Agenda komende week

Dinsdag 24 Oktober 20:00-21:30
Cantorij - De Toevlucht


Woensdag 25 Oktober 18:45-19:45
catechese Philadelphia - Vuistbijl


Woensdag 25 Oktober 20:00-22:00
wijkkerkenraad -

Zondag 7 mei 2017

Evangelielezing Johannes 16: 16-23a,



Wij zitten vanmorgen als het ware aan tafel bij Jezus en zijn leerlingen, als ze samen het laatste avondmaal vieren, de avond voor Jezus z’n sterven.

Straks als wij het avondmaal vieren.

En ook in de lezing zijn we weer even teruggekeerd aan de tafel van die laatste maaltijd van Jezus met zijn leerlingen.

Vanaf hoofdstuk 13 wordt door Johannes in zijn evangelie deze maaltijd beschreven:

de voetwassing, Judas die weggaat van de tafel om Jezus te verraden,

Jezus die spreekt over zijn naderend afscheid, over de komst van de Heilige Geest,

en, na  een vredegroet: ‘mijn vrede geef ik jullie’ het slot van hoofdstuk 14 : ‘Kom laten we van hier weggaan’.

De maaltijd en het gesprek daarbij lijken beëindigd.

Toch gaat dit tafelgesprek in hoofdstuk 15, 16 en 17 nog verder.

Een lange tafelrede van Jezus die we bij de andere evangelisten zo niet lezen, deels ook herhaling van wat Jezus daarvoor gezegd heeft.

Alsof Johannes als het ware nog een samenvatting geeft van Jezus zijn weg en boodschap.

 

In de verzen die wij daaruit hebben gelezen gaat het over het afscheid van Jezus en over zijn aanwezigheid daarna, aanwezigheid ondanks dat afscheid.

Met daarbij die vreemde woorden die drie keer klinken:

‘Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug’.

Wat bedoelt Jezus met deze mysterieuze woorden, voor zijn leerlingen toen,

en voor ons die deze woorden 2000 jaar later horen.

Hebben deze woorden voor ons nu nog betekenis?

 

Op het eerste gehoor lijken deze woorden te gaan over Jezus z’n  sterven en Hij dus niet meer bij de leerlingen zal zijn, maar daarna, na zijn opstanding zal Jezus aan hen verschijnen, dan zullen ze hem weer zien.

Het verdriet om Jezus z’n dood zal overgaan in de vreugde om zijn opstanding.

Ook worden deze woorden vaak uitgelegd als woorden over Jezus z’n hemelvaart, de leerlingen herinneren zich hier ook Jezus z’n woorden: ‘Ik ga naar de Vader’.

Na zijn hemelvaart zal Jezus niet meer aan de leerlingen verschijnen, maar na zijn wederkomst, die de christenen in die tijd al snel verwachten, zullen ze Jezus weer zien.

 

Maar inmiddels, als Johannes deze woorden opschrijft, is het tientallen jaren later.

Johannes schrijft zijn evangelie voor de jonge, christelijke gemeente, eind van de 1e eeuw.

Wat wil Johannes hen met deze woorden zeggen?

Wat betekenen deze woorden voor die jonge christelijke gemeente?

De gemeente die weet van het lijden en de droefheid die Jezus noemt.

Ze zijn als christenen verstoten uit de synagoge,

voelen zich verlaten nu Jezus al zoveel jaar niet meer in hun midden is,

en ze lijden vanwege groeiende verdrukking en vervolging waarmee ze te maken hebben.

Waar kunnen zij Jezus zien, zijn aanwezigheid ervaren?

Waar is de vreugde die Jezus belooft?

 

En dan wij, nog eens 20 eeuwen later: wat betekenen deze woorden nu nog voor ons?

Die ‘korte tijd’ is inmiddels verstreken en lossen we niet op met de Bijbelse uitspraak dat ‘duizend jaar bij God is als een dag’.

Dat is van onze menselijke beleving wel heel veel gevraagd.

Kunnen wij ook nu nog Jezus’ aanwezigheid ervaren?

En ook de vreugde ervaren die Jezus belooft.
Dat wij Jezus zullen zien, ook al is Hij niet meer letterlijk in ons midden, zoals bij de leerlingen.

 

‘Zien’ is een belangrijk woord bij Johannes in zijn evangelie en hij gebruikt daar verschillende Griekse woorden voor,

zoals wij daar ook verschillende woorden voor kennen: zien, kijken, aanschouwen, waarnemen, bezichtigen en ga zo nog maar even door.

Je kunt op verschillende manieren ‘zien’.

Je kunt ergens naar kijken zonder het echt te zien.

Je kunt iets bekijken, aanschouwen, registreren dat het er is, zonder dat het echt tot je doordringt, zonder dat je er door geraakt wordt en het echt iets voor je betekent.

Maar je kunt ook écht zien, dat het tot je doordringt, je raakt en het tot ervaring wordt.

Dat het iets met je doet.

In het mooie franse boekje ‘De Kleine Prins’ zegt de kleine prins bij zijn afscheid van zijn vriend de vos:

‘alleen met het hart kun je echt zien, het wezenlijke is voor het oog onzichtbaar’.

Zien met de ogen alleen blijft bij de buitenkant, maar zien met het hart, dan zie je echt waar het om gaat, dat raakt het innerlijk, dat raakt je van binnen.

 

Als we om ons heen kijken wat er in de wereld allemaal aan de hand is, alle geweld, ellende en natuurrampen, of misschien wat er speelt in je eigen leven aan moeite,

dan is het soms maar moeilijk om te zien en te blijven geloven dat de weg en het werk van Jezus door gaat, dat God aanwezig en nabij is in de wereld, dat het Koninkrijk van God doorbreekt.

Dat is ook vaak de vraag van niet-gelovigen bij het zien van alle ellende in de wereld: ‘waar is God dan?’.

En wat is dan ons antwoord, hoe of waar kun je dan laten zien dat God aanwezig is, zichtbaar en ervaarbaar?

 

Jezus leert ons zien op een nieuwe manier, Johannes geeft het aan in de woorden die hij daarvoor kiest.

‘Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer’, jullie kunnen me dan niet meer bekijken, aanschouwen, zien zoals je in het dagelijkse leven ziet.

‘Maar na korte tijd zullen jullie me weer zien’, daar staat een ander woord voor zien, met de betekenis van werkelijk zien, doorzien, begrijpen wie Jezus is en wat hij betekent.

‘Je gaat het pas zien als je het door hebt’ zou Johan Cruijff zeggen.

En dat is het precies.

Vanuit het geloof anders kijken, met de ogen van het geloof, een gelovig hart en dus anders kijken naar de wereld om je heen, naar het leven.

En dan is er nog steeds oorlog en ellende, en ziekte en verdriet te zien.

Maar dan zie je ook mededogen en zorgzaamheid en liefde, iemand die een ander helpt of  troost, het verdriet of de eenzaamheid probeert te verlichten.

Dan zie je alle hulpverleners, vrijwilligers die zich belangeloos inzetten voor allerlei mensen die ze misschien helemaal niet kennen, maar die hulp nodig hebben.

Dan voel je de warmte van verbondenheid, gemeenschap, samen delen, elkaar doen opstaan en weer helpen om het leven aan te kunnen.

Dan zie je het geluk, de vreugde van mensen, het plezier om soms heel gewone, kleine dingen

En daarin, in al die momenten, mogen we God, mogen we Jezus herkennen.

Daar is Jezus aanwezig, zichtbaar, daar gebeurt God om het modern te zeggen.

‘Daar waar vriendschap is en liefde, daar is God met ons’.

 

Dat leren zien, dat is wat we hier in de kerk met elkaar oefenen.

Daarom lezen we die verhalen van 2000 jaar geleden, om onze ogen en ons hart te openen.

Om God in het leven, in ons leven te leren zien.

Om elkaar en anderen te laten zien waar God te vinden is in ons leven,

om ook zelf zo’n vindplaats van God te zijn, door naar elkaar om te zien, er voor elkaar en anderen te zijn, barmhartigheid te doen.

Zo is Jezus in ons midden, zichtbaar voor wie verder ziet, met ogen van geloof.

Zoals wij vandaag, in heel gewoon brood en wijn en druivensap, de aanwezigheid van Jezus mogen zien en vieren, voor ons en in ons.

 

U bevindt zich hier: Home De Dominee Preken Zondag 7 mei 2017