Hemelvaartsdag 25 mei 2017

Lezing Handelingen 1: 1 – 11,

 

Evangelielezing Marcus 16: 14 – 20,



Het lijkt alsof vandaag onze blik naar boven gericht wordt.

De naam van deze dag, deze christelijke feestdag, zegt het ook al ‘Hemelvaartsdag’.

En de hemel moet, in ieder geval gevoelsmatig, toch ergens daar boven zijn.

Maar ‘naar boven’ is vandaag de dag geen vanzelfsprekende blikrichting meer.

Bij ‘Hemelvaart’ denken de meeste mensen waarschijnlijk hoogstens aan de luchtvaart, prachtig om boven de wolken te vliegen,

of aan ruimtevaart, raketlanceringen en space-shuttles, interessant om via de moderne media af en toe mee te kijken, naar prachtige beelden van de ruimte of vanuit ruimte naar de aarde.

En dan zijn er nog de sporters als ze hebben gescoord of gewonnen, die met hun vinger naar boven wijzen en even omhoog kijken.

Om god te bedanken of om de overwinning op te dragen aan vader of opa die gestorven is of een goede vriend of collega.

Die dan toch ergens daar boven in de hemel moet zijn, maar natuurlijk alles ziet wat jij op aarde presteert en meemaakt.

 

Maar verder?

Wie richt, naaste deze voorbeelden, de blik nog naar boven in de geseculariseerde tijd waarin wij leven?

In onze samenleving lijkt weinig ruimte voor het hemelse, het religieuze of gelovige perspectief.

De teruggang in gelovigheid en kerkbezoek, steeds minder mensen die zich godsdienstig noemen.
We zien het deze dagen rond de formatie, hoe moeizaam sommige partijen in gesprek willen met ‘te’ christelijke partijen,

de aversie in de samenleving tegen religie, religieuze uitingen.

Wat deels en ook wel begrijpelijk te maken heeft met het religieus geweld waar we steeds, ook de afgelopen dagen weer, mee geconfronteerd worden.

 

Maar als je de blik niet meer naar boven richt, naar het hemelse, het goddelijke perspectief, wat bepaalt dan je blikrichting in je leven?

Wat is het dan dat je leven richting geeft?

 

De leerlingen blijven, terwijl Jezus van hen weggaat, naar de hemel staren.

Dat staren heeft iets in zich van: het niet kunnen geloven dat Jezus verdwijnt, hen achterlaat en niet meer bij hen blijft.

Afscheid en vertrek, maar je blijft staren, kijken, misschien tegen beter weten in blijf je staan, in de hoop dat de ander zich omdraait, weer terug komt.

Of je kijkt de trein, de auto achterna waarmee de ander is vertrokken, alsof nog tot je door moet dringen dat hij of zij werkelijk weg is.

Zo staan je leerlingen daar, ze moeten afscheid nemen en loslaten de man die ze gevolgd hebben, die hen gevormd heeft tot wie ze nu zijn.

Die hen zoveel geleerd heeft, over God, het leven, wie ze zijn en kunnen zijn in Gods ogen.

Die hen het goede leven, werkelijke liefde heeft geleerd.

En nu staan ze daar, met elkaar en tegelijk alleen, zonder hem.

Verdwaasd, zich misschien af vragend hoe het nu verder moet, zonder Jezus.

Voelen zich daar waarschijnlijk helemaal nog niet klaar voor, misschien ook nog niet  beseffend en wetend wat er nu van hen gevraagd wordt, wat nu te doen.

Niet voor niets heet komende zondag ‘Wezenzondag’, verweesd voelen de leerlingen zich waarschijnlijk,

al komt de naam van komende zondag gelukkig uit de belofte van Jezus: ‘Ik zal jullie níet als wezen achterlaten’.

Maar het is nog geen Pinksteren en wachten kan soms een eeuwigheid voelen.

 

Als je daar zo staat, zoals de leerlingen, met een verweesd gevoel, starend naar de hemel, dan is het goed als iemand je weer tot jezelf roept, je met beide benen op de grond zet.

Twee mannen in witte gewaden spreken de leerlingen aan: Wat staan jullie naar de hemel te kijken?’

De leerlingen moeten niet omhoog blijven kijken, maar vooruit, naar de toekomst.

De twee mannen herinneren aan die toekomst in de belofte dat Jezus terug zal komen.

En met die belofte gaan de leerlingen terug naar Jeruzalem.

 

De blik, het oog en ook het hart, ook een gelovig hart, moet niet alleen naar boven gericht zijn.

Dat ‘boven’ wordt eigenlijk ook nauwelijks benoemd in de verhalen van Jezus z’n hemelvaart.

Zó veel wordt daar eigenlijk niet over geschreven.

Bij Matteüs lezen we wel hoe Jezus op de berg het zendingsbevel geeft, maar niets over een hemelvaart, over Jezus die op een wolk omhoog stijgt.

Bij Marcus is het maar één zin:

‘de Heer Jezus werd in de hemel opgenomen en nam plaats aan de rechterhand van God’.

Johannes beschrijft geen hemelvaart van Jezus.

En Lucas in zijn evangelie beperkt de hemelvaart ook tot één zin: ‘terwijl hij hen zegende ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel’.

En ook in Handelingen 1, het Hemelvaartverhaal, is het eigenlijk maar één vers:

‘Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhoog geheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zegen’.

En klinkt, terwijl de leerlingen nog naar boven staren, al de nuchtere vraag: ‘Wat staan jullie daar naar de hemel te kijken?’.

 

De aandacht is vandaag niet alleen naar boven gericht.

De blik van de leerlingen wordt terug gewezen naar de aarde, de opdracht die nu in hun handen is gelegd, om het werk van Jezus, zijn boodschap verder te dragen.

‘Trek de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend’, klinkt voor de hemelvaart bij Marcus.

En in Handelingen 1 heten de leerlingen inmiddels apostelen: ‘gezondenen’.

Grote nadruk rond de Hemelvaart van Jezus ligt op het uitgezonden worden van de leerlingen, om het evangelie, de boodschap van Jezus uit te dragen in de wereld.

Onze blik wordt op de aarde gericht, om daar het evangelie in ons dagelijkse leven vorm te geven.

 

Maar, niet zonder een ‘hemels’ perspectief.

In Jezus’ hemelvaart wordt opnieuw de aarde met de hemel verbonden, de hemel als verbeelding van Gods aanwezigheid.

Hemels licht valt over ons leven.

Voor zijn hemelvaart belooft Jezus zijn leerlingen de komst van de Heilige Geest.

En de andere evangelisten vertellen dat Jezus ‘zegenend’ van zijn leerlingen heen gaat.

‘Al heeft Hij ons verlaten, Hij laat ons niet alleen’.

Wat ons omgeeft en wat ons draagt in ons leven, is de aanwezigheid van Jezus, van God.

Daarop mogen we vertrouwen.

Maar we moeten wel op weg gaan.

Starend naar de hemel in afwachting van antwoorden, of tekenen, kom je er niet.

We moeten zelf de daad bij Gods woord voegen.

Jezus’ woorden doen, in vertrouwen op Gods aanwezigheid daarbij.

Dan leeft Jezus in ons verder.

Daarin mogen wij richting vinden voor ons leven, door zijn weg verder te gaan, zijn woorden verder te brengen.

Met hemels licht op onze weg om ons richting te wijzen.

En wij leven, op Hem gericht, Hem achterna.

 

U bevindt zich hier: Home De Dominee Preken Hemelvaartsdag 25 mei 2017