Agenda komende week

Dinsdag 27 Juni 20:00-21:30
Cantorij - De Toevlucht

Zondag 11 december 2016

Lezing Oude Testament Jesaja 35: 1 – 10,

 

Jakobus 5: 7 – 10,

 

Evangelielezing Matteüs 11: 2 – 6,




Drie lezingen vandaag door heel de Bijbel heen,

lezingen die alle drie verlangen ademen.

Verlangen naar toekomst, naar een andere, een betere wereld.

Alle drie teksten, geschreven in een heel verschillende tijden en omstandigheden, zijn deel van een rode lijn door de Bijbel heen over de belofte dat God zal bevrijden,

dat het rijk van God zal aanbreken, de messiaanse tijd.


Jesaja met dat prachtige, bekende visioen van de woestijn die zal bloeien.

De woestijn als beeld van onherbergzaam, onmenselijk bestaan, waar toch weer leven zal opbloeien en het goed zal zijn.

Toen het volk Israël in ballingschap, ver weg van eigen land en thuis.

Nu zou je die woestijn kunnen beschrijven met de beelden van verwoeste steden zoals Aleppo in Syrië, van mensenlevens bedreigd, op de vlucht, vernietigd.

Toch, bezingt Jesaja om het volk te bemoedigen: God zal bevrijden, die wildernis zal weer gaan bloeien, er zal weer vreugde zijn, juichen en jubelen.

Blinden, doven, verlamden, stommen, ze zullen weer kunnen zien en horen, springen en spreken, geen beperkingen meer, bij God mag ieder mens meedoen.

Niemand die aan de kant staat, geen tweedeling in de samenleving, mensen met of zonder kansen, zij die alles hebben en zij die veel te weinig, zelfs niets meer hebben.

Een weg naar Sion, de stad van God, daar is geen gejammer en verdriet meer, maar vreugde en gejuich.

Een beloftevol beeld voor het volk in ballingschap.

Maar ook een bemoedigend beeld voor de levensweg van ieder mens, je weg kunnen gaan zonder angst, in vertrouwen.

Dat het weer goed komt.

Wie verlangt er niet naar?

 

En dan, eeuwen later, Johannes de Doper, we zien hem zitten in de gevangenis.

Vorige week nog hoorden we hem preken, krachtig en vol vuur :

‘Kom tot inkeer, het Koninkrijk van de hemel is nabij’ en fel ging hij tekeer tegen de Farizeeën met het beeld van  de bijl aan de wortel van de boom.

Maar alle zekerheid van Johannes lijkt verdwenen en vanuit de gevangenis komt zijn vraag vol twijfel naar Jezus: ‘Bent U het die wij verwachten?’.

 

Misschien kunnen we ons meer in Johannes herkennen?

Meer dan in de beelden van Jesaja, die natuurlijk prachtig zijn, maar geloven we dat nog, dat dat eens zal zijn, de wereld weer als een bloeiende tuin?

Kunnen en durven we dat nog te verwachten?

 

Johannes zit in de gevangenis, hoort van het optreden van Jezus, stuurt zijn leerlingen naar Jezus met de vraag : ‘Bent u het of moeten we een ander verwachten?’.

Johannes heeft verkondigd dat het koninkrijk van God nabij is, maar hij zit in de gevangenis, Herodes, de Romeinse bezetters heersen nog steeds en houden het volk onderdrukt.

Het gaat allemaal zo heel anders dan Johannes had gedacht dat er zou gebeuren met de komst van de Messias.

Bevrijding van de Romeinen, aanbreken van Gods heerschappij.

Maar alles lijkt bij het oude gebleven.

Is het dan vreemd dat Johannes twijfelt?

 

Wij zijn niet altijd zo positief over twijfel, zeker niet als het over geloven gaat.

Maar twijfel is niet alleen ‘niet zeker weten’, onzekerheid,

twijfel is ook tweestrijd, zielenstrijd, worsteling diep van binnen,

en als het gaat over geloven : wel willen geloven, maar er zijn zoveel vragen, dat je soms bijna niet meer kunt, durft te geloven dat het waar is, die prachtige Bijbelse boodschap.

Misschien ook net zoals Johannes vanwege al het kwaad en de ellende die je om je heen ziet in de wereld.

Maar twijfel heeft daarmee ook verlangen in zich, verlangen dat het toch waar zal zijn ook al kun je het bijna niet geloven.

We zien het bij Johannes in de gevangenis.

In zijn uitzichtloze situatie geeft hij niet op, geeft hij zich niet over aan het gevoel dat het toch allemaal nooit wat zal worden.

In zijn vraag aan Jezus klinkt de hoop en het verlangen dat het koninkrijk van God aan zal breken.

Johannes laat ons zien wat geloven ook is, zelfs op momenten van twijfel en moeite, toch blijven hopen en zoeken en vragen.

 

Jezus bestraft Johannes dan ook niet om zijn vraag.

Het gáát ook allemaal anders dan Johannes had gedacht.

Maar, wijst Jezus de leerlingen erop, het gaat precies zoals de profeten al voorzegd hebben.

Profeten zoals Jesaja waar Johannes in zijn prediking ook aan herinnerd heeft.

Jezus bevestigt Johannes daarmee in zijn verkondiging en aankondiging van Jezus als degene die zou komen.

Maar Jezus zegt niet eenvoudig: ‘ja, ik ben het’.

Jezus antwoordt de leerlingen van Johannes dat ze hem moeten gaan vertellen wat ze horen en zien.

En herinnert in zijn antwoord aan de visioenen van Jesaja over blinden, doven, verlamden, zieken die waar worden, armen ontvangen goed nieuws en zelfs doden worden opgewekt.

 

Jezus leert Johannes en zijn leerlingen zien, anders zien, naar de werkelijkheid.

Het is waar, Johannes heeft gelijk als hij het gevoel heeft dat alles bij het oude is gebleven, nog steeds bezetting door de Romeinen, hijzelf in de gevangenis, nog steeds verdriet en ziekte, strijd en huichelarij in de samenleving.

Maar Jezus leert hen zien, niet wat er níet is, maar wat er wél is.

De tekenen die Jezus doet: blinden, doven, verlamden, zieken die worden genezen.

Jezus leert hen zien zoals Jesaja zag.

 

Als Jesaja in zijn tijd om zich heen kijkt, ziet hij woestijn, dor land, verlatenheid.

Hij kijkt er naar, maar ziet tegelijk iets anders:

Hij ziet de woestijn en de dorre vlakte juichen van vreugde,

Hij ziet de wildernis bloeien als een lelie.

Jesaja ziet om zich heen de volken die Israël bedreigen,

maar hij kijkt daaraan voorbij en ziet omkeer.

Dat God recht zal doen, bevrijding zal geven, geen bedreigingen meer, terugkeer naar de stad van God.

Jesaja ziet het onvoorstelbare gebeuren en bezingt dat voor het volk.

Dat is niet in de eerste plaats voorspelling van wat ‘eens’ zal gebeuren, maar een belofte van wat kan en vervuld zal worden, soms al even, hier en daar.

Om het volk te bemoedigen, in hen hoop te laten opbloeien.

 

Jezus herinnert aan die visioenen van Jesaja en tekent ze ook Johannes en zijn leerlingen voor ogen, die visioenen van Jesaja worden nu vervuld.

Te midden van alles wat er nog niet is, maar toch, hier, en daar en daar.

 

De aandachtige Bijbellezer zal nu zeggen dat Jezus niet de vervulling van álle visioenen van Jesaja noemt.

Wat in andere opsommingen wel wordt genoemd maar hier ontbreekt is dat gevangenen zullen worden bevrijd.

Misschien omdat Johannes niet zal worden bevrijd uit zijn gevangenis,

de visioenen van Jesaja worden nog niet helemaal en definitief vervuld.

Dat geldt ook voor blinden, doven, verlamden, zieken, armen en doden, ook tot in onze tijd.

Dat Jezus niet dat zevende visioen noemt, het getal van de volheid, is misschien om aan te geven dat het nog niet de tijd is van de volheid van het Koninkrijk van God.

Maar het is wel te zien, soms even.

 

De derde tekst van vanmorgen die spreekt van verlangen naar een nieuwe toekomst is Jakobus 5, ons vandaag aangereikt door het kindernevendienst project.

In een tijd van vervolging van de eerste christenen, schrijft Jakobus over de wederkomst van Jezus, die in die tijd snel verwacht werd.

Maar Jakobus roept op geduld te hebben.

Geduldig als een boer die de hele winter en het voorjaar door moet wachten op de opbrengst van zijn land.

 

‘Wachten’ is, vanuit Jakobus, het themawoord van het project vandaag.

Wachten is niet populair in onze tijd.

Wachtrijen, wachtlijsten, in de wacht staan als je één of andere helpdesk moet bellen.

Elk bedrijf weet dat als je klanten niet wilt verliezen, je ze niet te lang moet laten wachten.

Men wil direct resultaat, snelle oplossingen of vervulling van je wensen en als dat niet mogelijk is ga je wel naar een ander.

Tegelijk zijn er heel wat mensen die noodgedwongen moeten wachten, geduld op moeten brengen.

Als je afhankelijk bent van thuiszorg, bezoek dat langs komt, begeleiding als je ergens naar toe moet of wilt, dan wordt er soms veel geduld van je gevraagd.

 

Wachten betekent dat je het niet zelf in de hand hebt, betekent afwachten, overgave.

‘Wees geduldig’ zegt Jakobus en houd moed’.

Eigenlijk staat er: ‘sterk uw harten’.

Zoals Jesaja zegt tegen het volk: ‘Wees sterk en vrees niet’.

Dat gaat over geduld, een lange adem hebben,

juist ook te midden van de dorheid, de zorgen, de afbraak en de schreeuwigerheid die we veel te veel om ons heen zien en horen.

‘Wees sterk’, dat is het uithouden, ook al blijft de vervulling van dat waar je op wacht, op hoopt, lang uit.

 

Jezus zegt tegen Johannes in de gevangenis: ‘Gelukkig wie aan mij geen aanstoot neemt’,

je mag ook vertalen : ‘wie niet struikelt over mij’.

Wie staande blijft, volhoudt op de weg zoals ik die ga.

Dat is niet de weg van de snelle oplossingen, wantrouw degenen die dat beloven, “met mij wordt alles anders en beter”.

Jezus z’n weg is niet in één flits het Koninkrijk van God neergedaald uit de hemel.

Het is de weg van de soms kleine tekenen van heelheid, van mensen die gezien worden in hun verdriet en ellende, die weer mee kunnen doen.

Tekenen waarvan wij misschien vinden dat ze nauwelijks meetellen in het grote geheel van de wereld waarin wij leven.

Maar Jezus leert ons die tekenen te zien.

Dat is zijn weg,

Gelukkig wie op die weg mee wil gaan en mee wil doen, die zal de woestijn zien bloeien, verlamden dansen, blinden en doven en stommen met elkaar spreken.

Dat is niet in één moment een heel andere wereld, hoe graag we dat misschien ook zouden willen.

Maar dat is deze wereld omgekeerd,

soms even, hier en daar en daar.

 

U bevindt zich hier: Home De Dominee Preken Zondag 11 december 2016