In de vorige Bijbelvertaling stond boven ons evangelieverhaal van vandaag: ‘De gelijkenis van de verloren zoon’.

Met in de verzen daarvoor de gelijkenis van het verloren schaap en de verloren penning.

In de Nieuwe Bijbelvertaling heeft heel hoofdstuk 15 met deze drie gelijkenissen samen als opschrift gekregen:

‘De zorg om wat verloren is’.

De nadruk ligt daardoor minder op het ‘verloren zijn’ en meer op de zorg, de zorgzaamheid voor wat of wie verloren is:

De zorg van de herder voor het schaap dat verdwaald is,

De zorg van de vrouw die een muntstok is verloren,

En de zorg van de vader voor de zoon die zijn erfenis opvraagt en weggaat van thuis, weg van zijn vader en oudere broer, en in een ver land al zijn geld verkwist.

De zorgzame vader blijft naar hem uitkijken en als de zoon terugkomt, rent de vader hem tegemoet, omarmt en kust hem.

 

Overigens gaat de vader niet alleen de jongste zoon tegemoet, maar even later ook de oudste die boos buiten blijft staan als hij het feest ziet voor zijn jongste broer die teruggekeerd is.

De vader gaat naar buiten, gaat ook naar hem toe, zijn oudste zoon, om ook hem in zijn huis te nodigen en mee te doen aan het feest.

We kunnen de gelijkenis sowieso beter de gelijkenis van de vader en de twee zonen noemen, de vader die zorg heeft niet alleen voor de jongste, maar ook voor de oudste.

 

De nadruk ligt bij deze gelijkenis eigenlijk altijd op de jongste zoon.

Naast natuurlijk de liefdevolle vader in wie wij God mogen herkennen.

Maar de gelijkenis is genoemd naar de jongste, de verloren zoon.

Heel wat kunstwerken, schilderijen, boeken, liedjes met die titel zijn gemaakt en geschreven.

Zo is het verhaal bekend, binnen en buiten de kerk.

Zelfs de Rolling Stones hebben een liedje met die titel: The Prodigal Son, de verloren of in het Engels de verkwistende zoon, en de Stones bezingen daarin het verhaal van de gelijkenis.

 

Heel bekend daarbij is natuurlijk het schilderij van Rembrandt: De verloren zoon.

Waar het licht valt op de jongste, teruggekeerde zoon en de vader.

Aan de zijkant, staat de oudste zoon, half in het donker en nog enkele figuren, wellicht ook de moeder.

Een prachtig schilderij met die lichtval op de vader die zich over z’n zoon buigt,

met de beide handen van de vader, de één mannelijk en de andere hand lijkt meer een zachte moederhand.

Zo heeft Henry Nouwen het schilderij beschreven in zijn prachtige boek ‘Eindelijk thuis’.

Maar ook bij dit schilderij kun je je afvragen : wie is er nu eigenlijk verloren?
De jongste zoon, met zijn vader in het licht, is ‘eindelijk thuis’, is teruggekeerd, is weer gevonden.

Terwijl de oudste zoon aan de zijkant staat, als toeschouwer, alsof hij er niet bij hoort, boos waarschijnlijk zoals de gelijkenis vertelt.

En misschien voelt hij zich ook verloren, buitengesloten.

De vader lijkt op het schilderij van Rembrandt, op het moment dat is vastgelegd, daar geen oog voor te hebben.

Zo beelden de meeste schilderijen over deze gelijkenis het verhaal uit:

de jongste zoon berouwvol op de knieën en de vreugdevolle vader over hem heen gebogen, hem omarmend.

 

In tegenstelling tot dit schilderij, ook van deze zelfde gelijkenis.

We zien de vader die met zijn hand zijn geknielde zoon omarmt,

de vader zwijgt.

Wat opvalt zijn z’n ogen, die niet naar de jongste zoon kijken, maar over hem heen kijken.

Naar wie of wat kijkt de vader?

Hij kijkt niet naar zijn jongste, teruggekeerde zoon, maar aan hem voorbij.

En wat spreekt er uit die blik?

De vader heeft steeds op de uitkijk gestaan naar zijn jongste zoon, en als hij hem ziet aankomen rent hij op zijn zoon af, valt hem om de hals, kust hem,

zegt zijn dienaren hem de mooiste kleren aan te trekken en een feestmaal klaar te maken.

Maar toch zien we op dit schilderij geen blijdschap in de ogen van de vader.

Eerder zorg, nog steeds zorg.

 

De oudste zoon komt op dit schilderij niet voor.

Maar misschien kijkt de vader wel zo zorgelijk naar de oudste zoon, die als het ware links van ons als kijker staat.

De oudste zoon die nog buiten staat terwijl binnen het feest gaande is voor de jongste zoon.

De oudste zoon die niet wil delen in de vreugde omdat de jongste zoon, zijn broer weer thuis is.

Op dit schilderij staat de vader nog steeds op de uitkijk, wachtend, tot ook de oudste zoon thuiskomt.

 

Ik denk dat we ons wel iets kunnen voorstellen bij de boosheid van de oudste broer.

Híj is thuisgebleven, heeft altijd hard gewerkt, is naar zijn eigen zeggen nooit ongehoorzaam geweest.

Je zou zelfs kunnen zeggen: omdat hij is thuis gebleven bij hun vader kon je jongste zoon de wereld intrekken.

Zoals, vooral in vorige generaties, in sommige gezinnen één van de kinderen thuis bleef  wonen, nooit getrouwd, om voor vader en moeder te zorgen.

Terwijl de andere kinderen hun eigen leven konden opbouwen.

Of het kind dat het meest dichtbij woont en met het grootste deel van de zorg voor de ouders is belast.

En ontvangt en voelt hij of zij daar wel de waardering voor, of werd en wordt dat maar als vanzelfsprekend gezien?

Zo voelt de oudste zoon het.

Nooit heeft hij een geschenk van z’n vader ontvangen, zegt hij.

Hij vergeet daarbij even dat ook hij zijn deel van de erfenis heeft gekregen, de vader heeft het vermogen onder hen beiden verdeeld, vertelt de gelijkenis in het begin.

Maar de oudste zoon voelt zich, naar z’n eigen zeggen, een knecht, een slaaf zelfs zegt de tekst, één van de slaven van z’n vader.

In plaats van kind.

Hoe ‘verloren’ zal deze zoon zich voelen, misschien al jaren terwijl z´n vader maar uit bleef kijken naar zijn jongste broer,

En misschien voor zijn gevoel nauwelijks echt aandacht voor hém had.

En nu staat hij daar buiten, letterlijk en figuurlijk, buiten het feest voor z’n jongste broer.

Met wie hij ook geen verbinding meer voelt.

‘Die zoon van u’ zegt hij tegen z’n vader.

Eén en al afstand, geen verbondenheid, maar verlorenheid.

 

Maar ook voor hem komt de vader naar buiten, ook hem komt de vader tegemoet.

En terwijl we eerder in de tekst niet hebben gelezen dat de vader iets zegt tegen de jongste zoon bij zijn terugkomst,

lezen we hier dat de vader zijn oudste zoon aanspreekt en hem ‘kind’ noemt.

‘Mijn jongen, jij bent altijd bij mij, alles wat van mij is, is van jou’.

De vader benoemt hun verbondenheid en ook de verbondenheid tussen hen beiden als broers: ‘je broer was dood en is weer tot leven gekomen’.

De vader probeert de verbondenheid tussen hem en zijn oudste zoon en tussen de beide broers te herstellen.

Omdat niemand zich ‘verloren’, alleen en buitengesloten zou moeten voelen.

 

Vrijdag stond in Trouw een artikel dat voor het gevoel van veel Nederlanders de tegenstellingen in ons land groter worden.

Tegenstellingen tussen rijk en arm, hoger en lager opgeleid, tussen autochtonen en allochtonen, mensen met verschillende politieke opvattingen.

Tegenstellingen in plaats van verbondenheid, van bij elkaar horen.

Gevoel van ik tegenover die ander, wij tegenover de anderen.

Waardoor mensen zich alleen kunnen voelen staan, gevoel er niet bij te horen, niet mee te tellen, en dat kan een akelig ‘verloren’ gevoel geven.

En je stemkeuze bepalen

Het is het denken in ‘wij’ en ‘zij’.

Zoals ook de Farizeeën en de Schriftgeleerden denken als ze mopperen over Jezus die eet met zondaars en tollenaars, die er voor hun gevoel niet bij horen.

En dat ‘wij en zij denken’ kan zich steeds dieper nestelen en vastzetten, door allerlei beelden en vooroordelen.

Op hun beurt weer versterkt door berichtgeving op internet en social media.

 

Zo heeft de oudste zoon beelden over hoe zijn jongste broer in losbandigheid geleefd heeft.

En daarmee groeit de afstand tussen hem en zijn broer, en zijn vader.

En voelt hij zich nog meer alleen en verloren staan.

 

De houding van de vader is indrukwekkend.

De ruimte die hij eerst geeft aan de jongste zoon als die zijn eigen weg wil kiezen,

zijn geduld en ontferming voor beide zonen.

Zo maakt Jezus duidelijk wie God is, liefdevol, zorgzaam en vol ontferming voor wie verloren raakt in het leven, voor wie zich verloren voelt.

Uitnodigend om terug, thuis te komen, weer mee te doen en erbij te horen.

Een houding die Jezus heeft geleefd door zijn omgang ook met diegenen die er niet bij leken te horen, tollenaars en zondaars, zieken, vreemdelingen.

 

De gelijkenis heeft een open einde.

Misschien om ons als hoorder in het verhaal te betrekken.

Om ons uit te nodigen, thuis te komen en mee te doen, ons te verbinden ook met wie andere wegen kiest in het leven,

Om ‘wij en zij’ te overbruggen, te zoeken naar verbinding.

 

Het thema voor vandaag vanuit het kindernevendienstproject is ‘vergeven’.

Maar dit verhaal van de vader en de twee zonen gaat over meer dan alleen : ‘God vergeeft en zo moeten wij ook elkaar vergeven’.

De gelijkenis vertelt dat wie je ook bent, hoe je weg ook is gegaan, dat je mag delen in de onbegrensde liefde van God,

net als die ander die het misschien heel anders doet en anders denkt en leeft dan jij.

Maar wat ons verbindt is dat we samen mogen delen in Gods ontferming en thuis mogen zijn op het feest.

En als je dat kunt ontvangen, in dat vertrouwen kunt leven,  dan kun je er misschien ook steeds meer van delen.

En niet dat je dan meteen met iedereen maar de beste vrienden zult worden.

Of dat alle verschillen overbrugd zijn.

Maar wel kan iets meer openheid en begrip groeien voor de ander, de weg, de keuzes die hij of zij maakt.

Openheid om, wie weet samen, te zoeken naar een nieuw begin.

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zat 20 April om 21:00 uur in De Dorpskerk

Informatie bij deze dienst:
Paaswake

Voorganger: Ds. A. Minnema
Ouderling van dienst: Jaco de Boer


Zon 21 April om 10:00 uur in De Toevlucht

Informatie bij deze dienst:
Pasen

Voorganger: Ds. A. Minnema
Ouderling van dienst: Ada van der Ster