Startzondag 18 september 2016

Ruth 1 t/m 4, Het verhaal van Ruth en Noömi

 

Mijn naam is Noömi, jullie hebben mijn verhaal gehoord.

Of eigenlijk het verhaal van Ruth, zo staat het ook in de Bijbel, ons verhaal is genoemd naar Ruth.

Zij is de hoofdpersoon en wordt de oma van koning David, en is één van de voormoeders van Jezus.

Dus het is niet zo vreemd dat het Bijbelboek haar naam heeft gekregen.

 

Maar het is ook mijn verhaal, en dat van mijn man Elimelech en onze beide zonen, en van Orpa natuurlijk.

 

Jullie hebben gehoord dat ik heel wat heb mee gemaakt in mijn leven.

Het is niet niks om je land te verlaten.

Natuurlijk samen met mijn gezin, maar al onze verdere familie hebben we toen in Bethlehem achtergelaten.

Eigenlijk waren wij toen al economische vluchtelingen, op zoek naar een betere toekomst voor onze kinderen, zoals nu ook heel veel mensen vanwege oorlog of armoede hun land verlaten, in de hoop op een betere toekomst.

 

Zo hebben wij Bethlehem achtergelaten.

Ik besef dat dat laat zien dat we toen blijkbaar niet zoveel vertrouwen in God hadden.

Maar er was grote hongersnood in het land en het is toch begrijpelijk dat je dan, vooral voor je kinderen, op zoek gaat naar een land waar wel genoeg te eten is?

En dat was in Moab.

Ik weet het, een heidens land, een vijandelijk land voor Israël.

Maar wij hebben het er goed gehad, vriendelijke mensen ontmoet die ons, vreemdelingen, hebben opgenomen.

Zelfs mijn beide zonen zijn daar getrouwd met twee lieve vrouwen, Orpa en Ruth.

 

Maar ik heb daar ook veel ellenden meegemaakt, mijn man en beide zonen zijn gestorven.

Of dat een straf van God was, vanwege onze geloofstwijfel, omdat we niet genoeg op God vertrouwden?

Dat vind ik een moeilijke vraag.

Maar het heeft mij wel bitter gemaakt, al die tegenslag en verdriet.

Mijn naam was Noömi, dat betekent liefelijk, maar mijn naam kon maar beter Mara zijn, dat betekent bitter, zo voelde ik mij.

En ja, ik ben ook boos geweest op God, dat is toch heel menselijk?

En dat mag toch?

De psalmen staan er vol van, van klachten tegen God, de vraag naar het ‘waarom’.

Gelukkig komt er daarna vaak ook weer ruimte voor vertrouwen in God.

 

Zo is het bij mij ook gegaan.

Ik ben terug gegaan naar Bethlehem toen daar weer te eten was.

Ik wilde niet dat Orpa en Ruth mee terug gingen, dat leek me te moeilijk voor hen in een vreemd land, dat had ik immers zelf ook mee gemaakt.

En je wilt je kinderen, ook je schoondochters, toch niet te veel belasten met jouw verdriet en moeilijkheden.

 

Orpa bleef in Moab, dat is goed, daar kon ze misschien weer gelukkig worden.

Ruth is toch met mij mee gegaan, en dat was toch ook heel fijn.

Zij heeft me veel steun gegeven en dat heeft mij erg geholpen.

En toen ze trouwde met Boaz en zelfs een kind kreeg, voelde ik mij weer gelukkig.

Er was ook weer toekomst voor míj.

 

En mijn vertrouwen en geloof in God is ook weer gegroeid.

In de steun en liefde van Ruth heb ik de liefde van God gevoeld.

En in de goedheid van Boaz heb ik de goedheid van God herkend.

Zo heb je mensen om je heen nodig door wie God werkt met zijn liefde en goedheid.

 

Of het allemaal zo heeft moeten zijn, en zo bedoeld is, hoe mijn leven is gelopen ?

Zo, via een vreemde, moeilijke omweg toch een goede uitkomst, waaruit zelfs koning David is gekomen en later Jezus.

Ik weet het niet.

Zo gaat het leven soms.

Je begrijpt niet alles wat er in je leven gebeurt.

Maar mijn levensverhaal laat zien dat God altijd trouw blijft en uiteindelijk toch weer nieuwe toekomst geeft.

 

Mijn naam is Orpa.

Ik vind het fijn dat ik vanmorgen ook wat mag zeggen, ook al is mijn rol niet zo groot in het verhaal dat jullie gehoord hebben, het verhaal van Ruth en Noömi.

 

Allereerst wil ik zeggen dat ik veel bewondering heb voor Ruth.

Ze heeft haar geboorteland achter zich gelaten en is met Noömi meegegaan.

Onzeker over hoe ze daar in Bethlehem zou worden ontvangen, als heidense vrouw uit dat vijandelijke land Moab.

Maar ze is trouw gebleven aan Noömi en dat is heel moedig.

Ze heeft haar naam eer aan gedaan, haar naam Ruth betekent namelijk ‘vriendin’, en dat is Ruth ook echt, een echte vriendin voor Noömi,

zoals ze ook altijd voor mij een goede schoonzus en vriendin is geweest.

 

Ik heb ook bewondering voor Noömi.

Ze is een sterke vrouw, die heel veel heeft meegemaakt.

Eerst had ze de moed om met haar man Elimelech uit Bethelem weg te gaan, naar een vreemd land.

Dat doe je niet zomaar !

Ze hebben hard gewerkt in Moab, ze waren gelukkig, met hun beide zonen.

En ze heeft ons, mij en Ruth, heel gastvrij als haar schoondochters geaccepteerd, terwijl wij toch heidense vrouwen waren.

En toen eerst haar man Elimelech, en toen haar beide zonen, onze mannen, gestorven waren, zij helemaal alleen was overgebleven van hun gezin,

hebben we elkaar kunnen troosten en steunen.

Ik ben blij dat ik zoveel jaren het leven met Ruth en Noömi heb kunnen delen.

Ik zal hen missen.

 

Ik weet het, ik speel nauwelijks een rol in het verhaal van Ruth en Noömi, alleen even in het begin.

En ik weet ook dat heel veel van u misschien niet zo positief over mij denken.

Ik heb immers, zo is meestal het oordeel, Noömi in de steek gelaten,

ik ben niet meegegaan met haar naar Bethlehem, maar heb gekozen om in mijn eigen land Moab te blijven.

Mijn naam zegt het al, Orpa betekent ‘zij die zich afwendt, die de nek toekeert’.

Nee, dan kun je beter Ruth heten, ‘vriendin’, een mooie naam, zo kun je je dochter wel noemen, maar niet Orpa.

En Stef Bos zingt geen liedje over mij, ‘het lied van Orpa’, nee zeg, stel je voor!

 

Misschien denk u ook: Orpa heeft de gemakkelijkste weg gekozen.

Lekker in mijn eigen land en vertrouwde omgeving gebleven.

Maar dat was voor mij echt niet zo gemakkelijk.

Ik voelde me verbonden en vertrouwd met Noömi en met Ruth, zij waren immers familie van mij geworden door ons huwelijk.

We hebben ons leven, ons geluk en ons verdriet met elkaar gedeeld.

Met hen kon ik de herinneringen ophalen aan onze mannen, die zo jong zijn gestorven.

Ik wilde ook met Noömi mee toen ze terug ging naar Bethlehem, ik ben met haar meegegaan toe ze wegging, zonder een moment van aarzeling.

Ik heb ook gehuild en wilde bij Noömi blijven toen ze zei dat we terug moesten gaan naar Moab.

Noömi noemde mij óók ‘dochter’.

Ik weet het, uiteindelijk ben ik wel terug gegaan, maar het was met pijn in mijn hart.

 

Denkt u nu werkelijk dat ik Noömi en Ruth gemakkelijk los kon laten?

Na alles wat we met elkaar hadden gedeeld.

Ja, ik ben terug gegaan naar Moab.

Ik ben terug gegaan, omdat mijn hart mij dat ingaf, maar dat betekent niet dat ik dat van harte deed.

Soms moet je keuzes maken die eigenlijk onmogelijk zijn, die je niet wilt maken, maar je moet wel.

 

Ik ben terug gegaan naar Moab, in de hoop daar weer geluk te vinden.

En nu kan ik ook de graven van mijn man, mijn schoonvader en zwager verzorgen.

En zo hun laatste rustplek en gedachtenis in ere houden.

En dat zal ik blijven doen, mijn leven lang, ook namens Noömi en Ruth.

Wij hebben ons leven met elkaar gedeeld en ik zal me altijd met hen verbonden blijven voelen.

Echte verbondenheid met elkaar en als je je leven met elkaar hebt gedeeld, goede en moeilijke tijden, dat blijft toch altijd?

In de herinneringen.

Dat gaat toch over grenzen van landen en godsdiensten heen?

 

Ik denk nog veel aan Ruth en Noömi, ik mis ze.

Ik hoop dat het goed met ze gaat.

 

U bevindt zich hier: Home De Dominee Preken Startzondag 18 september 2016