds weer bevrijding en toekomst aanzegt.

En dat wij daar naar op weg mogen en kunnen gaan, in het vertrouwen dat die belofte naar ons toekomt.

 

En daarmee zitten we midden in Advent.

Waarin wij de komst van Gods licht in de wereld verwachten, en de doorbraak van het rijk van God.

Dat we zullen zien en herkennen in een weerloos mensenkind,

een kwetsbaar mens die vermalen zal worden door de machten die dat licht en die liefde en goedheid niet willen.

Maar toch zal die liefde weer opstaan, en dat licht verder schijnen.

En blijven wij geloven dat dat Woord van God altijd weer zal klinken.

Zoals eens door Jesaja en zoveel andere profeten,

zichtbaar mens geworden in Jezus,

en na zo velen is het ook aan ons, persoonlijk en als kerk om dat woord van God verder te dragen en te doen klinken.

Dat God zorgt en zo wij voor elkaar.

 

Zo hopen wij ook de komende 10 jaar in De Toevlucht gemeente te zijn, in deze wijk,

rond dat boek dat vertelt van verwachting,

van een weg naar toekomst.

 

U bevindt zich hier: Home De Dominee Preken Zondag 3 december 2017