Inleiding bij de lezing:

 

Het jaarthema van de Protestantse Kerk en ook onze wijkgemeente komend seizoen is: ‘Een goed verhaal’. De Toelichting daarbij op de website van de PKN zegt: ‘In de kerk leven en werken we vanuit het goede verhaal dat ons in de Bijbel wordt verteld’.

De Bijbel als Gods Woord in mensentaal dat troost, bemoedigt, inspireert en ook nu nog cultureel en maatschappelijk relevant is. Het verhaal van God als spiegel voor ons leven.

Een goed verhaal dus. Maar in de Bijbel staan ook moeilijke, lastige teksten. Tijdgebonden voorstellingen, patriarchale teksten: vanuit mannelijke overheersing, teksten vol geweld. Verschillende Bijbelse stemmen en teksten die elkaar tegenspreken. De Bijbel is geen gemakkelijk boek.

Vandaaruit heeft de schrijversgroep Liberaal Christendom deze zomer een preekschrijfwedstrijd georganiseerd: Een lastig verhaal.

Met de uitdaging om een preek te schrijven over één van drie lastige Bijbelteksten.

Ik doe niet mee aan die preekwedstrijd maar heb voor vandaag één van die teksten gekozen: de hele bekende, en bij veel mensen geliefde psalm 139: ‘Heer, die mij ziet zoals ik ben’.

We horen eerst de psalm in twee bewerkingen van Huub Oosterhuis, één gelezen uit het boek 150 Psalmen vrij en daarna gezongen door zijn dochter Trijntje Oosterhuis: Ken je mij?

Daarna lezen we uit de Bijbel enkele onbekendere, lastige verzen uit deze psalm en we zingen ze ook berijmd. Geen gemakkelijke woorden om te horen en te zingen.

 

Lezen: Psalm 139 – Huub Oosterhuis         

Ken je mij? – Trijntje Oosterhuis

Lezing Oude Testament Psalm 139: 19 – 24,

Zingen antwoordpsalm : Lied 139: 12, 13 en 14

 

‘Heer, die mij ziet zoals ik ben’.

U kent mij. U legt uw hand op mij.

Waar ik ook ga – U bent daar’.

Prachtige zinnen uit verschillende vertalingen van psalm 139.

Een voor veel mensen geliefde en vertrouwde psalm, vaak gezongen zowel bij huwelijken als begrafenissen, of een vers gekozen als dooptekst:

‘Gij hebt mij geweven in de schoot van mijn moeder, uw ogen zagen mijn vormeloos begin’.

Woorden van geborgenheid, warmte, gekend worden door God, van begin tot het einde van je leven.

 

Maar dan zijn er ook de verzen die wij vanmorgen gelezen hebben:

‘God, breng de zondaars om,

Zou ik niet haten wie u haten, Heer, Ik haat hen, zo fel als ik haten kan’.

Andries Knevel vertelde in een programma dat zijn zoon belde dat Andries en zijn vrouw voor de tweede keer opa en oma zouden worden.

Blij nam Andries de Bijbel om psalm 139 te lezen over het wonder van de mens geweven in de schoot van de moeder.

Maar niet heel de psalm, vertelde Knevel, niet die bloeddorstige verzen, dat paste niet bij dat moment.

Ook ds. Carel ter Linden sloeg bij de uitvaart van prins Bernhard bij het lezen van psalm 139 deze vier verzen, 19 t/m 22 over.

Zoals ook verschillende hertalers van deze psalm die verzen overslaan: Oosterhuis, zoals we gehoord hebben, Sytze de Vries en ook anderen.

 

Begrijpelijk en terecht lijkt mij, zeker bij gelegenheden als een huwelijk, rouwdienst of doop, om deze verzen dan niet te lezen.

Deze verzen hebben zo een heel andere toon dan de rest van de psalm en je kunt ze eigenlijk niet lezen zonder uitleg daarbij.

Het zijn inderdaad lastige teksten, teksten die we liever niet horen, laat staan zingen.

U hebt misschien wel even de wenkbrauwen gefronst bij het zingen van deze regels:

‘Hij is een kind van kwaad en duisternis.

Uw vijanden die U verlaten, hoe zou ik hen, o Heer, niet haten?’

Zelfs als je daarbij bedenkt dat het gaat over de vijanden van God, die opstaan tegen God, kwaad spreken over God,

past het ons dan om hen te haten? Zegt Jezus niet dat je je vijand lief moet hebben?

 

Dit zijn ook precies de teksten die je als christen steeds weer voor de voeten geworpen krijgt.

Over de gewelddadigheid van religies,

dat godsdienst in de geschiedenis steeds weer oorzaak is van oorlog en geweld.

Kijk naar de moslimextremisten, maar ook in de kerkgeschiedenis waren er de kruistochten, of denk aan de gewelddadige strijd tussen protestanten en katholieken in Noord-Ierland en zo zijn er nog meer voorbeelden te noemen.

Blijkbaar, - en dat is zo -, komen gewelddadige teksten die oproepen de ongelovige te doden, ook in de Bijbel voor.

Vlak hiervoor in psalm 137, een lied van het volk Israël in ballingschap in Babel, wordt de wraak op Babel bezongen:

‘Gelukkig hij die wraak zal nemen en jou doet wat jij ons hebt aangedaan.

Gelukkig hij die jouw kinderen grijpt en op de rotsen verplettert.’

Vreselijke woorden!

Wat moet je met die teksten?

Dat is ook de vraag aan Andries Knevel in het programma van Jeroen Pauw, die hem deze verzen uit psalm 139 voorleest en daarbij vraagt of dit soort teksten in de Bijbel niet dezelfde haat zaaien als waar teksten uit de Koran van beschuldigd worden.

 

Wat moet je als gelovige, als Bijbellezer met deze verzen, maar liever overslaan of is er toch iets meer van te zeggen?

 

Eén uitleg is dat het hier gaat om iemand die vervolgd wordt vanwege z’n geloof in God en vreest voor z’n leven en daarom zo tekeer gaat tegen z’n aanklagers.

Wat je in zo’n situatie van angst en wanhoop zou kunnen begrijpen.

Maar de tekst laat zien dat het hier toch meer over kwaad en zondaars in het algemeen gaat dan over persoonlijke dreiging.

 

Misschien is de felheid en woede vooral omdat niet alleen hijzelf, de dichter wordt bedreigd, maar omdat over God wordt kwaadgesproken, Gods naam wordt misbruikt.

Wat hem dierbaar is, God en zijn geloof in God, dat wordt beschimpt en daar komt de dichter voor op met felle bewoordingen, voor dat wat hem lief en dierbaar is.

Zoals een ouder woedend kan worden als je kind op één of ander manier belaagd wordt.

En niet dat we de felle woorden van de dichter moeten overnemen, maar de gelatenheid of het zwijgen waarmee wij soms vloeken of kwetsende uitspraken over het geloof aanhoren,

of cabaretiers of cartoonisten die vinden dat gelovigen daar maar tegen moeten kunnen,

is wel een héél andere kant.

 

Een andere uitleg gaat ervan uit dat hier blijkt dat het Oude Testament toch eigenlijk achterhaald is, en ingehaald door de liefdevolle God van het Nieuwe Testament en de boodschap van het evangelie dat je je vijanden lief moet hebben.

Maar dan vergeten we dat ook in het Nieuwe Testament stevige oordeelsteksten staan.

Jezus zegt van zichzelf: ‘Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.’

Of over zijn vijanden: ‘breng hen hier en dood ze voor mijn ogen’.

Terwijl in het Oude Testament ook het gebod tot liefde klinkt:

‘Wees niet haatdragend’ en ‘Heb de vreemdeling lief als jezelf’, in Leviticus.

Of: ook je vijand te eten en te drinken geven als hij honger of dorst heeft.

Die tegenstelling, het Oude Testament met een God van wraak en de God van liefde van het Nieuwe Testament, kunnen we niet staande houden.

 

Maar hoe kunnen we deze lastige, schurende tekst dan wel lezen?

 

Door deze psalm te lezen als dat wat het is: de levenservaring en geloofservaring van een mens zoals wij.

Psalmen geven geen geloofsleer.

Psalmen zijn, gebeden, gedichten, liederen, persoonlijke gedachten, gevoelens, vragen en ook klachten van mensen tot God.

Psalmen gaan over alle kanten van het menselijk bestaan, ons menselijke leven, de mooie en soms ook moeilijke kanten.

Ook psalm 139, waarin we het geloofsvertrouwen en hopelijk ook de ervaring herkennen dat God mij kent: ‘dieper dan ik mijzelf ooit ken, kent Gij mij’.

Meer en dieper dan je jezelf kent, dan een ander jou kent, hoe dichtbij en vertrouwd je geliefde ook is.

God die ons zo ten diepste kent,

dat is troost en geborgenheid, in goede en in moeilijke tijden, wat er ook gebeurt in je leven, God weet ervan en ook wat dat met je doet, wat het voor je betekent.

Maar dat betekent ook dat God ook mijn andere, lelijke kanten kent, ook mijn boosheid soms, jaloers zijn misschien, mijn angsten, onzekerheid en twijfel, al die kanten die je misschien niet graag aan iemand laat zien, die je liever voor jezelf houdt.

‘U doorgrondt mij’.

Wie zal ontkennen dat je ook die kanten in je hebt?

Maar ook daarin wil God ons, mij kennen en bij mij zijn.

 

De ‘agressieve’ verzen uit psalm 139 verwoorden misschien die kant en gevoelens die de psalmdichter ook kent.

Boosheid, angst, over wat je bedreigt.

Gevoelens van onzekerheid over het geloof en of je daarin wel de goede weg gaat.

Ik denk dat dat ook herkenbaar voor ons kan zijn.

Hoe belangrijk het geloof ook voor je is, hoeveel vertrouwen en geborgenheid je daarin ook vindt, daarnaast kan er ook onzekerheid zijn,

de angst ‘geloof ik wel genoeg en goed genoeg?, is het eigenlijk allemaal wel waar of maak ik mezelf maar wat wijs?’.

Twijfel ik niet teveel, al die vragen die ik ook heb en dat ik soms God helemaal niet voel.

En: leef ik wel goed genoeg vanuit het geloof?

 

En felheid over iets, tegen een bepaalde zaak, zegt soms juist iets hoe die kant of de angst daarvoor, ook in jezelf zit.

Door het fel te bestrijden en te veroordelen probeer je die kant in jezelf te overstemmen.

Is dat misschien wat de dichter hier doet, vooral roepen: ‘zo ben ik niet, een zondaar, iemand die kwaad doet en spreekt over u God’.

‘Kijk mij, ik sta aan de goede kant, aan uw kant God!’.

 

Het woord ‘haten’ vraagt wel wat uitleg.

Haat is in onze opvatting een fel gevoel van afkeer, een grote hekel hebben aan iets of iemand, een diepe wrok, afkeer.

In Bijbelse taal is ‘haten’ meestal niet vooral een gevoel maar meer een praktische levenshouding, ergens niets mee te maken willen hebben, iets afwijzen, wegsturen.

Niet willen omgaan met datgene of diegene die tegen God en Gods wil ingaat.

De psalmdichter wil afstand nemen, zo ver mogelijk wegblijven bij zondaars, bij degenen die kwaad spreken over God, Gods naam misbruiken.

 

Direct na de verzen die we gelezen hebben richt de psalmdichter zich tot God met dezelfde woorden als in vers 1: ‘doorgrond mij en ken mij’.

Maar nu is het een vraag:

‘Doorgrond mij, God en ken mijn hart, peil mij, zie of ik geen verkeerde weg ga’.

Misschien wel schrikkend van de eigen felheid en hardheid over zondaars en haters van God,

en in het besef dat de scheidslijn tussen zichzelf en de vijanden van God, de zondaars maar heel klein is.

Hoe snel zit je zelf aan de andere kant van de lijn, zit je ook te schelden of roep je verwensingen?

In dat besef vraagt de dichter aan God om hem op de goede weg te leiden.

‘Leid mij over de weg die eeuwig is’.

Of zoals Huub Oosterhuis het verwoord:

‘Toets mijn verborgen gedachten.

Ik ben toch niet op een doodlopende weg?’.

 

Psalm 139 laat ons alle kanten van het leven zien, van hoe wij mensen zijn.

En hoe we daarin gekend zijn en ons geborgen mogen voelen bij God.

Ook met onze lastige kanten en gevoelens van boosheid, twijfel, onze vragen en angsten.

Zoals je in een goede liefdes of vriendschapsrelatie het vertrouwen hebt dat je ook weleens verdrietig of boos mag zijn, of ruzie kunt maken zonder direct afgewezen te worden.

 

(gedicht Karel Eykman bij psalm 139 uit: Een knipoog van U zou al helpen)


Te weten dat er één is

die mij door en doorheeft

die mij door en doorziet

die mij doorlicht door merg en been

tot in mijn nieren, tot op het bot

dwars door mij heen, tot in het hart.

Zo één, wie zou dat kunnen zijn?

 

Om dan te weten dat er één is

die mij vierkant uitlacht

als ik stoer doe, als ik opschep

die een hand legt op mijn schouder

als ik me opwind, als ik kwaad ben

of bedroefd en dat niet wil laten zien.

Zo één, zou Hij, zou God dat voor u, voor jou dat kunnen zijn?

En wij voor elkaar.

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 27 Oktober om 10:00 uur in De Toevlucht

Informatie bij deze dienst:
Lezingen: Jeremias 14: 7-10, 19-22 en Lucas 18: 9-14. Collecte voor Voedselbank Haaglanden en Voedselbank Delft.

Voorganger: Ds. R. Klijnsma
Ouderling van dienst: Jan Francke