Agenda komende week

Dinsdag 24 Oktober 20:00-21:30
Cantorij - De Toevlucht


Woensdag 25 Oktober 18:45-19:45
catechese Philadelphia - Vuistbijl


Woensdag 25 Oktober 20:00-22:00
wijkkerkenraad -

Zondag 30 april 2017

Lezing Oude Testament Ezechiël 34: 1 – 22,

 

Evangelielezing Johannes 10: 11 – 16,



Deze 3e zondag van Pasen heeft de naam ‘zondag van de Goede Herder’ vanuit de lezing uit Johannes 10, of ook de latijnse naam ‘Misericordia Domini’ vanuit psalm 33: 5.

In de toelichting Bij de orde van dienst op de zondagsbrief kunt u daarvan drie vertalingen lezen:

De vertaling van het latijnse woord Misericordia is barmhartigheid, in de vorige Bijbelvertaling stond ‘goedertierenheid’ en in onze huidige vertaling : ‘trouw van de Heer’.

De Bijbel in Gewone Taal heeft ‘goedheid’.

Het is blijkbaar zoeken naar een goede en ook een begrijpelijke vertaling.

Wat is eigenlijk ‘goedertierenheid’?

Je voelt het misschien wel ongeveer aan maar om, bijvoorbeeld aan kinderen, uit te leggen wat het precies is, goedertierenheid, ik denk dat dat niet meevalt.

Het is ook een woord dat we niet meer gebruiken, in ons dagelijkse taalgebruik, het is een  ouderwets woord.

Daarom zoeken nieuwe vertalingen steeds weer naar nieuwe woorden, die ook begrijpelijk zijn voor moderne en jonge lezers van deze tijd.

 

N.a.v. de evangelielezing van vanmorgen kun je je afvragen of dat ook niet geldt voor bepaalde beelden in de Bijbel.

Zoals het beeld van de Goede Herder.

Weten wij nog wat een schaapherder is?

Een schaapherder roept voor de meesten van ons, denk ik, een romantisch plaatje in gedachten.

Van een, waarschijnlijk gesubsidieerde, schaapherder ergens op de hei in Drenthe, met een kudde schapen die vooral handig is om de begroeiing op de heidevelden in toom te houden.

Maar de herder hoeft waarschijnlijk niet te leven van de wol of het vlees van de schapen.

En hoeft zeker de kudde niet te beschermen tegen wilde dieren zoals de wolven waar Jezus over spreekt.

 

Is het beeld van een herder, van de Goede Herder, nog een aansprekend beeld voor ons?

Of moet je zeggen dat dat toch eigenlijk ook een ouderwets, achterhaald beeld is voor de moderne Bijbellezer.

Voor ervaren kerkgangers roept het beeld van de Goede Herder natuurlijk wel iets op.

De herder met een lammetje op zijn schouders, uit de gelijkenis van het verloren schaap.

Of de herder uit psalm 23, ‘de Heer is mijn Herder’, misschien wel de meest bekende psalm, die nogal eens klinkt bij begrafenissen.

Voor veel gelovigen is het waarschijnlijk nog steeds een vertrouwd beeld.

Maar tegelijk kun je je afvragen of dit beeld ons nog steeds echt aanspreekt:

God of Jezus als herder, eigenlijk een ouderwets beeld waarbij wij dan ook nog worden neergezet  als schapen.

En dat klinkt weer niet als een compliment.

Dat willen we toch helemaal niet meer zijn : ‘schapen’.

Schapen, dat roept het stereotype beeld op van volgzaam zijn, een kuddedier dus weinig eigen initiatief, en ook een beetje dom – denk maar aan de uitdrukking ‘schaapachtig kijken’.

 

Het gevaar van dit beeld van de herder is ook dat het een soort ideaalbeeld wordt, het beeld van God of van Jezus die als een herder is voor ons, zijn schapen.

Die zijn leven inzet voor de mensen.

Niet alleen zijn leeft geeft, zoals onze vertaling zegt en zoals we met Pasen hebben herdacht dat Jezus gestorven is,

maar die zich met lijf en ziel inzet voor mensen, zoals we in al de evangelieverhalen kunnen lezen hoe Jezus dat heel zijn leven heeft gedaan.

Door zijn liefde en mededogen, barmhartigheid, met oog en hart voor de mensen die op zijn pad komen.

Door dichtbij mensen te zijn, bij zieken, zondaars, de verschoppelingen van de maatschappij van die tijd, en met hen omgaat en eet, hen aanraakt, heelt, en dat blijft doen ook als het hem zijn leven kost.

Zoals een goede herder doet voor zijn schapen, in tegenstelling tot een huurling die de kudde in de steek laat en vlucht als er een wolf of een ander wild dier in de buurt komt.

 

Een vertrouwd beeld dus, de goede herder, troostrijk, bemoedigend, zo is God, zo is Jezus voor mensen, vooral voor hen die het alleen niet redden, die hulp nodig hebben.

En zo is dit beeld van de ‘Heer als Goede Herder’, voor veel mensen in situaties van verdriet of in andere moeilijke tijden bemoedigend geweest.

Tegelijk moeten we bij de woorden van Jezus in Johannes 10 wel bedenken dat Jezus deze woorden spreekt tegen de leiders van zijn tijd.

Jezus is in gesprek met de Farizeeën en in de hoofdstukken hiervoor vinden felle discussies tussen hen plaats.

En ook in de tijd dat Johannes deze woorden opschrijft was er veel onrust en kritiek op de leiders van het volk.

Dus de woorden van Jezus zijn niet alleen pastoraal bedoelt, zeker ook kritisch en politiek.

Jezus die natuurlijk ook de tekst uit Ezechiël 34 kende.

Ook de Ezechiëllezing laat ons zien dat het beeld van de herder niet alleen een mooi, bemoedigend beeld voor God of voor Jezus is.

Het is ook een kritisch beeld voor de leiders, de koningen van het volk, die ook herders zijn, of in ieder geval zouden moeten zijn.

Ezechiël gaat in Gods Naam flink tekeer tegen de leiders van het volk.

Ze zijn, zo klinkt de aanklacht, ‘herders die alleen zichzelf weiden’.

Ze zorgen niet voor hun schapen, voor het volk, maar profiteren vooral zelf van wat de schapen opleveren: de wol, het vlees van de slacht en de kaas van de melk.

De schapen, de mensen, zijn voor hen niet meer dan productiemiddelen.

Ze zorgen niet voor de zwakke, zieke en gewonde dieren, verdwaalde schapen zoeken ze niet.

En het volk is dan ook verstrooid en dwaalt rond, ontheemd en bedreigd.

 

Zo gaat dat als leiders, koningen, regeerders, machthebbers, dictators niet meer herderlijk voor het volk zorgen, maar vooral hun eigen macht en rijkdom en belang behartigen.

En dat is zéker nog steeds een actueel beeld, we zien het in het nieuws.

De hongersnood in Zuid-Soedan die voor een groot deel is te wijten aan de burgeroorlog door militaire leiders in het land waardoor mensen op de vlucht slaan en geen voedsel kunnen verbouwen, terwijl de voedselprijzen enorm zijn gestegen.

Venezuela waar mensen voedsel en medicijnen tekort hebben en in opstand komen tegen president Maduro.

En ook nu kunnen we de oorlog in Syrië te noemen, Assad en ook de rebellen die maar blijven vechten en de vele miljoenen mensen die daarvan slachtoffer worden, op de vlucht slaan, ronddwalen in bergen en heuvels zoals Ezechiël het al beschrijft,

hopend ergens ontferming en opvang te vinden.

Maar ook dichterbij huis, in het moderne westen, zien we steeds weer hoe financiële en economische belangen, vaak vooral van bedrijven en rijken, ten koste gaan van gewone mensen die hun werk kwijt raken, hun inkomen achteruit zien gaan, door bezuinigingen zorg te kort komen.

En we kunnen ook niet ongenoemd laten hoe ook individuele mensen hun macht misbruiken, ook deze week hebben we weer die berichten kunnen lezen,

politici, ambtenaren, in onderwijs en ja ook in de kerk dominees en priesters die hun macht en positie misbruiken en zelfs kinderen daarvan slachtoffer laten zijn.

In plaats van als ‘goede herders’ zorgzaam, met respect en aandacht en toewijding, verantwoordelijk hun werk en positie waar te maken.

 

Ezechiël is hard en scherp in zijn kritiek op zulke leiders die mensen misbruiken voor hun eigen belang en heeft daarmee de Bijbel aan zijn kant.

De herder is een veelbetekenend beeld in heel de Bijbel.

Abel was al schaapherder, net als Jakob, Abraham was een herdervorst,

Mozes wordt geroepen als hij herder is over de schapen van zijn schoonvader, maar wordt  pas echt tot herder als hij de leider van het volk Israël wordt en hen uitleidt uit Egypte.

David wordt bij de schapen vandaan gehaald om door Samuël gezalfd wordt tot koning,

als herdersjongen vocht hij met leeuwen en beren en zo verslaat hij ook de reus Goliath.

Het herderschap is als het ware een leerschool voor de leiders van het volk.

Als herders, goede herders, moeten ze het volk leiden.

 

Het beeld van herder wordt in de Bijbel dus niet alleen gereserveerd voor God of voor Jezus.

Ook de leiders van het volk, de koningen moeten als goede herders voor hun volk zorgen.

En al kennen wij geen echte schaapherders meer in onze maatschappij, dat beeld van de herder als metafoor, als kritisch beeld kunnen we nog steeds heel actueel leggen op de leiders in onze tijd en wereld.

Maar, als we verder lezen laat Ezechiël ons ook zien we dat we het beeld van de herder niet alleen kunnen gebruiken om op de slechte leiders van onze tijd te schelden.

Ezechiël zegt ook het één en ander over hoe de schapen met elkaar omgaan.

En ook daar wordt een streng oordeel uitgesproken, namelijk over de vette en sterke schapen die het gras voor de zwakke schapen opeten en vertrappen en het water troebel maken met hun poten.

In het verlengde van hoe de herder moet zorgen voor de schapen, wordt ook getekend hoe de schapen met elkaar moeten omgaan.

Elkaar niet voor de voeten lopen, niet het schone water, het malse gras voor jezelf alleen willen hebben, en wat er over is vertrappen of het water met je vieze poten troebel maken.

Met je schouders of horens de zwakken wegduwen of wegstoten.

Maar elkaar ruimte gunnen, ook de kleinen en de zwakken.

Waar dat niet gebeurt zal God streng rechtspreken.

Ja zelfs staat er in vers 16: ‘de vette en sterke dieren zal ik doden’.

Dat klinkt wel heel hard.

Maar het woord dat daar in de oorspronkelijke hebreeuwse tekst staat en in onze vertaling met ‘doden’ is vertaald kan ook betekenen: ‘bewaken’.

Of zoals de Bijbel in Gewone Taal het weergeeft: ‘ik zal goed letten op de vette en sterke dieren’.

Of de Naardense Bijbel: ‘over het vette en het sterke zal ik waken’.

Twee heel verschillende vertalingen die hier dezelfde keuze maken.

De herder die er op let dat de sterke dieren de zwakken niet verdringen en verdrukken.

 

Misschien vinden wij het beeld van schapen voor onszelf niet zo leuk, maar we mogen die  woorden van Ezechiël niet naast ons neerleggen.

Zeker als je bedenkt dat wij, in het toch welvarende Nederland en als redelijk gegoede burgers van dit land, toch eigenlijk wel horen bij die ‘vette en sterke dieren’.

Ten opzichte van de miljoenen armen in de wereld.

Ten opzichte ook van de velen in onze samenleving die grote moeite hebben om rond te komen, of om zich staande te houden door hun persoonlijke situatie en omstandigheden, ziekte of handicap misschien, tegenslag in hun leven.

Ook wij kunnen in situaties komen waarin de zorg voor anderen aan ons is toevertrouwd.

Vooral als je zelf redelijk sterk en gezond bent.

Dat kan in onze naaste omgeving zijn, gezin, familie, in onze kerkelijke gemeente,

in de wijk waar we wonen, buren misschien, ouderen, de statushouders die in Ypenburg zijn komen wonen.

Zijn we dan bereid om het malse gras, het schone water, de weidegrond waarin wij leven met elkaar te delen?

 

De Goede Herder doet het ons voor, zet zijn leven in voor zijn schapen.

Een ouderwets beeld? Misschien.

Actueel is in ieder geval nog steeds het beeld van de schapen die ronddwalen zolang er mensen zijn die op de vlucht zijn, zich verloren voelen, tekort komen.

Laten wij dan ook het beeld van de Goede Herder actueel laten zijn als wij ons voor hen inzetten, zoals Jezus zich voor mensen heeft ingezet.

Al kunnen we misschien niet precies uitleggen wat ‘goedertierenheid’ is, we kunnen het wel laten zien door barmhartigheid, trouw en goedheid te doen.

Dan ‘zal de wereld hemelsbreed goede aarde zijn’.



U bevindt zich hier: Home De Dominee Preken Zondag 30 april 2017