Agenda komende week

Woensdag 22 November 18:45-19:45
catechese Philadelphia (Vuistbijl); -


Woensdag 22 November 20:00-22:00
wijkkerkenraad -


Donderdag 23 November 18:45-19:45
catechisatie 12-15 -


Dinsdag 28 November 20:00-21:30
Cantorij - De Toevlucht

Zondag 30 juli 2017

Lezing Oude Testament 1 Koningen 3 : 5 – 15,

Evangelielezing Matteüs 13: 44 – 46

 

 

Het is een leuk gedachte-experiment:

Wat zou je wensen als je één wens mag doen?

Veel geld, een mooi huis, geluk, gezondheid, een sportheld te zijn of op een andere manier beroemd?

Die vraag is nog niet zo gemakkelijk te beantwoorden.

Want kies je voor het één dan krijg je het andere niet.

En : wat zijn de consequenties van je keus?

Er is in de griekse mythologie een verhaal over koning Midas

Omdat hij iemand het leven heeft gered mag hij van één van de goden een wens doen.

Midas hoeft niet lang na te denken en zegt: ‘Laat alles wat ik aanraak in goud veranderen’.

De wens wordt direct vervult.

Midas breekt een takje van een boom af en het is meteen van goud.

Dat is natuurlijk fantastisch, alles wat hij aanraakt wordt goud en hij wordt rijker dan alle vorsten van de wereld.

Totdat hij honger krijgt en wil eten en het brood in goud verandert, en dus oneetbaar wordt.

En ook het vlees, het fruit, zelfs de wijn, de koning vergaat van honger en dorst.

En als hij zijn dochter optilt, verandert ook zij in een gouden standbeeld.

In plaats van rijk en gelukkig wordt Midas wanhopig.

Gelukkig kan de wens ongedaan gemaakt worden, als Midas zijn handen in de rivier wast wordt de wonderkracht verbroken, en koning Midas is genezen van zijn hebzucht.

Bedenk goed wat je wenst en wat de gevolgen zijn, is de boodschap.

Ook niet iedereen die een grote prijs in de loterij wint, wordt daar gelukkiger van.

Veel geld kan ook veel problemen geven, afgunst, iedereen die opeens je beste vriend of vriendin wil zijn,

en denken  mee te kunnen delen in jouw nieuwe rijkdom.

 

Voor de meesten van ons blijft dit een fantasievraag of probleem, maar toch confronteert het ons met een vraag en een dilemma dat vaker op je pad kan komen.

Wat is voor jou het meest belangrijk, je diepste wens of verlangen?

Kies je daarin voor jezelf, wat jij denkt nodig te hebben, of denk je ook aan wat anderen nodig hebben?

Als je gelegenheid hebt koop je dan het huis van je dromen, een luxe auto en ga je prachtige reizen maken.

Of besteed je je geld ook aan mensen in nood, aan een schoner milieu en een duurzame  wereld.

Hoeveel en wat mag je voor jezelf houden, om van het goede van het leven te genieten, en hoeveel wil je, vind je dat je moet weggegeven?

 

De vraag naar wat jou wens zou zijn roept de vraag op:

wat is voor jou het meest waardevol, waar verlang je ten diepste naar, hoe wil je je leven invulling geven, voor jezelf en / of met anderen?

En dan kan het inderdaad gaan over je financiën, waar besteed je dat aan, hoeveel geld geef je aan goede doelen, acties voor mensen in nood, de kerk.

Maar ook over je tijd, hoe en waaraan besteed je je tijd, je misschien niet eens al te veel vrije tijd bij de drukte van het gezin en je werk.

Waar zet je je voor in en besteed je die tijd aan?

Vooral aan leuke dingen voor jezelf en je gezin, of ook aan anderen die hulp nodig hebben, voor de samenleving of de wijk waarin je woont, de kerk.

Deze zomerse vakantietijd kan een goede tijd zijn om daar weer eens over na te denken.

Wat is voor mij werkelijk van waarde?

 

Wat zou je wensen als dat kon?

Dat is op zichzelf al een lastige vraag, maar eigenlijk maken we het ons toch nog te gemakkelijk.

Want, vanuit ons Bijbelverhaal van vandaag over Salomo moet de vraag zijn:

Wat zou je wensen als Gód je vraagt wat je wilt hebben :

‘Vraag wat je wilt, zegt God, in ons verhaal tegen Salomo, ‘ik zal het je geven’.

Dan klinkt de vraag ook nadrukkelijk aan ons als gelovige, als christen.

En welke rol speelt dan God en het geloof bij het antwoord dat we geven?

Wat geloven ons leert en van ons vraagt.

Geven we God en geloven een rol, een plaats in de keuzes die we maken in ons leven?

 

Die vraag klinkt ook voor Salomo.

Hij is getrouwd met een Egyptische, waarschijnlijk dus heidense vrouw.

Maar, als opvolger van zijn vader David, blijft Salomo trouw aan God, doet hij wat zijn vader hem geleerd heeft en brengt de offers zoals het hoort.

Dan verschijnt God aan hem in een droom.

‘Vraag wat je wilt en ik zal het je geven’.

Salomo mag kiezen wat hij wil.

Een moeilijke vraag, zeker voor een jong iemand als Salomo, waarschijnlijk rond de 20.

Kies je het één, dan loop je iets anders misschien mis.

Tegenwoordig noemen we dat het ‘dertigers dilemma’ of de ‘quarterlife crisis’:

zoveel keuzemogelijkheden zijn er: welke opleiding, carrière, of kies je juist voor een relatie en een gezin?

Keuzes die je toekomst bepalen.

En dat geldt ook voor de jonge koning Salomo.

‘Vraag wat je wilt’ zegt God.

Een vraag die niet zonder risico is, Salomo kan voor eigen eer, rijkdom, macht en aanzien kiezen.

Hij zou niet de eerste, en ook zeker niet de laatste machthebber zijn die het vooral daar om gaat.

 

Voordat Salomo antwoord geeft op die vraag van God ‘vraag wat je wilt’,

erkent en belijdt Salomo dat hij zijn plek als koning, als opvolger van David aan God te danken heeft.

‘U hebt mij als opvolger van mijn vader David als koning aangesteld’.

En hij laat ook zijn onzekerheid zien : ‘Ik ben nog zo jong en ik heb geen ervaring’.

Salomo beseft dat zijn positie geen eigen verdienste is, dat zijn leven en koningschap een geschenk, een gave is.

Dat hij, ook als koning, afhankelijk is van God.

Dat besef maakt dat de keus die Salomo doet er één is waarin hij het goede en de zegen die hij ontvangen heeft ook weer door kan geven.

Salomo vraagt niet iets alleen voor zichzelf: gezondheid, een lang leven, rijkdom en aanzien.

Maar Salomo vraagt een opmerkzame geest, een ‘horend hart’ zegt een andere vertaling.

Een hart dat kan luisteren.

 

‘Luisteren’, echt goed luisteren is misschien wel het moeilijkste dat er is.

Echte aandacht, openheid, geduld, om te horen wat de ander bezig houdt, misschien aan zorgen of verdriet,

zien wie de ander is en wat hij of zij nodig heeft,

het komt er zo vaak niet van.

Geen tijd, geen geduld, te veel bezig met je eigen dingen,

misschien bang dat je geen goed antwoord hebt, niets weet te zeggen.

Of sommige mensen praten liever, en dan vooral over zichzelf of juist over een ander.

 

Maar Salomo vraag om een luisterend hart, om te kunnen horen en zien wat het volk nodig heeft.

Een open hart, voor het volk en voor God.

‘Om onderscheid te maken tussen goed en kwaad’, voegt Salomo ook toe.

Waarschijnlijk klinkt hier ook de geloofsbelijdenis van Israël door, uit Deuteronomium 6:

‘Hoor Israël, de Heer is onze God, heb God lief met hart en ziel, met al je krachten’.

Salomo geeft aan ook te willen luisteren naar God, naar de wet en de geboden.

De koning was in die tijd tegelijk ook rechter.

En, luisterend naar God en zijn geboden, en naar wat het volk bezighoudt en nodig heeft, zal Salomo recht kunnen spreken.

‘Uw volk’ en ‘dit volk van u’, zegt Salomo.

Salomo heeft het besef dat hij als koning het volk niet bezit, dat het niet ‘zijn’ volk is, maar Gods volk.

En dat hij als koning in dienst staat van God en van het volk.

Het gaat niet om zijn koningschap, maar om Gods koningschap.

 

Het bevalt God, het doet God goed dat Salomo dit vraagt, het vermogen om te luisteren,

daarom schenkt God hem ook dat wat hij niet gevraagd heeft: rijkdom en roem, en als Salomo zich aan Gods geboden houdt, een lang leven.

Dit verhaal van Salomo leert ons wat het evangelie ons ook voor houdt, waar Jezus zegt:

‘Zoek eerst het Koninkrijk van God en de rest, alle andere dingen worden je erbij gegeven’.

En: ‘Wie durft te verliezen, zal ontvangen’.

Of de woorden van Franciscus van Assisi (liedboek blz. 1355) die we vanmorgen lazen:

‘Wie geeft, ontvangt, wie zichzelf vergeet vindt’.

Het kan ook onze ervaring zijn: wie ervoor kiest om een ander te helpen, mee te leven, je in te zetten voor wat je van belang vindt,

ook al kost het je zelf tijd, energie en misschien zelfs geld, wordt zelf er zelf rijker van.

 

Het is eerlijk om te zeggen dat Salomo dit beloftevolle begin niet altijd heeft waargemaakt.

Na zijn dood wordt beschreven hoe Salomo het volk zware lasten en belastingen op heeft gelegd om zijn paleizen en zijn leger te kunnen bekostigen.

Dat hij de zonen van het volk voor zich liet werken en vechten.

Dat hij ontrouw was en vele vrouwen had en ook afgoden diende.

Een goed begin, goede bedoelingen zijn niet altijd garantie voor een goed vervolg.

Zelfs wijsheid en inzicht zijn geen garantie dat je nooit uit het oog verliest waar het om gaat in het leven, wat werkelijk van waarde is.

 

Maar hier aan het begin van zijn koningschap maakt Salomo de goede keuze.

Samenvattend zou je kunnen zeggen dat Salomo niet kiest om te ‘hebben’, maar om te ‘zijn’.

Om een goede koning naar Gods hart te zijn.

Om niet zijn eigen koningschap, maar het koningschap van God te dienen.

En dat klinkt ook in de gelijkenissen die Jezus vertelt over de schat en de parel.

Daarin ligt de nadruk niet op de schat, op de parel, maar op de inspanning die gedaan wordt om de schat en de parel te verwerven.

En dat is, zegt Jezus, het Koninkrijk der hemelen, God’s koninkrijk.

De keuze om alles wat je hebt daarvoor in te zetten.

En dat Koninkrijk van God is niet iets van later, de verre toekomst of na ons leven.

Het Koninkrijk van God is in Jezus zichtbaar geworden, hoe we met elkaar omgaan, in de betrokkenheid en de liefde voor de ander, inzet en hulp en zorg voor wie dat nodig heeft.

Om te zijn, met en voor elkaar, mens te zijn.

 

 

U bevindt zich hier: Home De Dominee Preken Zondag 30 juli 2017