Evangelielezing Lucas 6: 36 – 49

 

Wij hebben vanmorgen een gedeelte gelezen uit de veldrede van Jezus.

Nee, dat is geen verspreking.

Het is niet de bergrede, het begrip dat we misschien beter kennen uit het evangelie van Matteüs 6, maar de veldrede.

Bij Matteüs houdt Jezus een bergrede, zoals eens Mozes op de berg de Tien Geboden ontving, zo geeft ook Jezus als een tweede Mozes op de berg leefregels,

maar bij Lucas is het een veldrede, Lucas plaatst Jezus in het veld.

Het begint er bij Lucas wel mee dat Jezus de berg op gaat op te bidden.

Direct daarna, nog steeds op de berg kiest Jezus 12 leerlingen en benoemt hen tot apostelen, gezondenen.

Dan vertelt Lucas dat Jezus met zijn 12 leerlingen de berg afgaat: ‘Toen hij met hen de berg was afgedaald, bleef hij staan op een plaats waar het vlak was’.

Daar zijn veel van de andere leerlingen van Jezus en een menigte mensen uit alle streken van Israël.

Zieken, mensen met onreine geesten, mensen die hopen Jezus te kunnen aanraken en genezen te worden.

 

Als wij hier in de kerk zijn, zoals vanmorgen, als we naar de Bijbel luisteren, samen zingen,  bidden, brood en wijn delen, dan zijn wij als het ware ook even op de berg.

De berg is in de Bijbel de plaats waar je God kunt ontmoeten.

We mogen ons hier koesteren in Gods licht, inspiratie zoeken en ontvangen in de Bijbelse woorden, gevoed worden door brood en wijn, tekenen van Gods liefde, gemeenschap ervaren met God en met elkaar.

Niet om hier te blijven, veilig achter de kerkmuren.

Maar om van hieruit gezonden te worden, zoals iedere zondag klinkt aan het eind van de kerkdienst: uitzending naar onze dienst in de wereld.

Om als het ware weer af te dalen, de berg af, naar het gewone leven.

Met alles wat daarin op je af kan komen.

Met de mensen die je daarin tegen kunt komen.

Midden in de wereld en samenleving die maar doordraait met alle onrust en opgejaagdheid, dreiging en angst ook, met mensen die daarin ten onder dreigen te gaan.

Met alle hyperige nieuwsfeiten en gebeurtenissen, grote woorden en overtuigingen in de politiek, op straat en ook in de kerk, waarmee we het eigen gelijk poneren en daarmee anderen willen overtuigen of wegzetten.

 

Dat is de wereld waarin wij, net als de apostelen, worden gezonden.

Om daar ‘een mens te zijn op aarde’.

Bij Lucas zijn de apostelen, de door Jezus gezondenen, dus echt jongens van de vlakte.

Midden tussen de mensen, in het gewone leven, met alles wat daarin aan de hand kan zijn: ziekte, honger, verdriet, vervolgd worden.

Heel concreet, dichtbij mensen, in het veld.

Daar klinken, ook bij Lucas, de zaligsprekingen, ‘Gelukkig wie arm is, honger heeft, huilt,

wie vervolgd worden, want voor jullie is het koninkrijk van God.

En daarna volgt een groot aantal hele concrete, praktische leefregels,

over je vijand lief hebben, de andere wang toekeren als iemand je slaat, je mantel, bezit geven of geld lenen zonder dat terug te verwachten,

niet oordelen of veroordelen opdat dat ook niet jouzelf gebeurt.

Geef en je zult terugontvangen.

In het laatste gedeelte van het hoofdstuk dat wij hebben gelezen gaat het over je niet meer of beter voelen dan een ander.

Over niet alleen maar ‘Heer, Heer’ roepen maar daadwerkelijk doen wat Jezus leert.

Aan de vruchten herkent men de boom, wat je doet en zegt, daar komt het op aan, dat laat zien wat in je hart is, wie je ten diepste bent.

 

Deze week stond in dagblad Trouw een artikel over een discussie die blijkbaar in de Remonstrantse kerk gevoerd wordt.

Over de vraag of deze, meer vrijzinnige kerk, niet te veel de kant van het humanisme opgaat.

‘Drijven de Remonstranten af van hun christelijke basis?’, zo klonk de kop van het artikel in de krant.

Die discussie kun je vaker tegenkomen: is het christendom eigenlijk wel meer dan humanisme? Waarin dan? Was Jezus niet eigenlijk de eerste humanist?

Het humanisme stelt de mens centraal, gaat uit van de waarde van de mens, van ieder mens, dus van jou én de ander.

Met respect voor de ander en met nadruk op de liefdevolle omgang met elkaar, uitgaande  van de rede, ethiek en rechtvaardigheid.

 

Als je de hele praktische voorschriften van Jezus in ons hoofdstuk van morgen leest, dan zou je tot die conclusie kunnen komen.

Dat het vooral gaat om hoe we met elkaar omgaan.

Je niet meer of beter voelen dan de ander.

Die ander die fouten heeft, natuurlijk, maar hoe zit het met jouzelf? Heb jij geen blinde vlekken, beperkingen, zwakheden, de balk in je eigen oog?

Vaak zien we het eerder bij een ander dan bij onszelf.

En met al de daarvoor genoemde regels van Jezus over liefhebben, delen, niet oordelen, zou dit hoofdstuk kunnen worden tot een humanistisch handboek voor een goed leven.

Als we zo met elkaar om gaan dan komt het wel goed met de wereld.

 

Maar is onze ervaring niet dat dat ons zo vaak niet lukt, dat het te veel gevraagd is als dat alleen van ons afhangt.

Daarom is het heel betekenisvol dat deze veldrede van Jezus begint op de berg, waar Jezus zich terugtrekt om te bidden.

Dat op die berg de leerlingen tot apostelen worden benoemd.

De berg van Gods nabijheid.

Dat is het fundament, de rotsgrond waarop het huis stevig is gebouwd.

Het begin en het einde van de veldrede bepaalt ons bij de grond waarop wij staan.

Dat het niet alleen van ons afhangt of wij humanistisch, menselijk met elkaar leven.

 

Wees barmhartig, is één van de centrale uitspraken in dit hoofdstuk.

Niet als nóg een regel of eis op zich.

Maar gegrond in de barmhartigheid van God: ‘Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is’.

En we weten en geloven hopelijk inmiddels, dat die barmhartigheid van God geen onbarmhartige barmhartigheid is, die eist dat we alles perfect doen, dat je nooit geen fouten mag maken, nooit oordeelt, altijd je vijand liefhebt.

God ziet naar ons met barmhartigheid en mededogen.

Als dat de rotsvaste grond is waarop wij durven en kunnen leven,

dan komt er ruimte om zo ook naar elkaar te zien, met elkaar om te gaan.

Niet te oordelen, om te vergeven, niet te denken dat je meer of beter bent dan die ander.

 

Aan Stephan Sanders, de schrijver die op latere leeftijd katholiek is geworden en in dagblad Trouw af en toe verslag doet van zijn zoektocht in het geloof,

werd gevraagd of hij van geloven een beter mens is geworden.

Een lastige vraag natuurlijk om voor jezelf te beantwoorden.

Maar Sanders zegt wel dat hij meer mededogen heeft dan vroeger.

‘Barmhartigheid, zeg hij, heeft een betekenis gekregen’.

 

Barmhartig zijn voor jezelf en voor de ander, dat is ware humaniteit, menselijkheid.

In het rotsvaste vertrouwen dat God barmhartig is voor ons.

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 24 Maart om 10:00 uur in De Toevlucht

Informatie bij deze dienst:


Voorganger: Ds. J. Korf
Ouderling van dienst: Jaco de Boer