Agenda komende week

Dinsdag 27 Juni 20:00-21:30
Cantorij - De Toevlucht

Zondag 19 juni 2016

Lezing Oude Testament Numeri 17: 16 – 26,

 

Lezing Evangelielezing Lucas 8: 26 – 39,

 

 

Het gaat in beide lezingen van vanmorgen over gezag.

In de evangelielezing over het gezag van Jezus over onreine geest en de demonen die een man in hun macht gevangen houden.

Jezus bevrijdt de man, gebiedt de demonen uit de man te gaan en staat ze daarbij toe dat ze in een kudde varkens mogen trekken, de kudde die zich daarna in het meer stort en alle varkens verdrinken.

De mensenmenigte uit dat gebied die ervan horen vragen Jezus daarna om weg te gaan.

Ze zijn ontzet door het gebeuren en door angst bevangen.

Bang voor de macht van Jezus, in plaats van verwonderd en blij te zijn voor de man dat hij genezen is.

Maar waar zijn ze bang voor?

Dat Jezus nog meer verandering zal brengen, inbreuk op hun leven, dat ze misschien bedreigd worden in hun economische bestaan?

Immers een hele kudde varkens is verloren gegaan.

De onreine geest erkent het gezag van Jezus, gehoorzaamt aan wat Jezus hem zegt.

Maar de mensen zijn alleen maar bang voor Jezus z’n macht, willen zich niet onder zijn gezag voegen en hem gehoorzamen.

Weg met die man!

 

In Numeri, tijdens de woestijntocht van het volk Israël, wordt het gezag van Mozes en Aäron steeds weer betwist.

Waarom zouden zij de leiders moeten zijn, en Aäron de priester van het volk?

Als God in hun midden is en zij allemaal het volk van God, waarom zouden ze dan enkele mannen het gezag over hen moeten geven?

‘Waarom voelt u zich boven het volk van God verheven?’ vragen ze eerder, alsof Mozes en Aäron zichzelf die positie en de macht hebben toebedeeld.

 

Er is verschil tussen macht en gezag.

Macht is het recht van de sterkste.

En degene die de macht heeft kan doen wat hij of zij wil, of anderen het nu goed vinden of niet, zelfs tegen de wil en het belang van anderen in.

Gezag wordt je door anderen gegeven, toegedicht, heeft hun instemming.

Gezag verdien je door hoe je bent, hoe je doet in je positie of functie.

Gezag krijg je van anderen, als ze je vertrouwen, als ze het vertrouwen hebben dat je het goede zult doen, of in ieder geval het goede met iedereen voor hebt.

Daarom krijg je het recht bepaalde macht uit te oefenen en dan zal men je gehoorzamen.

Zolang je je macht niet misbruikt en daarmee je gezag verspeelt.

 

Het lijkt wel of in onze tijd gezag steeds meer wordt betwist.

Instanties die vroeger als vanzelfsprekend gezag hadden, worden daarin nu ondermijnd.

De politie, hulpverleners, conducteurs in het openbaar vervoer, politici, artsen.

Wat ze zeggen wordt in twijfel getrokken, scheldpartijen, beledigende tweets of via andere socia media, zelfs bedreigingen ontvangen ze.

Ook leerkrachten worden soms met woorden, maar zelfs ook fysiek bedreigd door ouders die het beter denken te weten wat goed is voor hun kind, hoe goed hun kind wel niet is.

En ook voor ouders is het lang niet altijd gemakkelijk om hun gezag te handhaven, er zijn zoveel stemmen en meningen waar je tegenop moet boksen.

 

Waaraan ontleen je je gezag?

In beide lezingen van vanmorgen wordt het gezag door God gelegitimeerd.

Jezus, voor wie bij zijn doop klinkt: ‘Dit is mijn geliefde zoon’, een stem uit de hemel, en een  duif die op hem neerdaalt als teken van Gods Geest.

Mozes en Aäron zijn door God geroepen om het volk te leiden vanuit Egypte naar het beloofde land.

Maar steeds weer wordt hun gezag in twijfel geroepen en nu ook wordt er geruzied vooral over de vraag welke stam de priesters mag leveren.

Daarom moet in ons verhaal van vanmorgen opnieuw het gezag van Mozes en vooral ook van Aäron worden bevestigd.

Wie is de leider, de priester van en voor het volk?

Maar vooral ook de vraag: wie bepaalt dat? Wie verleent het gezag daartoe?

Het volk zelf, kiest het zijn eigen leiders, kan het zichzelf leiden?
Of is het God die bepaalt hoe het leiderschap over Israël eruit zien en wie die leider zal zijn.

Leider in dienst van God.

 

God geeft Mozes de opdracht om de staven van alle hoofden van iedere stam te verzamelen en ieders naam op zijn eigen staf te schrijven.

De naam van Aäron op de staf van Levi.

Alle stammen zijn vertegenwoordigd.

De staven worden in de tent van het verbond gelegd, de tent van samenkomst, van ontmoeting met God.

De staf van de man die God uitkiest zal gaan bloeien.

Het dode hout van een staf zal leven laten zien.

De volgende dag ziet Mozes dat de staf van Aäron, van de stam van Levi in bloei staat.

En niet zomaar in bloei.

Het is een uitbundige bloei die uitvoerig wordt beschreven.

Er zijn knoppen gekomen en bloemen ontloken en zelfs rijpe vruchten aan de staf: amandelen.

De staf van Aäron is een boom des levens geworden.

Knop, bloem en vruchten, het tekent verwachting en toekomstvisioen ineen.

God laat zien dat Aäron daartoe wordt aangesteld, om die hoop en verwachting, dat toekomstvisioen bij het volk levend te houden.

 

Het is natuurlijk niet zomaar of toevallig dat de staf bloeit met amandelbloemen en vruchten.

Amandelen hebben een bijzondere betekenis in de Bijbel.

Amandelbomen zijn de eerste bloeiers in het jaar, ze bloeien wit en heel vroeg.

Dat is op zich al een symbool van hoop, het eerste teken dat de winter voorbij gaat en het weer zomer wordt, weer licht en warm, na het donker en de kou van de winter.

Amandelen zijn symbool en teken van hoop, zijn nog steeds belangrijk in joodse keuken.

 

Het woord voor amandel is ook verbonden met een ander hebreeuws woord dat ‘waakzaam zijn’ betekent.

De profeet Jeremia ziet in zijn roepingsvisioen, als hij door God geroepen wordt, een amandeltak.

En God zegt daarbij: ‘Zo snel als een amandelboom in het voorjaar uitbot, zo snel laat ik mijn woorden uitkomen’.

God is waakzaam en ‘Ik zal doen wat ik zeg.’

 

De bloeiende staf van Aäron, met de amandelbloesem en amandelvruchten is voor het volk een teken van hoop dat God zijn belofte zal houden,

dat het toekomstvisioen van het beloofde land waar zal worden.

En voor de priester, voor Aäron, is het een opdracht om waakzaam te zijn over de gang van zaken in de dienst aan God, rond de Verbondstent.

Om dat toekomstvisioen van het beloofde land voor het volk levend te houden, om het volk daar steeds weer aan te herinneren.

 

Wie ken je gezag toe in je leven, hoe je je leven invulling geeft?

In onze tijd is autonomie, onafhankelijkheid belangrijk, zelf over je leven beschikken en beslissen.

Vrijheid, zelfstandigheid, we laten ons niet meer van alles voorschrijven.

‘Dat maak ik zelf wel uit’.

En zelfstandig beslissingen kunnen en mogen nemen, je leven invulling geven zoals bij jou past, is ook een groot goed.

Maar tegelijk kunnen we in onze samenleving niet zonder bepaalde instanties die gezag toegekend krijgen en beslissingen kunnen nemen in het algemeen belang.

Zonder gezaghebbende instanties wordt een land, een bedrijf, een voetbalclub en ook een kerk een chaos, onleefbaar, onwerkbaar, vruchteloos.

Al die instanties hebben een grote verantwoordelijkheid, die niet altijd wordt waargemaakt en dat kan veel schade geven en het vertrouwen van mensen beschadigen.

Banken die voornamelijk eigen winst en belang dienen in plaats van het belang van cliënten.

Bedrijven die vooral winst belangrijk vinden, en geen verantwoordelijkheid nemen voor milieu en duurzaamheid.

En ook in de kerk is gezag soms geworden tot macht en zelfs machtsmisbruik.

Wie gezag en daardoor een bepaalde macht krijgt toebedeeld, draagt een grote verantwoordelijkheid.

En het is goed dat die steeds weer gecontroleerd wordt.

Maar tegelijk is het zorgelijk en schadelijk voor een samenleving als steeds weer gezag in twijfel wordt getrokken, wordt beledigd en beschadigd,

uiteindelijk wordt iedereen daar slechter van.

 

Voor ons als gelovigen is het óok de vraag hoe het gezag van God in ons leven een plaats heeft.

Ambtsdragers, dominees, ouderlingen en diakenen beloven bij hun bevestiging dat zij zich zullen houden aan Bijbel en belijdenis en de kerkorde, zich onder dat gezag zullen stellen.

Maar zo is voor ieder van ons de vraag welk gezag God en de Bijbel in ons leven hebben.

En hoe richten we van daaruit, vanuit dat gezag, ons leven in?

Zowel in de evangelielezing als in Numeri staat het gezag van Jezus, van God, tegenover het eigen belang, het economische belang, eigen macht.

Daartegenover staat het bevrijdende gezag van Jezus.

En in Numeri, in de bloeiende staf van Aäron, toont zich de bloeiende toekomstbelofte van God voor het volk in de woestijn.

Niet de staf van Mozes, maar de staf van Aäron, de priester.

Niet de leider, niet de bestuurlijke macht, maar de priester die steeds in het heiligdom bij God moet komen.

Zich daarop richten, God zoeken, dat geeft bloei, daar is de levensboom te vinden.

Dat geeft hoopvolle vruchten.

 

Welke staf nemen wij in de hand?

De staf van autonomie en onafhankelijkheid: ‘ik doe wat ik wil’, van eigen gelijk en eigen belang, mijn wensen, verlangens, ambities?

Maar brengt dat wel werkelijk bloei en goede vruchten?

Of laten we ons bevrijden, zoals de man die door Jezus in vrijheid wordt gezet en voortaan daarvan zal getuigen.

Na de nacht waarin Aäron z’n staf is gaan bloeien, ontvangen alle stamhoofden hun eigen staf terug, om op hun eigen plek vorm te geven aan hun eigen taak.

Zo ontvangen wij allemaal op onze plek in het leven onze verantwoordelijkheid om ons leven vorm en invulling te geven.

Om dienstbaar en tot zegen te zijn voor anderen, voor de kerk, de samenleving en wereld om ons heen.

Ons richten op God, steeds opnieuw, wie weet wat er dan allemaal gaat bloeien en welke vruchten we daarvan zullen kunnen plukken.

Om de hoop levend en bloeiend te houden.

 

 

U bevindt zich hier: Home De Dominee Preken Zondag 19 juni 2016