Zondag 13 november 2016

Lezing Oude Testament Genesis 44: 14 – 34,

Lezing Oude Testament Genesis 45: 1 – 15,

Hoe kun je verzoening bereiken?

Is verzoening tussen verschillende partijen na een conflict of verwijdering altijd mogelijk?

Dat is een actuele vraag nu bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, na de verkiezingen.

Na verkiezingen met heel wat vuilspuiterij van de kandidaten over elkaar, hatelijkheden,

en daarmee in de loop van de maanden voor de verkiezingen groeiende verwijdering en tegenstellingen niet alleen tussen de beide kandidaten, maar ook in het land, tussen bevolkingsgroepen, landgenoten.

De ‘president elect’ Trump roept nu op tot eenheid en zegt president te willen zijn van alle Amerikanen, maar is dat nog mogelijk in zo’n tot op het bot verdeeld land?

De eerste tegendemonstraties met ‘not our president’ laten zien dat dat moeilijk wordt.

En hoe gaat dat tussen mensen, bevolkingsgroepen onderling.

Mensen zeggen in hun gezin, familie, maar niet meer over politiek te praten, vanwege de scherpe verschillen.

Kunnen zulke tegenstellingen nog overbrugd worden? Is verzoening, groeien tot eenheid en verbondenheid daar nog mogelijk?

De vraag ‘of verzoening mogelijk is’ kan op meerdere momenten aan de orde zijn.

Ook als we naar onze eigen samenleving kijken met op bepaalde terreinen ook groeiende tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen.

Zelfs het kinderfeest Sinterklaas wordt overschaduwd door tegengestelde meningen en demonstrerende groepen.

En de verkiezingsuitslag in de Verenigde Staten roept ook hier de vraag op of in de loop naar onze verkiezingen de politieke tegenstellingen niet groter en lelijker zullen worden en verzoening en verbondenheid tussen mensen steeds moeilijker.

Ook in de persoonlijke situatie kunnen conflicten zich voordoen, in gezin of familie, op het werk, waarbij die vraag of verzoening nog mogelijk is, nog dichter op je huid zit en als het antwoord op die vraag negatief is, het nog schrijnender en pijnlijker is.

Het woord verzoening heeft oorspronkelijk waarschijnlijk te maken met zoenen in de betekenis van herstellen, heel maken.

Bijv. na een misdaad of onrecht door boete of andere middelen.

Hetzelfde woord heeft ook te maken met gezond, vanuit het latijn: sanus, dat gezond betekent.

En een conflict, onrecht kan inderdaad ziekmakend zijn, mensen kunnen er aan stuk gaan, zeker als een conflict onherstelbaar, onverzoenlijk is.

Vroeger werd na verzoening een kus, een vredeskus, gegeven, van daaruit is het woord ‘zoen’ ook kus gaan betekenen.

Maar voordat verzoening plaats vindt, voordat een verzoeningskus gegeven kan worden, moet er vaak heel wat gebeuren, áls het al mogelijk is.

En dat is ook de spannende vraag bij Jozef en zijn broers.

Is, na alles wat er is gebeurd,

de jaloersheid van de broers op de eigenwijze Jozef met zijn mooie mantel,

hoe ze hem wilden doden maar uiteindelijk in de put hebben gegooid en verkocht als slaaf naar Egypte,

en nu de broers vanwege de hongersnood in eigen land voor Jozef de onderkoning staan, daadwerkelijk voor hem buigen zoals eens in zijn dromen, onwetend dat hij hun broer is,

is er nu na dat alles toch weer verzoening mogelijk?

Kan er weer broederschap zijn tussen Jozef en zijn broers?

Eigenlijk gaat heel het Jozefverhaal over broederschap.

Meteen in het eerste hoofdstuk van de Jozefcyclus als  vader Jakob Jozef naar zijn broers in het veld stuurt, zegt Jozef tegen een onbekende onderweg die hem vraagt wat hij zoekt:

‘ik zoek mijn broers’.

En die vraag, die zoektocht blijft lange tijd onbeantwoord en onvervuld en is de rode draad in het verhaal van Jozef.

Er is grote verdeeldheid tussen de zonen van Jacob, zonen van verschillende vrouwen.

En zijn broers maken zodra ze Jozef zien een plan om hem te doden.

Dat is niet bepaald ‘broederlijk’.

En al loopt het er op uit dat ze Jozef als slaaf verkopen naar Egypte, dat staat eigenlijk gelijk aan broedermoord: Jozef wordt uit de weg geruimd.

Zoals Juda in zijn toespraak tegen Jozef vertelt: hun vader Jakob en waarschijnlijk ook de broers zelf gaan ervan uit dat Jozef dood is.

Tot dan toe is er niet bepaald sprake geweest van broederschap tussen de zonen van Jacobs beide vrouwen, Lea en Rachel.

En zal dat nu anders zijn?, dat is de vraag waar het om gaat.

Is er broederschap mogelijk, verzoening tussen de broers, herstel, kan het gezin van Jakob nu eindelijk heel worden?

Dit disfunctionele, gebroken gezin vol conflict en jaloersheid en familiegeheimen, eindelijk een verzoend, gezond geheel.

Zijn de broers veranderd?

Nu ze in Egypte voor de onderkoning staan, onwetend dat het Jozef is.

Nu die onderkoning eist dat Benjamin moet achterblijven in Egypte omdat de kelk van de onderkoning in zijn zak met graan is gevonden.

Zullen de broers nu proberen hun oude vader Jakob verdriet te besparen in plaats van hem opnieuw de verdwijning van een zoon aan te doen?
Zijn ze nu voor Benjamin wél echte broers door hem te beschermen?

Zal Jozef nu eindelijk zijn broers vinden?

En kan hij nu ook voor hen een broer zijn?

Kan hij hen weer als broers zien?

Is ook Jozef veranderd?
Niet meer het eigenwijze lievelingetje van zijn vader die droomt hoe iedereen voor hem buigt.

Want voor werkelijke verzoening is gelijkwaardigheid nodig, herstel van verhoudingen over en weer.

Het is een indrukwekkend gebeuren wat zich afspeelt tussen Jozef en zijn broers.

Jozef die eerst het geld waarmee ze graan hebben gekocht in de graanzakken van zijn broers laat terug stoppen, en bij de volgende reis zijn beker in de graanzak van Benjamin.

Alsof Jozef z’n broers op de proef stelt.

Maar het is geen test alleen om het ze moeilijk te maken, of om ze te laten voelen wat hij zelf heeft moeten doormaken.

Door te eisen dat Benjamin ook naar Egypte komt, beproeft Jozef ook hoe ze nu met hun oude vader Jacob omgaan.

En met de kelk in de graanzak van Benjamin beproeft Jozef de solidariteit tussen de broers.

Jozef wil zien hoe ze nu zijn, de broers, hoe ze met elkaar en met hun oude vader omgaan, of ze veranderd zijn, of er nu wel ‘broederschap’ is.

De broers laten Benjamin niet in de steek en met z’n allen keren ze weer terug bij Jozef.

En met de indrukwekkende rede van Juda tegen Jozef laat Juda zien dat hij oog heeft voor het verdriet van zijn vader over het verlies van Jozef.

En dat hij zich bij zijn vader borg heeft gesteld voor Benjamin.

Dat hij hun vader nooit weer het verdriet wil doen om een zoon te verliezen.

Juda laat zien dat hij veranderd is, hij laat zich hier zien als kind en als broer, allebei.

Juda wil zelf de straf dragen, hij neemt de schuld op zich en toont zich zo als een echte broer en daarmee echte broederschap.

Daarmee herstelt Juda als het ware de misdaad tegen hun broer Jozef die ze verkocht hebben.

De familie kan weer één zijn, eenheid.

Dat is het moment dat Jozef zich laat kennen: ‘Ik ben Jozef’.

En direct zijn vraag: ‘Leeft mijn vader nog?’

Want die herstelde eenheid kan niet zonder de vader, zonder Jacob ontroostbaar na het verlies van zijn zoon Jozef, van verdriet eigenlijk bij leven al op weg naar de dood.

De broers zijn verlamd van schrik en kunnen geen woord uitbrengen.

Hun misdaad tegen Jozef, hun schuld is nog onuitgesproken maar kan dat niet blijven.

Want werkelijke vergeving en verzoening is niet mogelijk zonder het besef, de erkenning van wat vergeven moet worden, zonder dat dat uitgesproken wordt.

En dan houdt Jozef een indrukwekkende toespraak.

‘Ik ben Jozef die jullie hebben verkocht naar Egypte’, tot twee keer toe benoemt Jozef wat de broers hem hebben aangedaan.

Dat mag niet verzwegen worden.

Maar Jozef benoemt het tegelijk ook anders: ‘God heeft mij voor jullie uitgestuurd om jullie leven te redden’.

Jozef benoemt ook Gods hand in heel het gebeuren.

De verantwoordelijkheid van de broers blijft staan, maar Jozef voegt er een dimensie aan toe: God heeft in dat gebeuren Jozef als redder ingezet om Egypte en daarmee ook Israël te redden.

Hét thema van het boek Genesis: de gezegende die tot zegen is, voor Israël en de volken.

Dit mogen we niet versimpelen tot: ‘God had het allemaal zo bedoeld’ alsof de broers eigenlijk niet meer waren dan instrumenten in Gods plan.

Het zou de verantwoordelijkheid van de broers wegnemen.

Net zoals we onze verantwoordelijkheid zouden ontkennen als we bij alles wat er gebeurt in ons leven of in de wereld Gods bedoeling en plan aanwijzen.

Maar soms kun je, vanuit verwondering over het goede wat ontstaat, zelfs in of vanuit een verdrietig gebeuren of zelfs ondanks kwaad dat plaatsvindt, achteraf toch God dankbaar zijn voor het goede dat Hij daarin geeft, voor zijn nabijheid.

Dat is de belijdenis van het volk Israël jaren later in ballingschap als het elkaar deze verhalen van Jozef vertelt  en opschrijft.

Al vertellend bemoedigen ze elkaar dat God aanwezig was, aan het werk was in het leven en in de tegenslag van Jozef.

En zo zal God ook hen nabij zijn en hen redden in hun donkere situatie ver weg van huis in de donkere situatie van de ballingschap.

Dat is meer dan ‘dat God met een kromme stok een rechte slag slaat’.

Het is vertrouwen dat wat er ook gebeurt in je leven, hoe het kwaad of verdriet ook inslaat in je leven, dat God ook daarin nabij is en, ondanks alles toch een nieuwe weg geeft, nieuwe heelheid en toekomst geeft.

Zoals voor de familie van Jacob in Egypte, vanwege de hongersnood in het land.

Om toekomst open te houden, voor het volk Israël, voor de wereld.

De ontmoeting van de broers en coming out van Jozef eindigt in een kus voor Benjamin en de andere broers.

Een vredekus, verzoening.

Of het altijd zo kan gaan tussen mensen, broers en zussen, bevolkingsgroepen, landen?

Het verhaal van Jozef laat zien dat er vaak een lange weg voor nodig is.

En erkenning van het kwaad dat is gebeurd en gedaan, van schuld en verantwoordelijkheid, verandering in omgaan met elkaar en werkelijke tekenen en daden van broeder- en zusterschap.

En in de ervaring en het vertrouwen dat God ook in de moeilijke situatie van conflict of verwijdering, nabij is geweest en een weg heeft geopend om verder te gaan, een weg van zegen en heelheid.

Ook in ons soms al te menselijk handelen en omgaan met elkaar.

Tot in het uiterste kunnen we dat zien in het leven en de weg van Jezus.

Het kwaad dat mensen elkaar aandoen.

Jezus, net als Jozef overgeleverd voor een paar goudstukken,

zoals Jozef als slaaf en in de gevangenis vernederd, nog meer want zelfs tot in de dood.

Toch, ook daarin schept God een nieuwe weg, nieuwe toekomst van leven,

wordt Jezus, net als Jozef en nog veel meer, tot zegen voor mensen.

Daarin, en in het geloofsvertrouwen dat dat steeds weer kan, dat God zo aanwezig is,

zegent om tot zegen te zijn,

als wij daarin en daaruit willen leven,

dan is verzoening mogelijk, broeder- en zusterschap.

U bevindt zich hier: Home De Dominee Preken Zondag 13 november 2016