Agenda komende week

Dinsdag 27 Juni 20:00-21:30
Cantorij - De Toevlucht

Zondag 23 oktober 2016

Lezing Oude Testament Genesis 39: 1 – 23,

 

Evangelielezing Lucas 18: 9 – 14,

 

Wie als kind is opgegroeid met de Bijbel, is vast en zeker de verhalen van Jozef voorgelezen, thuis of op school, uit de gewone Bijbel of uit de kinderbijbel.

Mooie, spannende verhalen, bijna als een roman of een sprookje, waar je als kind of als tiener vooral vanuit je eigen perspectief naar luistert.

En je je misschien wel identificeerde met Jozef.

De mooie jongen, van wie al z’n dromen uiteindelijk uitkomen.

Jozef, het lievelingetje van zijn vader Jakob.

Gepest en uitgejouwd door zijn jaloerse broers, vanwege z’n mooie jas, z’n hoogmoedige dromen, en dan door z’n broers verkocht als slaaf naar Egypte.

Jozef komt in huis bij Potifar, maar gaat niet bij de pakken neerzitten.

Hij doet z’n best en maakt carrière tot hij verleid wordt door de wellustige vrouw van Potifar.

Maar Jozef blijft trouw aan zijn baas Potifar en aan God, belandt in de gevangenis,

ook daar lukt weer alles wat hij doet en uiteindelijk krijgt hij een hoge positie aan het hof van de Farao en kan hij wraak nemen als z’n broers vanwege hongersnood in het land Israël voor hem staan.

Maar Jozef, goed als hij is, neemt geen wraak maar sluit zijn familie in zijn armen.

 

Ik denk dat het verhaal van Jozef heel lang zo is getekend en bepreekt en is zo ook vaak in de schilderkunst weergegeven.

Wat betreft het verhaal van vandaag heb ik weinig kinderbijbeltekeningen kunnen vinden, blijkbaar vond men dit verhaal minder geschikt voor kinderogen.

Eigenlijk alleen deze van een zeer gemene, kwaadaardige mevrouw Potifar.

 

In de schilderkunst komt de scene vaker voor, dit schilderij van Bertin Nicolas, eind 17e eeuw, hangt in het Rijksmuseum.

We zien de vrouw van Potifar, verleidelijk geschilderd, naakt, grijpt Jozef bij z’n mantel, haar bedoeling is duidelijk.

En we zien Jozef, de ogen afgewend alsof hij de naakte vrouw niet wil zien.

Z’n handen gevouwen omhoog gericht om te laten zien dat hij aan God wil vasthouden, om niet aan de verleiding te bezwijken.

Een schilderij dat de moraal en de vroomheid van de 17e eeuw uitbeeldt:

De vrouw van Potifar symbool voor de verleiding en Jozef voor de kuisheid, een les voor de kijker om niet op verleiding in te gaan.

Een moraal die lang heeft doorgewerkt in de christelijke traditie.

 

Maar het is de vraag of het oordeel over de vrouw van Potifar als wellustige verleidster wel terecht is.

En of het verhaal van Jozef niet meer te vertellen heeft dan alleen een moraal van kuisheid.

Verschillende commentaren, ook vanuit de joodse traditie, geven een veel genuanceerder beeld van Potifar’s vrouw en ook van Jozef.

De Hebreeuwse tekst beschrijft Potifar met een woord dat zowel hoveling als eunuch kan betekenen.

Potifar was, als hoge functionaris aan het hof van de Farao, dan ook waarschijnlijk een eunuch, een gecastreerde man.

Dat was gebruikelijk voor alle hovelingen om er zeker van te zijn dat de vrouwen van de farao veilig waren.

En de Farao zeker wist dat zijn kinderen echt van hem waren.

Maar de vrouw van Potifar kwam daardoor, ondanks alle luxe waarin ze leefde,  waarschijnlijk veel tekort bij haar man.

En kreeg geen kinderen.

En in die tijd was dat niet alleen, zoals dat ook nu nog kan zijn, een groot verdriet.

Maar kinderen betekenden in die tijd ook toekomst, iemand om voor je te zorgen in je ouderdom.

En in Egypte betekende het zelfs ook leven na de dood, in je kinderen leefde je verder.

Dat moesten Potifar en zijn vrouw missen.

 

Vaak werd dan in het huis van een eunuch een slaaf aangewezen die voor nageslacht moest zorgen.

Zoals we ook lezen in de verhalen van Abraham en Jakob, waar de onvruchtbare Sarah en Rachel een slavin geven aan hun man om voor hen nageslacht te verwekken.

We lezen in ons verhaal dan ook dat “Potifar Jozef het beheer gaf over alles wat hij bezat. Hij vertrouwde alles volledig toe aan Jozef.

Potifar bekommerde zich alleen nog om wat hij te eten kreeg”.

Je moet tussen de regels doorlezen en kijken naar de verschillende mogelijke betekenissen van de woorden die gebruikt worden.

Dan is te lezen, ook volgens de joodse uitleggers, dat  hier bedoeld kan zijn dat van Jozef verwacht wordt dat hij een kind zal verwekken bij de vrouw van Potifar, om zo te zorgen dat de familie van Potifar zal voortbestaan.

Dus geen lust en begeerte, dat wij keurig moreel kunnen veroordelen.

Maar een heel begrijpelijk verlangen van deze, misschien wel wanhopige, kinderloze vrouw.

Het verlangen naar een kind, naar toekomst, naar voortbestaan en voortleven.

 

Maar Jozef weigert, dat gaat hem te ver en Jozef vlucht weg, zijn mantel achterlatend.

Jozef is hier geen verkrachter maar eerder moet je  zeggen: een werk of dienstweigeraar.

En hij wordt dan ook niet, zoals op verkrachting stond, ter dood gebracht, maar in de gevangenis gegooid.

 

Dan Jozef, een held?

De mooie jongen die keurig zijn kuisheid bewaart?

Waar wij als gelovigen inspiratie uit moeten halen voor onze waarden en normen?
Of gaat het in dit verhaal om iets heel anders, veel meer dan dat?

 

Jozef, verkocht door zijn broers, als slaaf meegenomen, afgedaald staat er, naar Egypte.

Als één van de nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jakob, een gezegende dus, is hij afgedaald in het land van de heidenen, ver van huis, van het door God gegeven land.

Het volk Israël, jaren later in ballingschap, ook ver van huis, vertelt deze oerverhalen en heeft ze opgeschreven, en zal zich herkend hebben in Jozef.

En in de vraag die in heel het verhaal doorklinkt : zal de gezegende trouw blijven aan zijn roeping, als door God gezegende?

Jozef in Egypte, het volk Israël in ballingschap.
Zal Gods gezegende, Gods volk staande blijven en God trouw blijven, te midden van een vreemde, heidense cultuur?

Om dan ook werkelijk tot zegen te kunnen zijn.

 

Jozef komt in het huis van Potifar en God is met Jozef en laat alles slagen wat zijn hand aanpakt.

Voor het eerst in het verhaal klinkt hier de naam van God.

God draagt Jozefs geschiedenis, zonder direct aanwijsbaar te zijn, zonder zelf te spreken zoals eerder bij Abraham en Izaäk en Jakob.

We leren God kennen in het verhaal van Jozef in het handelen van een mens.

‘De Heer stond Jozef ter zijde, zodat het hem goed ging, liet alles goed verlopen’.

Zelfs wordt de zegen van God doorgegeven aan het huis van Potifar, ook Potifar ziet dat God met Jozef is.

‘De zegen van de Heer rustte op alles wat hij bezat’.

Het staat hier nadrukkelijk, het woord waar het in heel Genesis om draait: zegen,

gezegend om tot zegen te kunnen zijn, waar anderen, ook andere volken, in mogen delen.

Zoals eens aan Abraham beloofd, dat alle volken in hem gezegend zullen zijn.

En ook, aan het eind van ons verhaal, als Jozef in de gevangenis wordt gegooid, klinkt opnieuw dat God met hem is en alles wat hij ter hand neemt voorspoedig laat verlopen.

 

Het gaat om leven als gezegende, een gezegend mens.

Dat betekent tot zegen zijn, het goede doen, dienstbaarheid.

Jezelf niet te groot maken, zoals in Jozef z’n dromen, hijzelf in het middelpunt en zijn broers voor hem buigend.

De Farizeeër in het evangelieverhaal.

Ook als alles je in handen wordt gelegd, zoals Jozef in het huis van Potifar,

dan betekent dat niet dat je alles ook maar mag grijpen, dat je overal maar over kunt beschikken, je je alles maar kunt veroorloven.

Het is altijd weer de verleiding voor mensen op machtige posities.

En er zijn heel wat topfiguren die zichzelf te buiten gaan, hun macht misbruiken, geen maat weten te houden en denken alles maar te kunnen doen en zeggen.

De voorbeelden komen bijna dagelijks in het nieuws voorbij.

Waar we geen maat houden, geen grenzen in acht nemen, in hoe we met elkaar omgaan, dichtbij en wereldwijd, in de dagelijkse omgang, rijk en arm, sterk en zwak,

in hoe we met de aarde, het milieu omgaan,

waar we geen maat houden en alles maar grijpen wat voor handen is, daar gaat het leven stuk, gaan mensen kapot, wordt de samenleving en de wereld een chaos.

 

Jozef weet dat er grenzen zijn, juist daar waar alles voor het grijpen ligt.

Het doet denken aan  Adam en Eva in het paradijs, waar ze van alle bomen mochten eten, alleen niet van die ene, niet van de boom van goed en kwaad.

Maar ze wilden groter zijn, zichzelf groter maken, als God zijn, die ene grens over.

Zo zijn er voor Jozef grenzen, in het huis van Potifar die hem het beheer geeft over alles wat hij bezit, en zoals we net zagen waarschijnlijk zelfs zijn vrouw om voor nageslacht te zorgen.

Maar daar trekt Jozef zelf een grens: ‘Niets heeft mijn heer mij onthouden behalve u, zijn vrouw’.

Dat klopt feitelijk niet met de opdracht van Potifar, maar Jozef zelf trekt een grens.

Jozef houdt zich aan het Israëlitisch gebod, aan Gods wil.

Het zou een wandaad zijn tegenover haar man en een zonde tegenover God.

Echtbreuk gold in Israël als één van de zwaarste overtredingen.

Trouw wil Jozef blijven aan God, daarin ligt toekomst, gezegende toekomst.

Jozef zet zichzelf niet langer in het middelpunt, maar de wil en de wet van God.

Zo alleen kan hij werkelijk de gezegende zijn.

 

Jozef wordt in de joodse traditie een rechtvaardige genoemd, een messiaanse mens.

Daarmee is hij een voorafschaduwing van Christus.

Leven als gezegende, in dienstbaarheid, in trouw aan God.

Dat kan betekenen zelfs door diepte en vernedering heen.

‘Pijnlijk begenadigd zijn’, zingt straks ons slotlied over een mens te zijn op aarde.

Zo gaat de weg van Jozef, zoals ook Jezus, als een slaaf verkocht, door de diepte, de minste zijn, sterven, om vrucht te dragen.

Daarin trouw blijven, het goede doen, daarin blijft God nabij.

Daarin ligt toekomst van leven.

Dat is de zegen waarin wij mogen delen, om die te leven, iedere dag opnieuw.

 

 

U bevindt zich hier: Home De Dominee Preken Zondag 23 oktober 2016