Inleiding op de lezing

 

In heel het boek Ester komt God niet voor. Het boekje wordt gelezen op het joodse Poerimfeest, Poer heeft te maken met het lot, het lot dat in het verhaal ook wordt geworpen. Het roept de vraag op wat de geschiedenis, ons leven bepaalt, het lot of God?

 

We zijn inmiddels volgens het rooster aangekomen bij Ester 4.

Hiervoor is verteld dat het volk Israël in ballingschap is en overheerst wordt door het grote Perzische rijk met de koning Ahasveros. Deze machtige maar tegelijk slappe koning is dol op feesten en tijdens één van die feesten, vooral een drinkfestijn, wil hij aan zijn vrienden laten zien dat zijn vrouw Vasti de mooiste vrouw van het rijk is.

Halfdronken beveelt koning Ahasveros dat koning Vasti voor hem en al zijn gasten moet komen dansen, zodat al zijn gasten haar schoonheid kunnen zien en hij met haar kan pronken.

Maar koningin Vasti weigert.

Ahasveros wordt woedend en na advies van zijn adviseurs wordt Vasti verstoten en wordt een bevel uitgevaardigd dat in het hele rijk alle vrouwen hun man moeten gehoorzamen.

 

In de stad van koning woont Hadassa, een joods meisje, zij woont bij haar oom. Uit veiligheid noemen ze zich met Perzische namen : Ester, dat betekent ster, of ook Verborgene, en haar oom noemt zich Mordechai. Ester is een heel knap meisje.

Koning Ahasveros zoekt een nieuwe koningin, net als heel veel meisjes wordt ook Ester bij hem gebracht.

De koning wordt verliefd op haar en Ester wordt koninginen komt aan het hof.

 

Haar oom Mordechai heeft haar gezegd dat Ester niet moet vertellen dat ze van joodse afkomst is.

Op een dag ontdekt Mordechai dat twee mannen een aanslag op de koning willen plegen om hem te doden. Mordechai kan Ester waarschuwen en Ester waarschuwt de koning.

Koning Ahasveros laat opschrijven dat Mordechai hem heeft gered.

 

Haman is een hoge ambtenaar in het Perzische rijk, een Amelekiet, een wreed volk. Haman beveelt dat de mensen voor hem moeten buigen als hij langskomt. Maar Mordechai weigert dat. Hij zegt dat hij een jood is en niet voor mensen of beelden knielt.

Haman wordt woedend en wil Mordechai en ook het hele joodse volk doden.

Kkoning Ahasveros geeft Haman daartoe alle macht om te doen wat hij wil. Haman gooit het lot om te bepalen op welke dag hij het joodse volk zal uitroeien.

 

Daar lezen we verder: Ester 4

 

 

Verkondiging

 

 

 

‘Wie weet ben je juist koningin geworden met het oog op een tijd als deze’.

Deze laatste zin die oom Mordechai tegen Ester zegt is meteen de meeste centrale, belangrijkste zin in het hele hoofdstuk.

En hoofdstuk 4, waar wij vanmorgen invallen in het verhaal van Ester, dit hoofdstuk is ook het centrale hoofdstuk in het boek Ester.

In dit hoofdstuk komt het er op aan:

Blijft Ester verborgen, zoals haar naam ook betekent,

blijft zij passief, als koningin in haar eigen paleis, gehoorzaam aan de regels van het hof en wachtend tot koning Ahasveros haar af en toe bij zich laat komen,

terwijl haar volk buiten het paleis bedreigd wordt door Haman?

Of staat Ester op en doet ze, zoals haar oom Mordechai het zegt, haar mond open en zal ze naar de koning gaan om voor haar volk op te komen.

 

‘Wie weet ben je juist koningin geworden met het oog op een tijd als deze’.

Deze zin, dit appèl van Mordechai op Ester brengt een omkeer bij Ester teweeg.

Dit  is haar roeping.

En Ester komt in actie, ze zal opkomen voor haar volk.

 

Je mag dit hoofdstuk misschien wel het hoofdstuk in het verhaal van Ester noemen waarin ze volwassen wordt.
Tot nu toe beslisten vooral mannen over haar, Ester, een mooi, maar heel gewoon meisje uit het joodse volk.

Haar oom Mordechai die voor Ester zorgt, hij laat haar meedoen in het paleis als koning Ahasveros een nieuwe koningin zoekt.

Dan de knecht van de koning die voor Ester zorgt en uiteindelijk de koning die haar kiest als koningin waarbij Ester steeds maar af moet wachten of ze bij hem geroepen wordt.

Ester komt tot nu toe in heel het verhaal ook nog niet zelf aan het woord.

Ze leeft eigenlijk zoals haar naam ook betekent: ‘Verborgen’.

 

Maar in dit hoofdstuk wordt het spannend:

Blijft Ester verborgen in haar paleis, terwijl haar volk bedreigd wordt, of komt ze tevoorschijn, als die andere betekenis van haar naam:

zal ze haar licht laten schijnen?

Als een ster, zal ze een licht zijn in die donkere, dreigende situatie van haar volk?

 

‘Wie weet ben jij juist koningin geworden met het oog op een tijd als deze?’

Het is de vraag aan Ester.

Maar het kan op bepaalde momenten een vraag zijn aan ieder van ons:

Misschien is het niet zomaar, toevallig, dat je hier nu bent op dit moment, op deze plek.

Wordt er hier en nu een beroep op jou gedaan.

En wat is dan je antwoord?

 

Of dat dan precies het van te voren bedachte plan van God is, geen toeval maar zo door God bedoeld, gepland?
Dat lijkt misschien door te klinken in de woorden van Mordechai, maar het Bijbelboek Esther laat dat open.

God, de naam van God komt in heel het boekje niet voor.

God blijft, zoals Ester haar naam zegt, God blijft verborgen.

 

Dus misschien moeten wij die vraag in ons leven in dergelijke situaties ook maar open laten.

Of het Gods bedoeling, plan is.

Daar kom je toch niet uit.

En belangrijker dan die vraag is het antwoord dat je geeft als er een beroep op je wordt gedaan.

En dat kan op allerlei manieren zijn.

De jongeren in de jeugdkerk praten er nu denk ik ook over:

Wie ben je, wie wil je zijn en worden?
Welke keuzes maak je, in het omgaan met allerlei dingen die op je af komen, op school, bij het uitgaan, op je werk,

Als je ziet dat iemand in je klas het moeilijk heeft, misschien gepest wordt.

Doe je mee, houdt je je mond of kom je voor hem of haar op, zelfs als dat jou misschien populariteit bij bepaalde klasgenoten kost?

 

Maar die vraag geldt ook als je ouder bent.

Iedere dag kan die vraag op je pad komen: ‘Wie ben jij, op dit moment, op deze plaats?’

Als er een beroep op je wordt gedaan.

Het was de vraag vanuit de doorgaande asielviering in de Bethelkapel: ‘Doe je mee, om zo de hoop levend te houden?’

Het was de vraag rond de Nasvilleverklaring over homosexuelen, LHBTI-ers, : laat je een tegenstem horen of zwijg je?

Deze week hoorde ik het verhaal van iemand die een maand in Indië was voor een yogacursus en in het huis waar ze logeerde zag dat een meisje van 18 al 12 jaar lang als slavin werd vastgehouden en misbruikt.

Ze had weg kunnen kijken, maar ze kon niet meer doen alsof ze het niet wist, en met gevaar voor zichzelf heeft ze zich, succesvol, ingezet voor de bevrijding van dit meisje.

 

Maar de vraag kan ook dichterbij voor je klinken, in je eigen straat als je ziet dat het in een gezin niet goed gaat tussen ouders en kinderen, je zelfs mishandeling of misbruik vermoedt.

Als je ziet dat iemand vereenzaamt, de deur niet meer uitkomt.

Ik denk aan de reclamecampagne rond dementie, waarin je ziet dat iemand verward midden op straat staat, niet meer weet waar hij of zij is, waarbij ook die vraag klinkt:

‘laat je hem staan of help je?’.

Of denk aan elke collectebus of goede doel actie die voorbij komt.

En ook in de kerk klinkt meermalen de vraag om mee te doen, je in te zetten, om vrijwilliger of ambtsdrager te worden.

 

Wie weet ben jij daar, sta jij daar op die tijd en plaats met een reden.

En natuurlijk zijn er altijd redenen om geen antwoord te geven, om weg te kijken.

Dat je eigenlijk geen tijd hebt.

Of heeft het wel echt zin wat je doet?
Die ene helpen terwijl er zoveel zijn die dezelfde problemen hebben, zoveel zijn er in gevangenschap, slavernij, mensenhandel, op de vlucht, eenzaam, noem maar op.

Zo heeft ook Ester eerst haar bezwaren.

‘Ik kan niet zomaar naar de koning gaan, dat hoort niet volgens de regels van het hof, het kan je je leven kosten’.

Denk maar aan koningin Vasti die weigerde voor de koning en zijn gasten te dansen, ze is verstoten en niemand weet of ze nog leeft.

 

Dan heb je soms iets of iemand nodig die je herinnert aan wie je bent en wat je kunt.

Die je herinnert aan je wortels, je identiteit.

Mordechai herinnert Ester aan wie ze is: deel van het joodse volk én koningin.

‘Wie weet ben je juist koningin geworden met het oog op een tijd als deze’.

En is onze identiteit niet dat we onszelf noemen naar Christus en Jezus willen volgen,

en daarin aan ons de vraag klinkt te doen als hij?

 

Zo wordt Ester herinnert aan háar identiteit.

Jij, gewoon joods meisje, nu aan het hof van de koning terwijl je volk bedreigd wordt.

Als Bijbellezer kun je dan gelijk denken aan Jozef aan de hof van de Farao in Egypte die ook zijn volk zal redden van de honger.

En aan Mozes, die ook eerst allerlei excuses heeft als hij geroepen wordt bij de brandende braamstruik, hij is geen goede spreker, moet híj het volk redden?

In de woorden die Mordechai hier gebruikt wordt herinnerd aan dat verhaal.

‘Als jij het niet doet, zegt Mordechai’, komt er van een andere kant wel redding, maar of jij en je familie daar dan bij horen?

‘Van een andere kant’, daarin klinkt het hebreeuwse woord ‘makom’, dat plaats betekent, heilige plaats.

Zoals tegen Mozes klinkt bij de brandende braamstruik:

‘de makom, de plaats waarop je staat is heilige grond’.

Heilig, want hier is God aanwezig, in de vraag die aan jou klinkt om je in te zetten voor redding van je volk.

 

Zo klinkt aan Ester de vraag om te doen zoals Jozef en zoals Mozes.

En is, verborgen in de woorden van Mordechai, God aanwezig in het verhaal van Ester.

Staat ook zij op heilige grond door die vraag van Mordechai:

‘Wie weet ben je juist koningin geworden met het oog op een tijd als deze’.

 

Heilig is de grond waar die vraag klinkt.

De vraag om je in te zetten voor die ander, te helpen waar je kunt, voor wie  op dat moment ‘toevallig’ op jou pad komt.

In die vraag mogen we de verborgen vraag en aanwezigheid van God zien:

Zoals we in ons aanvangslied zongen:

‘Gij zijt onzichtbaar voor onze ogen,

diep verscholen in al wat leeft en zich ontvouwt’.

 

Ester geeft antwoord op de vraag die haar gesteld wordt, antwoordt op haar roeping.

Ze ‘pakt haar rol’ zoals we dat tegenwoordig zeggen.

Ester staat op, nú komt zij aan het woord, nu is zij degene die bepaalt en gebiedt.

‘Roep alle joden op te vasten, drie dagen lang’.

En vasten ging in het joodse geloof onverbrekelijk samen met bidden.

Esther doet een beroep op de gemeenschap en het geloof van haar volk, als steun, verbondenheid.

 

We hoeven het niet alleen te doen, antwoord geven op het beroep dat op ons gedaan wordt.

En dan denk ik toch weer even aan die doorgaande viering in de Bethelkapel:

Zoveel voorgangers uit alle richtingen in onze kerk, zoveel kerkgangers, maar ook zoveel mensen misschien niet aanwezig ín de viering, maar meelevend, meebiddend op hun eigen plek elders in het land, in zoveel kerken.

Zo kunnen we elkaar in Gods naam dragen.

 

Laten we de kaptafel maar afruimen.

Want het gaat in het verhaal van Ester niet om haar schoonheid waarom ze een ster genoemd wordt.

Het gaat in ons verhaal, ons leven niet om de ster die wij zijn vanwege ons mooi zijn, onze successen of rijkdom, onze carrièreprestaties.

Een ster is Ester, een ster kunnen wij zijn door het licht dat we laten schijnen daar waar het donker is voor mensen of in de wereld.

Waar we ons licht laten schijnen door net als Ester op te staan en onze stem te laten horen, te helpen wie onze hulp nodig heeft.

 

De spiegel blijft staan.

Dit verhaal van Ester spiegelt ons leven, spiegelt de vraag die ook ons gesteld wordt, op de plaats en in het moment waar wij zijn.

Wij mogen in de spiegel kijken.

 

En misschien zul je zeggen: ‘ik zie maar een heel gewoon mens, wie ben ik nou helemaal in het grote wereldgebeuren, wat kan ik doen en betekenen in al die grote problemen die er in de wereld zijn?’

Maar zo was ook Ester een heel gewoon meisje.

Maar zij staat op, wordt een ster door haar licht te laten schijnen.

En dat mogen wij ook zien als wij in die spiegel kijken.

Straks bij het uitgaan kunt u, kun jij dat nog beter doen en zien.

Mag je jezelf zien zoals God ons ziet, zoals Jezus ons heeft laten zien dat wij kunnen zijn en doen:

een mens die een ster kan zijn, licht in het donker laten schijnen, op jouw plek in het leven.

 

Al hebben we natuurlijk ieder onze eigen naam,

allemaal zijn we bedoeld om in Gods Naam ook (E)ster te zijn.

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 30 Juni om 10:00 uur in De Toevlucht

Informatie bij deze dienst:


Voorganger: Ds. C. Kühler
Ouderling van dienst: Marlies Verbaan