Kerstavond, thema: ‘De wereld draait door’

 

Lezing Oude Testament:  Jesaja 9: 1 – 6,

 

Kerstevangelie:  Lucas 2 : 1 – 20,

 

 

 

De wereld draait door, het thema voor deze kerstavondviering.

Ik weet niet of u vaak naar het televisieprogramma kijkt met die naam, maar als naam is het natuurlijk leuk gevonden.

Omdat je het op meerdere manieren op kunt vatten.

De wereld draait, draait alsmaar door, draait om de zon en om zijn eigen as en daardoor kennen wij dag en nacht, en ook de seizoenen lente, zomer, herfst en winter.

 

Al voel je het niet letterlijk, dat draaien van de aarde om de zon en om z’n eigen as,

we weten het en we ervaren het in de wisseling van dag en nacht, en door de seizoen heen.

Zo gaat de tijd maar verder, de dagen rijgen zich aaneen, de tijd gaat maar door, voordat je het weet is er weer een jaar voorbij.

Is het alweer Kerst.

De wereld draait door, de tijd gaat door.

Al kunnen er ook dingen in je leven gebeuren waardoor het voelt alsof de wereld, de tijd plotseling stil staat.

Als een dierbaar, geliefd iemand ernstig ziek wordt of sterft, of jijzelf slecht nieuws krijgt over je gezondheid, of als er een ander, ingrijpende gebeurtenis is in je leven.

Als opeens alles wat zo vanzelfsprekend lijkt, het leven dat z’n gangetje gaat, opeens op losse schroeven komt te staan, wordt stil gezet.

Het ‘gewone’ leven opeens niet meer gewoon is, alles anders, in de war, ontwricht.

De wereld draait door, iedereen gaat maar gewoon door, maar jouw leven, jouw wereld staat stil.

 

Maar die programmanaam, dit thema voor deze kerstviering, kun je natuurlijk ook nog anders opvatten.

Op een manier die we denk ik ook allemaal wel ervaren.

Dat je alles om je heen ziet, wat er allemaal in de wereld gebeurt, en dat je denkt:

‘de wereld draait door, is aan het doordraaien,

de wereld of wij allemaal met elkaar lijken wel gek geworden, op hol geslagen’.

Iedereen die maar doorrent, elkaar opjaagt, nog meer: groei, rijkdom, nog beter, nog sneller.

Als je ziet hoe mensen elkaar naar het leven staan, volken, landen elkaar bedreigen en bestrijden, alle ellende en pijn, oorlog en geweld die mensen elkaar aandoen.

Maar ook de machtspelletjes die er gebeuren, op wereldniveau tussen regeringen, in grote bedrijven, criminelen.

Kinderen, jongeren die slachtoffer worden van geweld, misbruik, aan hun lot worden overgelaten, zoveel mensen onderweg, op de vlucht, ontheemd.

Maar ook als we in ons gewone leven om ons heen zien hoe mensen met elkaar omgaan, langs elkaar heen leven, ruzies en conflicten, de tegenstellingen tussen rijk en arm.

Ik zal maar ophouden, om de kerstsfeer niet te bederven, maar dát is wel de wereld, de doorgedraaide wereld, waarin wij leven en kerst vieren.

 

In die wereld, midden in dat leven, zijn wij hier vanavond bij elkaar.

Nemen we even de tijd om stil te staan, stil te worden bij de boodschap van Kerst.

In de jachtigheid van het dagelijkse leven houden we even halt, staan we even stil voor een uur van bezinning, om rust en geborgenheid te zoeken.

En hoop en bemoediging.

Om te zingen van licht en vrede op aarde.

Niet om te ontkennen dat de wereld is zoals hij is, of het leven zoals het is.

Al zou je dat het liefst misschien even vergeten.

Maar dan zou over een uur of overmorgen na kerst alles weer bij het oude zijn en op dezelfde manier doordraaien.

Maar de boodschap van kerst klinkt juist in en voor die wereld door-gedraaid.

De boodschap van kerst vertelt ons, biedt ons de hoop en het vertrouwen, het geloofsvertrouwen dat de wereld door draait, maar niet zomaar eindeloos en doelloos.

Dat de wereld draait, door draait in het licht.

Niet alleen in het licht van de zon, maar in het licht van Gods liefde voor de wereld en voor ons mensen.

 

Het kerstverhaal vertelt ons dat, al is het inmiddels meer dan 2000 jaar geleden,

dat de geboorte van het licht van God, het kind in de voederbak,

dat dat ook toen gebeurde midden in het gewone leven, midden in de wereld, ook toen een wereld doorgedraaid.

Ook toen een wereld vol geweld en onderdrukking, waar rijke en nog rijkere en arme mensen waren.

 

En ook de profeet Jesaja van nog weer eeuwen daarvoor, voor de geboorte van Jezus, spreekt al van zo’n wereld doorgedraaid,

met beelden die ons nog steeds akelig bekend in de oren klinken:

Stampende laarzen, mantels waar bloed aan kleeft.

Al zijn de stokken en zwepen die Jesaja noemt in onze tijd vervangen door nog veel dodelijker en vernietigender wapens.

Maar we snappen de beelden wel die Jesaja noemt.

Een wereld waar het volk in duisternis ronddoolt, in het donker woont.

Daarbij kunnen wij nu denken aan de miljoenen mensen nu, groot en klein, die in onmenselijke omstandigheden wonen en leven en onderweg zijn.

Of dat donker kun je ook nu in je eigen, gewone leven voelen door verdriet en zorgen.

Zorgen misschien over ouder worden, angst om afhankelijk te worden.

Het donker van angst en onzekerheid over wat de toekomst zal brengen, voor jezelf of de wereld om ons heen.

 

Daar, zegt Jesaja al, in het donker, midden in die donkere wereld, daar is een schitterend, helder licht te zien.

Niet dat dan het donker opeens verdwenen is, maar het licht is er ook.

Licht dat sterker is dan donker,

steek maar eens een kaars aan in een hele donkere kamer, daar waar de kaars is, wordt het donker weggedrukt, daar is het licht.

Hoe klein en kwetsbaar licht ook is, het ís sterker dan het donker.

Klein en kwetsbaar misschien als een kind, zegt Jesaja, maar dat kind zal heersen, vrede brengen, recht en gerechtigheid.

 

Toen, eeuwen geleden en nu, klinkt midden in een wereld doorgedraaid, de boodschap van redding, van het licht van God in het donker.

Dat is het tegenverhaal van de Bijbel en dus ook van Kerst.

Het tegenverhaal tegen de wereld doorgedraaid.

Het tegenverhaal van God die steeds weer licht schept in het donker.

Zoals in het kind Jezus dat geboren wordt.

Ook in een wereld doorgedraaid, vol donker van geweld en onderdrukking door de Romeinse overheerser, waardoor er voor dit kind geen plaats is.

En waardoor het al heel jong zal moeten vluchten naar Egypte vanwege de kindermoord door koning Herodes.
De wrede machten van de wereld schuwen geen enkel middel, dat is van alle eeuwen en tijden.

 

In die wereld klinkt dat tegenverhaal van God, en het klinkt in het heel gewone en kleine, in het kwetsbare.

Waar de wereld, die maar doordraait met alle jachtigheid en grootsheid en druk- en dikdoenerij,  zo gemakkelijk over heen kijkt en aan voorbij gaat.

Maar dat kleine en kwetsbare, dat kind van kerst dat Gods liefde belichaamt, wordt ons gegeven, wordt in onze handen gelegd om voor te zorgen en te doen groeien.

In deze wereld die door draait, in het Licht van God.

 

 

………………………..

 

Kerstmorgen, thema ‘Ik geloof in het licht’

 

Lezing Oude Testament Jesaja 52: 7 – 10,

 

Evangelielezing Johannes 1: 1 – 4, 14-17,

 

 

Deze week kwam er weer een rapport uit over de kerkelijkheid in Nederland, het percentage van de bevolking dat lid is van of hoort bij een kerkgenootschap.

Dat aantal wordt kleiner.

Weer zijn er minder mensen die, zoals het krantenartikel beschreef, ‘zonder twijfel geloven dat God bestaat’, zichzelf religieus noemt.

Of gelooft in een hogere macht, regelmatig bidt – al hoef je daarvoor, zegt datzelfde onderzoek, geen lid te zijn van een kerk.

Dat aantal wordt kleiner, en toch waren weer heel veel kerken goed gevuld gisteravond op kerstavond en ook vanmorgen op kerstochtend.

 

Geloven al die mensen dan toch met ons mee? – het thema van het kindernevendienstproject deze adventsweken.

Geloven al die mensen dan toch in het licht? – ons thema vanmorgen.

 

Wat is geloven? En: gelovig zijn?

Lange tijd, eeuwenlang leek geloven vooral te zijn:

de Bijbelse verhalen voor waar houden, waar/echt gebeurd:

de schepping in zeven dagen, Jona in de buik van de walvis, Jezus die over het water loopt, en noem maar op.

Geloven was ook: de kerkelijke dogma’s en geloofsleer voor waar houden:

de Drie-eenheid, de Twee-naturenleer, de vijf ‘Sola’s’ : alleen door het geloof, genade, de schrift, Christus, alleen aan God de eer,  enzovoort.

Dogma’s waarvan ik niet weet of het u nog veel zegt, of ze nog tot uw geloofsbagage horen.

Voor jongeren is het denk ik helemaal geheimtaal.

 

Tegenwoordig zeggen we steeds vaker dat geloven niet in de eerste plaats het aannemen van geloofswaarheden en dogma’s is, maar veel meer ‘vertrouwen’.

Zoals het Hebreeuwse woord in het Oude Testament dat wij vertalen met ‘geloven’, ook in de eerste plaats ‘vertrouwen’ betekent.

Of het Nieuwtestamentische Griekse woord pistis dat veel meer ‘betrouwbaarheid betekent.

Als je zegt dat je in iemand gelooft, betekent dat ook vooral dat je vertrouwen in hem of haar hebt.

 

Geloven is niet in de eerste plaats iets rationeels, met je verstand begrijpen en als waar beschouwen, maar geloven gaat veel dieper:

je in vertrouwen aan iemand verbinden omdat die ander betrouwbaar, geloofwaardig is.

Geloven in de zin van vertrouwen is veel meer een zaak van het hart, het gevoel.

Misschien dat daarom de kerken met kerst toch steeds weer vol zitten.

Omdat nog steeds veel mensen verlangen naar dat vertrouwen, naar het gevoel van geborgenheid, warmte, licht, toch zo graag willen blijven vertrouwen en hopen op het goede.

Dat het goede toch uiteindelijk sterker en betrouwbaarder zal blijken te zijn dan het kwaad in de wereld of in je leven.

 

‘Geloof met me mee’, het thema, de oproep van het adventsproject deze weken.

Als we dat willen uitdragen, dan gaat geloven niet vooral over ‘wat’ je gelooft, de inhoud van je geloof, maar gaat het over wat geloven voor je betekent.

Voor je dagelijkse leven, hoe je leeft met en vanuit je geloof.

Vertrouwen en daaruit leven.

Al is dat soms ook met vragen en twijfels.

Juist in angst of onzekerheid toch blijven vertrouwen

Vertrouwen dat je gedragen wordt, vertrouwen dat, ondanks het donker dat er is, er toch weer licht zal zijn, licht blijven verwachten.

 

De afgelopen weken van Advent hoorden we vanuit het kindernevendienstproject iedere zondag een geloofsuitspraak.

Geen geloofsleer, maar een uitspraak van vertrouwen.

‘Ik geloof in engelen’ – dat ging er niet over of engelen compleet met vleugels écht bestaan,

dat ging over het geloof dat God zich aan ons laat zien en van zich laat horen, naar ons toekomt en betrokken is op onze wereld en ons leven.

‘Ik geloof in een nieuw begin’ – hoe het ook is gegaan in je leven, je mag erop vertrouwen dat er altijd weer een nieuw begin mogelijk is.

‘Ik geloof in vrijheid’- God die ons in vrijheid zet, steeds weer vanuit zijn liefdevolle genade en vergeving.

‘Ik geloof in dit kind’, dat God juist in kleinheid en kwetsbaarheid zich laat kennen en in deze wereld wil komen, om dichtbij ons te zijn.

En vandaag: ‘Ik geloof in het licht’.

Dat lijkt zo vanzelfsprekend, ja natuurlijk geloof je in het licht, je ziet iedere dag de zon op komen, al is het achter de wolken.

Of met één klik of druk op een knop springt het licht in huis aan.

En wetenschappelijk, natuurkundig kun je precies uitleggen wat licht is.

 

Maar we voelen wel aan: daar gaat het niet om in deze uitspraak, deze geloofsuitspraak.

Dit gaat over geloven als vertrouwen, vertrouwen dat er steeds weer licht kan zijn, zal zijn, hoe donker het misschien soms ook is en voelt in je leven of in de wereld om ons heen.

Geloven als het vertrouwen dat God steeds weer licht zal geven.

Vertrouwen om in dat licht de weg van je leven te gaan, met alle onzekerheden die er misschien ook zijn.

Zoals Abraham het vertrouwen had om op weg te gaan, al wist hij niet waarheen en hoe die weg en hoe zijn toekomst zou zijn.

Zoals Jozef het vertrouwen had om na zijn droom met Maria verder te gaan, voor haar en haar kind te zorgen – al zal hij er allemaal niet veel van begrepen hebben.

 

Wij leven in een tijd en samenleving die door velen wordt getypeerd als een tijd met gebrek aan vertrouwen.

Ja zelfs van wantrouwen.

Gebrek aan vertrouwen in de politiek, in het bedrijfsleven, instituties, media.

Wantrouwen tussen mensen, bevolkingsgroepen, tussen landen.

Veel mensen ervaren onze tijd als een onzekere en angstige tijd, vanwege de onrust in de wereld, de tegenstelling tussen volken en mensen door religie, arm en rijk,

door de berichten over de klimaatsverandering,

Wat voor wereld laten we achter voor onze kinderen en kleinkinderen?

Of onzekerheid door persoonlijke omstandigheden en zorgen over je eigen toekomst, ouder worden, afhankelijkheid misschien en zal er dan nog genoeg, betaalbare, zorg voor je zijn?

 

In die wereld vieren wij kerst, het feest van licht, van geloof, geloofsvertrouwen in het licht.

Dat het licht toch sterker, duurzamer zal zijn, dan al het donker van onzekerheid en angst.

Daarmee staan we in een lange traditie.

Jesaja zingt zijn hoopvolle woorden over een schitterend licht ook in een donkere tijd van dreiging en vervolging.

En Johannes bezingt ook in een donkere tijd van Romeinse bezetting het licht dat schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.

Licht sterker dan het donker.

 

Dat geloofsvertrouwen vieren wij vandaag,

Dat is de kerstboodschap die de wereld nodig heeft.

Daarin mogen wij leven en proberen dat vertrouwen uit te dragen, voor mensen om ons heen:

‘Geloof met me mee in het licht’.

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 26 Mei om 10:00 uur in De Toevlucht

Informatie bij deze dienst:


Voorganger: Ds. A. Minnema