Zondag 26 november 2017

Evangelielezing Matteüs 25: 1 – 13,



Wachten, afwachten, wachten op iemand, dat is denk voor de meesten van ons geen favoriete           bezigheid.

Je staat klaar en één van het gezin moet nog even ……. iets pakken, naar het toilet.

Wachten kan ergerlijk zijn, en soms ook gewoon moeilijk.

Wachten tot het tijd is voor iets leuks, een feest, een uitstapje, een leuke afspraak, dan duurt  wachten soms lang, je loopt de dagen af te tellen.

Of wachten op uitslag van een examen of op bericht als je je hebt aangemeld voor een opleiding of studie, als je gesolliciteerd hebt naar een nieuwe baan, misschien wel na een lange tijd van werkeloosheid.

Wachten kan moeilijk zijn, zenuwslopend.

De tijd voor een operatie, als je wacht op de oproep, dat kan soms lang duren, zeker in onze tijd met wachtlijsten, terwijl je het maar het liefst achter de rug wilt hebben.

Wachten op de uitslag van een onderzoek, waar veel van af hangt.

Of op verbetering, bijv. na een operatie.

Wachten tot de winter weer voorbij is, als je opziet tegen de donkere tijd, de maand december met al z’n feestelijkheden, terwijl je het liefst zou willen dat het maar weer januari is, omdat je in die decembermaand het alleen zijn en de leegte nog meer voelt.

 

Deze laatste zondagen van het kerkelijk jaar staan wij er nadrukkelijker bij stil dat wij leven in de verwachting van de komst van Gods Koninkrijk.

En ook straks Advent, vanaf volgende week, is een tijd van wachten,

Verwachten van het licht van Kerst, de geboorte van Jezus, Licht der wereld,

en tegelijk reikt die verwachting over kerst heen,

is het ook het verwachten van de toekomst van God, een wereld van vrede en recht.

Zoals we bij het avondmaal vaak samen bidden: Maranatha, de oude liturgische uitroep dat wij brood delen en wijn drinken en zo Jezus’ leven en sterven verkondigen ‘totdat Hij komt’.

De roep dat Gods Koninkrijk aan zal breken.

 

Bij die toekomst, daar hebben wij misschien verschillende beelden bij.

Maar wat ons verbindt is de hoop en het geloof dat wij Gods tijd verwachten, Gods Koninkrijk, een wereld van vrede en recht.

In de gelijkenis van vanmorgen getekend met het beeld van een bruiloftsfeest.

Dat verlangen naar een betere wereld, is als een licht in de nacht, als de olielamp van de bruiloftsgasten die wachten op de bruidegom.

Maar dat wachten duurt lang en hoe zorgen we dat de olie van ons verlangen niet opraakt, hoe houden we dat licht brandend?

De vlam van ons geloof, dat soms sterk, maar soms ook zwakker brandt.

Dat misschien soms wel angstig flakkert in de stormen die zich in je leven voor kunnen doen.

Hoe houden we dat lichtje geloof en hoop brandend in tijden van verdriet, in de kilheid van het leven in rouw en alleen zijn, in onzekerheid en moedeloosheid.

Of als je om je heen ziet wat er allemaal gaande is in de wereld aan donker en dreigend, vernietigend geweld.

 

Tien meisjes wachten.

Zo is het met het Koninkrijk van de hemel.

Tien meisjes die wachten, hun olielampen branden, allemaal wachten ze op de bruidegom.

Allemaal vallen ze in slaap, blijkbaar kan het dat het wachten te lang duurt, zelfs voor wijzen.

Dat sommigen wijs en sommigen dwaas zijn blijkt pas later als er 5 te weinig olie hebben meegenomen.

Het verschil tussen wijs en dwaas is of ze reserveolie hebben meegenomen, of ze er rekening mee gehouden hebben dat het wachten lang zou kunnen duren.

 

De gelijkenis die we gelezen hebben klinkt dreigend en hard.

Als de olie op is en het licht gedoofd, als je te laat komt, sta je voor de dichte deur van het bruiloftsfeest.

Onverbiddelijk, lijkt het.

Geen nieuwe kans, geen genade.

Maar onze lezing eindigt niet met de dichte deur, maar met een opening: de oproep: ‘wees dus waakzaam’.

 

We moeten bij deze gelijkenis bedenken in welke tijd Matteüs zijn evangelie schrijft.

De eerste christenen verwachtten de spoedige wederkomst van Jezus, maar die blijft uit.

Inmiddels, als Matteüs zijn evangelie schrijft, zijn tientallen jaren voorbij gegaan, de gemeente dreigt de moed en de hoop te verliezen.

Daarom heeft Matteüs, als enige evangelist, deze gelijkenis opgeschreven, om de gemeente te blijven aanmanen tot waakzaamheid, om de verwachting levend te houden.

 

Inmiddels zijn wij 2000 jaar verder, en wachten we nog steeds.

Wat betekent voor ons die oproep om waakzaam te zijn?

Wat is de olie waarmee wij onze geloofslampen brandend houden?

In die lange rij van geslachten die wij vandaag gedenken, die ons het geloof hebben doorgegeven, zoals ook wij het weer proberen door te geven.

In het soms moeizame en weerbarstige van het leven.

Toch proberen het geloof levend te houden, de hoop en verwachting van Gods Koninkrijk, soms enthousiast en bezield, soms misschien is het maar een klein flauw smeulend vlammetje.

 

De gelijkenis laat zien hoe belangrijk het is om je geloofslamp te blijven voeden, je olievoorraad op peil te houden.

Door tijd en aandacht te besteden aan wat jou ten diepste bezielt, wat het geloof voor je betekent, waarin je zin en doel voor je leven vindt.

We komen daar zo vaak niet aan toe in de drukte van alledag, de veelheid van werk en ook van plezier en ontspanning, al de trends waar je toch wel aan mee wilt doen,

de drukte ook van het kerkenwerk waarin van alles gedaan en geregeld moet worden.

Maar wie ben je daarin zelf?
Wat is het vuur dat jou gaande houdt, wat betekent geloof daarin voor jou, je relatie met God, je staan in de wereld vanuit het geloof?

 

Het vraagt waakzaamheid, openheid, tijd en aandacht om daarmee bezig te blijven.

Je laten voeden door samen te vieren rond de Bijbel, gemeenschap ervaren met God en met elkaar in het delen van brood en wijn,

of andere momenten van bezinning, gesprek, zingen, stilte.

Zo je voeden met de olie van het geloof.

Dan kunnen we licht delen en verder dragen de wereld in, met het grote bruiloftsfeest voor ogen.

 

Licht dat ons aanstoot in de morgen,

Overdek mij, vuur mij aan.

Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen

of ergens al de wereld daagt,

waar mensen waardig leven mogen

en elk zijn naam in vrede draagt.

(lied 601)

 

U bevindt zich hier: Home De Dominee Preken Zondag 26 november 2017