Lezing Oude Testament Sefanja 3: 14 – 20,

 

Evangelielezing Lucas 3: 7 – 18,

 

 

Vandaag ontmoeten wij in onze Bijbellezingen twee onheilsprofeten : Sefanja en Johannes de Doper.

Van Johannes de Doper zullen we dat waarschijnlijk wel herkennen: de profeet met z’n kameelharenmantel, die oproept tot bekering,

vandaag met z’n bekende kreet ‘Addergebroed’.

Van Sefanja, één van de kleine profeten, zult u na het gelezen gedeelte van vanmorgen misschien denken: ‘nou dat valt nogal mee, als onheilsprofeet’.

Sefanja jubelt het uit: ‘zing van vreugde Israël, juich met heel je hart, de Heer is de held die je bevrijdt’.

Maar in de beide hoofdstukken hiervoor is Sefanja flink tekeer gegaan tegen het volk.

Meteen in vers 2 van zijn kleine boekje begint het al: ‘Alles zal ik van de aardbodem wegvagen, spreekt de Heer, mens en dier’.

En : ‘de dag van de Heer is nabij! De dag van angst en benauwdheid, van rampspoed en onheil, duisternis, dreigende donkere wolken’. 

En zo gaat hij nog even door.

 

Sefanja doet als onheilsprofeet niet onder voor Johannes de Doper eeuwen later.

En zo zijn onheilsprofeten, letterlijk iemand die onheil voorspelt, van alle tijden.

Door alle eeuwen heen zijn er wel onheilsprofeten geweest die wereldrampen of zelfs de ondergang van de aarde hebben aangekondigd.

Ook in onze moderne tijd.

In de jaren 70 was er de club van Rome met hun waarschuwingen over het consumentisme, het opgebruiken en uitputten van de aarde, de vervuiling, bevolkingsgroei en de ongelijke verdeling van goederen, eten, rijkdom.

En de wereldwijde onrust die dat zou geven.

En ze hebben gelijk gekregen.

Nu zijn er de onheilsprofeten die waarschuwen voor klimaatsverandering, de stijgende zeespiegel, uitsterven van diersoorten, planten.

Of de moderne onheilsprofeet Harari met z’n veel verkochte dikke boeken over de toekomst van de mens en de wereld, die bedreigd worden door een ongezonde levenswijze van de mensen, door de ontwikkelingen van de technologie, robots, computers die de macht van mensen lijken over te nemen.

 

Ik denk dat de meesten van ons een dubbel gevoel hebben bij onheilsprofeten,

bijv. over klimaatsverandering, de sfeer in de samenleving, de verhoudingen in de wereld tussen rijk en arm.

Ergens weet je of voel je wel aan dat ze gelijk hebben, bijv. over de klimaatsverandering, dat het zo niet door kan gaan met vervuiling, gebruik van fossiele brandstoffen, opwarming van de aarde,

maar eigenlijk wil je het liever niet steeds weer horen.

An unconvinient truth, een ongemakkelijke waarheid, heette de film van de voormalige Amerikaanse president Al Gore over de klimaatsverandering.

Ongemakkelijk, want kunnen en willen we er wel echt iets aan doen?

Zal het wel echt zo’n vaart lopen?

Is het niet overdreven?

Maar ook: wat kun je er nu echt aan doen, kan het nog omgekeerd worden?

 

Het woord onheilsprofeet heeft een negatieve lading maar is toch eigenlijk vooral nuttig.

Het is degene die de alarmklok luidt, niet als pessimist of doemdenker, maar juist om te voorkomen dat het zover komt als in zijn of haar voorspelling.

En zo is het ook met Sefanja en Johannes de Doper.

Ze beginnen beiden fors, met grote, dreigende woorden van oordeel en ondergang.

Maar juist om te voorkomen dat het zover komt.

 

Sefanja is één van de zogenaamde kleine profeten.

Zijn boekje heeft ook maar drie hoofdstukken.

Sefanja leeft ongeveer 600 jaar voor het begin van de jaartelling, 7 eeuwen eerder dan Johannes de Doper en Jezus.

De tijd van de grote koningen zoals David en Salomo is voorbij.

Het volk dient God niet meer, maar allerlei afgoden.

Sefanja begint zijn boekje met het oordeel, in meer dan duidelijke taal en beelden klaagt de profeet namens God het volk aan.

Dood en vernietiging zal over hen komen, over Israël en de volken om hen heen.

Mensen zullen van de aardbodem verdwijnen.

De dag van de brandende toorn van God.

 

Dat is een beeld van God waar wij liever niet in geloven, een God die oordeel en verdoemenis brengt.

Ik denk dat de meesten van ons dat beeld van God achter zich en los gelaten hebben.

Maar het laat wel zien wat er aan de hand is en hoe de wereld en de mensen God ter harte gaan.

Hoe ernstig het met de wereld en met de mensen gesteld is, toen in de tijd van Sefanja, en ook nu wordt je vaak niet vrolijk of optimistisch hoe het met de mensheid gesteld is.

Zoveel wat er in de wereld gebeurt wat toch eigenlijk niet kan.

En liever zien we het niet, of vergeten we het weer snel en gaan weer over tot de orde van de dag, na weer een ramp of aanslag, schietpartij of steekpartij.

Maar de Bijbelse profeten en ook de onheilsprofeten nu nog, doorbreken dat.

We kunnen onze kop niet in het zand steken en doen alsof er niets aan de hand is.

Hoe begrijpelijk ook dat je het soms liever allemaal zou vergeten.

Maar dit is Gods wereld en wij zijn Gods mensen en wij willen toch mensen van God zijn.

Dus als het God zo raakt, de ellende in de wereld, dat het de profeten zulke harde beelden van oordeel doet verkondigen,

zou het dan ons niet raken?

Dan hoef je niet het Godsbeeld van Sefanja z’n tijd over te nemen en te geloven, maar wel wat daarin klinkt en je daardoor te laten raken:

De verontwaardiging over het onrecht, over het geweld, vaak juist tegen de machtelozen,

over de afgoderij en de macht, vaak juist in handen van degenen die die macht misbruiken voor eigen belang.

De boosheid over alles wat het leven bederft, de onvrijheid, het verdriet, de pijn die mensen treft, die wij mensen ook elkaar aandoen.

Vandaaruit, vanuit dat geraakt zijn, de bewogenheid daarover, vandaaruit bidden wij iedere zondag het kyrië, het Heer ontferm U.

Omdat wij als mensen van God niet voorbij willen en mogen gaan aan wat Gods wereld en mensheid  bederft en vernietigt.

In vertrouwen op Gods bewogenheid daarover, bidden wij ons kyrië en, al is het deze paarse weken van Advent even niet, zingen wij ons gloria.

Zoals ook Sefanja het uitjubelt als Gods redding is aangekondigd.

 

Na de beelden van oordeel volgt bij Sefanja de oproep tot bekering, tot omkeer: ‘Zoek de Heer, misschien blijf je dan gespaard’.

En er blijkt redding mogelijk, God heeft het vonnis over het volk vernietigd en laat opnieuw zijn liefde blijken, zijn vergevende en bevrijdende liefde.

Daarom in de laatste verzen van Sefanja die wij gelezen hebben het gejubel en gejuich: ’Jubel, vrouwe Sion, zing van vreugde Israël’.

Een vreugde die past op deze derde zondag van advent: ‘zondag Verblijdt u’, waarbij het roze oplicht, het licht dat schijnt door het paars, door het donker heen.

De hoop, de blijdschap en de vreugde, heeft het laatste woord.

 

Diezelfde beweging zien we ook bij Johannes de Doper.

Hij is bij ons vooral bekend om zijn felle woorden, ‘Addergebroed’ en dreiging met het oordeel,

met zijn oproep tot bekering om vruchten voort te brengen, want ‘de bijl ligt al aan de wortel’ en geen vruchten betekent omgehakt en in het vuur geworpen te worden.

Ook bij Johannes zijn z’n dreigende woorden van onheil vooral bedoeld om de mensen op te roepen tot omkeer.

En de mensen om Johannes heen hebben dat blijkbaar goed begrepen.

Gaan niet bij de pakken neerzitten omdat ‘er toch niets meer aan te doen is, het allemaal toch geen zin heeft’,

maar vragen Johannes wat ze moeten doen.

En Johannes antwoordt heel concreet.

Zoals ook Sefanja dat noemt, vlak voor het begin van onze lezing:

Geen onrecht, geen leugens en bedrieglijke taal.

Wat je zegt en wat je doet, daar komt het op aan.

 

Dat zien we ook heel concreet bij Johannes de Doper als hij antwoordt op de vraag van de mensen: ‘Wat moeten we doen?’

Ja, je kunt er wat aan doen, om dat dreigende oordeel te voorkomen.

Johannes antwoordt de mensen om hen heen heel concreet, aansluitend bij hun persoonlijke situatie.

Dáar kun je wat doen.

Het zit niet, zeker niet alleen in grote veranderingen op wereld of maatschappelijk niveau.

In ieder geval kunnen wij daar als gewone mensen maar heel weinig invloed op uit oefenen.

Maar het komt aan op wat je wel zelf kunt doen.

De voorbeelden die Johannes noemt zijn voorbeelden van ‘begin bij jezelf’.

‘Heb je twee onderkleden, deel er één met wie niet heeft’.

Tollenaars: vraag niet meer van de mensen dan je opdracht is, vraag niet meer om jezelf te verrijken.

En soldaten: wees tevreden met het soldij dat je verdient, pers niet mensen af om zelf meer te hebben.

Geen grote opzienbarende daden worden gevraagd.

Maar eigenlijk gewoon doen zoals je hoort te doen, doen wat je kunt en eerlijk doen waar je zelf verantwoordelijk voor bent.

En zo kan er iets veranderen, al is het in het klein, van onderop, heel gewoon, dichtbij.

 

‘Op deze wijze’, lezen we, spoorde Johannes de mensen aan en verkondigde hij hun het goede nieuws.

In de verwachting van de komst van Jezus.

De verwachting die wij nu in deze adventsweken vieren, elk jaar opnieuw.

En werkelijk verwachten is dan steeds weer proberen ons in te zetten voor het heil, de heelheid die Jezus heeft gebracht en voorgeleefd.

Als tegenstem tegen de voorspellingen van onheilsprofeten in.

Of liever gezegd: hun waarschuwingen serieus te nemen en erop te antwoorden met omkeer, met inzet voor heil, heelheid, vrede, gerechtigheid en toekomst.

Als een heilsprofeet in het licht van advent.

 

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 26 Mei om 10:00 uur in De Toevlucht

Informatie bij deze dienst:


Voorganger: Ds. A. Minnema