Agenda komende week

Dinsdag 24 Oktober 20:00-21:30
Cantorij - De Toevlucht


Woensdag 25 Oktober 18:45-19:45
catechese Philadelphia - Vuistbijl


Woensdag 25 Oktober 20:00-22:00
wijkkerkenraad -

Zondag 24 juli 2016

Lezing Oude Testament Genesis 18: 16 – 33,

 

Evangelielezing Lucas 11: 1 – 13,



Hulp vragen is iets wat denk ik niemand echt gemakkelijk doet.

We geven liever hulp.

Liever iemand helpen dan zelf in een positie zijn van hulp moeten vragen en ontvangen.

Laten zien dat je het niet alleen redt, is lastig, kan zelfs beschamend voelen.

Het duurt soms heel lang, te lang, voordat mensen met problemen bij hulpinstanties aankloppen.

We willen graag zelfredzaam zijn, onafhankelijk, je wilt je eigen boontjes doppen.

En onze samenleving bevestigt dat en vraagt dat ook van ons.

Ouderen moeten zo lang mogelijk zelfredzaam zijn en op zich is dat een goede zaak, al komt het woord zelfredzaamheid wel erg vaak voor in combinatie met ‘kosten besparen in de zorg’.

Maar bijna niemand vraagt graag en gemakkelijk hulp van anderen.

En dat is ook een gevoelig punt als het gaat over mantelzorg, dat je hulp moet vragen van je familie, je kinderen, je buren, je ‘netwerk’ zoals dat tegenwoordig heet.

Je wilt anderen niet tot last zijn.

Hulp moeten vragen maakt je afhankelijk en kan het gevoel geven dat je bij iemand in de schuld komt te staan.

Maar hulp géven, iets voor iemand doen, dat kan je juist een goed gevoel geven, voldoening.

 

Maar er kunnen ook situaties zijn waarin je wel zou willen helpen, waarin iemand echt in nood is, maar waarin je niet kunt helpen.

Wie in de kerk in het pastoraat, het bezoekwerk actief is, kent vast de ervaring dat je op bezoek bent bij iemand met verdriet, zorgen, of ernstige ziekte, en dat je niet goed weet wat te zeggen.

En dat kan ook zijn als familielid of vriend of vriendin.

Iemand heeft van zijn of haar verdriet verteld, is ernstig ziek of van slag door zorgen en problemen, en wat moet je, wat kun je dan zeggen?

Heb je dan de woorden om te troosten, om de ander op te beuren?

Weer wat perspectief te laten zien en ervaren.

Zijn die woorden er wel?

Kun je wel wat zeggen zonder in nietszeggende clichés te vervallen.

Of sta je eigenlijk met lege handen?

 

Als je kijkt naar wat er allemaal in de wereld van vandaag de dag gebeurt, aanslagen zoals de afgelopen tijd, het grote verdriet daarbij, de zorgen die velen zich daarover maken, er misschien wel angstig van worden.

Wat kun je daarbij zeggen?

Op de Social Media komen foto’s voorbij van ‘Pray for Nice’, bidt voor Nice, zoals eerder voor Parijs of Brussel, of al die andere vreselijke gebeurtenissen.

Zoals je voor iemand met verdriet of zorgen kunt zeggen : ‘ik zal voor je bidden’.

Of misschien steek je een kaarsje aan.

En dat is goed om te doen en ook heel goed bedoeld, maar tegelijk voelt het als heel weinig, machteloos.

 

Dat is de situatie in de gelijkenis die Jezus vertelt naar aanleiding van de vraag van de leerlingen: ‘Leer ons bidden’.

Iemand heeft een vriend en die is na een reis midden in de nacht bij hem gekomen.

Maar hij heeft niets in huis om zijn vriend te eten te geven.

Oosterse gastvrijheid is spreekwoordelijk en zeker een vriend die bij je komt, om eten of hulp, die wil je helpen, geven wat hij nodig heeft en laten delen in wat jij hebt.

Maar deze man staat met lege handen, hij heeft niets in huis.

Hij moet z’n vriend teleurstellen.

En daarmee ook zichzelf.

Het machteloze gevoel dat je iemand niet kunt helpen, hoe graag je ook wilt.

 

Op zo’n moment van niet kunnen helpen of niet weten wat te zeggen, kun je natuurlijk zeggen: ‘ik zal voor je bidden of bidt tot God, God zal je helpen en kracht geven’.

En hoe goed bedoelt misschien ook, Jezus laat in de gelijkenis zien dat het daarbij niet kan blijven.

Jezus vertelt de gelijkenis nadat hij op de vraag van de leerlingen ‘leer ons bidden’ een  aantal zinnen heeft genoemd uit het ons bekende gebed Onze Vader.

Bij Matteüs gaat Jezus daarna verder in op de bede ‘vergeef ons onze schulden’, maar hier bij Lucas sluit Jezus met de gelijkenis aan bij de bede om brood.

‘Geef ons het brood dat wij nodig hebben’.

Jezus geeft een heel praktische voorbeeld bij het gebed, dat geeft al aan dat onze gebeden niet alleen bij woorden, hoe mooi ook, kunnen blijven.

En het woordje ‘ons’ in het Onze Vader geeft aan dat we ook niet alleen voor onszelf bidden.

Bidden is ook altijd bidden voor anderen.

En, laat Jezus zien, mét inzet van jezelf.

Zoals Abraham in de Genesislezing zich inzet voor de rechtvaardige inwoners van Sodom en bij God vraagt, voorbede doet, voor hun redding.

In de gelijkenis die Jezus vertelt stuurt de man zijn hongerige vriend niet door naar een andere vriend : ‘Ga maar naar hem toe, hij heeft vast wel wat in huis’.

De man houdt zijn verantwoordelijkheid, gaat zelf naar zijn andere vriend toe om broden te halen.

Riskeert zelf een afwijzende reactie ‘Val me niet lastig’, omdat hij midden in de nacht komt storen.

Hij geeft zijn hongerige vriend zelf te eten, al is het van andermans brood.

 

De derde vriend is in de gelijkenis wellicht het beeld van God.

God die niet kan weigeren, zoals je een goede vriend of vriendin niet iets weigert om te helpen.

God geeft wat nodig is, maar door ons, door onze handen.

Zoals de vriend die de broden ontvangt om zijn hongerige vriend te eten te geven.

 

Bidden voor iemand, voor de nood in de wereld zoals wij dat iedere zondag doen,

kan dus niet alleen zijn: iemand, iets onder de aandacht van God brengen : ‘wilt u bij hem of haar zijn, wilt U zijn bij de mensen die honger hebben, of verdriet, of zorgen’.

Maar ook: ‘laat onze hulp voor hen tot zegen zijn, leer ons hen niet te vergeten, te troosten, te eten te geven, te delen van wat wij hebben, te helpen waar we dat kunnen’.

Bidden is God vragen of God ons iets wil geven om door te geven.

Na onze zondagse voorbeden volgt de collecte als eerste mogelijkheid tot praktische hulp, en in heel de nieuwe week is het aan ons om onze gebeden verhoord te laten worden.

Waar en voor zover voor ons mogelijk is, met de kracht van de Heilige Geest die Jezus als vanzelfsprekend toezegt aan wie daar om vraagt

Dat is wat God ons geeft aan wie als een goede vriend wil zijn voor een ander.

 

En met de kracht van Gods geest vind je dan misschien toch de woorden of soms een gebaar of je stuurt een kaartje, wat de ander in verdriet of zorgen goed doet.

Of soms heb je eigenlijk niets gezegd of voor je gevoel niets gedaan en heeft het toch de ander goed gedaan, dat je er was om te luisteren.

Omdat je zo de aandacht van God hebt doorgegeven.

 

We bidden het Onze Vader al eeuwen lang, en al bidden wij het in een nieuwe versie van de Nieuwe Bijbelvertaling, na verloop van tijd ken je het - bijna - uit je hoofd.

Het uit het hoofd leren en kennen is waardevol, omdat je zo altijd woorden hebt om te bidden en het samen het Onze Vader bidden verbindt ons met elkaar.

Zelfs als je het op vakantie in het buitenland in een kerk misschien in een andere taal hoort bidden, kun je het in je eigen taal meebidden en dat verbindt over grenzen heen.

 

De Engelsen zeggen niet ‘uit het hoofd’ leren en kennen, maar  ‘by heart’ en dat is eigenlijk nog mooier.

‘Met het hart’.

Niet alleen weten wat je bidt, de woorden kennen, maar het ook met je hart kennen en bidden, vanuit je hart voelen en dus ook doen.

Het hart staat voor de kern, het centrum van ons leven.

En ons hart staat ook symbool staat voor liefde.

Het hart is waar Gods Geest werkt om ons in liefde te doen leven.

Zoals we het zo meteen zullen zingen:

Wie leeft vanuit het hart staat open voor Gods Geest

Wie toegang tot Haar heeft weet wat de hand te doen,

de voeten waar te gaan, de mond te spreken heeft.

Dat is biddend in het leven staan.

 

Een verhaaltje om af te sluiten, over dat God gebeden verhoort zelfs door onze voor ons gevoel soms gebrekkige hulp.

 

Een arme, maar vrome vrouw uit het zuiden van de Verenigde Staten jaren geleden,

bidt, wanhopig vanwege de honger, op haar knieën  hardop: ‘Lieve God, stuur me alstublieft een zak maïsmeel en wat verse groente.’

Eén van de kwajongens uit het dorp hoort haar gebed en besluit een grap met haar uit te halen.

Hij holt naar de winkel en koopt een zak maïsmeel en koopt bij een boerderij wat groente.

Hij klimt stiekem op het dak van het huisje van de arme vrouw en als hij haar weer hoort bidden laat hij het voedsel door de schoorsteen vallen.

Het komt neer voor de hongerige vrouw, die daar in gebed geknield ligt.

Ze springt op en slaakt een vreugdekreet: ‘O Heer, U hebt mijn gebed verhoord.’

Dan rent ze de hele buurt rond om iedereen het grote nieuws te vertellen.

Dat gaat de kwajongen te ver.

Hij lachte haar uit ten overstaan van iedereen en vertelt dat hij het voedsel door de schoorsteen heeft gegooid.

De vrouw antwoordt gevat: ‘De duivel mag dan het voedsel afgeleverd hebben, de Heer heeft het gestuurd!’

 

U bevindt zich hier: Home De Dominee Preken Zondag 24 juli 2016