Agenda komende week

Dinsdag 23 Mei 20:00-21:30
Cantorij - De Toevlucht


Dinsdag 23 Mei 20:00-22:00
werkgroep Vorming en Toerusting - De Toevlucht


Woensdag 24 Mei 20:00-22:00
wijkkerkenraad - De Toevlucht


Donderdag 25 Mei 20:00-22:00
meditatiewandeling - De Toevlucht


Maandag 29 Mei 20:00-22:00
leeskring Erfenis zonder testament - thuisadres

Zondag 12 maart 2017

Lezing Oude Testament Exodus 24: 12 – 18, Zingen antwoordpsalm: Lied 33: 2 en 8

 

Evangelielezing Matteüs 15: 21 – 28, Zingen: Lied 647 (wordt 1 keer voorgespeeld)



Verkondiging, Meditatieve muziek: S.Karg Elert: O Gott, du frommer Gott

 

Zingen: Lied 938

Met wie leef je?

Een mooie vraag van het kindernevendienstproject voor vandaag.

Een vraag die eigenlijk door heel de Bijbel heen klinkt:

‘Ben je je broeders, je zusters hoeder?’

‘Van wie ben jij de naaste?’. Met wie leef je?

 

Een actuele vraag ook, zeker deze week van de verkiezingen.

Want heel veel onderwerpen in de verkiezingen gaan toch ten diepste over ‘samen leven’.

Met wie en hoe leven wij samen in ons land?

Als rijken en armen, hoog- en laag opgeleiden, elite en arbeiders, het gewone volk, de lagere sociale lagen zoals we dat noemen,

als ouderen en jongeren – kijk maar naar de discussie over de pensioenen,

hoe leven we met en zorgen we voor zieken, kwetsbare ouderen, jongeren in de hulpverlening,

hoe leven we met elkaar, als bevolkingsgroepen, met verschillende herkomst, verschillende godsdiensten.

Leven we in ons land écht met elkaar samen, of eigenlijk langs elkaar heen, wordt de kloof tussen al die bevolkingsgroepen inderdaad steeds groter en scherper.

 

In ons verhaal van vanmorgen wordt deze vraag toegespitst op het samen leven met een niet-landgenoot, iemand uit een ander land, zelfs uit een vijandelijk volk.

Ook een actueel vraagstuk in de verkiezingen en in deze tijd.

En ook in de Bijbelse tijd, zelfs voor Jezus blijkt dit een gevoelig en lastig punt te zijn.

 

Ons verhaal van vanmorgen kan verschillende vragen oproepen.

Hoe kan het dat Jezus zo bot en afwijzend reageert op deze vrouw?

Sommige uitleggers geven als verklaring dat Jezus de vrouw op de proef stelt.

Maar dat lijkt me vreemd.

Dan had de evangelist dat er wel bij vertelt, zoals dat vaker vermeld staat.

Maar vooral ook, dat doe je toch niet als iemand zo in nood bij je komt,

zoals de Kanaänitische vrouw wanhopig over haar dochter bij Jezus komt.

Dan ga je toch niet eerst even testen of ze wel genoeg vertrouwen en geloof in je heeft.

Dat spelletje zou een medische dokter waarschijnlijk op een berisping komen te staan.

 

We moeten bij dit verhaal bedenken dat Jezus zich in het buitenland bevindt, hij is de grens overgestoken naar Tyrus en Sidon.

Nog verder naar het noorden dan Galilea, ook al het land van de heidenen.

Jezus wordt aangesproken door een Kanaänitische vrouw, iemand uit de oorspronkelijke bevolking van het beloofde land dat Israël was binnengetrokken, van oudsher een vijandin dus.

Niet-joods, heidens en ook nog vrouw.

Terwijl Jezus opgevoed zal zijn met de gedachten van die tijd, waarin het volk Israël zichzelf beschouwde als het door God uitverkoren volk, waarbij buitenlanders vaak ‘vijanden van God’ en zelfs ‘ongelovige honden’ werden genoemd.

Het beeld dat Jezus ook gebruikt:

‘het is niet goed om de kinderen het brood af te nemen en het aan de honden te voeren’.

Jezus is een kind van zijn tijd en geloofsopvoeding.

 

Een uitleg van het vervolg van dit gebeuren is dat Jezus tijdens de ontmoeting met deze vrouw verandert van mening,

dat Jezus tot het besef komt dat het heil van God ook voor de niet-joden is.

Dat zijn opdracht en boodschap van menslievendheid niet beperkt wordt door grenzen van nationaliteit of ras of godsdienst, dat die grenzen moeten worden doorbroken.

Dat Gods heil en barmhartigheid voor alle mensen is.

Zoals Jezus overigens eerder al de zoon van de Romeinse hoofdman geneest.

En zoals Paulus dit later nog breder en radicaler zal uitwerken:

‘in Christus is noch Jood noch Griek, noch man noch vrouw, noch slaaf noch vrije‘.

Trouwens ook in het Oude Testament worden af en toe die grenzen doorbroken,

als heidense vrouwen zoals Tamar, Rachab en Ruth hun plek krijgen in de geschiedenis van Israël.

Ruth zelfs in het geslachtsregister van Jezus.

Israël is het door God uitverkoren volk, maar met het oog op het heil ook voor de volken.

 

Die omslag, die uitbreiding van de horizon van Gods heil, die hier plaatsvindt, zien we ook in het verband van de verhalen waarin ons verhaal van vanmorgen staat.

Dat verband wordt in gedachten geroepen doordat Jezus het beeld van ‘het brood voor de kinderen’ noemt.

En als het in de Bijbel over ‘brood’ gaat, gaat het altijd over meer dan brood alleen, dan gaat het over levensbrood, over het heil van God, dat ook wij ontvangen als we in het avondmaal brood en wijn delen.

Voor en na ons verhaal van vanmorgen gaat het ook over ‘brood’.

Een aantal verzen hiervoor vertelt Matteüs over de eerste broodvermenigvuldiging.

Waar van vijf broden en twee vissen 5000 mannen eten en er nog 12 manden brood overblijven.

Ná ons verhaal van vanmorgen vertelt Matteüs nóg een keer een verhaal over broodvermenigvuldiging, waarin van 7 broden en een paar vissen 4000 man te eten krijgen en 7 manden brood overblijven.

Dat lijkt minder, maar in Bijbels taal is dat meer, in ieder geval is het ruimer, meer wereldwijd.

12, van de 12 manden bij de eerste broodvermenigvuldiging, is het getal van de 12 stammen van Israël.

Het ‘brood voor de kinderen’ zou je kunnen zeggen.

Maar 7, van de 7 manden die overblijven bij de tweede broodvermenigvuldiging, is het getal van de volken.

Na ons verhaal van vanmorgen, waarin Jezus z’n opdracht weidser wordt, wordt de boodschap van het evangelie, van het delen van brood, van leven, ook weidser.

Ook de honden, laten we liever zeggen, de volken buiten Israël, delen in de vele broodkruimels van heil die Jezus deelt.

 

Met die boodschap zou de preek klaar kunnen zijn.

Maar er ligt toch nog één vraag open:

Wat doet Jezus omkeren, veranderen in zijn gedachtegang?

Wat doet hem tot het besef en het inzicht komen dat het heil van God, dat zijn werk en leven ook dienstbaar is voor die ander, de niet-jood,

die anders is dan hij, zelfs vijandelijk in de ogen van zijn volksgenoten.

Een vraag, een actuele vraag, die wij ook onszelf kunnen stellen.

Wat maakt dat je iemand anders gaat zien, zonder stereotype beeld, zonder vooroordeel, vijandsbeeld?

Dat je die ander niet meer afschrijft, zelfs doodzwijgt, zoals Jezus eerst eigenlijk doet.

‘Hij keurde haar geen woord waardig’.

‘Geen woord waard’, te min, afgekeurd, afgeserveerd, niets mee te maken willen hebben.

 

Als we eerlijk zijn moeten we denk ik toegeven dat we allemaal wel onderscheid maken.

We bewegen ons vooral in kringen van gelijkgezinden en gelijkgestemden, vergelijkbare sociale milieus.

De kloof tussen verschillenden milieus en bevolkingsgroepen lijkt in ons land groter te worden, en ook tussen verschillende volken en religies.

En de beelden over en weer meer zwart-wit, de toon in discussies feller.

Ook in onze samenleving worden, over en weer, door links en rechts, - en wij doen er soms zelf aan mee -, mensen en bevolkingsgroepen weggezet.

In discussies, opiniestukken in de kranten, tweets, je schrikt soms van de toon en de felheid.

Of je wilt eigenlijk liever niet met bepaalde mensen in gesprek, omdat je een afkeer hebt van wie ze zijn en hoe ze doen, hun ideeën en hoe ze die uiten.

En ik denk dat we moeten erkennen dat dat ook in de kerk ons niet vreemd is.

Naast de oecumene van de afgelopen jaren lijkt de nadruk op het ‘eigen gelijk’ sterker te worden.

Ook binnen onze Protestantse Kerk worden de verschillen scherper en wordt de toon feller tussen verschillende stromingen en richtingen.

In opiniestukken, ingezonden brieven over de vraag of je als christen PVV kunt stemmen, over je houding tegenover islam en moslims.

Het lijkt soms ook te gaan in de richting van elkaar liever maar vermijden, oordelen en zelfs veroordelen, elkaar afschrijven.

En ook dichterbij, plaatselijk, binnen onze eigen wijkgemeente kan zich dat voordoen, dat we elkaar liever mijden, afschrijven als je het niet met elkaar eens bent.

 

Wat kan dan maken dat er openheid komt, ruimte om anders naar die ander te kijken.

Te zien dat die ander iemand is als jij, mens, mens in Gods ogen, voor wie ook het heil, de liefde, de barmhartigheid van God is.

En die dus van ons liefde, naastenliefde, mededogen, barmhartigheid nodig heeft en verdient.

Openheid om daadwerkelijk met elkaar te leven.

 

We zien hoe die openheid groeit in de ontmoeting van Jezus met de vrouw.

Of misschien kunnen we het beter eerst een confrontatie noemen, een confrontatie die steeds meer tot een echte ontmoeting wordt.

We zien hoe Jezus steeds opener wordt voor de vrouw.

Eerst zwijgt hij, ‘keurt haar geen woord waardig’.

Dan antwoordt Jezus indirect, als hij tegen zijn discipelen zegt: ‘Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk van Israël’.

Maar als de vrouw volhoudt, ‘dichterbij komt’ staat er nadrukkelijk, zij overbrugt de afstand die er is, en ze Jezus smeekt : ‘Heer, help mij’,

antwoordt Jezus: ‘dat het niet goed is het brood van de kinderen aan de honden te voeren’.

Om uiteindelijk rechtstreeks haar te zeggen: ‘U hebt een groot geloof.’

 

De vrouw geeft niet op, zelfs niet als Jezus haar ‘hond’ noemt, ze heeft blijkbaar zoveel vertrouwen in Jezus dat ze vol blijft houden Jezus aan te spreken.

Op zoveel vertrouwen moet Jezus wel antwoorden.

En op datzelfde moment is haar dochter genezen, de kloof is overbrugd.

 

Hier komt een mens te staan voor Jezus.

In plaats van een stereotype beeld, een vooroordeel zoals het je misschien geleerd is.

Een mens met vertrouwen, verlangen naar leven, voor haar dochter, voor haarzelf.

Dat vertrouwen en verlangen kan niet onbeantwoord blijven.

Van Jezus kunnen wij leren om over de kloof van vooroordeel of vijandsbeelden heen te stappen,

om steeds meer te leren luisteren en zien wie er voor ons staat, een mens als wij.

Die met hun openheid en vertrouwen onze blik en onze grenzen kunnen verruimen.

Natuurlijk moeten we de problemen die er ook zijn niet ontkennen,

en als het gaat over vluchtelingen, over de islam, het extremisme  zijn er reële angsten voor gevaren en ontsporingen.

Denk alleen maar aan al die jonge Afrikanen die met een veel te rooskleurig beeld naar Europa komen in de hoop op een goede toekomst maar eigenlijk kansloos zijn.

Maar hoe kijken we naar al die mensen die een beroep op ons doen, met vertrouwen en verlangen naar hulp, toekomst, nieuw leven?

Kijken we met vooroordelen en angst?

 

Leert de ervaring niet dat, net als bij Jezus, echte ontmoeting maakt dat je die ander echt als mens gaat zien en vooroordelen doet verdwijnen.

“Alle Turken het land uit, behalve Ali de aardige buurman, die mag blijven”.

En toen ik afgelopen week met de ouderling op bezoek ging bij één van de statushouders die lid is van onze gemeente, maar die niet thuis was,

werden we heel gastvrij ontvangen door zijn Eritrese huisgenoot die telefonisch alle moeite deed om ons met ons gemeentelid in contact te brengen.

Toen we buiten stonden was één van de eerste dingen die we zeiden: ‘Wat een aardige vent’.

Van ‘statushouder’ was hij geworden tot een mens als wij.

De joodse filosoof Levinas zei het al: ‘het gelaat, het gezicht, de blik van de ander doet mij beseffen dat die ander mij tot medemens maakt.

 

Van de Kanaänitische vrouw leren wij vandaag het vertrouwen om te blijven volhouden om elkaar als mensen te zien en aan te spreken.

Ook bij weerstand en tegenslagen.

Van Jezus leren we de openheid om antwoord te geven op vertrouwen en het verlangen naar leven.

‘Met wie leef je?’.

God met ons, en daarom wij met elkaar en met de ander.

 

U bevindt zich hier: Home De Dominee Preken Zondag 12 maart 2017