Evangelielezing: Lucas 14: 1-15

 

U hebt het natuurlijk al door: het is vandaag geen rustige zondagse kerkdienst.

Er moet van alles gebeuren: nu eerst de preek, straks het avondmaal, daarvoor nog de overstap van enkele jongeren van kindernevendienst naar de jeugdkerk,

het zomerproject komt aan de orde, straks rond de collecte en na de koffie met de kledingveiling.

Het wordt een drukke ochtend.

En dat op zondag, de rustdag.

En ook nog in een dienst waarin we het avondmaal vieren.

Past dat allemaal wel bij elkaar?

 

Nu is de zondag allang geen rustige rustdag meer.

Overheerste vroeger, naast de beide kerkdiensten, vooral het niets doen, niets mogen doen ook: geen huishoudelijk werk, alleen het noodzakelijke rond de maaltijd, boeren die de dieren moesten verzorgen of het werk in de zorg.

Maar verder: niet voetballen, zwemmen, handwerken, soms zelfs niet fietsen.

Geen uitstapjes, uit eten, geen ijsje, want: niemand onnodig voor jou laten werken.

Maar zo is het allang niet meer, de zondag is bijna de drukste dag van de week:

eerst – als we tijd hebben – naar de kerk, en dan vaak een dag vol sociale activiteiten: bezoekjes, uitjes, fietsen, sporten, misschien in de tuin werken.

Of, als je kunt de hele dag televisie kijken, het ene na het andere sportevenement.

 

Over de kwestie: ‘wat mag en past er wel of niet op de rustdag, voor de joden de sabbat, voor ons de zondag, lijkt het ook te gaan in onze lezing van vanmorgen.

En ook daar speelt dat allemaal, niet toevallig, rond een maaltijd.

 

Jezus is uitgenodigd door een vooraanstaande Farizeeër voor een maaltijd.

Waarschijnlijk, zoals dat vaker gebeurde, een leermaaltijd, waarbij over Thora, de wet wordt gediscussieerd.

Letterlijk staat er in vers 1 ‘brood eten’ en dat is in joods taalgebruik een beeld voor ‘de Thora leren’.

We kunnen Jezus z’n woorden en daden bij deze maaltijd dan ook zien als een bijdrage aan de discussie, aan de uitleg wat de Thora, de wet van God, leert.

 

Rond die maaltijd is er ook een zieke, een waterzuchtige.

Dat is wel schrijnend, als tegenstelling.

‘Waterzuchtig’ had waarschijnlijk te maken met ondervoeding, tekort aan eten.

Niet prettig natuurlijk als je gezellig met elkaar aan de maaltijd zit.

En zeker niet als dat de sabbatsmaaltijd is, de dag, de maaltijd waarbij als het ware een voorproefje van Gods Koninkrijk wordt gevierd.

Vreugde en overvloed.

De aanwezigheid van de zieke, hongerige man is als een aanklacht:

Hoe kun je de sabbatsmaaltijd vieren, de maaltijd van vreugde en overvloed, als er iemand is die ziek is door tekort aan dagelijks brood.

Jezus reageert erop: ‘mag je op sabbat, de rustdag, genezen of niet?.

De Farizeeën zwijgen, wat je ook kunt vertalen met: ‘ze rusten’, doen niets.

Ze houden zich aan de sabbatsrust, maar het lijkt hier meer een smoes om niet te hoeven antwoorden, of om te verbloemen dat ze niet weten wat te zeggen.

 

Mag je op sabbat iemand genezen?

Je zou ook kunnen vragen: kan het, mag het bestaan dat er iemand bij de sabbatmaaltijd is die niet voluit mee kan vieren, niet kan delen in de vreugde en overvloed.

Is dat niet een smet, een schandvlek voor de dag van God?

Jezus geneest dan ook de zieke man, bevrijdt hem van de beperkingen die zijn ziekte hem geeft.

Voor de zieke man wordt deze dag tot een echte sabbat.

Nu kan ook hij proeven en ervaren hoe God het leven bedoelt, vol vrijheid, vreugde, heelheid en ruimte om te leven.

Zouden de Farizeeën niet hetzelfde doen als hun zoon of os in de put valt, hem er meteen uithalen, ook al is het sabbat?

Ook iets doen, ter wille van het leven?

Maar opnieuw zwijgen ze, hebben ze geen antwoord.

 

Jezus heeft gezien hoe iedereen op de beste plaats is gaan zitten, vooraan.

Het is sabbat, maar er heerst geen weldadige sabbatsrust of verbondenheid, elkaar de ruimte gunnen.

Wat Jezus hen dan voorhoudt gaat over meer dan regels voor de etiquette aan tafel, van fatsoen, ‘gaat u maar voor, ga jij maar eerst’.

Als Jezus het heeft over jezelf ‘vernederen’ dan gaat het niet over jezelf wegcijferen, bescheiden zijn als deugd, eerst de anderen en dan pas jij.

‘Nederigheid’ heeft hier te maken met aardsheid, menselijkheid, weten dat je mens bent zoals die ander die jou medemens is, niemand meer of minder dan de ander.

Die ‘nederigheid’ maakt ruimte voor God, voor de liefde van God die door jou kan werken.

In daden van barmhartigheid en liefde waardoor én de ander en jijzelf in vrijheid en ruimte komen te staan.

En iedereen mee kan delen in de maaltijd en in leven van overvloed.

Zoals de zieke, waterzuchtige man die door Jezus genezen, bevrijd wordt van wat hem beperkt om mee te doen in het goede sabbathsleven.

 

‘Eén van de anderen’, iemand die ook aan tafel aanligt en dit alles hoort en ziet zegt: ‘Gelukkig al wie deelneemt aan de maaltijd in het koninkrijk van God’.

Die hierin mee wil doen.

Die ‘iedereen’ kunnen wij zijn, we worden er vandaag toe uitgenodigd.

Om brood en wijn te delen, beeld van de maaltijd van het koninkrijk, voorproefje van het leven in Gods Koninkrijk.

Om gevoed en bemoedigd te worden zo het leven te delen met elkaar, niemand voor of achteraan, meer of minder, niemand die tekort komt.

 

En alle drukte van deze zondag,

het vieren, activiteiten,

bedoeld om het goede leven met elkaar te delen en ervan uit te delen,

maken het daarmee toch tot een dag om de vreugde van Gods Koninkrijk te proeven,

en er alle dagen uit te leven.

 

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 22 September om 10:00 uur in H. Bartholomeuskerk, Nootdorp

Informatie bij deze dienst:
Oecumenische viering Vredesweek, 10.00 uur in de r.k. H. Bartholomeuskerk aan de
Veenweg in Nootdorp: thema: ?Vrede verbindt over grenzen?. M.m.v. cantorij/koor. Voorgangers:
diaken Dick Vrijburg, Kerkelijk Werker Marja Griffioen, ds. Attie Minnema

Voorganger: Diaken Dick Vrijburg, Kerkelijk Werker Marja Griffioen, Ds. Attie Minnema
Ouderling van dienst: Karel van den Boogaard