Agenda komende week

Dinsdag 24 Oktober 20:00-21:30
Cantorij - De Toevlucht


Woensdag 25 Oktober 18:45-19:45
catechese Philadelphia - Vuistbijl


Woensdag 25 Oktober 20:00-22:00
wijkkerkenraad -

Zondag 31 juli 2016

De lezing uit het Oude Testament van vanmorgen is Prediker 2.

En dat herinnerde mij aan een gedicht dat ik een paar weken geleden hoorde op radio Tour de France.

Dat gedicht met de titel ‘Mont Ventoux’ gaat over wielrennen en het beklimmen van de beruchte berg Mont Ventoux, maar dat gedicht heeft tegelijk ook een link met Prediker.

Wie weet wat de naam Mont Ventoux betekent kan de link met Prediker misschien al raden.

(N)Iemand?

Daar komen we straks bij terug.

Het gedicht legt vanuit onze tijd de link naar Prediker.

Straks lezen we Prediker over al het zwoegen in het leven dat toch eigenlijk niet meer is dan lucht en najagen van wind.

Eerst de Evangelielezing van deze zondag is Lucas 12: 13 – 21, dat gaat over hetzelfde thema als Prediker, de zin of de zinloosheid van al ons streven en presteren.

Evangelielezing met lied 797: 1, 4, 6, 7 en 8

 

Overweging bij lezing en lied

 

Lied 797 is misschien geen lied wat we erg graag zingen en zeker niet in deze zomerse tijd, dan mag het toch eigenlijk wel wat luchtiger.

Luchtiger dan over de vluchtigheid en eindigheid van het leven.

De oorspronkelijk tekst van dit lied is uit één van de Bachcatate’s en dus uit een tijd waarin men heel anders dan wij nu in het leven stond, waarin de dood veel meer een dagelijkse realiteit was, door de hoge kindersterfte en veel kortere levensverwachting.

Vergankelijkheid was een veel gebruikt thema in de muziek en ook in de kunst, met dit soort schilderijen.

http://www.verouderingvertragen.com/uploads/1/0/5/4/10540270/307802_orig.jpg

We zien daarin verschillende symbolen die de vergankelijkheid verbeelden:

de schedel natuurlijk, de bijna opgebrande kaars als het leven dat langzaam opbrand en uitdooft, zandlopers en horloges verbeelden de tijd die verstrijkt,

muziekinstrumenten want muziek is vluchtig, bloemen die verwelken.

En ook boeken en sieraden en geld: zoals je niets aan je rijkdom hebt als je dood bent,

-  ook de evangelielezing vertelt daarvan -

zo heb je uiteindelijk in het sterven ook niets aan de geleerdheid die je uit boeken hebt verzameld.

Dat was in ieder geval de gedachte in de tijd waaruit deze schilderijen komen, de late Middeleeuwen, 1600, 1700.

 

Deze schilderijen en ook lied 797 zijn duidelijk uit een andere tijd dan de onze, waarin  vergankelijkheid nauwelijks meer een thema is.

Integendeel, dat houden we liever weg, verborgen, alsof het er niet is.

We verbergen het door onze grijze haren te verven, antiverouderingscrèmes, plastische chirugie, botoxbehandelingen, sporten voor een mooi lichaam.

Jong en mooi zijn en succesvol, dat is veel meer het ideaal.

Ziekte en ouderdom stoppen we liever weg.

Terwijl de Bijbel daar juist heel open over spreekt.

Psalm 103: ‘De mens, zijn dagen zijn als het gras, als een bloem die bloeit op het veld en verdwijnt zodra de wind hem verzengt’.

Maar dergelijke teksten preken niet de zinloosheid van het leven, maar staan in de Bijbel altijd in het verband van het spreken over God die eeuwig is en leven geeft.

 

In de evangelielezing uit Lucas lijkt het alsof Jezus net als lied 797 ook het leven en werken relativeert.

Wat heb je eraan, al je prestaties en bezittingen als je sterft?

‘Vluchtig en nietig is het mensenleven, de schoonheid en het geluk, de schatten en de glorie, al ons doen en streven’.

En lijkt aan te sluiten bij Prediker: ‘al mijn moeizaam gezwoeg is lucht en najagen van wind’.

 

Lezing Oude Testament Prediker 2: 1 – 11, Zingen : Lied 720

 

Overweging bij lezing en lied

 

Als christenen, en zeker als calvinisten, staat wij over het algemeen niet bekend als levensgenieters.

Calvinisme, voor zover mensen nog weten wat dat is, staat veel meer synoniem voor soberheid, zuinig, saai, niets mag en van alles moet.

En dat is denk ik ook het eerste beeld dat wij hebben bij Prediker en zo begint ook onze lezing uit Prediker 2, waar hij tegen zichzelf zegt:

‘Laat ik proberen de genoegens van het leven te smaken en te genieten van al het goede, maar ook dat, ontdekte ik, is enkel leegte’.

Prediker als een sombere nihilist.

Toch zegt Prediker verderop in zijn boekje ook: ‘Geniet alle dagen van je leven, die God je gegeven heeft.’

En: ‘‘Eet je brood met vreugde, drink vrolijk je wijn, geniet van en met je lief, alle dagen van je leven’.

Zoals het laatste vers van lied 720 zingt: ‘Geniet’, maar dan wel: ‘geniet het leven als gave’.

 

Zowel in de evangelielezing als bij Prediker gaat het over de mens die alleen maar leeft om te werken, te presteren.

De ‘homo economicus’ die wij ook volop om ons heen zien.

‘Alleen maar leven om te zwoegen en te tellen’, zingt lied 720.

Wat is de opbrengst, winst, targets, prestaties, geld en rijkdom.

Jezus zegt: Wat heb je daaraan als je sterft, niets.

‘Een doodshemd heeft geen zakken’, zegt het spreekwoord.

Je hebt niets aan al je rijkdommen en prestaties als je niet rijk bent bij God.

Prediker noemt dat ‘ontzag voor God’, vroeger zei men ‘de vreze des Heren’.

Als je het leven niet ziet en ervaart als gave van God, dan is het leeg en zinloos, vluchtig als de wind.

Er is op zich, volgens het evangelie en ook volgens Prediker niets mis met rijkdom, rijkdom  wordt eigenlijk nergens in de Bijbel veroordeeld.

Maar hoe ga je daar mee om?

De man in de gelijkenis houdt het alleen maar voor zichzelf, voortdurend klinkt in de paar verzen van de gelijkenis het woord ‘ik’, daar is al zijn aandacht op gericht, op zichzelf.

Maar het leven ervaren als gave van God betekent dat je leeft in dankbaarheid, en dankbaarheid maakt dat je ervan wilt doorgeven en delen.

Dat je ook anderen ervan wilt laten genieten.

Dan kun en mag je er ook zelf volop van genieten.

 

Meditatieve muziek

 

Een gedicht met als titel Mont Ventoux.

De Mont Ventoux is een berg vooral bekend van de Tour de France.

Een steile berg, eerst fiets je nog tussen de bomen, dennenbomen, maar als je hoger komt wordt het een kale berg, een soort maanlandschap.

 

Het gedicht Mont Ventoux is een gedicht over wielrennen en over dichten.

Ik hoorde op de dag dat in de Tour de France deze zomer de berg de Mont Ventoux moest worden beklommen, de dichter zelf erover vertellen voor de radio.

De dichter is Jan Kal en hij vertelde hoe hij, als twintiger met zijn vriendin op fietsvakantie in Frankrijk, vrij onbezonnen en onvoorbereid de Mont Ventoux was gaan beklimmen per fiets.

Dat viel zwaar tegen, het is een hele zware klim.

De Mont Venroux is ook de berg waarop de Brit Tommy Simpson in 1967 tijdens de etappe door uitputting stierf.

 

Maar terwijl Jan Kal aan het fietsen was, de berg op, ontstond in zijn gedachten dit gedicht.

En in zijn gedicht beschrijft hij dat hij de top heeft bereikt, dus hij moest wel doorfietsen om zijn gedicht te laten kloppen.

Zijn gedicht inspireerde hem om niet op te geven.

 

Mont Ventoux

 

Dichten is fietsen op de Mont Ventoux,

waar Tommy Simpson toen is overleden.

Onder zo tragische omstandigheden

werd hier de wereldkampioen doodmoe.

 

Op deze col zijn velen los gereden,

eerste categorie, sindsdien tabu.

Het ruikt naar dennegeur, Sunsilk Shampoo,

die je wel nodig hebt, eenmaal beneden.

 

Alles is onuitsprekelijk vermoeiend;

de Mont Ventoux opfietsen wel heel erg,

waarvoor ook geldt: bezint eer gij begint.

 

Toch haal ik, ook al is de hitte schroeiend,

de top van deze kaalgeslagen berg:

ijdelheid en het najagen van de wind.

 

Het fietsen is het beeld van het dichten.

Wat bij het fietsen geldt, geldt ook voor het dichten:

Een groot dichter willen worden, er alles voor over hebben, de inspanning van het dichten, de tragiek zelfs van de dichter, de beste willen worden, de top halen.

In het gedicht wordt het dichten en het fietsen als menselijke streven naar het hoogste, de prestatie, in het perspectief van Prediker gezet:

‘alles is onuitsprekelijk vermoeiend’ en ‘ijdelheid’.

 

De naam van de berg Mont Ventoux betekent : winderige berg, het schijnt er altijd te waaien.

Dit jaar werd de etappe zelfs  ingekort, de renners hoefden niet tot de top, omdat het veel te veel waaide en dat was veel te gevaarlijk.

Wie de berg per fiets beklimt heeft vaak de wind mee, en daarin legt het gedicht ook een verbinding met Prediker, in de laatste regel over het najagen van wind.

 

En daarmee, met die slotzin ‘ijdelheid en het najagen van wind’ lijkt de dichter in te zien dat niet alleen het fietsen, maar ook het dichten en misschien wel alles in het leven, heel het leven met het zoeken naar prestaties en streven naar het hoogste eigenlijk zinloos is.

 

Eigenlijk heeft dichter Jan Kal in 1974 dezelfde ervaring als de Italiaanse dichter Petrarca in de 14 e eeuw.

Petrarca beklom ook de berg Mont Ventoux, lopend, en na veel moeite en inspanning komt hij op de top tot inzicht in de betrekkelijkheid van het menselijke streven.
Petrarca heeft altijd het boek Bekentenissen van kerkvader Augustinus bij zich en opent het, toevallig, bij de passage:

‘En de mensen gaan heen om de hoogte der bergen te bewonderen en de hemelhoge golven van de zee en de brede stromingen van de rivieren en de kringloop van de oceanen, de banen van de sterren en zij verlaten zichzelf’.

Mensen richten zich op allerlei uiterlijkheden, grote prestaties, streven naar van alles, maar uiteindelijk is dat maar betrekkelijk, ze vergeten hun eigen ziel.

 

We hebben deze zomer al heel wat sportevenementen kunnen beleven en komende vrijdag beginnen de Olympische Spelen, waarbij het meedoen alleen al lang niet meer belangrijker is dan winnen.

In onze tijd van ontkerkelijking lijkt sport de nieuwe religie en sociologen bevestigen dat ook, dat sport de rol van de godsdienst heeft overgenomen in onze samenleving.

‘Lege kerken, volle stadions’.

In de stadions worden samen liederen gezongen, deel zijn van de supportersschare geeft een gevoel van verbondenheid,

de eigen club is heilig en de sporters zijn de nieuwe afgoden.

Daarbij te horen geeft het gevoel opgenomen en deel te zijn van een groter geheel, dat je deel bent van een gemeenschap.

Zoals godsdienst dat eeuwenlang heeft gedaan.

Maar die ‘zingeving’ houdt op als de wedstrijd is afgelopen, als het eigen team verliest, de sporter geblesseerd raakt of de carrière voorbij is.

En dan dreigt het beruchte ‘zwarte gat’ voor sporter en supporter.

 

Gelukkig zegt Prediker ook dat we mogen genieten van het goede van het leven.

Er is op zich niets mis mee om bijv. in de vakantie te genieten van de hoge bergen, zeeën, landschappen, zoals Petrarca dat las bij Augustinus.

Of te genieten van sport en sportprestaties of andere dingen in het leven.

Maar dichters als Jan Kal en eeuwen daarvoor al Petrarca en de kerkvader Augustinus en ook Prediker en Jezus zelf, waarschuwen ons dat uiteindelijk daarin niet de zin en betekenis van het leven te vinden is.

Als we dat alles niet zien als een geschenk, in gelovig perspectief, als een gave van God.

En daaruit te leven in dankbaarheid.

 

U bevindt zich hier: Home De Dominee Preken Zondag 31 juli 2016