Lezing Oude Testament Jesaja 29: 17 – 24

 

Evangelielezing Marcus 10: 32-45

 

 

 

 

Tegenwoordig is nogal belangrijk hoeveel volgers je hebt.

Op de Social Media, Facebook, Instagram, je Youtube kanaal met filmpjes als je dat hebt.

Als je veel volgers hebt dan ben je of een beroemd iemand, of in ieder geval interessant of belangrijk genoeg om te kennen en te volgen.

En misschien volg je zelf ook wel veel, vrienden, beroemdheden, interessante mensen of onderwerpen.

Dat ‘volgen’ is niet zo moeilijk.

Dat kun je doen thuis vanaf de bank, in de trein of tram, heel gemakkelijk via je smartphone volg je de berichten en blijf je op de hoogte van wat iemand doet of meemaakt,

kun je reageren, liken, dat je iets ‘leuk’ vindt, of geweldig,

of verdrietig, kun je je betrokkenheid tonen.

Daar hoef je weinig moeite voor te doen.

 

Vandaag gaat het in onze evangelielezing ook over volgers, mensen die Jezus volgen.

Zijn leerlingen en allerlei andere mensen.

En daarmee gaat het ook over ons.

Ook wij noemen ons volgelingen van Jezus.

Anders zouden we hier vanmorgen niet zijn en ons niet naar hem noemen, als christenen.

En zelfs mensen die zich niet gelovig beschouwen, noemen Jezus soms wel een voorbeeld, iemand om na te volgen in zijn liefde voor de naaste, zijn goedheid en dienstbaarheid.

 

In de Bijbelse tijd ging dat ‘volgen’ niet zo gemakkelijk als tegenwoordig via de moderne media.

Je moest letterlijk meelopen met Jezus en we lezen steeds weer dat veel mensen dat ook deden.

Misschien voor korter of langere tijd, maar een grote menigte mensen volgt Jezus vaak.

Dat waren dus, voor korter of langere tijd, volgers van Jezus.

Of je daarmee dan ook echt volgeling bent, aanhanger, navolger van Jezus, of je dat echt  kunt, daarover gaat het vandaag in de Marcuslezing.

 

Jezus is onderweg naar Jeruzalem, met zijn leerlingen en een groep mensen volgt hen ook nu.

Jeruzalem is geen toevallige bestemming en is niet alleen maar het eindpunt van de reis van Jezus die Marcus beschrijft.

Onderweg naar Jeruzalem betekent: onderweg naar het kruis, het kruis waar de weg van Jezus op uit zal lopen.

Jeruzalem is nu dichtbij.

In het volgende hoofdstuk wordt de intocht in Jeruzalem al beschreven, de opmaat naar de gevangenneming en dood van Jezus aan het kruis.

 

Jezus is onderweg met de leerlingen en andere mensen die hem volgen.

En Jezus loopt voor hen uit, staat er heel nadrukkelijk.

Dus wie met hem meegaat is hier letterlijk een volgeling.

 

Jezus loopt vooruit.

Dat kan uitnodigend zijn, iemand die voorop loopt: kom maar met mij mee, volg mij maar.

Het kan vertrouwen geven: hij weet de weg, hij weet waar het naar toe moet, de bestemming.

De leerlingen, de mensen bij Jezus, hoeven hem alleen maar te volgen.

Soms weet je niet welke kant het op moet, letterlijk, welke richting de goede richting is.

Of figuurlijk: welke kant moet het op met mijn leven, wat moet ik kiezen?
Welke opleiding, baan, wat wel of juist niet te doen, hoe je leven invulling geven.

Fijn als er dan iemand is die je daarin richting kan wijzen,

die misschien een stukje met je mee wil lopen op je levensweg en  je kan helpen ontdekken wat voor jou een goede weg, een goede richting is om in te slaan.

Iemand waar je vertrouwen in hebt.

En die jou het vertrouwen kan geven om een bepaalde weg te kiezen en te gaan.

 

Maar dat Jezus vooruit loopt, voor hen uit, kan ook betekenen dat de leerlingen en de mensen aarzelen om hem te volgen, een beetje afstand houden.

We lezen dat de leerlingen ongerust zijn, en de mensen die hen volgen zijn bang.

Bang misschien waar het naar toe gaat, waar deze reis op uitloopt.

Aarzelend misschien of ze Jezus op die weg wel willen of durven te volgen.

 

Waarom ze bang en ongerust zijn, lezen we niet.

Misschien omdat Jezus daarvoor en ook eerder al heeft gesproken over vervolging en lijden.

Misschien voelen ze aan dat dat in Jeruzalem aan de orde zou kunnen zijn.

En het lijkt erop dat ze daarin gelijk hebben.

Jezus neemt de leerlingen apart en vertelt hen wat hem te wachten staat:

gevangenneming en veroordeling, hij zal uitgeleverd, bespot en gegeseld en gedood worden, maar na drie dagen zal hij opstaan.

Als ze hem volgen dan zal het op die weg zijn.

Dat is de weg die Jezus gaat.

En willen en kunnen ze Jezus volgen, ook op die weg?

 

Jezus is nog niet uitgesproken of Jakobus en Johannes komen bij hem.

Zij willen Jezus volgen …….. tot en met de tijd dat hij zal heersen in zijn glorie.

En of ze dan links en rechts van hem mogen zitten?

Op de beste plaatsen dus, dicht bij Jezus.

Een sollicitatie naar de positie van vice-premiers naast Jezus, zou je kunnen zeggen.

Wij hebben op dit moment in ons land maar liefst drie vice-premiers, naar premier Rutte.

Er kan er maar één de eerste zijn, letterlijk de premier, maar alle regeringspartijen naast de VVD, leveren een vice-premier.

Zodat duidelijk is dat de ene regeringspartij, hoewel misschien kleiner dan een andere partij, niet minder belangrijk is in de regering.

 

Dat is ook de vraag van Jakobus en Johannes.

Jezus is natuurlijk de eerste, de hoogste, maar zo dicht mogelijk naast hem te mogen zitten,  op de belangrijkste plekken naast hem, dat is hun verzoek.

Misschien in de hoop dat iets van zijn glorie dan ook op hen af zal stralen.

Het is misschien niet helemaal vreemd dat zij vragen om een bijzondere plaats.

Jakobus en Johannes nemen samen met Petrus een bijzondere plaats in onder de leerlingen.

Zij zijn met Jezus op de berg van de verheerlijking geweest en hebben Jezus gezien met Mozes en Elia, stralend van heerlijkheid.

Zij zullen, ook weer met Petrus, met Jezus meegaan in de hof van Gethsémané, in de laatste uren voor zijn gevangenneming en sterven.

Hoe moeilijk het kan zijn om een bijzondere positie waar te maken, zullen ze dan ook merken,

want het zal blijken dat ze niet in staat zijn om met Jezus te waken in dat moeilijke uur, tot drie keer toe zal Jezus hen slapend vinden.

Werkelijke navolging op Jezus z’n weg is niet gemakkelijk waar te maken.

Dat blijkt hier al waar Jakobus en Johannes Jezus z’n woorden over zijn lijden maar liever overslaan en lijken te vergeten,

en meteen maar de sprong maken naar het daarna, naar de glorietijd die daar op zal volgen.

En wat hun plaats daarin kan zijn.

 

Maar, zoals vaker, verandert Jezus hun blikrichting.

De vraag die Jezus hen stelt is: niet wat hun plaats straks, maar wat hun plaats nú zal zijn, op de weg daarnaar toe.

Jezus richt de aandacht op het heden, het nu.

Alsof hij wil zeggen: dat voor later, wie welke plaats krijgt, dat moeten we aan God overlaten.

Jezus veroordeelt Jakobus en Johannes niet om hun vraag, maar die vraag is nu niet aan de orde.

Het gaat nu om de weg die nu gegaan moet worden.

Voor Jezus zal dat een weg van lijden zijn, lijden vanwege zijn dienstbaarheid aan mensen.

Willen, kúnnen Johannes en Jakobus Jezus volgen op díe weg?

‘Kunnen jullie de beker drinken die ik moet drinken of de doop ondergaan die ik moet ondergaan?’.

Daarmee bedoelt Jezus de beker van het lijden dat hij zal ondergaan en ook zijn dood aan het kruis.

 

Jakobus en Johannes zullen vast de Bijbelse beelden begrijpen die Jezus noemt: beker en doop.

Het zijn beelden voor dat wat je kan overkomen in het leven, de goede maar ook de moeilijke dingen en tijden, ook je kwetsbaarheid, verdriet en lijden als dat op je pad komt.

Durf je die weg gaan, kun je dat leven aan, ook met moeite en verdriet waarin je soms zo diep wordt ondergedompeld dat je je afvraagt of je ooit weer boven water komt.

Volgeling van Jezus zijn garandeert geen mooi, vrolijk en gelukkig leven, zonder verdriet of pijn.

 

Maar de beker, die wij kennen bij het avondmaal en de doop die wij vieren als teken van het verbond van God met ons, zijn trouw,

vertellen óók we dat die soms moeilijke weg van het leven kunnen gaan in het vertrouwen dat God daarin met ons mee gaat, hoe je leven ook loopt.

Zoals Jezus ook de weg van lijden en dood is gegaan, een weg die uitliep op nieuw leven.

 

Jakobus en Johannes antwoorden volmondig ‘ja’ op Jezus z’n vraag.

Zij kunnen Jezus volgen op zijn weg.

We weten nu dat Jakobus gevangen is genomen en door het zwaard is dood, en dat Johannes verbannen werd naar Patmos.

Dat klinkt hier misschien al door in het antwoord van hen beiden, in de tekst die pas jaren na het leven van Jezus is opgeschreven.

Zij hebben Jezus hebben gevolgd, zelfs op een weg van lijden en dood.

 

Zo extreem hoeft dat voor ons gelukkig niet, al zijn er landen waar het nog steeds je leven kan kosten als je christen bent.

Maar wat betekent het dan voor ons om volger, volgeling van Jezus te zijn?

Jezus waarschuwt zijn leerlingen al dat dat geen gemakkelijke, vanzelfsprekende weg is.

In de wereld om hen heen gaat het om macht en eigenbelang, de grootste zijn door de anderen klein te maken.

De grootste, belangrijkste zijn, succesvolste, daaraan wordt je betekenis afgemeten.

En dat is van alle tijden.

Ook in onze samenleving lijkt het vaak daar om te draaien: wie is de beste, de mooiste?

Je profiel op Facebook zo positief en mooi mogelijk, het aantal volgers dat je hebt.

Wie heeft de meeste macht, de grootste mond?

Een wereld waarin mensen elkaar als concurrent zien, de ander die jouw baan of huis of plek inpikt.

Een wereld waarin je eerst aan jezelf moet denken want “een ander doet het niet”.

Waarin je prestaties belangrijk zijn, je opleiding, titels en CV,

scholen die het etiket excellent willen, ouders die leerkrachten dwingen hun kind een zo hoog mogelijk schooladvies te geven.

Alles om maar te slagen in het leven, zo hoog mogelijk op de maatschappelijk ladder.

 

Daartegenover staat de weg die Jezus wijst en is gegaan,

van dienstbaar willen zijn, de minste, er zijn voor een ander, helpen wie hulp nodig heeft.

Niet dat dat altijd gemakkelijk is, dat gaat met aarzeling soms, met vallen en opstaan,

jezelf erop betrappen dat je toch weer vooral je eigen belang hebt gevolgd.

En natuurlijk moet je ook voor jezelf zorgen, heb je soms juist zelf hulp en steun van een ander nodig.

Maar waar we dat kunnen proberen Jezus te volgen op zijn weg van liefde voor de naaste, dienstbaarheid en barmhartigheid,

in het vertrouwen dat God met ons meegaat,

dat Jezus ons op die weg is voorgegaan,

en dat het daarom de weg van het Leven is.

 

De weg van Jezus

 

Nu je gekozen hebt om achter Hem aan te gaan

die ene mens die toont wat God met ons bedoelt
nu sta je op een weg van aldoor kleiner
aldoor minder worden van de minste zijn
waar niet de waardeschaal van competitie-orde
maar omgekeerd die van de liefde geldt
daar is het winst al wat je durft verliezen
en groot is pas hij die de ander dient
het is een weg langs onaanzienlijken
langs armen en verdrukten
een weg van tegenwind afweer en tegenstand
een weg die doodloopt lijkt het
maar – God zij geprezen –
ook jij weet dat het toch
die van het Leven is                                                 

 

Inge Lievaart

 

 

 

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 25 November om 10:00 uur in De Toevlucht

Informatie bij deze dienst:

Laatste zondag kerkelijk jaar
Dienst van Schrift en Tafel

Voorganger: Ds. A. Minnema
Ouderling van dienst: Ada vd Ster