Zondag 5 maart 2017

Evangelielezing Matteüs 4: 1 – 11,



We hebben vanmorgen, vanwege de volheid van de viering, de lezing uit het Oude Testament weggelaten.

Maar tegelijk kun je zeggen dat in de Matteüslezing van vanmorgen het Oude Testament  juist heel nadrukkelijk klinkt.

Matteüs vertelt over Jezus die 40 dagen en nachten in de woestijn is, vastend en daarna door de duivel op de proef wordt gesteld.

En Jezus citeert daarbij een aantal Bijbelteksten uit het Oude Testament, uit de Bijbelboeken Exodus en Deuteronomium,

uit de geschiedenis van het volk Israël, ook in de woestijn, 40 jaar.

Trouwens, ook de duivel doet dat, citeren uit de psalmen, psalm 91 de psalm van de zondag die wij hebben gezongen.

Zo zie je maar dat je Bijbelverzen te pas én te onpas kunt gebruiken, daarom zijn wij daar ook maar liever voorzichtig mee.

Ook uit de mond van de duivel klinkt het vroom: ‘er staat geschreven’, over de engelen die op handen zullen dragen, zodat je je voet niet aan een steen zult stoten’.

Maar in de woorden van de duivel is het juist bedoeld om Jezus af te houden van zijn weg als Zoon van God.

 

Het Oude Testament klinkt dus vanmorgen volop mee in het evangelieverhaal.

Jezus die, na zijn doop in de Jordaan door Johannes de Doper, de woestijn in trekt en daar 40 dagen en nachten verblijft.

Matteüs wil daarmee laten zien dat Jezus daarmee de weg gaat die eens het volk Israël is gegaan, zoals dat in de eerste Bijbelboeken Genesis en Exodus wordt beschreven.

Matteüs vertelt in het begin van zijn evangelie hoe Jezus vlucht naar Egypte vanwege de kindermoord door Herodus,

en daarmee het lot van het volk Israël deelt,

immers Jakob en zijn zonen trokken eerder ook naar Egypte, toen vanwege hongersnood.

En zoals het volk Israël uit Egypte door de Schelfzee trok, zo heeft Jezus het water van de Jordaan ondergaan bij zijn doop door Johannes de Doper.

Om van daaruit, ook net als het volk Israël, de woestijn in te gaan.

Waar Jezus 40 dagen en nachten verblijft,

zoals het volk Israël 40 jaar in de woestijn was.

En ook de verzoekingen die Jezus in de woestijn ondergaat zijn herkenbaar vanuit de geschiedenis van het volk Israël.

Het volk dat in de woestijn steeds weer in de verleiding komt om andere wegen te gaan dan God hen wijst.

 

Aan de ene kant gebeurt in ons verhaal van vanmorgen uit Matteüs dus niets nieuws.

En is wat daar gebeurt ook voor ons herkenbaar.

Verzoekingen, verleidingen, in de  woestijn.

De woestijn dat is niet de Sahara, de Sinaï of welke grote zandwoestijn dan ook.

Het is de woestijn van kwetsbaar zijn, eenzaamheid, leegte, door verdriet, ziekte, tegenslag, troosteloosheid, er alleen voor staan, het niet meer zien zitten.

Het zijn de momenten in je leven waar het op aan komt:

Wie ben je en wie wil je zijn?

Waar leef je van, waar vertrouw je op?

Het zijn, lijkt mij, ook de vragen die in deze verkiezingstijd op ons af komen:

Wie wil je zijn?

Waar leven wij van als volk en land, wat zijn onze bronnen, onze inspiratie, normen, waarden?

In wat voor land en wereld willen we leven?

Hoe willen we met elkaar omgaan, volk en landgenoten, met de kwetsbaren in de samenleving?

De woestijn dat is ook de onrust, de onzekerheid en misschien zelfs angst waarin en waarmee we op dit moment leven, persoonlijk en als samenleving.

Het zijn de momenten waarin de verleiding er is om het dan maar om te geven.

Om niet meer vast te blijven houden aan geloof, hoop, vertrouwen, liefde.

Maar om voor jezelf te kiezen, eigen belang, en die ander zoekt het maar uit, moet zichzelf maar redden,

in plaats van mededogen en barmhartigheid.

De macht van het geld en de economie, ieder voor zich in plaats van delen.

Brood alleen voor jezelf, in plaats van solidariteit met wie veel tekort komt.

De weg van het snelle succes en de maakbaarheid, van eer en macht, in plaats van leren vertrouwen en je in je leven laten dragen door God.

 

Zoals de duivel Jezus aanbiedt, om van stenen brood te maken.

Zijn eigen honger stillen, in plaats van het uit te houden in het lijden, verbondenheid met mensen die lijden en tekort komen, de weg waartoe Jezus geroepen is.

Jezus blijft trouw aan zijn weg en antwoordt, met wat volgens de oudtestamentische teksten ook Gods antwoord is aan het volk Israël dat in de woestijn moppert omdat ze geen eten hebben, :

‘De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God’.

Daarin worden we herinnerd aan het manna in de woestijn dat het volk Israël ontving, brood uit de hemel, zoals ook wij dat vandaag in het avondmaal mogen ontvangen.

Leren leven vanuit het vertrouwen in God die ons geeft wat nodig is om te leven.

 

De verzoekingen die Jezus ondergaat zijn misschien niet nieuw, de verhalen van het Oude Testament vertellen ons ervan en wellicht herkennen we ze in ons eigen leven.

Maar het antwoord van Jezus is wel nieuw.

De keuze om mens te zijn, werkelijk mét mensen te zijn,

de weg van God te gaan, te vertrouwen op God die het leven draagt.

Herkennen we ons daarin ook, dat ook wij zulke mensen zijn?

Jezus heeft antwoord gegeven, blijft trouw aan zijn roeping van Godswege.

Weerstaat de verleidingen om te kiezen voor brood, voor behoud en zekerheid, aanzien en macht alleen voor zichzelf.

A.h.w. samengevat zien we hier al de weg die Jezus zal gaan.

Dat hij vasthoudt aan de weg waartoe God hem roept, de weg van geloof, hoop, liefde en mededogen.

En daarmee toont zich in dit verhaal ook nog een diepere geloofslaag.

Dat er een God is die ons leven wil delen, onze kwetsbaarheid, onze angsten, onze honger en dorst, verlangen naar gerechtigheid, liefde.

‘Gij die weet wat in mensen omgaat,

aan hoop en twijfel, drift, plezier, onzekerheid,

op elk van ons houdt Gij uw oog gericht’.

God-met-ons.

 

Waar leef je van ?

Met wie leef je – echt samen, in verbondenheid en solidariteit ?

Jezus gaat ons voor op de weg van de liefde,

deelt ons daarvan, vandaag in brood en wijn.

Voor ons om te ontvangen en in te leven, in liefde.



U bevindt zich hier: Home De Dominee Preken Zondag 5 maart 2017