Zondag 12 november 2017

Doopviering

 

Evangelielezing Matteüs 25: 14 – 30,



Welke talenten hoop je als ouders dat je kind zal hebben?

Als je over de wieg staat gebogen, vertederd over dat nieuwe mensje dat nog een heel leven voor zich heeft, welke toekomstdromen komen er dan in je gedachten boven?

Dat het een talent voor sport zal hebben?

Een voetbalster of beroemd schaatser zal worden?

Prachtig een muziekinstrument zal kunnen bespelen.

Of misschien dat je kind heel goed kan leren, intelligent, leergierig zal zijn en veel zal  bereiken op de maatschappelijke ladder.

N.a.v. het Bijbelverhaal van vanmorgen, vaak de gelijkenis van de talenten genoemd, zou in deze doopdienst die vraag op kunnen komen.

Welk talent hoop je dat je kind, de dopeling van vandaag, zal hebben?

 

Maar gaat de gelijkenis van de talenten die Jezus vertelt daar wel over?

In de tijd van de Bijbel was een talent een bepaald geldbedrag.

In ons taalgebruik is het woord ‘talent’ datgene wat je goed kunt.

Messi de voetballer, Sven Kramer of Irene Wüst de schaatsers, beroemde zangers en zangeressen, dat zijn mensen met uitzonderlijke talenten.

Net als kinderen die heel goed kunnen leren, wetenschappers die belangrijke ontdekkingen doen, mensen die op één bepaald gebied heel knap zijn.

Dan heb je een bepaald talent en zo kun je in ons spraakgebruik ook een talent zíjn :

een kind of een jonge sporter of musicus die een veelbelovende toekomst voor zich heeft.

Een talent is zo opgevat een bijzondere, aangeboren gave.

En wat je ‘gave’ is, wat je gegeven is, dat moet je ook zo goed mogelijk benutten.

Dat is wat het calvinisme ons geleerd heeft, ook op grond van de gelijkenis van vanmorgen, dat je moet ‘woekeren met je talenten’, hard werken, goed je best doen.

En de heer in de gelijkenis lijkt dat ook te bevestigen.

Want de twee knechten die de talenten vermeerderd hebben, verdubbeld zelfs, die worden geprezen, beloond en mogen meedoen in het feest van de Heer.

Maar de knecht die niets met het talent heeft gedaan, het in de grond heeft begraven, die krijgt er flink van langs en wordt eruit gegooid.

 

Een gedachtegang die ons bekend in de oren kan klinken, in onze huidige maatschappij.

Dat je goed je best moet doen, succesvol moet zijn.

Dat het erom gaat het hoogste te bereiken, winst, prestaties.

En wie dat niet kan, wie daarin mislukt, die heeft dat vooral aan zichzelf te wijten, níet genoeg z’n best gedaan.

‘Want ….. als je maar wilt, als je maar hard werkt, dan kun je alles bereiken’,

‘Succes is een keuze’ en ‘succes is een werkwoord’, manager en ondernemers kreten.

En jammer dan voor de verliezers, de ‘loosers’ van deze tijd.

Níet hard genoeg je best gedaan: ‘Eigen schuld, dikke bult’.

 

Dat is de wereld waarin we leven en waarin onze kinderen opgroeien,

ook de dopeling van vanmorgen, die gelukkig nog te klein is om dat allemaal te begrijpen en zich daar nu al bezorgd over te maken.

Zij hoeft voorlopig alleen maar te eten, te slapen en te spelen.

Maar die wereld van succesvollen, winnaars en verliezers, en wat het wordt dat ligt aan jou zelf, is dat wel de wereld waarin wij onze kinderen willen laten opgroeien?

Waarin wij zelf willen leven en aan mee willen doen?


En ook : is dat wel de boodschap van de gelijkenis?

Dat het erom gaat te woekeren met je talenten, succes hebben, winst maken en dat je dan wordt beloond,

en zo niet: jammer dan, dan wordt je eruit gegooid.

Is dat het godsbeeld dat de gelijkenis ons laat zien?

Dat beeld dat die derde knecht heeft:

een strenge heer die het om de winst gaat, die winnaars beloont en verliezers verwerpt,

een heer waar je bang voor moet zijn,

de derde knecht heeft uit angst zijn talent dan ook begraven.

Het is een godsbeeld dat wel in de kerk is verkondigd:

het beeld van een strenge, straffende God die je afrekent op je fouten en tekortkomingen.

Een godsbeeld waar mensen nog steeds last van kunnen hebben, en een angstig geloof aan hebben overgehouden.

 

Maar is dat het Godsbeeld dat Jezus ons hier tekent?

Of is het een vertekend godsbeeld, zoals die derde knecht een vertekend beeld heeft van zijn heer?

 

Als we kijken naar het begin van de gelijkenis dan zien we dat de heer geen enkele voorwaarde stelt aan zijn dienaren.

Er staat alleen dat de heer ‘het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf’.

En in de oorspronkelijke Bijbeltekst in het Grieks is hier zelfs geen sprake van geld, maar staat zoiets als : ‘alles wat hem toebehoort’.

Zijn bezit, alles wat hij heeft, wat voor hem van waarde is, dat vertrouwt hij zijn dienaren toe.

Zonder voorwaarden of eisen wat ze daarmee moeten doen.

 

Dit Bijbelgedeelte staat bijna aan het slot van het Matteüsevangelie.

Jezus vertelt deze gelijkenis bijna aan het einde van zijn leven.

In het volgende hoofdstuk wordt verteld dat hij gevangen genomen wordt en dat zal uitlopen op zijn sterven aan het kruis.

In die context mogen we misschien Jezus zélf herkennen in de heer die op reis gaat en alles  wat hij heeft aan zijn dienaren in beheer geeft.

Net als de heer in de gelijkenis laat Jezus alles wat hij heeft, wat hem dierbaar is, zijn boodschap van de komst van Gods Koninkrijk, na aan zijn volgelingen.

Nu zijn tijd, zijn weg bijna ten einde is, geeft Jezus zijn volgelingen zijn levenswerk in handen om op die weg verder te gaan.

Om verder te bouwen aan het Koninkrijk van God, zoals Jezus dat heeft gedaan.

 

Zoveel vertrouwen heeft Jezus blijkbaar in zijn leerlingen.

Alle liefde, mededogen, genade die Jezus heeft geleefd en voorgedaan, zijn bouwen aan Gods Koninkrijk als een rijk van liefde, vrede en recht, wordt ons toevertrouwd.

Zoveel vertrouwen heeft God blijkbaar in ons mensen, dat Gods Koninkrijk ons in handen wordt gelegd, om daaraan te werken en te bouwen.

Om daarin trouw en betrouwbaar te zijn.

Want dat is waarom de heer in de gelijkenis de beide dienaren prijst:

niet omdat ze winst hebben gemaakt, maar omdat ze goed en betrouwbaar, omdat ze trouw zijn geweest, omdat ze vanuit zijn vertrouwen in hen hebben geleefd.

Terwijl de derde knecht niet aan dat vertrouwen heeft beantwoord, maar vanuit angst heeft geleefd.

 

Vertrouwen of angst, daar gaat het om in de gelijkenis van vanmorgen.

Durven wij in vertrouwen te leven, vertrouwend op God die ons de aarde en het leven toevertrouwt, de boodschap van Jezus van het Koninkrijk van God.

Om die boodschap verder te dragen en daar aan te werken.

In de gelijkenis verdubbelen de talenten van de knechten die aan de slag gaan.

En dat zullen ook wij ontdekken als wij zo leven.

Als we, net als Jezus, liefde en ontferming doen, dan zal zich dat vermeerderen.

Als we ons inzetten voor vrede en recht en een goede wereld, dan zal dat groeien.

Zoals lied 418 zingt:

‘Wat Gij schenkt wordt meer, naar gelang wij delen,

Horen, helpen, helen, vruchtbaar in de Heer’.

 

Wat God van ons vraagt is leven vanuit Gods vertrouwen in ons, leven in goedheid en trouw met wat ons geschonken is.

God vertrouwt ons de aarde, de bouw van zijn Koninkrijk toe.

Schenkt ons het leven, en schenkt ons daarvoor de talenten van geloof, hoop en liefde.

Als wij dat geloof en vertrouwen aan onze kinderen, aan de dopeling van vandaag, door kunnen geven, dan geven we ze het grootste en belangrijkste talent mee voor hun leven.

 

U bevindt zich hier: Home De Dominee Preken Zondag 12 november 2017