Zondag 15 oktober 2017

Evangelielezing Matteüs 22: 1 – 14,



Ik denk dat dit toch wel een beetje anders voelt als kerkganger, zo samen zittend aan tafel in plaats van in de gewone rijen.

Voor de luisteraars van de kerkomroep even een korte beschrijving:

de kerkzaal is vandaag ingericht zoals in een restaurant of café, iedereen zit aan tafels, in groepjes.

En dat is niet hoe we dat gewend zijn, in ieder geval niet in de zondagmorgenviering in de kerkzaal.

We hebben geen kerkbanken in De Toevlucht, maar de stoelen staan normaal gesproken in rijen naast elkaar.

Zoals in de meeste kerken.

Maar zo aan tafel zittend tijdens de kerkdienst, dat voelt toch wat vreemd, al is het niet de eerste keer dat we dat zo doen.

En komt er ook meer op aan, als je zo bij elkaar zit.

Als je in een rij gaat zitten, laten mensen soms een stoel leeg tussen zichzelf en de ander. En iemand die alleen in een rij zit, dat kan voorkomen, maar alleen aan tafel zitten dat is toch minder prettig, voelt misschien meer alleen.

Weinig mensen gaan alleen in een restaurant zitten eten, dat voelt niet fijn, als het echt moet dan neem je een boek of een krant mee, of je kijkt op je telefoon.

Aan de andere kant ga je in een café of restaurant liever niet aan een tafeltje zitten waar al mensen zitten die je niet kent, dan voel je je toch een beetje een indringer.

Als je aan dezelfde tafel zit met elkaar, dan, automatisch, heb je iets met elkaar, dan hoor je bij dat groepje aan die tafel.

 

Misschien hebben sommigen vanmorgen bij het binnenkomen gedacht:

wat is dit nu weer voor een vreemde vernieuwing in de kerk, moet er nu weer iets anders dan hoe we het gewend zijn?

Maar, goed beschouwd is dit geen vernieuwing, maar eerder een teruggrijpen hoe het begonnen is in de vroeg christelijke kerk.

Handelingen 2 vertelt dat men in de eerste christengemeenten bij elkaar kwam in de tempel en dat men dagelijks samen de maaltijd gebruikte.

Samen aan tafel, als teken van gemeenschap.

Opeens hoor je nog meer bij elkaar, want je bent tafelgenoten.

 

En we kunnen op nog oudere bronnen teruggrijpen want als we luisteren naar de verhalen over Jezus dan komt daar heel vaak in voor dat Jezus de maaltijd gebruikt samen met anderen, zijn leerlingen, schriftgeleerden, tollenaars, zondaars, of bij de broodvermenigvuldigingen met duizenden mensen.

Of Jezus vertelt een gelijkenis over een maaltijd, zoals ons verhaal van vandaag over het bruiloftsfeest met een feestmaal.

En ook in het Oude Testament is vaak sprake van een maaltijd.

Bijvoorbeeld in één van de lezing volgens het leesrooster voor vandaag, de prachtige tekst uit Jesaja 25 over het feestmaal dat de Heer voor alle volken aanricht op de berg, met belegen wijnen en vette spijzen.

En natuurlijk ook psalm 23: ‘U nodigt mij aan tafel, mijn beker vloeit over’.

 

De maaltijd is in de Bijbel bijna altijd beeld van het Koninkrijk van God, van de overvloed van goedheid en liefde, heelheid en leven die daarin, in Gods Koninkrijk voor ieder mens beschikbaar is.

Als je maar komt en mee wilt doen, mee wilt doen in het samen delen.

Als je maar tafelgenoot wilt zijn, tafelgenoot van de gastheer en van elkaar.

Gelukkig hebt u, hebben jullie er vanmorgen allemaal voor gekozen met elkaar aan tafel te gaan zitten.

Om voor elkaar tafelgenoten te zijn.

 

Dat geldt niet voor de genodigden in de gelijkenis die Jezus vertelt.

Een koning geeft een bruiloftsfeest voor zijn zoon, met een feestmaal, en tot twee keer toe worden de bruiloftsgasten uitgenodigd.

Het is een beeld voor het Koninkrijk van de hemel, het koninkrijk van God.

En met de koning in de gelijkenis zal dan ook God bedoeld zijn en met de zoon wellicht Jezus zelf.

En de gasten, de gelovigen, worden uitgenodigd voor de bruiloft, worden uitgenodigd mee te doen in dat Koninkrijk van God.

Maar ze weigeren te komen, ze hebben allemaal een smoesjes en iets beters te doen.

Dat is in de geschiedenis anti-joods uitgelegd: dat in plaats van het joodse volk die weigerden Jezus te erkennen als zoon van God, dat toen de christenen door God gekozen zijn voor zijn Koninkrijk.

Maar dat is toch te zwart-wit en te gemakkelijk.

Alsof de christenen altijd zo hebben meegedaan en meegewerkt aan Gods Koninkrijk.

De negatieve verhalen die er zijn in de geschiedenis, of die mensen soms vertellen over de kerk, en vaak terecht, laten dat wel anders zien.

 

De genodigden komen niet, laten het afweten.

Maar de koning legt zich daar niet bij neer, God geeft het niet op met zijn Koninkrijk.

Hij stuurt zijn knechten er op uit om van alle straten iedereen uit te nodigen die ze tegenkomen.

En zo gebeurt het, iedereen is welkom, goeden en slechten vertelt de gelijkenis.

Een zootje ongeregeld zouden wij zeggen, alles en iedereen door elkaar, mensen van allerlei afkomst en herkomst.

Stel je maar voor dat de knechten door de stad Den Haag zouden gaan en iedereen zouden uitnodigen:

rijk en arm, mannen en vrouwen, blank en zwart, ‘gewone’ en andere ‘gewone’ Nederlanders, notabelen en daklozen, van’t zand en van het veen, bewoners uit de binnenstad en de buitenwijken, gelovigen van alle denkbare godsdiensten, links en rechts, homo en hetero, en ga zo maar door.

Zo ruim is de uitnodiging van de koning in de gelijkenis: ‘iedereen die je tegenkomt’.

Wij zouden er hier in De Toevlucht vreemd van opkijken denk ik, als we al die verschillende Hagenaars hier bij elkaar zouden hebben.

En ons er misschien ook wel wat ongemakkelijk over voelen.

En dan hebben we het nog niet eens over de inwoners van al de werelddelen van oost en west, noord en zuid.

In de wereld van vandaag de dag komen we al die mensen tegen, letterlijk op onze reizen of via de media.

 

Stel je voor: al die verschillende mensen, en niet alleen allemaal verzameld in één gebouw, of in één land of wereld, maar ook nog eens samen aan tafel, tafelgenoten.

Dat is wat anders dan in de stad zwijgend langs elkaar heen lopen, nauwelijks elkaar aan willen of durven kijken.

Je buren met die andere taal en gewoonten en godsdienst maar liever vermijden.

Of in de wereld langs elkaar heen leven, als volken en werelddelen.

 

De gelijkenis die Jezus vertelt laat zien dat als we mee willen doen in het Koninkrijk van God dat we daarvoor uitgenodigd zijn, van harte !,

maar dat we daarmee ook aan elkaar gegeven zijn als tafelgenoten.

En dat je wel mee moet willen doen in de feestvreugde van het samen zijn en samen delen en samen vieren van de overvloed die de koning ons schenkt.

Dat is het feestkleed dat blijkbaar bij die ene man in de feestzaal ontbreekt.

Het mee willen doen, met je tafelgenoten, mee doen in de feestvreugde, in het vormgeven, het werken aan het Koninkrijk van God.

Dat het aan je te zien is, dat je daar bij wilt horen, in je houding, je woorden, je daden.

Openheid voor elkaar.

 

Tafelgenoten, daartoe genodigd en zo aan elkaar verbonden.

Sieger Köder verbeeldt het prachtig in zijn hongerdoek ‘Tafelgemeenschap’, ‘Samen aan tafel’.

Mensen uit alle volken, linksboven: uit Zuid-Afrika en Chili,

Linksonder: een paar, de één uit Israël, de ander Palestijn,

rechts een vrouw uit Roemenië, een zigeunerin en daaronder een vrouw uit de Filippijnen met naast zich een kind uit Nederland en een man uit Suriname.

De hele wereld rond de tafel, als tafelgenoten, met als gastheer de gekruisigde, we zien het aan de wonden op de handen die brood delen en het gezicht dat in de wijn weerspiegelt.

Tafelgenoten die liefde delen: de rozen, die brood delen, een hand op een schouder,

Tafelgenoten die elkaar zien en bij elkaar willen horen.

Geschilderd in de zeven kleuren van de regenboog, beeld van Gods verbond met mensen.

Een beeld dat zeker ook in deze week van Coming Out Day, afgelopen woensdag, veelzeggend is.

Iedereen welkom aan de tafel van het Koninkrijk van God.

Daar vallen grenzen weg, aan de tafel van ontmoeting, gastvrijheid, vrede, delen.

 

Vandaag op zondag werelddiaconaat worden we eraan herinnerd dat de wereld één grote tafel is, een tafel waarop volgens deskundigen genoeg voedsel is voor alle mensen.

Als we tenminste echt met elkaar willen delen, als we werkelijk tafelgenoten van elkaar willen zijn.

Dat thema ‘Tafelgenoten gezocht’ kun je twee kanten op uitleggen:

Tafelgenoten gezocht voor ons, voor ons om mee te delen.

Vandaag zijn dat de vrouwen in Zuid-Sudan, daar horen we straks meer over bij de eerste collecte.

We delen met hen, zodat ook zij weer kunnen delen met hun kinderen, gezinnen, dorpsgenoten.

We doen dat vanuit het geloof dat ook wij genodigd zijn aan de tafel van overvloed van deze wereld, Gods Koninkrijk.

Dat aan ons gedeeld is: voedsel, liefde, toekomst,

voor ons om te ontvangen en verder te delen met mensen, dichtbij en wereldwijd.

De armen, hongerigen, zwakken, verschoppelingen zitten al aan tafel in Gods Koninkrijk.

Vóor hen klinkt aan óns de uitnodiging: tafelgenoten gezocht !

 

U bevindt zich hier: Home De Dominee Preken Zondag 15 oktober 2017