Zondag 14 mei 2017

Evangelielezing Johannes 16: 1 – 15,





‘Weggaan kun je beschrijven als een soort van blijven.

Niemand wacht want je bent er nog.

Niemand neemt afscheid want je gaat niet weg’.

 

Bij de voorbereiding van deze preek rond de evangelielezing uit Johannes kwam ik deze regels tegen uit een gedicht van Rutger Kopland met als titel ‘Weggaan’.

Deze regels of heel het gedicht staan soms op een rouwkaart of in een rouwadvertentie.

Wat de dichter precies bedoelt weet ik niet.

Maar dit gedicht zou kunnen gaan over het weggaan of sterven van iemand die je heel dierbaar is.

In je herinneringen en misschien wel juist in het gemis kan diegene toch heel aanwezig zijn.

Dat je, vooral in het begin, voortdurend aan hem of haar denkt.

Mensen vertellen soms dat ze, als hun geliefde gestorven is, zijn of haar aanwezigheid nog heel sterk voelen.

Hem of haar zelfs even zien.

En in kleine dingen, misschien een gebaar van iemand, misschien in één van je kinderen of kleinkinderen, ‘zie’ je als het ware, herken je opeens iets van je man of vrouw die er niet meer is.

En ook na die eerste tijd van het verlies blijft, ondanks het missen, de ander toch altijd bij je, in herinneringen, in verbondenheid.

Weggaan en toch een soort van blijven.

 

Zo zou die regel van Kopland ook als opschrift boven onze lezing van vanmorgen kunnen staan.

We zitten in de lezing midden in het gesprek van Jezus met zijn leerlingen, nog bij het laatste avondmaal voor zijn sterven.

Jezus spreekt over het naderende afscheid van hem van zijn leerlingen, en over de komst van de heilige Geest.

Jezus zegt dat hij weg zal gaan en zelfs zegt hij daarbij tegen de leerlingen:

“Het is goed voor jullie dat ik ga” want als ik niet ga zal de pleitbezorger niet bij jullie komen”.

De pleitbezorger zoals de nieuwe Bijbelvertaling het zegt, dat is de Heilige Geest, de Trooster, de helper.

 

De leerlingen van Jezus zullen op dat moment waarschijnlijk niet veel van die woorden van Jezus begrepen hebben.

Het stemt ze verdrietig, zegt Jezus zelfs, en ik denk dat we dat kunnen begrijpen.

Hoe kan het nu goed zijn dat Jezus weggaat, hen achterlaat?

Wat is er nu mooier, beter, dan dat Jezus bij je is, dat je bij Jezus kunt zijn, en dagelijks kunt zien en horen wat hij doet en zegt?

Zo direct uit de eerste bron, rechtstreeks, het evangelie belichaamd zien, in Jezus Gods liefde en nabijheid ervaren.

Dat kan toch niet beter?

 

Het is heel menselijk om God zichtbaar en tastbaar bij je te willen hebben.

In heel veel religies en godsdiensten zijn daar ook vormen voor.

De beelden van goden, afgodsbeelden, amuletten, schilderijen of andere afbeeldingen,

op vele manieren proberen mensen hun god, hun beeld van God zichtbaar te maken, zodat je ervoor kunt knielen, het aan kunt raken, het met je mee kunt dragen.

Er in moeilijke tijden misschien zelfs letterlijk houvast bij kunt vinden.

 

Maar dat ligt bij de God van de bijbel heel anders, één van de eerste geboden is immers :

‘je mag geen beeld van Mij maken’.

God kan niet gezien worden, dat besef heeft altijd in Israël geleefd.

Niemand kan God zien, zelfs Mozes niet die op de berg God alleen van achter kan zien, als God voorbijgegaan is.

Of Elia, die God ontmoet, ook op de berg, in een zachte suizende stilte.

God is de verborgene en zo aanwezig.

God is aanwezig in zijn stem die klinkt, de stem die Abram roept en Mozes en profeten.

God is niet de God die zich laat zien en ingrijpt waar wij dat graag zouden willen zien.

God is aanwezig in zijn belofte van toekomst, zijn verbond met mensen, met ons als zijn volk.

Voor het volk Israël is God ook vooral aanwezig in zijn wet, de tien woorden.

Wij mogen Gods aanwezigheid herkennen in Jezus, en ervaren in zijn woord, in brood en wijn.

Maar het blijft een verborgen aanwezigheid.

 

In Jezus is God heel dichtbij gekomen, en het is begrijpelijk dat de leerlingen dat niet willen loslaten, Jezus niet willen loslaten.

Juist nu, nu de tijd komt dat ze hem zo hard nodig hebben, nu ze geconfronteerd zullen worden met de harde kanten van het leerlingschap van Jezus.

‘Jullie zullen uit de synagoge gezet worden, mensen zullen jullie willen doden en denken daarmee God te dienen.’

In deze waarschuwende woorden van Jezus zoals Johannes die beschrijft klinken de ervaringen door van de jonge christengemeente eind van de eerste eeuw, in de jaren waarin de vervolging groeit..

Ze zullen geconfronteerd worden met de harde kanten van het discipelschap, en juist nú gaat Jezus van hen weg.

 

En dat noemt Jezus dan ook nog goed.

‘Het is goed dat ik ga, want dan kan de Geest van de waarheid komen’.

Alsof het uiteindelijk allemaal daar om gegaan is.

Alsof de aanwezigheid van de heilige geest beter is dan de aanwezigheid van Jezus.

Is Pinksteren dan meer dan Kerst of Pasen?

Is Kerst dan alleen, via Pasen, een opmaat naar Pinksteren?

Dat Pinksterfeest dat er bij ons toch een beetje bij hangt, als laatste en afsluiting van de christelijke feesten.

Maar de kerk zit niet zo vol als met Kerst en Pasen, er is geen uitgebreid kindernevendienst-project en de betekenis van Pinksteren is eigenlijk ook maar moeilijk uit te leggen.

En toch lijkt hier Pinksteren het doel van Jezus z’n leven.

 

‘Het is goed voor jullie dat ik ga’, zegt Jezus, want dan kan er iets anders, iets nieuws komen, de pleitbezorger, de Geest van de waarheid.

Jezus z’n weggaan, zijn afwezigheid zal ruimte scheppen voor de komst van de geest die de weg zal wijzen naar de volle waarheid.

Ook hier klinkt de ervaring van de christenen uit de eerste eeuw door.

Dat het met Jezus z’n weggaan niet afgelopen was, dat zijn verhaal door is gegaan en nog steeds met hen meegaat.

Jezus z’n weggaan was een soort van blijven.

Die jonge christelijke gemeente heeft de geestkracht ervaren die Jezus belooft.

Die daarna, in alle eeuwen, mensen heeft geïnspireerd en in beweging gezet.

Het verhaal van Jezus, zijn boodschap, zijn woorden is het verhaal geworden van steeds meer mensen, het is zelfs nu 2000 jaar later ons verhaal geworden.

Onze waarheid voor ons leven waar wij uit leven.

 

Jezus maakt plaats, trekt zich terug zou je kunnen zeggen, om ruimte te maken voor de geest die mensen bezielt en in beweging zet om de weg van Jezus verder te gaan.

 

In de joodse denkwijze is dat terugtrekken en ruimte maken al vanaf het begin van de schepping gaande.

Voor de schepping was er alleen God.

God, die alles was, overal,

heeft volgens de joodse wijzen, zich teruggetrokken om ruimte te maken voor de schepping,

ruimte ook voor de mens om in vrijheid en verantwoordelijkheid te kunnen leven.

Om met vallen en opstaan het leven te leren, zelfs te kunnen kiezen voor goed of kwaad.

 

Zoals je als ouders op een bepaald moment ook ruimte moet maken voor je kinderen, je ‘terugtrekt’, al houd je ze natuurlijk zorgzaam zoveel mogelijk in het oog en in je hart,

maar toch je terugtrekt om hen ruimte te geven en de kans om te leren hun eigen weg te ontdekken en te gaan.

Of zoals de muziekleraar die als de leerling uitgeleerd is, zich terugtrekt en zegt: nu moet je zo spelen dat het jouw muziek is die klinkt.

Zoals je als geliefden, vrienden, en ook in een kerkelijke gemeente,

elkaar ruimte moet gunnen en laten, om je eigen weg te zoeken, in leven en in geloven,

een weg die bij jou past.

 

De leerlingen moet Jezus loslaten.

Zoals Maria na de opstanding in de tuin Jezus niet mag aanraken maar moet loslaten en op weg wordt gestuurd vanuit de tuin met lege graf,

om te leven vanuit opstanding.

Het is nog niet klaar, nog niet af met Jezus in je midden.

Dat is ook iets om onszelf als kerk te bedenken.

Het is niet klaar met dat wij hier gemeente zijn, samenkomen, lezen, bidden, zingen, Jezus belijden, bij Jezus horen, hoe belangrijk en fijn en vertrouwd ook.

Daar kan het niet bij blijven.

Van hier uit worden wij op weg gezet.

 

Het weggaan van Jezus geeft de mogelijkheid en de ruimte voor de leerlingen om op eigen benen te staan.

Vanaf nu zullen de leerlingen zelf hun weg gaan als volgelingen van Jezus.

Om de weg die Jezus begonnen is, om in zijn Geest de weg van Jezus boodschap verder te gaan en verder te brengen de wereld in.

Jezus is de voorganger, en échte volgelingen worden opvolgers.

 

Daartoe is Jezus gekomen.

De weg die Jezus gegaan is, Gods van den beginne vrijheid en ruimte scheppende weg, moet onze weg worden.

Het leven dat in Jezus geopend is, de dood, de duisternis die in Jezus overwonnen is, moet ons leven, ons licht worden.

De liefde die Jezus geleefd en geleerd heeft, moet onze liefde worden.

 

Jezus’ weggaan geeft ons verantwoordelijkheid om zijn boodschap levend te houden.

Om Jezus zichtbaar te maken.

Jezus’ weggaan geeft ons ook ruimte,

ruimte om te zoeken en steeds opnieuw te ontdekken wat de betekenis van Jezus’ woorden en boodschap nu voor mensen kan zijn.

Om dat onder woorden te brengen, zichtbaar en ervaarbaar te maken.

Geen gemakkelijke opdracht en daarom belooft Jezus de komst van geest.

In de verantwoordelijkheid en ruimte waarin wij gelovig onze weg zoeken, blijft Jezus aanwezig in de geest die ons daartoe inspireert en de weg wijst.

En waar wij zijn weg gaan, Jezus weg en boodschap tot de onze maken, die zichtbaar maken,

daar is Jezus aanwezig.

Dan is zijn weggaan werkelijk een soort van blijven.

 

U bevindt zich hier: Home De Dominee Preken Zondag 14 mei 2017