Lezing Oude Testament: Jesaja 42: 1 – 9

Evangelielezing: Matteüs 3: 13 – 17,

 

In ons leven hebben we te maken met allerlei verwachtingen.

Verwachtingen van je ouders die ze je bewust of onbewust mee kunnen geven.

Verwachtingen waar je in mee kunt gaan of er juist tegenin omdat je beseft: dat hoort niet bij mij wat ze van mij vragen, verwachten.

Dat je zaak of het familiebedrijf voort zult zetten.

Dat je datgene wordt waar ze misschien zelf de kans niet voor hebben gekregen, dat je gaat studeren of misschien verwachten ze dat juist helemaal niet terwijl je dat wel graag wilt.

Verwachtingen gaan over en weer tussen ouders en kinderen,

dat je, als kind, beschikbaar bent voor hulp en mantelzorg als ouders oud geworden zijn.

Of, als grootouders, om op te passen op de kleinkinderen.

Verwachtingen kunnen terecht en passend zijn,

maar je kunt last hebben van zulke verwachtingen omdat ze als een plicht voelen, omdat ze je beperken je eigen weg te gaan, de keuzes te maken, de weg te kiezen die bij jou past.

Verwachtingen kunnen te hoog gespannen zijn, waardoor je je overvraagd voelt.

Of juist te klein, dat men eigenlijk niet zoveel van je verwacht, waardoor je je niet gezien en erkend voelt in wat je kunt of graag wilt.

Je kunt teleurgesteld worden in wat je voor jouw gevoel terecht verwacht, mag verwachten van de ander: tijd, aandacht, steun of praktische hulp,

aandacht voor wie jij bent en ruimte voor jouw ideeën en wensen.

 

Ook in de kerk als gemeentelid hebben we verwachtingen, van elkaar, van de dominee,

van God en wat geloof je kan geven.

Verwachtingen die vervuld kunnen worden, maar die ook kunnen tegenvallen.

Preken of kerkdiensten die je niet zoveel zeggen en niet raken of voeden in je geloof.

Als je meer bezoek en aandacht verwacht in je situatie van ziekte of verdriet.

En ook kunnen er tijden zijn dat je minder steun en houvast in je geloof vindt of van God ontvangt, juist in momenten dat je dat zo hard nodig hebt.

 

Een cynicus zou misschien zeggen dat je maar beter niets kunt verwachten, niet van mensen, misschien ook niet van jezelf, niet van God, van de politiek, van het leven,

dan kan het ook niet tegenvallen en word je ook niet teleurgesteld.

Of dat je maar beter niet kunt proberen aan verwachtingen van anderen te voldoen, want je doet het toch nooit goed, en je verliest jezelf daar misschien te veel in.

 

Toch kunnen verwachtingen je ook stimuleren, kunnen het drijfveren zijn om je ergens voor in te zetten, dat je juist bepaalde dingen gaat doen of ondernemen.

Verwachtingen kunnen ook hoop geven, en inspiratie, en, door je voor die verwachtingen in te zetten, zin aan je leven.

 

Bij Johannes de Doper leven ook verwachtingen, de verwachting van het Koninkrijk van God, van de komst van iemand die groter en krachtiger is dan hij.

En die verwachtingen inspireren Johannes om de mensen op te roepen zich ook daarop te richten en er naar te gaan leven.

Als een dreigende oud-testamentische profeet kondigt Johannes een krachtig iemand aan, die op zal treden:

‘die jullie niet met water maar met de heilige Geest zal dopen en met vuur,

met de wan in de hand de dorsvloer zal reinigen, het kaf van het koren scheiden en zal verbranden in onblusbaar vuur’.

Zuiverend en reinigend zal hij weg doen wat niet kan en mag bestaan.

 

En de mensen komen in grote aantallen naar Johannes toe om naar hem te luisteren en zich door hem te laten dopen.

Blijkbaar spreekt die verwachting hen aan.

En daar kunnen we ons misschien wel iets bij voorstellen, dat mensen zich door Johannes aangesproken voelen.

Aangesproken voelen in het verlangen dat er iemand komt die nu eens echt orde op zaken zal stellen, het kwaad zal uitbannen.

Geen mooie woorden en verhalen meer, geen eindeloos gepolder en compromissen, maar iemand die nu eens zegt waar het op staat en er ook iets aan doet.

En écht onrecht en mistanden bestrijdt, en recht laat gelden.

Opkomt voor de zwakken, zorgt voor eerlijke en echte verdeling en verbeteringen in zorg en onderwijs, en noem maar op.

Een krachtige man of vrouw die bestuurt of regeert en zich daadwerkelijk inzet voor recht en rechtvaardigheid, medemenselijkheid en zorgzaamheid, een samenleving waarin iedereen mee kan doen en meetelt en mensen insluit in plaats van uitsluit vanwege handicap of beperking, ziekte of ouderdom, herkomst of levenswijze.

De verwachting van iemand die nu echt, met krachtige hand, omkeer en nieuw begin zal brengen.

 

En dan komt opeens Jezus bij Johannes.

Het is de eerste keer dat Jezus, volwassen geworden, zich onder de mensen laat zien.

Hij komt naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden.

Daarmee laat Jezus zien dat hij zich verbonden voelt met Johannes.

Dat hij zich met Johannes één voelt, één in de verwachting van het Koninkrijk van God, dat ze die verwachting delen en de inzet daarvoor.

Verbonden in die verwachting wil Jezus zich door Johannes laten dopen.

Ook al zal in het verdere verloop van Jezus z’n leven blijken dat Jezus niet die strenge, oordelende en veroordelende Godsman is, zoals Johannes hem verwacht en aankondigt.

Maar toch, dat ze één zijn, met elkaar verbonden in dezelfde verwachting van Gods rijk.

 

Mooi is dat, dat ook als er verschillen zijn, dat je de verbondenheid kunt vasthouden, aan elkaar kunt laten zien en samen kunt beleven.

Natuurlijk ben je als mensen verschillend, als partners, vrienden, broers en zussen,

maar dat is niet erg, dat hoeft geen afstand of breuk te geven,

als je ook de verbondenheid met elkaar kunt voelen en beleven.

Mooi als je, ondanks verschillen, die verbondenheid kunt vasthouden.

Ook als er verschillen zijn in geloofsideeën en opvattingen, dat die er mogen zijn en benoemd en erkend kunnen worden, maar dat ze niet overheersen en scheiding brengen,

maar dat de verbondenheid bovenaan blijft staan.

De verbondenheid van het doel, het ideaal of toekomstbeeld, of van het gezamenlijk geloof in God en de verwachting van Gods Koninkrijk.

Zelfs als je misschien een ander beeld of geloofsidee hebt van de weg daar naar toe.

 

En mooi ook als de één niet boven de ander staat of zich boven de ander voelt.

Johannes stribbelt tegen: ‘ik zou door u gedoopt moet worden’ omdat Jezus, zoals Johannes immers eerder verkondigd heeft, ‘meer is dan ik’.

Maar zo denkt Jezus niet, daar gaat het nu niet om, het gaat nu om de verbondenheid.

‘Laat het nu maar gebeuren, antwoordt Jezus, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen’.

Ook hier, in zo’n klein woordje ‘we’, benoemt Jezus de gezamenlijkheid en verbondenheid.

Ook al is het beeld en de verwachting van de weg ernaar toe misschien verschillend,

samen delen Jezus en Johannes de hoop en het geloof in de komst van Gods Koninkrijk van gerechtigheid.

 

En die verbondenheid, die gezamenlijke verwachting wordt bevestigd als na de doop van Jezus, de hemel die zich opent,

de Geest van God als een duif neerdaalt op Jezus en een stem klinkt:

‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde’.

Die woorden bevestigen Jezus in wie hij is.

Maar tegelijk zijn het oude woorden uit de gezamenlijke geschiedenis en geloofstraditie waarin Johannes en Jezus staan.

In die woorden klinken de oude woorden uit de Psalmen waar de messiaanse koning Zoon van God wordt genoemd.

En zoals Johannes de Doper de komst van Jezus heeft verkondigt zoals de profeet Jesaja heeft gezegd,

zo klinken in de woorden na Jezus z’n doop ook woorden van Jesaja, die wij vanmorgen ook in de lezing hebben gehoord.

Over de uitverkoren dienaar van God,

‘in hem vind ik vreugde, ik heb hem met mijn geest vervult’, verkondigt Jesaja.

De dienaar die de volken het recht zal doen kennen, hij schreeuwt niet, verheft zijn stem niet, het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven, recht zal hij vestigen op aarde.

Hij zal zijn een licht voor de volken.

 

Met die herinnering aan woorden van de profeet Jesaja worden Johannes en Jezus met elkaar verbonden in de traditie die ze samen delen en waar ze uit komen.

Ook al komt Jezus niet met vuur, zoals Johannes hem heeft aangekondigd.

De woorden van Jesaja klinken hier heel anders.

‘het geknakte riet breekt hij niet af’.

De dienaar die het kwetsbare respecteert, het recht op aarde zal vestigen, blinden de ogen zal openen, gevangen zal bevrijden.

Beelden die beschrijven hoe de dienaar van God toekomst zal brengen voor wie geen toekomst heeft, licht zal brengen aan mensen voor wie het leven donker is,

bescherming en zorg voor wie zwak is.

In die woorden kunnen wij de weg die Jezus zal gaan herkennen.

Daartoe laat hij zich dopen, dat is de weg van Gods gerechtigheid vervullen.

 

Jezus die kopje onder gaat, de diepte van heel het leven in zal gaan, tot in de dood.

In alle kwetsbaarheid die zich in het leven, in ons leven voor kan doen.

Al het verdriet, wanhoop, onzekerheid, angst.

Jezus gaat daarin ten onder, met ons mee, staat daarin naast ons.

Om met hem daaruit ook weer op te staan.

Dat staat er niet voor niets zo nadrukkelijk bij Matteüs: ‘toen Jezus uit het water omhoogkwam’.

Door het water heen, kopje onder, door het donker heen, staat Jezus op in het licht, is er weer vaste grond onder de voeten.

Jezus nodigt ons uit, verbindt zijn leven met ons leven,

zo mag ons levensverhaal verbonden zijn met zijn levensverhaal, mogen ook wij steeds weer opstaan,

vaste grond onder de voeten vinden om toch weer verder te gaan.

 

Soms, in de diepte van verdriet, in het donker van de zorgen,

durf je het misschien zelf niet meer te verwachten, te hopen,

dat het weer anders kan worden, dat je er doorheen komt, dat er toekomst is.

Maar die verwachting hoeft niet uit onszelf te komen, die wordt ons aangereikt.

Zoals we zongen in ons glorialied (lied 527):

 

            Als een woord zijt Gij gegeven, als een nacht van hoop en vrees.

            Als een pijn die ons geneest, als een nieuw begin van leven.

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 2 Februari om 10:00 uur in De Toevlucht

Informatie bij deze dienst:
Zondag Werelddiaconaat.

Deze viering wordt mee voorbereid door de werkgroep ZWO. De lezingen volgens het leesrooster zijn: Sefanja 2: 3 en 3: 9-13 en Matteüs 5: 1 ? 12. 

In deze viering is er jeugdkerk voor de jongeren 12+



Voorganger: Ds. A. Minnema
Ouderling van dienst: Jonathan Heiner


Zon 2 Februari om 19:00 uur in De Dorpskerk

Informatie bij deze dienst:
Thema: Bijbelse tijdgenoten.

Voorganger: Vesper