Agenda komende week

Dinsdag 23 Mei 20:00-21:30
Cantorij - De Toevlucht


Dinsdag 23 Mei 20:00-22:00
werkgroep Vorming en Toerusting - De Toevlucht


Woensdag 24 Mei 20:00-22:00
wijkkerkenraad - De Toevlucht


Donderdag 25 Mei 20:00-22:00
meditatiewandeling - De Toevlucht


Maandag 29 Mei 20:00-22:00
leeskring Erfenis zonder testament - thuisadres

Zondag 7 augustus 2016

Vandaag een themadienst rond psalm 137, een psalm vanuit de ballingschap van Israël, aan de rivieren van Babel.

Een aan de ene kant geliefde psalm, maar met een vreemd, verontrustend slotvers.

Na de lezing van psalm 137 zingen we een lied van Sytze de Vries ‘Vol tranen zien wij hoe de tijd’, een bewerking van psalm 137.

Dit zingen we op de melodie van lied 158a, bij ons bekend als de lofzang van Zacharia.

De oorspronkelijke melodie is ‘An Wasserflüssen Babylon’ : aan de stromen van Babel.

Dus Sytze de Vries heeft met de tekst van zijn bewerking weer een verbinding gezocht met een melodie uit 1525 ook toen met als tekst een bewerking van psalm 137.

 

Daarna lezen we een bewerking van Psalm 137 van Huub Oosterhuis , uit zijn bundel 150 Psalmen Vrij, daarna zingen we Lied 137 b.

Ook een bewerking van Ps. 137, een moderne versie van de zanger Don Mclean uit 1971.



Afgelopen maandag was op televisie in Eén Vandaag het filmpje ‘Het Koran experiment’ te zien dat eerder al op internet rondging en duizenden keren is bekeken.

Twee Nederlandse jongens lezen op straat verzen uit de Koran voor aan voorbijgangers.

Vrouwonvriendelijke en gewelddadige verzen.

Over dat de vrouw onderdanig moet zijn, geen onderwijs mag geven en zelfs dat de hand van een vrouw moet worden afgehakt.

Dat bij overspel man en vrouw ter dood gebracht moeten worden, enzovoort.

 

De voorbijgangers reageren geschokt over de gewelddadigheid van de Koran en denken dat de Bijbel positiever is en vrediger teksten heeft.

Maar dan onthullen de interviewers dat de teksten die ze voor hebben gelezen niet uit de Koran maar uit de Bijbel komen.

Grote verbazing bij de voorbijgangers.

Het doel van het experiment is om vooroordelen over de islam en de Koran tegen te spreken.

En te relativeren met het feit dat dergelijke uitspraken dus ook  in de Bijbel staan.

 

Vorig jaar verscheen een boek van de Belgische schrijver Dimitri Verhulst met als titel ‘Bloedboek’ over de geweldverhalen in het Oude Testament.

Ik heb het boek niet gelezen, maar één van die teksten in dat boek zou Psalm 137 kunnen zijn, met dat gruwelijke slot:

‘Gelukkig hij die jouw kinderen grijpt en op de rotsen verplettert’.

Dat zeggen de joodse ballingen in Babylonië tegen de stad Babel.

 

Voor zover ik het heb kunnen nagaan heb ik deze psalm nog nooit in een kerkdienst laten zingen en ook als kerkganger nooit gezongen.

En zeker niet het laatste vers met als laatste regels:

‘Gij dochter Babels, toegewijd ter dood,

heil onze wreker, heil hem die, o trotse,

uw kinderen zal verbrijzelen aan de rotsen.’

Dat kún je en dat wil je toch niet zingen !

 

De liederen over psalm 137 die we vanmorgen wel zingen laten die laatste regels dan ook weg of verzachten de inhoud.

In het lied dat we zongen na de psalmlezing maakt Sytze de Vries ervan:

‘Breek Babels trotse hoogmoed stuk, vernietig het, en wil haar stralen doven.

Niet langer kan zij voortbestaan.

Gezegend, wie haar durft weerstaan, en U alleen wil loven.’

Dat laatste is een verandering van een eerdere versie van datzelfde lied, waar stond:

‘Gezegend, wie haar kan weerstaan,

haar goed en bloed zal roven.’

Dat ging Sytze de Vries blijkbaar toch te ver en daarom heeft hij dat veranderd.

In het lied dat we straks na de meditatieve muziek zingen, Lied 137 a, staat alleen de regel:

‘Kom, verbreek de tirannie’.

Maar geen woord over kinderen en rotsen.

 

De dichter Ad den Besten heeft ooit geweigerd om een bewerking van psalm 137 te maken.

Zijn reactie was: ‘Dat doe ik echt niet, dat krijg ik niet uit mijn strot.’

 

Huub Oosterhuis probeert in zijn bewerking van psalm 137 die we hebben gelezen, de tekst wel helemaal recht te doen maar voegt er, zoals hijzelf zegt, ‘een andere, invoelende benadering’ aan toe:

‘ Vrouwe Babel, furieuze,

gezegend die jou zal vergelden.

Niets blijft er over van jou.

En als ze je kinderen grijpen

en te pletter slaan tegen de rotsen

 

wat zal je huilen.’

 

Wat moeten wij nu nog met dergelijke wrede Bijbelteksten?

Wat is ons antwoord als buren, niet-gelovigen ons aanspreken op zo’n filmpje als afgelopen week in Eén Vandaag te zien was.

Dat we die teksten overslaan en niet meer zingen?

 

Natuurlijk kun je bij dergelijke teksten in de Bijbel zeggen dat ze uit een heel andere tijd komen en passen bij het godsbeeld van die tijd.

Een tijd van veel oorlog en geweld rond Israël.

En dat psalm 137 een gedicht is, dichterlijke taal, en dichters willen hun beelden in een gedicht nog wel eens extra aanzetten.

En dat je dergelijke beschrijvingen ook symbolisch moet zien.

Waar bijvoorbeeld in de Bijbel beschreven wordt hoe God de opdracht geeft een heel volk uit te roeien, bijv. Moab, - volken die volgens de archeologie nooit echt hebben bestaan -,

daar wordt vooral bedoeld dat het kwaad moet worden uitgeroeid.

Dat wat het volk van God, het goede leven bedreigt, dát moet de wereld uit en vernietigd worden.

Zo moet je die harde taal van teksten als psalm 137 in hun tijd en context lezen.

 

De Bijbel in Gewone Taal die vorige jaar is uitgekomen doet het nog anders.

Daar luidt de tekst van de laatste verzen:

‘Babel, ook jij zult verwoest worden.

Gelukkig zijn de mensen die jou straffen,

die met jou doen wat jij met ons hebt gedaan.

Gelukkig zijn de mensen die jouw inwoners grijpen

en ze allemaal vernietigen.’

De vertalers leggen deze vertaling als volgt uit:

De stad Babel werd in de cultuur van die tijd gezien als vrouw.

De ‘kinderen’ in de psalm staan voor de inwoners van de stad.

In de vertaling is het geweld niet uit de tekst gehaald, maar wel het misverstand, zeggen de vertalers, dat het expliciet gaat om het vermoorden van kinderen.

De bedoeling van de tekst is breder: de inwoners van Babel worden vernietigd.

 

Je mag het woord ‘kinderen’ hier ook nog anders symbolisch opvatten, als beeldspraak:

Kinderen staan in de Bijbel voor toekomst, zonder kinderen is er geen toekomst.

De uitdrukking ‘kinderen verpletteren’ in de Bijbeltekst mag je dan ook uitleggen als het afsnijden van de toekomst van Babel.

Waar men doet zoals Babel doet, daar is geen goede toekomst, geen goed leven mogelijk.

Zo’n manier van doen is ten dode gedoemd.

Daar delft men zijn eigen graf, om het met andere beeldspraak te zeggen.

 

Zo met die verschillende interpretaties wordt de tekst van die laatste verzen van psalm 137 misschien iets meer verteerbaar.

Maar daarnaast kan het misschien ook de moeite waard zijn om te psalm te laten staan zoals het in onze bijbel staat, met als z’n wreedheid.

Niet om die woorden letterlijk over te nemen, maar wel om te proberen te begrijpen waarom de psalmdichter het zo heeft opgeschreven.

 

We weten niet wie de psalmdichter is, maar uit de eerste regels van de psalm kunnen we opmaken dat hij waarschijnlijk één van de ballingen in Babel is geweest.

‘Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij treurend’.

Treurend, vol heimwee zitten de joodse ballingen bij de rivieren, terugdenken aan Jeruzalem, Sion.

Ze kunnen zelfs niet meer zingen van verdriet, de lier hangt aan de wilgen.

Hun bewakers spotten en dagen hen uit om te zingen:

‘Zing voor ons een vrolijk lied uit Sion’.

maar hun stemmen zijn gebroken van ellende.

 

De dichter bezingt wat er allemaal is gebeurd, en dat weten we ook uit andere Bijbelgedeelten.

De stad Jeruzalem is verwoest, er zijn veel slachtoffers gevallen, kinderen zijn over de muren gegooid.

Verschrikkelijke dingen die je, als ze je hebt meegemaakt, nooit meer vergeet.

Overlevenden van de verschrikkingen van de Holocaust vertellen soms hoe ze het nog steeds voor zich zien.
En als je de verschrikkingen ziet van de oorlog in Syrië, van aanslagen, dan vraag je je af hoe degenen die dat overleven ooit weer gewoon kunnen leven.

Hoe kunnen kinderen ooit nog weer kind zijn of als gewone volwassenen opgroeien?

Zullen de trauma’s hen niet hun hele leven blijven achtervolgen?

 

En zo is het ook met de ballingen in Babel.

Ze dragen de beelden van de strijd en de verwoesting van Jeruzalem met zich mee.

En nu maken hun beulen zich ook nog over hen vrolijk: ‘Zing voor ons’.

Machteloos moeten ze het aanhoren.

Is het zo onvoorstelbaar dat de woede en het verdriet zich uit zoals in psalm 137 in de laatste verzen?

Dat wraakgedachten zoals vers 8 en 9 opkomen: dat ook de stad Babel verwoest zal worden en zelfs de kinderen gedood.

Zoals immers ook met Jeruzalem en haar inwoners en kinderen is gebeurd.

Oog om oog en tand om tand.

Kwaad moet toch ook aangepakt en bestreden worden?

Na de ramp met de MH17, na de aanslagen van de laatste tijd, klinkt de begrijpelijke  roep dat er recht gedaan moet worden, dat de schuldigen gestraft moeten worden.

Ook kerkleden, spreken soms, hoe aarzelend ook, zelfs uit misschien niet meer zo heel stellig tegen de doodstraf te zijn vanwege alle gruwelijkheden.

 

Het is waar dat wij als christenen hebben geleerd dat je moet vergeven.

Maar het is ook waar dat gevoelens van verdriet en woede en angst niet altijd maar weggeslikt moeten worden.

Want dan gaan ze vaak onderhuids toch wroeten, je kunt er ziek van worden of je boosheid of je verdriet op de verkeerde mensen afreageren.

De Bijbel en vooral ook de psalmen laten ons zien dat boosheid, verdriet, angst wél gezegd en geuit mogen worden.

Maar : Psalm 137 is een liturgische tekst, een gebed.

Het is geen document voor een politieke bijeenkomst, geen oproep tot opstand of oorlog.

Het is een gebed, zoals wij aan het begin van de kerkdienst ons gebed om ontferming bidden.

Om onze nood, onze angst en bezorgdheid, ons verdriet en machteloosheid, en soms ook onze woede voor God uit te spreken.

De psalmen laten dat God dat kan hebben, dat je voor Gods aangezicht je diepste gevoelens mag voelen en uitspreken.

Zodat het oplucht, zodat je letterlijk weer lucht en ruimte krijgt om te leven.

Zo kan psalm 137 ook een troostpsalm zijn, erkenning, voor wie door de eeuwen heen vervolgd en onderdrukt zijn en onrecht hebben geleden.

 

Als we die gevoelens in gebed of in liederen voor God onder woorden brengen, dan brengen we onszelf daarmee als het ware ook in de sfeer van God en van Jezus die ons liefde leren en de woorden zoals we die gelezen hebben in Romeinen 12.

‘Laat uw liefde oprecht zijn. Verafschuw het kwaad en wees het goede toegedaan.

Wees verheugd door de hoop die u hebt,

Zegen uw vervolgers, zegen hen en vervloek hen niet.

Overwin het kwade door het goede.’

Niet als bovenmenselijke eisen of als kurk op de fles die al je verdriet en boosheid binnen moet houden.

Maar als inspiratie, uitnodiging, als een spiegel, licht over ons leven dat laat zien dat er ook een andere weg is dan wraak die vaak leidt tot een toekomstloze spiraal van steeds meer.

Een weg van hoop en vertrouwen dat, in Gods Naam, het goede zal winnen.

 

‘Wanneer zal God ons bevrijden?

Kom, verbreek de tirannie!

Dan veranderen de tranen

in een juichend Sionslied!’

(Lied 137 a)




Psalm 137 is zelfs doorgedrongen in de moderne popmuziek.

In de 70-er jaren waren in Jamaica, het Caribische gebied in Zuid-Amerika de Rastafarians.

Een kenmerk zijn de dreadlocks, ze laten hun haren niet knippen, de geel, rood, groene mutsen, en een bekende Rastafarian was Bob Marley met zijn reggae muziek.

Zij zien zich als nakomelingen van de koning van Etiopië en de koningin van Sheba en, via koning Salomo voelen ze zich ook verbonden met het jodendom.

En altijd is er nog een terugverlangen naar het land van hun oorsprong Afrika.

Ze hebben zich herkent in de ballingen in Babel en hun verlangen komt tot uiting in het lied By the rivers of Babylon, met een aantal verzen uit psalm 137, het is in 1970 door een reggaegroep The Melodians gezongen.

Wij kennen het beter in de versie van Boney M uit 1978, wekenlang een nummer 1 hit



U bevindt zich hier: Home De Dominee Preken Zondag 7 augustus 2016